Bezoek toren bij kasteel Well

Op 25 april en 30 mei 2016 bezochten tien molenvrienden de torenruïne. Deze staat op het zuidwesten en op een aarden verhoging of belt. Twee redenen waarom het tijdelijk, tijdens de tachtigjarige Oorlog, een molen is geweest. De muren zijn 1.50 tot 1.40 dik in Vlaams verband gemetseld. De toren heeft ook als verdediging dienst gedaan. Op het oosten is een stookplaats met een rookkanaal naar buiten. Uit de vondst van eesttegels kan afgeleid worden dat er gerst, hop, tarwe werd verwarmd voor het brouwen van bier. De meest belangrijke aanwijzing dat de toren als molen werd gebruikt, zijn de 15 natuurstenen korbelen die het kruiwerk hebben gedragen om de tonnenzware kap op de wind te zetten.
Zoals we dat in Zeddam in werking hebben gezien, was dit bijna zeker een kammenkruiwerk, wat bij torenmolens gebruikelijk was. Vergelijkbare torenmolens waren in Huissen, Didam, Bergh, Gendringen, Hamont, Rees, Werth, Walbeck en Gronsveld. De meesten dateren  tussen 1450 en 1550 en hebben dezelfde bouwwijze.
Onderin de belt is een ijskelder, die vanwege de zeldzame vleermuizen, momenteel niet toegankelijk is. Dat kan wel in januari. Ook is er een munitie- of kruitopslagkelder. Rond deze kelder met zijn gangen en nissen gaan nog altijd geruchten over een gang onder de Maas door naar Geijsteren.
Een volgende keer krijgen wij als molenvrienden een kijkje bij het vervaardigen van molenwieken bij Coppers Constructie in Bergen. Zij maken ook waterraderen voor watermolens.
Ook zijn er plannen voor een bezoek aan een oliemolenmuseum in Duitsland.

Namens de archiefwerkgroep molens; Joost Schoenmakers

De torenruïne tijdens de restauratie in 2014

 Eesttegels uit de toren. Foto's zijn gemaakt in 1985