Wells dialect

Wij behoren met ons Wells dialect tot het Kleverlands.

Ooit spraken de mensen aan beide zijden van de Nederlands-Duitse grens tussen Nijmegen en Venray dezelfde taal: het Kleverlands. De officiële staatsgrens in 1815 is de oorzaak van de opbreking van dit dialect. Taalkundig bleef het tot 1871 een eenheid met Noord-Limburg vormen. In dat jaar verordonneerde Otto von Bismarck namelijk, dat in het hele Duitse Rijk de voertaal Duits diende te zijn. Elke andere taal of dialect werd bij wet verboden. In twee varianten (een Nederlandse en een Duitse) groeit het dialect steeds verder uit elkaar.

In Well en ook vlak over de Wellse grens wordt door de oudste generatie nog het Kleverlands gesproken. Dit nederfrankische dialect wordt samen met het Brabants en Oost-Vlaams ingedeeld bij de Zuidelijk-centrale groep van dialecten. Onderstaande voorbeelden zijn overigens niet weergegeven volgens een Nederlandse maar volgens een Duitse schrijfwijze (o.a. Umlautgebruik).

Bijvoorbeeld:

"Ek heb noch efkes afgewaach(d), ob dä, wach`e min seggen wold."
    Ik heb nog even afgewacht, op dat, wat ge mij zeggen wou."

"Hej es vöör vier of säss wääke gestörwe."
    Hij is vier of zes weken geleden gestorven.

"Gej mott hoart kräässe, sönst verstäät hej ons niej."
    Gij moet hard krijsen (roepen), anders verstaat hij ons niet.

"Wej sin müjj än häwwe dorst."
    Wij zijn moe en hebben dorst.

Zie ook: dialect_op_de_grens_van_twee_talen.pdf


Voorbeelden uit het Wellse dialect:

De gutstieën is alwer verstòpt.
   De gootsteen is al weer verstopt.

Ik krieg  enne schuuver ovver de rug.
   De rillingen lopen mij over de rug.

De foddekèl kumt teggeworrig nie mer.
   De lompenboer komt tegenwoordig niet meer.

Dèn appel is gâns foeës.
   Die appel is helemaal droog.

Door de jaren heen hebben wij als Archief Well zoveel mogelijk woorden, uitdrukkingen en gezegden verzameld en bewaard om op deze manier het taalgebruik van vooral voor de oorlog vast te leggen. Door de snelle ontwikkelingen in de  na-oorlogse tijd was het moeilijk om het eigen karakter van ons dialect te behouden. Ook onze Wellse taal vertoont nu vele woorden en gezegdes die ontleend worden aan de Nederlands standaardtaal en is ook niet meer vrij van de invloeden van vreemde naamgevingen. 
Enkele voorbeelden: luchtepaol werd lantaarnpaol, dreksbak werd vuulnisbak.
Het is duidelijk, dat dit grote verschillen vertoont met de spraak uit het eerste deel van de vorige eeuw.

Weet u nog verdwenen dialect woorden, gezegdes en uitdrukkingen? Schrijf ze op en laat het ons weten. Dat geldt ook voor bijnamen van Wellenaren. Van vroeger of van nu. Mail naar: info@archiefwell.nl