Zoek

Verkenners & Welpen André de Thaye

Eerder was de 'Jonge Wacht' van 1937 - 1942 in Well.

Jan Kopczinski uit het Wellsmeer was een van de Wellse jongens bij 'de Jonge Wacht', een soort scouting. Jonge Wacht nam veel over van de verkenners, maar was niet gebonden aan hun wet. Deze katholieke jeugdorganisatie werd in 1942 noodgedwongen opgeheven in opdracht van de Duitse bezetter. Ook andere Nederlandse jeugdbewegingen waren veboden. Alleen de Nationale Jeugdstorm mocht, dit was een jeugdafdeling van de N.S.B. Na de oorlog werd de Jonge Wacht niet meer heropgericht.

 


 

Uit de krant van 02-06-1937.


 

In 1943 was hij als boekhouder naar Well gekomen en werkte op het landgoed "Wellsmeer" bij Van Ophoven. Het kantoor waar Kemper werkte was in de witte villa, hier was in de beginjaren ook het hoofdkantoor van de verkennerij.

Deze Gerard Kemper (1915-1976 ) was, met kapelaan Rutten, de grondlegger in Well van de verkenners in 1946. Kemper begon met een groep op 04-01-1947. De officiële oprichtingsdatum werd 05-02-1948. Na de Tweede Wereldoorlog vond de eerste groep Wellse jongens een onderkomen onder het priesterkoor van de gebombardeerde kerk aan de Maas. Daarna verhuisden ze nog enkele keren naar o.a. het Moleneind en de oude jongensschool in de Grotestraat. Kemper zijn verkenner schuilnaam was "Arendsoog". 25 jaar lang was hij de leider en ook was hij tevens zwemleraar voor iedereen die de Maas in wilde.

In 1951 nadat de verkennersgroepen te groot waren geworden en er een grote toeloop was van kleinere jongens, begonnen de zusjes Lucy en Tiny Thissen als akela en baloe met een groep welpen. Aan de verkennerij kwam tot groot verdriet van de hopman op 31-12-1965 een einde. Oorzaak: geen opvolgers - geen gevolmachtigde leiders - geen eigen Hoofd Kwartier meer (dit werd een sportzaal) etc.etc.

Verkenners Aalmoezeniers waren: Rutten - Baeten - Verstegen - Lebens - Schreurs - Barendregt en Sombroek.

AVL (Assistent Verkennersleider): Mich Simons  - Wil Stevens - Jan Klabbers. WL (Welpenleidster: Lucy Thissen. AWL :Tiny Thissen. 

Veel Wellse jongens zijn in de jaren 1947 t/m 1965 bij de welpen en de verkenners geweest. Akela Lucy Thissen, vaandrig Mich Simons en vele andere leiders, hebben net als Gerard Kemper grote verdiensten verricht voor de jeugd van Well.

Verhalen, informatie en foto's zijn welkom. Stuur een bericht naar de webmaster

Kijk ook op pagina Gerard Kemper


 

De stempel van de hopman.


Het begin van de verkenners.

Onderstaande foto is gemaakt in 1947, een oriëntatiejaar, toen de verkenners in opkomst waren. Uniformen waren er nog niet zo kort na de oorlog. Om het groepsgevoel uit te drukken werd gevraagd om een licht hemd te dragen en een rode zakdoek. Die werd vastgehouden door een lucifersdoosje. Een jaar later droegen de verkenners uniformen met een half rood / half blauwe das.

Voorburg.

Eerder was de jonge Gerard Kemper de eerste geïnstalleerde verkenner bij de St. Martinusgroep in Voorburg, zijn geboorteplaats. Hier droeg men bij het uniform een rood-blauwe das.Kemper schreef in maart 1955 voor hun verkennersblad aan de St. Martinusgroep in Voorburg: "Op 5 april 1943 nam ondergetekende afscheid van de St. Martinusgroep wegens vertrek naar elders. En in dat "elders" lopen weer verkenners met een rood / blauwe das.

Kapelaan Rutten  -  Ben Simons - Hay Simons - Sjef Vullings - Gerrit Lenssen - Gerrit Kooter - Theo Krebbers - Hans van Sas - Mich Simons.

Tweede rij: Theo Wijenberg - Frits Peters - Frans Reiniers - Leo Verdijk - Broer Klabbers - Simon Kooter - Jan Holla - Leo Derks - Gerard Kemper.

Derde rij: Math Linders - Theo Wilbers - Geert Vullings - Jo Valckx - Piet Reiniers - Hein Brauers - Tonny van Sas.

Voorste rij: Arno Wilbers - Sjef Vink - Jan Klabbers - Hein Peters - Flip Boeser - Jan Reiniers.


Katholiek zijn stond hoog in het vaandel bij de hopman en de verkenners. Dat blijkt ook uit de Verkennersbelofte, die afgelegd moest worden:

“Op mijn Erewoord, beloof ik met de hulp van Gods genade, ernstig te zullen trachten: 1. Mijn plicht te doen tegenover GOD, de KERK en mijn LAND. 2 Iedereen te helpen waar ik kan. 3. De verkennerswet te gehoorzamen”.

De aalmoezenier was de geestelijk adviseur en een van de stafleden. Hij zegende o.a. het kampeerterrein, het kampvuur en de tenten, droeg H. Missen op en deed het Lof. Er werd de “negen eerste vrijdagen” periode ingesteld. Iedere eerste vrijdag van de maand werden alle verkenners geacht om naar de vroegmis van 07.00 uur te gaan en de reeks van 9 kerkbezoeken mocht niet onderbroken worden. Er werd opgedragen om daags ervoor, op donderdag, te gaan biechten. Zodoende voldeed je aan de eisen van die tijd. Ook op zomerkamp werd dagelijks het morgen- en avondgebed en de rozenkrans gebeden en geregeld de H. Mis bezocht. In de Wellse processies liepen altijd de geüniformeerde verkenners mee en droegen trots hun verkennersvlag

Hopman Kemper met zijn eerste groep verkenners in 1947 in het Elsteren bij “ ’t Groeët stuk”, tegenover Geijsteren. Hier kregen de jongens zwemles. 

v.l.n.r. Gerard Kemper - Hay, Ben en Mich Simons.

2e rij:  Math Linders, Broer Klabbers, Frits Peters, Leo Derks, Theo Krebbers, Gerrit Lenssen, Theo Wilbers, Sjef Vullings, en Piet Reiniers.

3e rij: Theo van Bommel, Theo Wijenberg, Frans Reiniers, Hans van Sas en Flip Boeser. Onderaan: Leo Verdijk, Jo Valckx, Hein Peters,  Arno Wilbers, Jan Reiniers, Jan Klabbers, Hein Brauers, Sjef Vink en Gerrit Kooter. 


 

Verkenners in 1948. Voor zover bekend:

v.l.n.r. Aalmoezenier Rutten - Mich Simons - Hay Simons - Theo Krebbers - Toon Linders - Hans van Sas - Sjef Vullins - Broer Klabbers - Gerard Kooter - Tonny van Sas - Leo Verdijk - Theo Wijenberg - Leo Derks - Jan Holla - Jo Valckx en Hopman Kemper.

Knielend: Hein Peters - Theo Wilbers - Frits Peters - Frans Reiniers - Jan Klabbers - Piet Reiniers - Jan Reiniers - Hein Brauwers.

Zittend: Arno Wilbers (geheel links) - Theo van Bommel - Sjef Vink - Flip Boeser - Geert Vullings - Simon Kooter.

Vooraan: Geert Koppers.


 

19 maart 1950 in Well


In 1956 had Kemper precies 100 jongens geïnstalleerd als verkenner. Van deze 100  werden er 47 tweede klasser en 6 eerste klasser. Ook werden er door de hopman veel vaardigheidsinsignes uitgereikt na het succesvol afleggen van een speciale vaardigheidstest. Enkele onderdelen daarvan waren: Bespieder, speurder, trapper, woudloper, natuurkenner.

Op de woensdagavond en zaterdag werden  de verkenners bezig gehouden met een grote diversiteit aan activiteiten, zoals: tenten opzetten en afbreken, geheimschrift leren, handseinen, kompas lezen, koken op kampvuur, spellen werden gespeeld, yells geleerd en marsen te voet gelopen. Was er geen “Troep” dan moest je i.p.v.de bijeenkomst een goede daad verrichten. 

Jaarlijks ging de hopman op zomerkamp met zijn troepen. Zo gingen ze o.a. naar Grubbenvorst – Boxtel – Herkenbosch – Terschelling en de  Belgische Ardennen. Ook werden er in de Paasvakantie trektochten met een tentje achter op de fiets gemaakt, zoals naar Veldhoven  en de Duitse Eiffel. In 1952 en 1956 gingen de kampen niet door vanwege de heersende besmettelijke ziekte kinderverlamming.

Ook jaarlijks, op 23 april - Sint Joris dag, was het feest. Hij is de patroon van de verkennerij. In de kerk  was door de hopman al een vaas rode tulpen klaar gezet. Dit Sint Jorissymbool werd na de vroegmis opgespeld en de hele dag op het verkennersuniform gedragen. Er werd die dag altijd een groot kampvuur gestookt aan de Reinderslooi of op de zandberg aan de Wezerweg. Veel Wellenaren kwamen dan kijken hoe de jongens zich amuseerden. Ook werden er avond- en nachtspellen uitgevoerd tussen de verschillende patrouilles, in het dorp zelf, maar ook vaak bij Putjesberg en omgeving. Het succesvolle spel “Dropping Day”  was op 12 november 1955. De Hopman had een hele lijst met liederen samengesteld en er werd dan ook volop gezongen bij de verkenners. Er werd geregeld in zaal Klabbers en zaal Walaria toneel gespeeld met een tombola om het jeugdwerk te steunen. Voor Fl. 1,- entree stroomden ouders, familieleden en ander publiek toe.

Om vaandrig  te worden volgden een aantal verkenners een cursus in Venlo. Zodoende werden o.a. Mich Simons, Wiel Stevens, Jo Valckx  en Jan Klabbers AVL (Assistent Verkenners Leiding)  Er waren ook patrouille leiders om de hopman te assisteren. Mich Simons ontpopte zich als rijmer en benutte elke actie om een lied te maken en begeleidde dat op zijn gitaar waarvoor hij extra gitaarles nam. Een keer per maand werd er stafvergadering gehouden op de kapelanie samen met de aalmoezenier.

De Wellse André de Thaye vereniging was aangesloten bij de Katholieke Jeugdbeweging. Op 18 juli 1956 werd Gerard Kemper District Commissaris van district Gennep. Met assistentie van Mich Simons controleerde hij o.a. alle verkennerskampen die in de Wellse bossen gehouden werden.


 

1956. Boven v.l.n.r. Herman van den Hoef - Jan Klabbers - Antoine Vullings - Theo van den Hoef - Hopman Gerard Kemper - Fré Thissen - Herman Stevens - Bert Wijnen.

Midden: Theo Hebben - Leo Aarts - Theo Hendriks - Ger Lucassen - Huub Coppers - Arno Hebben - Theo Spillekom.

Zittend: Theo Engelen - Frans Dura - Hay Linders - Frans van 't Hullenaar - Hein van Soest - Ger Reiniers.


 

1960. Patrouille 'de Eekhoorns' op kamp in Bladel.

Staande: Will Brauers - Pater Noten - Karel Janssen - Mich Simons - Paul Reiniers - Huub van Rhee - Gerard Kemper.

Zittend: Camiel Krebbers - Math Sprunken en Jan Stevens (Jacob)


 

Veel gezongen canon door de Wellse welpen en verkenners:

Trara! Zo blazen de jagers

Trara! Zo blazen de jagers, Trara! Trara! 

Als zij in het groene woud jagen gaan, Trara! Trara!

Tekstvariant tweede regels:

Door woud en bos weerklinkt hun roep: Trara! Trara!

Als zij er te paard in de velden gaan. Trara! Trara!


De Welpen.

Akela Lucie had op woensdagmiddag 17 mei 1950 haar eerste Horde bijeenkomst in de Wigwam. Zus Tiny Thissen werd assistent welpenleidster Baloe. De leidsters hadden de 14 Gelen overgenomen van de hopman. Het eerste kamp werd in augustus 1950 gehouden. Met de jeep van Jan Koppers werden ze naar Josef Laarakker gebracht. Niet langer dan twee dagen waren ze in het Wellsmeer.

Lucie volgde cursussen en op 9 januari 1951 kwam de volmacht voor haar om officieel te starten als welpenleidster. Haar installatie was op 11 juli 1951 en deze dag was tevens de officiële oprichtingsdatum van de Wellse André de Thaye Welpen Horde. Hopman Kemper loofde Lucie om haar uithoudingsvermogen en getoonde geduld om minstens drie jaar te hebben moeten wachten voordat de welpen officieel werden. Een jaar later was de blokhut in Bergen het doel om kamp te houden. Drie dagen dit keer, de leidsters kregen meer routine. Zus van Bommel en Lies Valckx gingen mee als kokkie.

In 1952  werden er speldjes verkocht en startte de actie “Heitje voor een karweitje” om de clubkas te spekken. Ook werd er gezamenlijk op bedevaart gegaan naar Tienray en namen de welpen en verkenners afscheid van aalmoezenier Baeten. Hij werd opgevolgd door Lebens.

Ook de welpen konden insignes verdienen zoals: o.a. Handige jongen, acrobaat, kunstenaar, wielrenner, speurder, wever en gids.

In februari 1953 werd geld ingezameld voor de watersnoodslachtoffers in Zeeland. Ook in dat jaar kreeg akela Lucie een zware slag te verduren toen welp Lody Koppers onder haar ogen op de Kasteellaan een ongeluk kreeg. Zij verleende eerste hulp. Twee dagen later overleed Lody op 22 juli in het ziekenhuis. De Horde was in diepe rouw om het verlies van hun wolvenbroertje.

Toch moesten ze verder en in 1953 was er een week lang een geslaagd (indianen) kamp in Herkenbosch. Frans van ‘t Hullenaar was 4 augustus jarig, hij werd 9 jaar en kreeg warempel van enkele welpen een echte sigaret cadeau! Een paar welpen waren stilletjes in het dorp geweest met hun zakgeld. Gevolg: razzia met een grondige inspectie in de strozakken….

1954: Willy Brauers won de “Grote Tour de Well”. Hij kreeg een gele windjack aan en een lauwerkrans om en was een reuze trotse winnaar op zijn nieuwe opgelapte fiets. Gerry Wijers won bij de junioren en kreeg een medaille.

Het spook van Wittenhorst:  

De Horde bivakkeerde  in de stal bij de fam. L. Driessen in Horst. Twee vreemde knapen hadden ‘s avonds zeker een half uur om de Wellse groep heen geslopen en ’n plekje gezocht, waar ze de welpen ’t meeste aan het schrikken zouden krijgen. Die schrokken zich dan ook half dood toen ze de kreet hoorden: “Leve de welpen van Well” !!  De drie patrouilles van de Horde kregen opdracht om een brief aan hopman Kemper te schrijven voor zijn verjaardag op 7 augustus.

 De jongens van het bruine nest schreven: We wouden gisteravond een rustige avond hebben en toen we daar op ons plaats zaten, toen hoorden we een geluid en de Akela zei hèèl angstig – kom jongens we pakken een dikke stok en gaan hem achterna, maar de Baloe zij: Fré (Thissen) blijf hier. En de kokkies waren ook al bang. Maar de Akela zij: kom jongens en we gingen er heen. Een tijdje later riep Frans van ’t Hullenaar – ik heb hem. En wij renden erheen. En toen vroeg Akela of iemand een touw had in de zak. En Gé Laarakker had er een. En toen gingen we hem boeien. En toen naar de boerderij en lieten we hem los. Akela vroeg of hij een tas limonade luste en hij zij ja! En toen hij ze uit had, zij de Akela of hij er nog een luste en hij zij weer ja. En er was nog een andere jongen bij en die kreeg ook 2 tassen. En toen het al half 10 was gingen de 2 naar de hut waar ze sliepen. De 2 jongens kwamen uit Amsterdam. En later hebben we hem op de grond gelegd en erom heen gedanst. En hartelijk Gefeliciteerd van het bruine nest. Frans van ’t Hullenaar, Willy Brauers, Theo Hendriks en Harry Eikmans.

In juni 1955 werd op de zandberg aan de Wezerweg gevierd dat vijf jaar eerder de eerste officieuze Horde bijeenkomst was. De gezichten van de welpen waren bruin gemaakt. Ze waren als Arabier verkleed en voorzien van een wit laken, rode handdoek en een zonnebril. Onder het zingen van “Salem Aleikum” gingen zij voorwaarts, totdat zij in de verte hetzelfde gezang hoorden. Buigend en dansend kwamen daar de verkenners aan en een begroeting volgde. Baloe danste bij het kampvuur als een volleerde buikdanseres en toverde voor alle droge kelen een ijsje. De kreet  “Allah is groot en Mohammed is zijn Profeet” galmde die avond en was tot ver in het Wellsmeer te horen.

Op 13 juli 1955 ontving Akela de Gilwelldas met de Zoeloe woodbadge kralen.

Van 1951-1956 waren er zesenveertig welpen geïnstalleerd, nadat hun eerste sterkaart was afgetekend. Met trots werden de volgende namen op het eerste lustrum feest genoemd: 1 Fré Thissen. 2 Theo van den Hoef. 3 Paul Reiniers. 4 Piet Linders. 5 Bert Wijnen. 6 Herman van den Hoef. 7 Frans Laarakker. 8 Gerrit Hagens. 9 Lody Koppers. 10 Leo Aarts. 11 Antoine Vullings. 12 Harry Linders. 13 Herman Stevens. 14 Jeu Klabbers. 15 Hayke Moerkerken. 16 Pierre van den Hoef. 17 Jan Stevens. 18 Fransje van ’t Hullenaar. 19 Gé Laarakker. 20 Willy Brauers. 21 Tonny Linders. 22 Josje Aarts. 23 Huub van Rhee.  24 Theo Hendriks. 25 Sjaak Klabbers. 26 Wiel Klabbers. 27 Ger van Soest. 28 Gradje Kessels. 29 Pietje Driessen. 30 Jantje Dolders. 31 Gerry Wijers. 32 Harry Eikmans. 33 Camiel Krebbers. 34 Joseph Hommen. 35 Henkie van den Hoef. 36 Jantje Kessels. 37 Theo Driessen. 38 Kareltje Janssen. 39 Frans Hommen. 40 Harry Sprunken. 41 Noudje Hebben. 42 Huber Koppers. 43 Huub Reiniers. 44 Jos Brauers. 46 Keesje Aarts.

Heel veel Wellse welpen zouden volgen, om vervolgens door te stromen naar de verkenners.

Op 28 oktober 1961 nam  Lucy Thissen afscheid als akela. Met haar verdween ook de Horde. De welpen werden ondergebracht als aspirant verkenner bij de Troep. Veel kampen, spelen en rimboejachten had ze achter de rug. Voor de laatste keer weerklonk: “Akela wij doen ons best”. 


De Welpen zijn op 8 augustus 1953 op kamp in Herkenbosch.

v.l.n.r. Akela Lucy Thissen - Bertje Wijnen - Tonny Linders - Paul Reiniers - Fransje van 't Hullenaar - Pierre van den Hoef - Theo Hendriks - Fré Thissen - Hayke Moerkerken - Baloe Tiny Thissen - Gé Laarakker - Antoine Vullings

Knielend: Willy Brauers - Josje Aarts - Jeu Klabbers


 

Op 07-06-1952 werd deze foto in Well gemaakt.

 v.l.n.r. Bert Wijnen - Akela Lucy Thissen - Antoine Vullings - Gerrit Hagens - Herman Stevens - Frans Laarakker -  Leo Aarts - Paul Reiniers - Hulpleidster, naam onbekend. (Zij woonde op de kazerne) - Herman van den Hoef

Voorste rij: Jan Jenneskens - Pierre van den Hoef - Lody Koppers ( Hij verongelukte niet lang hierna , op 11 jarige leeftijd in 1953) - Jan Stevens - Hayke Moerkerken - Gé Laarakker en Jeu Klabbers.


 

De machtigste koning van storm en van wind
Is de arend geweldig en groot
De vogels zij sidd'ren en vluchten van angst
Voor zijn snavel en klauwende poot
Als de leeuw verheft zijn gebrul des nachts
Dan verschrikt hij de dieren er mee
Ja, wij zijn de heersers der aarde
De koningen van de zee

Tirallala , tirallala, tirallala, tirallala, tirallala, tirallala, tirallala, hiep hoi
Ja wij zijn de heersers der aarde
De koningen van de zee

Verschijnt er een schip op de oceaan
Dan juichen wij luide en wild
Ons trotse schip als een pijl uit de boog
Vliegt terstond door de wateren zilt
De koopman word bang en hij siddert van angst
De matrozen verwensen die dag
En daar klimt de mast langs omhoog
Onze bloedrode zeeroversvlag

Tirallala , tirallala, tirallala, tirallala, tirallala, tirallala, tirallala, hiep hoi
Ja wij zijn de heersers der aarde
De koningen van de zee

Wij werpen ons op het vijandige schip
Als een weggeslingerde speer
De kanonnen dreunen, 't geweer knalt rondom
En de enterbijl hakt keer op keer
En reeds zakt de vlag van de vijand omlaag
Overwinningsgeroep klinkt alom
Lang leve de bruisende zee
Lang leve de zeeroverij

Tirallala , tirallala, tirallala, tirallala, tirallala, tirallala, tirallala, hiep hoi
Ja wij zijn de heersers der aarde
De koningen van de zee