Emile Ribbergh, pseudoniem "Enne Wellsche jong"

Edmond Emile Jaques Hubert - Emile - Ribbergh *Well 18-12-1873 †Houthem 11-11-1940.

Kleinzoon van Franciscus Ribbergh & Joanna Schrijnewerkers en van Franciscus Jennissen & Maria Ida Custers

Zoon van Pieter Hendrik Ribberg gehuwd op 18-06-1861 met Jannetta Gertrudis Hubertina Jennissen *Roermond 10-10-1832.

Broer van Henri Ribbergh *Roermond 1862 †Amsterdam 1910

Broer van Leon Ribbergh *Roermond 1864 †Well 1883

Broer van Adèle Ribbergh *Roermond 1867 †Houthem St Gerlach 1947 


 

Het gezin Ribbergh kwam in 1870 vanuit Roermond met hun drie kinderen Henri, Leon en Adèle naar Well. Ze woonden eerst in bovenstaande woning (de latere kapelanie) voor de kerk aan de Maas. Dit is het geboortehuis van Emile Ribbergh. Aan de overkant van de straat (nu nr. 36) woonde zijn jeugdvriend Gerard Peters. 

In de 19e eeuw was er in Well een notariaat gevestigd. De laatste die het ambt van notaris hier bekleedde was de vader van Emile: notaris Peter Hendrik Ribbergh. Hij volgde in 1870 Jan Willem Hubert van Eijll op, die eerste Kerstdag 1869 overleden was. 
Notaris Ribbergh overleed 13-12-1886, waarmee er na 31 jaar weer een einde kwam aan het Wellse notariaat.


 

Tot groot verdriet van de familie stierf hun zoon en broer Leon op jonge leeftijd.


Op 11-jarige leeftijd in 1884, ging Emile naar het Klein-Seminarie te Rolduc.

 

In 1886 bouwde notaris Ribbergh een statig huis met grote voortuin links op de foto, huidig adres Grotestraat 74. (Later verdween de voortuin en werd hier de Coöperatie winkel aangebouwd).


 

In de zijgevel in de Pastoorstraat zit nog steeds deze steen ingemetseld.

Deze steen is gelegd door

     EMILE RIBBERGH

  Well 2 augustus 1886


Emile ging in oktober 1893 naar het Groot-Seminarie van Roermond voor een studie theologie en vervolgens weer naar Rolduc.

Op Witte Donderdag 3 april 1897 werd hij door mgr. Boermans tot priester gewijd en op Beloken Pasen droeg hij in de parochiekerk van Well zijn eerste H. Mis op.

Versiering bij huize Ribbergh.

Het Wellse wapen omgeven met een gedicht dat moeilijk leesbaar is, maar begint met de tekst: Gelijk de pijl omhoog, Door forsche hand geschoten. En de Latijnse tekst Sursum Corda! (verheft uw hart)


 

Beloken Pasen 25 april 1897 voor de versierde woning in de Grotestraat, compleet met het Wellse wapen en een gedicht. Op de voorgrond moeder Ribbergh, Emile en zus Adèle


Meteen daarna belandde hij voor korte tijd (onbevoegd) in het onderwijs in Rolduc en studeerde daarna drie jaar lang in Utrecht, Groningen en Parijs Franse taal en letterkunde. Hij behaalde in 1900 zijn einddiploma en begon als (bevoegd) leraar in Rolduc. In december 1901 behaalde hij nog zijn B-akte M.O.

Emile Ribbergh was heel muzikaal, had een mooie stem en was lid van de Rolducse harmonie en van enkele zangkoren. Hij was een van de voornaamste acteurs en later regisseur van het Rolducs toneel. Ribbergh sprak vloeiend Frans, was medesamensteller van enkele Franse handboeken en nam zitting in examencommissies Frans.

Zus Adèle Ribberg  op 29-01-1909, de trouwdag van broer Henri met zijn tweede vrouw Ida Antonia Dumstorff. ​

Henri 's eerste vrouw Emma John was op 21-06-1908 op 45 jarige leeftijd overleden. Anderhalf jaar na zijn tweede huwelijk stierf broer Henri op 08-07-1910, die arts was in Amsterdam. 


 

07-03-1909 stierf de moeder van Henri - Adèle en Emile Ribbergh in Well.


 

De grafsteen op het oude kerkhof aan de Maas, waar vader, moeder en zoon Leon Ribbergh begraven liggen.


 

Op 28 september 1922 was hij 25 jaar leraar te Rolduc.

Na 29 jaar leraarschap gaf hij de wens te kennen om meer “zuiver priesterlijke arbeid” te willen verrichten.

In november 1926 werd hij tot pastoor benoemd in Houthem.

Daar was hij vanaf 1928 ook geestelijk leider van de Lourdesbedevaarten.

 

 


 

Uit de krant van 24-06-1930


 

Uit de krant van 05-04-1937


 

Uit de krant van 12-08-1935


In september 1937 werd Emile door Koningin Wilhelmina benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau en een jaar later werd hij in Lourdes door bisschop mgr. Lemmens onderscheiden voor zijn grote verdienste voor de Limburgse bedevaart.

Uit de krant van 29-06-1938.

De Bef, van oorsprong een Gallicaans waardigheidsteken, dat Limburg in vroeger eeuwen van het bisdom Luik heeft geërfd, is in het Roermondse tot een unieke onderscheiding geworden. Het recht om de Bef, (een vierkant, zwart doekje met witte kraaltjes afgezet, dat onder de kin gedragen wordt) op de toog te mogen bevestigen is een speciaal privilegie, dat alleen de bisschop van Roermond aan vooraanstaande of verdienstelijke priesters verleent.


 

 

Voor haar verjaardag schrijft Emile Ribbergh een kaart aan zijn vroegere buurmeisje Hanneke Braem - Peters. Ze werd 56 jaar op 27 november 1940, kort na Emile's dood.


 

Uit de krant van 12-11-1940


 

Emile Ribbergh stierf ten gevolge van een longontsteking.

Hem is veel lijden gespaard gebleven aangezien hij aan kanker leed.

Hij werd onder grote belangstelling met o.a.meer dan 100 priesters en bisschop Lemmens begraven. Deken Krijns van Meerssen droeg de H. Mis op.


 

 


 

Adèle heeft haar broer Emile tot aan zijn dood steeds trouw gediend en betrok na z’n dood enkele kamers in hotel Curfs-Couvreur, in de Onderstestraat te Houthem. 

Zij stierf te Houthem op 3 juni 1947 en werd er bij haar broer begraven.

 

 

 

 

 

 

 


 

Het graf van broer en zus Ribbergh te Houthem St. Gerlach.


In 1950 werd in de gemeente Valkenburg een straat naar Emile vernoemd:

Pastoor Ribberghstraat te Houthem - St. Gerlach.

In 2006 gaf de "heemkunde-vereniging Houthem St. Gerlach" een boekje uit over Houthem tijdens het pastoraat van pastoor Ribbergh, getiteld: "Houthem 1926-1940". Ook verscheen er over deze uitgave een krantenartikel

Emile Ribberg heeft zijn geboortedorp Well nooit kunnen vergeten. Hij was een geregeld en graag geziene gast en spreker bij evenementen en feestelijkheden in Well. Ook bleef hij er zijn vrienden van vroeger bezoeken. Enkele weken voor zijn dood was hij nog in zijn geliefde Well geweest.

Hij schreef op eigen wijze geregeld ingezonden brieven naar de Limburgse Dagbladen.Als het over ons dorp ging onder het pseudoniem "Enne Wellsche jong ".

Vaak nam hij stelling tegen bepaalde zaken waar hij het niet mee eens was, zoals in de jaren 1907 en 1913 bij de bomenkap van de Kasteellaan.

Lees ook het artikel van Michel Stevens over Emile Ribbergh in WELL - sporen uit het verleden deel 3.  Dit boek is nog te koop.