Elbert & Phine Franssen - Peeters.

Christiaan Franssen (zoon van Martin Franssen en Petronella Frederix) *Well 28-11-1834 †25-12-1910 Beroep:Hoefsmid.

Maria Gertrudis Tax (dochter van Elbert Tax en Johanna Maria Elisabeth de Rijck) *Well 03-02-1834 †Well 25-07-1897

Maria en Christiaan trouwden te Well op 31-01-1865.  Uit dit huwelijk:

1. Martinus Hubertus Franssen *Well 11-07-1866 - smid, trouwde te Well op 09-05-1898 met Wendelina van Dijck, (dochter van Jacobus van Dijck en Allegonda Arts), *St Anthonis(NB)10-01-1871.

2. Maria Gertrudis Franssen *Well 22-08-1868 †08-09-1868.

3. Elbertus Joseph Franssen *Well 14-7-1873 †Roermond 28-05-1950.
 

Elbert is op 28-07-1908 getrouwd met:

Gertruda Josephina Jacoba Peeters  *Bergen (Lb) 20-04-1879 † Roermond 31-12-1959.

Dochter van Christiaan Antoon Peeters *Vierlingsbeek 16-12-1830 †Bergen 30-04-1913 en van Maria Antoinette Elisabeth Stoffels *Bergen 26-10-1834 † Bergen 18-01-1908.

Elbert en Phine hadden drie dochters: Antoinette *09-01-1910 en Loes *12-01-1918 †28-03-1998.

Het tweede dochtertje Maria Christina Martina Jacoba stierf toen ze twee jaar was op 09-12-1915


 

Het gezin Franssen - Tax woonde op het einde van de Hoenderstraat. (Nu woning fam. Hans van Aerssen) Vader Christiaan had hier zijn smederij.


 

Een verdienstelijke en bekende Wellenaar is de kerkmusicus Elbert Franssen

Zijn muzikale begaafdheid bleek al in zijn jeugd. Van koster Anton Hoeken uit Swolgen, kreeg hij al op zijn 14e jaar de eerste muzieklessen. Door bemiddeling van deken van Soest, eertijds pastoor in Well, werd hij een leerling van de toenmalige bekende muziekleraar Broeder Gregorius van Dijk van de orde van de Karmelieten in Boxmeer.
Hij volgde niet de wens van zijn vader om ook smid te worden op, hoewel Elbert zijn vader vaak assisteerde in de smederij.
Als actief lid van de pas opgerichte Gregorius vereniging kwam hij in contact met de leider Mgr. Leblanc, rector chori van de metropolitaanse kerk te Utrecht. Deze ontdekte al spoedig de muzikale begaafdheid van de jonge organist.


ca. 1903. Phine Peeters met haar moeder Maria Antoinette Peeters-Stoffels.

Het ouderlijk huis van de Peeters - Stoffels familie in Bergen was Hoeve 'de Spijcker' (ôp de Spieker in dialect) later 'Herenhof' geheten aan de tegenwoordige Kerkstraat. Na WO II is de boerderij afgebroken en kwam er een kerkplein.


Uit het Venloosch Weekblad van 24-03-1906

Kerkmuziek.
„Sex Laudes diversae ad duas et tres voces acqualis comitante Organo seu Harmunio". *) Dies ist der Titel eines soeben erschienenen Werkes des in kirchenmusikalischen Kreisen rühmlichst bekannten Komponisten Elbert Jos. Franssen, Rector Chori an der Kathedrale zu Roermond. Wie der Komponist in dem Vorworte zu diesem Opus 15 erklart, beabsichtigt er an erster Stelle den Frauencbören in Klöstern, Pensionaten und Congregationen mit diesem Werke eine willkommene Gabe zu bieten, obglaich die Gesange auch für Manner- oder Kinderstimmen sehr brauchbar sind. Fürwahr, die guten praktischen Eigenschaften, welche das Werk besitzt und dessen hervorragend musikalischer Wert werden demselben manch herzlichen Willkommengruss einbringen und ihm gewiss das Tor zu dem Heiligtume der Kirchen und Klöster erscbliessen. Das Werk enthalt: 1 Sakramentslieder, 2 Ave Maria und 2 Tantum ergo für zwei Stimmen mit Orgel, ferner: 4 Sakramentsgesange, 4 Gesange zu Ehren der Mutter Gottes, 4 Tantum ergo, 1 Veni Creator und 1 Magnificat VIII Ton für drei gleiche Stimmen mit Orgel. Die Gesänge sind leicht ausführbar und doch, wenn gut vorgetragen, von ausgezeichneter Wirkung. Die Orgel dient den Singstimmen nicht etwa bloss zur Begleitung und Stütze, sondern es lasst der Komponist sie hie und da in Form eines Zwischenspieles manch herrlich selbstandiges Wörtlein mitreden. Erfindung, Stimmführung und melodischer Fluss lassen in allen Teilen den gewandten und feinen Kontrapunktist erkennen. Es würde zu weit führen, anf die einzelnen Gesänge hier einzugehen. Sie sind alle edel und würdig im Tonsatze; die Texte sind streng liturgisch. Wahre Perlen sind die Nummern 3, 4, 8, 9, 11 und 14. Besonders sei darauf hingewissen, dass durch die Notierung der Einzelstimmen in C oder G das Einstudieren der Gesange sehr erleichtet ist. Zur Erzielung einer leichten und sanbern Intonation ware wohl zu jedem Tonstücke ein kurzes Vorspiel erwünscht gewesen, doch dürfte auch ein nur wenig geübter Organist imstande sein, mit einigen, dem Anfange des vorzutragenden Liedes entnommenen Accorden eine passende Einleitung zu konstruieren. Gerne nehme ich denn hiermit Veranlassung, dieses neueste Opus unseres hochbegabten Komponisten Elbert Jos. Franssen allen Kirchenchören, besonders aber den Frauenchören dringend zu empfehlen. Sanger sowohl wie Zuhörer werden ihre helle Freude an diesen herrlichen Gesängen haben. Moge diese Empfehlung dazu beitragen, den prachtigen Lobliedern den Weg zu recht vielen Kirchen und Klöstern zu bahnen, damit sie dort erklingen zum Preise des Allerhöchsten und zur Erbannng der Glaubigen.

Venlo, 19 Marz 1906. WILLY GEYR.

*) Mit Genehmigung der bischöfl. KirchenmusikCommission. Selbstverlag des KomponisteD, Preis Partitur fl. 1.35, Stimmen fl. 0.45.


 

Op 21 jarige leeftijd werd hij benoemd tot koster-organist in de St.Petrus parochiekerk van Bergen en leidde als directeur het kerkelijk zangkoor. Hier in Bergen leerde hij zijn latere vrouw Phine Peeters kennen. Hij vervolgde zijn muzieklessen onder leiding van de bekende Venlose organist Karel Hamm en de muziekleraar Willem Geyer, directeur van het beroemde Venlose mannenkoor Venlona.


 

 


 

 1910 Phine Franssen-Peeters met dochtertje  Antoinette, die ze Zus noemden.


 

In 1904 ging Elbert naar Roermond.

Door tussenkomst van Mgr. Leblanc werd de eenvoudige dorps-organist, die hij in Bergen was, benoemd tot rector-cantus van het kathedrale koor te Roermond. Daar werd hij na enkele jaren aangesteld als muziekleraar aan het Bisschoppelijke College, de Bisschoppelijke Kweekschool en het internaat van de Zusters Ursulinen. Ook werd hij na de dood van Henri Tijssen in 1925 koordirigent van de Munsterkerk.

Hij gaf muziekcursussen aan koordirecteuren en organisten, was jurylid en componeerde vele missen, cantaten, motetten, psalmen en kerkelijke lofgezangen. Van hem zijn o.a. bekend: de “Missa Salve Regina”, het prachtige lofgezang “O Sacrum Convivium”, de “Missa in honorem Sancti Petri”, de “Missa pro Sponso en Sponsa” en het vierstemmige “Magnificat”, dat hij componeerde voor zijn 70e verjaardag in 1943. Tal van werken verschenen van zijn hand en vonden hun weg naar de plaatselijke kerkkoren. Hij werd internationaal een bekend persoon.


 


 

1912. De jonge ouders Elbert en Phine met dochtertje Zus.


 

 

Overlijdensadvertentie van Phine's vader.


 

1919  De zusjes Loes en Zus.


 

Kaart van Jan Peters, geboren op de Grote Waaij die door het leven ging als pater Canutus.


 

1920 Geregeld brachten Elbert en Phine vanuit Roermond een bezoek aan familie in Well en Bergen. Hier staan hun kinderen Loesje en Zus op de foto met  hun nichtjes Chris en Tonny van Lin.


  

 ca. 1922.  Loesje Franssen op Hoeve 'de Spijcker' in Bergen.


 

1927 Carnaval in Roermond. Zus - Loes en nichtje Chris van Lin.


 

1928.  Bezoek bij de familie Franssen in de Lindanusstraat - Roermond.  

v.l.n.r. Elbert -  Chris van Lin, Phine - Tonny van Lin met dochtertje Wilmy en haar man Gerard van Bracht,  (destijds huisarts in Well) en Loes.


 

1928 Elbert Franssen.


 

Een krantenfoto  uit november 1929 met als onderschrift:

De bekende Katholieke componist Elbert Franssen, directeur van het Kathedrale kerkkoor te Roermond, herdenkt zondag 10 november a.s. zijn zilveren jubileum in die functie.


08-11-1929 Zilveren feest van Elbert Franssen EEN FIJN MUSICUS EN KOORLEIDER JUBILEERT.

Elbert Franssen zal a.s. Zondag zijn vijfentwintig jarig jubilé vieren als directeur van het koor der Kathedrale Kerk te Roermond. Met veel sympathie hebben zijne stadgenooten kennis genomen van dit feit, zoóals gebleken is uit de wijze, waarop het plan tot aanbieding van een huldeblijk door zooveien is ontvangen. Wanneer het geldt een oordeel te vellen over de verdiensten van een scheppend en leidend musicus, mogen leeken als wij wel onze gevoelens van waardeering vertolken, maar op de eerste piaats moeten dan de deskundigen spreken, zij vooral, die in edelen wedijver met onzen jubileerenden componist de kerkelijke zangkunst dienen. Daarom heeft het comité het oordeel gevraagd van eenige autoriteiten op musicaal terrein, hetwelk wij hieronder voor het publiek openleggen: 

Elbert Franssen. Laten wij vooreerst den bekenden musicus aan het woord, den Dominicanerpater D. van der Geest, pastoor te Rotterdam: Hoeveel werk er te verwachten ligt, een oogenblikje moet ermaar af, om te voldoen aan het schrijven van het Comité, n.1. een artikel te schrijven over den jubileerenden musicus in Roermond. Het kan kort zijn en toch .... veel zeggen. Kort is het echter alléén, wanneer ik verklaar altijd zeer ingenomen te zijn geweest met hel werk van den componist Franssen. Altijd weer, hoevele malen? zijn werk te hebben aanbevolen. Altijd weer kans te hebben gezien, soms schijnbaar eenvoudige 2-stemmige nummers, op te voeren tot een soort muzikale gebeurtenis, waarover onze klooster-communiteit met bewondering sprak. Deze verklaring is kort — maar ze zegt niet veel. Maar., wat wèl vèèl en méér en .. alles zegt? Dat twee onzer allergrootste componisten het werk van Franssen hoog waardeeren, er altijd weer met warme belangstelling kennis van hebben genomen, overtuigd waren van zijn zeer persoonlijk talent, zijn goeden smaak en vakkennis. Ik blijf garant voor de waarheid dezer verklaring, waartoe ik in ons landje misschien alléén in staat ben. En die twee grooten onder de grooten waren: Philip Loots en Willem Heydt. U ziet: een artikeltje kan kort zijn en toch enorm veel zeggen. Daarom was het mij op dezen feestdag en... van harte te doen.  D. van den Geest O. P.

Thans volge het oordeel van den Amsterdamschen verdienstelijken koorleider en componist den heer Alphons Vranken:

Bij een jubilé.  Gaarne voldoe lk bij deze aan het verzoek van het Huldigings-Comité, eenige woorden te wijden aan den Zilveren Jubilaris: Elbert Franssen. Als componist heeft hij velen aan zich verplicht, door verscheidene waardevolle werken van hem verschenen. Zijn composities getuigen van den fijn-muzikalen geest en van zijn werken een blijvende plaats hebben op de repertoires en altijd graag gezongen en gespeeld worden. Als paedagoog mocht ik den Jubilaris leeren kennen en waardeeren als mede-examinator der R.K. Organisten- en Directeurenvereeniging op de examen te Utrecht. Als dirigent op de eerste plaats van het Kathedrale koor te Roermond, ken ik (als Amsterdamsch collega) den heer Franssen in deze kwaliteit alleen van zijn reputatie. Echter had ik, als Jurylid op een zangwedstrijd te Haarlem, ook éénmaal het genoegen den Jubilaris als dirigent te leeren kennen. Bij die gelegenheid het hij door zijn zangers als verplicht nummer een ,,Sanctus" van mij zóo zingen, dat zijn artistieke en wijdingsvolle opvatting verre boven die zijner concurenten uitstak. Hier ook toonde de heer Franssen een — zij het dan ook klein — staaltje van zijn hoogstaande dirigenten-capaciteit. Bij mijnen hartelijken gelukwensch op dit, zijn Zilveren Jubileum, voeg ik den oprechten wensch, dat de begaafde en sympathieke toonkunstenaar Elbert Franssen in zijn verder werkzaam leven steeds naar waarde en verdienste moge gewaardeerd worden in de, voor ons musici en kerkmusici, schoone, doch vaak zeer moeilijke levenstaak. Ad muitos annosl ALPHONS VRANKEN, Amsterdam.


 

Elbert en zijn echtgenote Phine.


 

Ook voor de wereldlijke muziek in Roermond en omstreken heeft hij veel gedaan. Voor zijn verdiensten werd hij  in 1929 begiftigd met de onderscheiding “Pro Ecclesia et Pontifice”. De kerkmuziek bleef hem steeds boeien. Op zijn ziekbed componeerde hij in liggende houding nog twee missen.

Door de evacuatie naar Friesland was zijn gezondheid erg achteruit gegaan. In juni 1945 keerde hij ziek en uitgeput terug naar Roermond, waar hij zijn laatste levensjaren op het ziekbed doorbracht. Op 28 mei 1950 overleed deze talentvolle en begaafde musicus. Talrijke muziekvrienden begeleidden hem op zijn laatste gang. 


 

De tien meest wereldwijd verspreidde werken van Elbert Franssen.

Bloemkrans (1915): tien geestelijke liederen met Veni creator spiritus en Tantum ergo voor drie gelijke stemmen met begeleiding van orgel of harmonium.

Tu es sacerdos in aeternum! (1911): priester-cantate: voor soli en koor: met begeleiding van orgel of piano: opus 49

Kerst-cantate (1915): 'De herders van Bethlehem' : voor soli, tweestemmig vrouwen-, mannen- of knapenkoor en orgel- of harmonium-begeleiding: opus 56

Missa octava (1907): in honorem S. Angelae Mericiae: ad duas voces aequales cum organo: opus 20 

Missa cum Benedictione in honorem S. Joseph sponsi B.M.Virginis (1906): ad duas voces aequales organo vel harmonio comitante : opus 13

Tantum ergo (1925): voor 2 gelijke stemmen met begeleiding van orgel.

Bij een Priesterfeest (1925):Cantate, voor driestemmig mannenkoor en barytonsolo met begeleiding van orgel of piano.

In Bethlehems stille velden: cantate voor soli en tweestemmig koor met begeleiding van orgel of klavier. 

Cantate (1908): ter gelegenheid van het 50-jarig Priester-Julibé van Z.H. Pius X, 1858-1908: voor 3 of 4-stemmig mannenkoor en soli met begeleiding van piano of orgel.

Kerstliederen

 

 


 

 Weduwe Phine Franssen - Peeters.


 

 In Well wordt de naam van deze bekende Wellenaar bewaard in de officiële aanwijzing van de "Elbert Franssenstraat". Om de verbindingsweg tussen de Papenbeek en de Sterrenbos zo te noemen, was een besluit van de gemeenteraad in 1968.

Ook in Roermond is een straat naar hem vernoemd.

 


 

In het jaarboek van 1950 van het Bisschoppelijk College Roermond, schreef Dr. A. van Rijswijck een artikel om Elbert Franssen te herdenken: