Kweke Grad - dorpsfiguur

Kweke Grad woonde hoog op een Maasduin aan de Paad in een huisje met slechts één vertrek, bedekt met een strooien dak.
De Paad (vroeger Kamper voetpad of Kerckepaadje) is de weg tussen 't brouck, de natte, lagergelegen weilanden en het zg. overbrouck, het hogere deel, waar huizen stonden.
Juist op deze scheiding ontstond een pad, waarover men van buitenaf: 't Leuken, de Vissert, De Kamp enz. naar de kerk, naar het dorp liep. Bij  hoeve "Op den berg" (nu Harm Valckx) ging het pad richting Kasteel, over 't Plenkske en den âlden Diek.
Aan dit pad, hoog op de zandberg, woonde Kweke Grad. De zandberg werd in de jaren '30 afgegraven om de weien te verhogen zodat de nieuwe Kasteellaan aangelegd kon worden, vanaf waar nu het kruis staat.

Grad was een zonderlinge figuur met, zoals we hem van de enige bekende foto kennen, altijd een schortje voor, een zakdoek om de hals en een hoed op.
Deze was iets kleiner en boller dan die van zijn broer Kweken Hannes.
Over alle kleren heen een jas, bij elkaar gehouden met een touw. En... grote klompen aan.
Hij had bijna geen tanden meer en als hij begon te praten bewoog zijn hele gezicht.
Naast een koe, een paar geiten had hij ook enkele katten.
Grad melkte de geiten, dronk zelf melk, liet de katten boven op de tafel uit een bakje drinken en gaf ook de geiten nog iets.
Om verder aan de kost te komen ging hij bij de boeren spitten, schoffelen,aardappelen uitdoen enz.
Zo verdiende hij weer een paar grossen.
Grad verkocht wel eens wat op de Wellse markt, die plaats vond in de Grotestraat. Daarvoor (voor de markt) had de Koning zelf octrooirecht verleend op 9 september 1689.

De wekelijkse markt in Well vond altijd plaats in de Grotestraat.
In de buurt van Otten en Han de Jut (nu nr. 37 - 27 ) stond het vee in lange rijen bijeen. (Men bond ze aan de paaltjes, zie bovenstaande foto).
Wat verderop, richting veerpont, knorden de biggen in hun korven en bij het Veerhuis stonden kraampjes met handelswaar.
Een draaiorgel zorgde voor de stemming en voor een paar grossen draaide de orgelman verzoeknummers.
Waren de mannen klaar met kopen/verkopen, dan trokken ze van herberg naar herberg en die waren er in de Grotestraat héél wat.
Op één van die marktdagen kocht Jan den Duuvel een koe van Kweke Grad, waar hij zijn Teun echt blij mee maakte.
De koe kreeg de naam Tonia.
Als Kweke Grad bij de boeren werkte, kreeg hij daar meestal te eten. Hij "spaaide" dan zoveel als hij kon naar binnen, want het viel niet mee als je alleen zat. En sinds z'n vrouw gestorven was vond hij het wel fijn als hij " òp de aet genuujd wier."
Toch had Grad nog een ander probleem: verwaarlozing.
Hij waste zich zelden of nooit en dat kon je ruiken.
Tellen kon hij slechts tot tien en 33 rijen aardappelen waren er 3 maal tien en nog 3.
Hij ging wel elke dag naar de kerk en verzamelde dan op de terugweg het dor hout in de Kasteellaan.
Dat stapelde hij naast z'n huis op bij de kruiwagen, de schop, de riek en schoffel.
In de ijzeren band van de kruiwagen kon hij tellen hoe oud hij was: ieder jaar werd er een streepje bij gekrast.
In een kist binnen verzamelde hij etenswaar, dat ook beschimmeld werd opgegeten: "Mikt niks uut", zei Grad dan.
Wat Grad wel erg vond waren de Wellse belhamels en denne (meisjes), die hem plaagden.

De Wellse jeugd kon het echt niet laten deze oude man te pesten en
te plagen. Ze lieten de beide geiten Griet en Jan los, ze bonkten op de schamele deur van Grads huisje en plukten de noten van zijn notenboom. Twee van deze bengels worden zelfs met naam genoemd, maar kunnen het helaas niet navertellen: An Wijers en Jan Lucassen.
Als ze Grad plaagden ging die hen achterna met schoffel of riek.
"Ik staek ze án de riek" zei hij dan.
Maar Grad kon niet zo hard lopen als de belhamels.
Als het weer zo ver was, was het op de Paad een spektakel van je welste, want Grad kon verschrikkelijk kwaad worden.
Hij schreeuwde dan zo hard, dat nicht Trui, de dochter van Kweke Hannes, die in het Armenhuis woonde, op het lawaai afkwam. Voordat het gezin van Kweke Hannes in het Armenhuis verbleef, woonde het in de Bosserhei.
In het Armenhuis was Trui altijd bang, want het spookte daar soms, zei Trui.
De vorige bewoner Kiepse Coen waarde daar nog rond en bij onverwachte geluiden kromp Trui in elkaar van schrik.
Kweke Grad was een echte dorpsfiguur en héél Well kende hem. Kapelaan Janssen, een echte historicus vond hem zelfs zo bijzonder, dat hij met burgemeester Peters een foto van Grad naar een groot museum in Amsterdam stuurde.


Gegevens van enkele dorpsgenoten: Iemand meende dat Grad Derks heette, weer anderen Terpoorten of Verpoorten. Enkele mensen vertelden dat ze als kind een zekere Grad Terpoorten hebben gekend die aan de Paad woonde. Hij verkocht bosjes gemaakt van sleedoorntakken. Deze werden gebruikt om na de slacht de worst op te hangen om te drogen.
Rinus van Aerssen heeft in ieder geval het huisje van Kweke Grad mee afgebroken na diens overlijden.