Reinier Jacobs en Johanna Heselmann

Peter Reinier Jacobs (Hutse Nierke) *Well 24-04-1853 †Well 30-04-1931. Oudste zoon van:  Antoon Jacobs (Hutse Toeën) *Well 15-06-1826 †Well 15-02-1905 en Hendrina Janssen *Venray 16-02-1829 † Well 02-01-1920 (verder had dit echtpaar Jacobs-Janssen nog drie dochters en drie zonen)

Gehuwd te Wissel-Ward (Duitsland) op 04-05-1881 met Johanna Heselmann *Grieth (Duitsland) 20-10-1861 † Well 16-03-1947. Dochter van: Johann Heselmann en Elisabeth Bosmann, wonende in Grieth, nabij Kalkar.

Het echtpaar Jacobs-Heselmann kreeg drie dochters:

Elisabeth *Well 17-04-1882 †Uedem (Dld) 01-06-1897

Hendrina Johanna *Well 16-04-1885 †Well 03-03-1963. Gehuwd 19-06-1906 met Leonardus Heijnen

Anna Theodora *Well 13-08-1891 †08-4-1928. Gehuwd 11-04-1912 met Antonij Kopczinski 

Tolhuis - Boerderij - Herberg en Logement "De Wellsche Hut " waar eeuwenlang de familie Jacobs woonde. In de achttiende eeuw het echtpaar Reinirus en Anna Catharina Steenackers, de ouders van o.a. Jacobus Jacobs, die in het huwelijk trad met de Wellse Alegonda Heijligers. Hun zoon was Antoon Jacobs, bekend als Hutse Toeën en vader van Hutse Nierke.

Omdat er geen stamhouder en opvolger was deed Hutse Toeën zijn boerderij in 1906 over aan het echtpaar Willem Weijs en Elisabeth Kessels.

Zij waren bekend als Hutse Willem en Hutse Beth 


 

Doorke Derks-Jacobs   (Hutse Doeërke) was een zus van Hutse Nier.

Een van de drie broers van Nier was Hutse Koeëbus *22-01-1862 †11-07-1940. Hij, zijn Wellse vrouw Johanna Rutter (bijnaam d'n Uul) en hun enigste zoon Antoon *Well 14-05-1891  †Ubbergen 03-08-1971 woonden in het Wellsmeer in het z.g. "Tolhuis".  Het tweede kind, dochterje Hendrica werd drie maanden, ze stierf op 18-10-1899.

 

 

 

 

 

 


 

 

 

Reinier was een vrolijke, ondernemende man en genoot van zijn vrijgezellen bestaan. Hij werkte hard, maar ging ook naar de jaarlijkse kermissen in de buurt. Tijdens de kermis in Kalkar werd Reinier tot over zijn oren verliefd op een jong meisje. Het eerste contact zou wat stroef zijn verlopen, maar vanaf dat moment miste Reinier geen enkele kermis meer in die buurt, totdat hij wist hoe ze heette en waar ze woonde: In Griet aan de Rijn.

Hij besloot de zaken groots aan te pakken en haalde zijn vader over om hun schapenkudde fors uit te breiden. Goed voor de hei en de stijgende wolprijs op de Europese markt. Al gauw toog Reinier met een dikke beurs richting Achterhoek, waar hij in de buurt van 's Heerenberg zo'n 100 schapen wist te bemachtigen. Bij Emmerich trok hij met de kudde de grens over, maar nam niet de kortste weg naar Well. In zuidelijke richting zakte hij eerst langs de Rijn af, om in Grieth indruk te maken op Johanna. Met groot vertoon,een bos rode rozen en blatende schapen kwam Reinier het marktplein overgestoken naar de Heselmanns. Vertederd door zoveel inspanning werd Johanna al gauw toeschietelijker. Maandelijks ging Hutse Nier over een afstand van ca.35 km. te voet naar zijn geliefde om haar weer te kunnen zien. In 1881, het jaar dat Johanna 20 werd en Reinier 28 was, gaven ze elkaar het ja woord en Reinier liet voor hen een mooie boerderij bouwen in het Koelenven.

Rechts achter de bomen is de woning van de familie Heselmann-Bossmann.


 

Hutse Nier en Johanna gingen aan "den grindweg Well-Weeze" wonen, in het z.g. Koelenven. Nu Wezerweg 9.

In de tijd dat Nier en Johanna getrouwd zijn en hun dochters opgroeiden bestond het gebied ten oosten van de Rijksweg nog uit vennen en woeste grond, begroeid met  hei. Men stak er zelfs turf. Het bestond uit schrale zandgrond, men zei ook wel "konijnenzand". Hutse Nier bezat 31 ha. van dit gebied. Tussen de zanderige toppen van de Maasduinen, in het dal noordelijk van het grote meer, was zijn grondstuk vruchtbaar gemaakt. Kunstmest was in die jaren in opkomst maar erg duur. Die was aan Nier niet besteed. Schuin tegenover het Koelenven, aan de zuidkant van de doorgaande weg naar de Wellsche Hut, lag een gebied van 500 ha. dat van de gemeente Bergen was.  Dit noemde men het "Wellsche Meehr".  Het was een uitgestrekte wildernis met met grote vennen ertussen, waarin hele koppels eenden zaten en dikke paling zwom.


 

Johanna en Reinier Jacobs.

Samen hebben ze lief, maar ook leed moeten delen.

Veel verdriet hebben ze gehad om de dood van hun dochters. Allereerst de oudste dochter Elisabeth, die als 15 jarig meisje stierf. Ze woonde vlak over de Duitse grens als dienstmeisje in Uedem. Toen ze alleen thuis was heeft ze petroleum op een smeulend vuurtje gegooid om het weer aan te wakkeren. Daarbij sloeg de vlam in de petroleumkan en deze explodeerde. Met derde graads verbrandingen stierf ze enkele uren later in het Sankt Laurentius Hospital in Uedem.

In 1928 stierf de jongste dochter Anna Theodora, drie weken na de geboorte van haar zevende kind. Zij was met Anthonij Kopczinski getrouwd en werd 36 jaar. Johanna heeft zoveel mogelijk de huishoudelijke taak van haar dochter in huize Kopczinski overgenomen. 


 

Het beroep van Nier was landbouwer, maar de landbouw leverde op de droge zandgronden niet veel op, Hij had zoals beschreven ook zo'n 100 schapen die op de Wellsche Heide graasden, zijn knecht was er om ze te hoeden. Op de vochtige heidegrond werden plaggen gestoken en stookturf van gemaakt. Met de hogere heibulten werd het vee gestrooid, als ondergrond in de potstallen. Dit werd met de uitwerpselen tot compost vermengd en gebruikt als mest. Met zijn knecht werd er door Nier hei gesneden en per kar naar Weeze vervoerd. Daar werd de hei verkocht  aan de geitenboeren. Van de opbrengst werd de lege kar weer volgeladen met een kolenvoorraad voor de winter, die gekocht werd bij Halmans Gerhard aan de spoorbaan in Weeze.


  

Als vertegenwoordiger van N.V. "de Princepeel" kocht Conrad Hubert Heinrich Ignaz van Ophoven een perceel grond van 20 are 68 centiare voor vijftig gulden van Nier Jacobs.

Zijn vader Dominicus van Ophoven wilde het Wellsmeer gaan ontgingen en had de grond in 1901 voor 40 jaar gepacht van de gemeente Bergen. Men wilde echter ook de bos- en heidevelden aan de andere kant van de grindweg Well-Weeze hebben. Hutse Nier werkte mee door een verbindingsstuk te verkopen. De zaak werd bij zijn vader in Herberg "de Wellsche Hut" beklonken en op 03-09-1904 officieel in bovenstaande akte te Roermond vastgelegd.

Maar: de gemeente Bergen bedacht zich en besloot de heidevelden zelf in cultuur te brengen. Ignaz van Ophoven trok zich boos en teleurgesteld terug uit dit project en 15 jaar later was het perceel weer in eigendom van Hutse Nier. Later zou Philomena van Ophoven het pachtrecht overnemen van haar broer en alsnog  kon er gestart worden met de ontginning van het Wellsmeer .  Het meer viel droog en de eenden en paling verdwenen.... 


 

Dochter Anna Theodora en Antony Kopczinski.  Zij kregen zeven kinderen, waarvan vier zonen in leven bleven: Antoon, Piet, Jan en Jup.


 

Dochter Hendrina Johanna en haar a.s. bruidegom Lennard Heijnen, met wie ze in 1906 trouwde.

Het paar "trouwde in" bij Heijnen in het Knikkerdorp en kregen negen kinderen, waarvan er twee jong stierven. Jan- Hanneke-Toon-Martijn-Dien-Piet en Thei hebben voor veel nazaten gezorgd. 

In 1918 had Lennard een stuk grond met een driehoekige vorm gekocht van Jenneskens van "de Grote Waaij". Na de  Maas overstroming van 1926 was de oude Heijnen boerderij rijp voor de sloop en begin 1930 werd er nieuw gebouwd op het huidige adres Schepersweg 3.


 

Johanna Jacobs-Heselmann op bezoek in de nieuwe boerderij in het Knikkerdorp bij schoonzoon Lennard Heijnen en dochter Hendrina.


 

Oma Jacobs-Heselmann tussen haar twee kleinkinderen Dien en Hanneke Heijnen en Hannekes dochtertje Ria.


 

Johanna was een sterke vrouw, ze overleed op 85 jarige leeftijd. Haar man, twee dochters en een aantal kleinkinderen had ze overleefd.