Zoek

Tolhuisje aan de Rijksweg

Door de gemeente Bergen werd jarenlang tol oftewel weggeld geheven voor iedereen die over de grote wegen van de gemeente kwam. Aan de zuidkant van Well gebeurde dat in dit huisje. Een dikke boomstam versperde de weg, zodat niemand er zonder betalen door kon. Met het tolgeld werd het onderhoud van de wegen bekostigd.

Het vervoer over land ging tot in de twintigste eeuw met kar en paard, per rijtuig, hondenkar of kruiwagen. Verharde wegen waren er vóór 1845 niet. Een enorme verbetering voor de ontsluiting van de gemeente Bergen was de voltooiing van het traject Venlo-Nijmegen van de Rijksweg naar Maastricht. Een verharde weg die over een lengte van 27 kilometer over Bergens grondgebied liep.

Zo betaalde men lange tijd voor elk paar wielen 2,5 cent en voor een paard moest 5 cent worden neergeteld. Het recht om tol te heffen werd door de gemeente verpacht. Vanaf 1916 heeft de gemeente op haar wegen geen tol meer geheven.

De ligging van het Tolhuis van Grad Baltissen - van Riswijck.

Baltissen had zelf een stukje land en werkte bij de boeren. Hij pakte alles aan wat hij maar krijgen kon. En al vlug gingen een paar kinderen verdienen. Als je veertien jaar was, moest je maar zien dat je geld binnenbracht. Ook hadden ze hier vroeger café en tot na de Eerste Wereldoorlog is dit een tolhuis geweest. Over de weg lag een zware boom en niemand kon voorbij, of hij moest tolgeld betalen. Aan deze Provinciale Rijksweg moest men tot na de Eerste Wereldoorlog nog weggeld betalen.


 

Krantenartikel van 17-02-1894. Gerardus Baltissen had het recht van tolheffen op de Rijksweg in Well gekocht voor de pachtsom van ƒ36,00. 


 

Kaart uit 1890. Er werd ook aan de grensovergang "de Wellsche Hut" tol geheven.


 

Het voormalige tolhuis anno 2010.