Amaury Esser, pastoor te Well 1920-1940

Amaury Coenrard Karel Amaury Esser *Venray 18-04-1868 †Venray 22-11-1944

Zoon van Philip Hubert Wilhelmus Esser (burgemeester) *Venray16-11-1828 † Venray 27-05-1898 Gehuwd op 21-05-1860 met Anna Dorothea Sibilla Engels *Helden 24-05-1937 †Venray 24-05-1923 (dochter van de burgemeester van Helden)

Kleinzoon van Peter Coenrard Esser (apotheker) * Erkelenz (Dld) 22-02-1778 Gehuwd 13-01-1812 met Maria Petronella Minten *Venray 11-03-1792 †Venray 28-03-1837

Kleinzoon van Jan Michel Engels (burgemeester) *Helden 09-11-1791 †Helden 10-03-1846 Gehuwd 25-09-1834 met Christina Petronella Verhaegh (koopvrouw) *Helden 17-02-1799 †Helden 18-04-1881


 

De familie Esser in Venray:

 


 

Philip Hubert Wilhelmus Esser, de vader van Amaury. Burgemeester van 1875-1898 te Venray.


 

Dat de ouders van Amaury zeer rijk waren blijkt ook uit dit bericht in de Staatscourant anno 1898, waarin deze alfabetische lijst werd gepubliceerd


 

Amaury Esser was destijds kapelaan in Weert. 


 

Bericht uit de krant van 02-03-1920.

Doordat de deken van Gennep ziek was kwam zijn plaatsvervanger, de deken van Horst, voor de installatie van de nieuwe Wellse pastoor. Wegens de vastentijd werd dit een eenvoudige, sobere plechtigheid op zondag 27-03-1920.


 

Uit de krant van 25-03-1920


Pastoor Esser had veel zorg voor zijn parochianen en deed veel goeds in ons dorp. Maar hij was erg streng en conservatief in de katholieke leer, zoals dat in die tijd waarschijnlijk bij de meeste pastoors was. Zijn preken met dreigementen logen er niet om en menigeen sliep er slecht van. Zijn wil was wet en wee degene die zich daar niet aan hield.....

Veel verhalen werden verteld door Wellse mensen hoe het er aan toeging in de Katholieke kerk in die tijd, Stellen die wilden trouwen moesten eerst bij de pastoor op 'huwelijksexamen'. Vóór het huwelijk mocht ‘het’ niet, erna moest ‘het’. Bleef de eerste gezinsuitbreiding, of bij de volgende, te lang op zich wachten, dan kwam de pastoor informeren. Moeders die een baby hadden gekregen waren 'onrein' en moesten in een volle kerk de "kerkgang" doen. Was het kindje levenloos geboren dan moest de vader het zelf begraven in ongewijde grond. Zo was het destijds nu eenmaal en de mensen hadden het maar te accepteren.

Citaat van Jan Reiniers (postbode) uit de Grotestraat:

Onder het bewind van pastoor Esser was ik bij de misdienaars. Deze pastoor was een echte tiran. Als er iets gebeurd was in het dorp wat hem niet aanstond, dan liet hij dat zondags luid en duidelijk weten vanaf zijn preekstoel. Om de parochianen nog beter te overtuigen maakte hij gebruik van zijn vuisten. Hij sloeg hiermee zo hard op z'n preekstoel dat zijn handen daar toch wel last van hebben gehad.....

Citaat van Koos Janssen (dochter van bakker Karel uit de Grotestraat)

Mijn zus Jo trouwde ondanks het verbod van pastoor Esser met haar protestante vriend. De pastoor preekte er schande van en veroordeelde haar vanaf de preekstoel. Mijn ouders werd verboden om nog enig contact met ons Jo te hebben. Toen moeder ernstig ziek was en Jo toch thuis kwam, kreeg de pastoor dit te horen en is nadien nooit meer klant geweest in onze winkel....Ik zelf had ook verkering met de protestante bedrijfsleider van het Wells Meer. De verkering heb ik uitgemaakt om mijn ouders niet voor de tweede keer veel verdriet aan te doen en ben mijn leven lang door hartzeer vrijgezel gebleven. Ik was niet de enige in Well ....


 

Uit de krant van 26-05-1923


 

Foto rond 1920 in de tuin van de pastorie in de Hoenderstraat.

Pastoor Esser met zijn zus Josephina Janssen - Esser en haar dochter Dorothea. Op de achtergrond huishoudster Truus de Kleijn.

Josephina Esser was getrouwd met Antonius Johannes Josephus (Antoon) Janssen, geboren 26-04-1871 in Grave. Hij was huisarts te Venray en later geneesheer directeur van psychiatrisch ziekenhuis St. Servatius aldaar.

 Het stamhuis van de familie Janssen was de Gulickshof in het Elsteren. De vader van Antoon Janssen vertrok naar Grave om apotheker te worden. ToenAntoons zwager Coenraad Esser en enkele familieleden de "Maatschappij Well" had opgericht, en in 1905 het kasteel van Well met alle landerijen opkocht, kwam de Gulickshof weer in handen van de familie Janssen.


 

Uit de krant van 26-08-1925. 

Geertruida de Kleijn was op 12-06-1870 te Bergharen (Gelderland) geboren. Ze kwam in 1898 in dienst bij kapelaan Esser te Weert, vervolgens Maastricht en daarna in Well.


 

Uit de krant van 09-03-1934


 

Uit de krant van 09-03-1934


 

Uit de krant van 17-03-1934


 

Het prentje dat de schoolkinderen kregen. Dit exemplaar is zorgvuldig bewaard door Truus Swemmers uit 't Elsteren, destijds was zij bijna acht jaar.


 

1936 bij de ingang van de kerk.

v.l.n.r. Kapelaan Alexander Mestrom - Missionaris pater Zuure van de Witte Paters, die in de Hoogmis gepreekt heeft over de missie in Afrika - Pastoor Esser  - rector van Vree van het Wellse Bejaardenhuis / Zusterklooster, van de paters van Steyl.


 

Uit de krant van 25-11-1937


 

Uit de krant van 19-10-1938

De opvolgster van deze huishoudster was Cato Coppers uit Well, zus van koster Frans Coppers.


 

Uit de krant van 02-11-1938.


 

Uit de krant van 09-08-1939


 

Uit de krant van 27-11-1945