Een kerkklok uit Well in de kerktoren van Heijen.

IHS S. Patronus : Vitus, anno 1650
G. C. Anna Maria dna in Wel et r. D. Pastor Reinerus Raets.

 


 

Zaterdag 1 juli 2017 bracht een kleine delegatie van ons archief een bezoek aan de Dionysiuskerk in Heijen om te proberen de "Wellse" klok op de foto te zetten. We werden hartelijk ontvangen door mevrouw Tiny Maas, wiens (inmiddels overleden) man in 1985 een boek geschreven heeft, getiteld Heijen. Leven en geloven door de eeuwen heen. Ook het verhaal van de klok uit Well wordt daarin beschreven.


De klim in de toren van vier verdiepingen via één vaste trap en drie ladders verliep tamelijk probleemloos, maar toen Archief Well voorzitter Ger Peters helemaal bovenin het laatste luikje opzij schoof, bleken we pal onder de vier klokken uit te komen. Met veel moeite wisten hij en Michel Stevens zich toch nog door het draagwerk van de klokken heen te wurmen en stonden ze even later naast de vier klokken, waaronder die uit Well uit het jaar 1650. Toch wel een bijzonder moment! Het fotograferen van de achterkant van de klok was het volgende probleem, want dan moest weer door de klokkenstoel naar de andere kant gekropen worden, wat Ger Peters met heel veel moeite lukte. Vervolgens was het wegwezen geblazen, want het was inmiddels ruim kwart voor twaalf en voordat de klok ging slaan moesten we weer door de klokkenstoel gekropen zijn naar de opening eronder waar de ladder wachtte met Sraar Koenen erop, die onze capriolen vanuit het trapgat gadegeslagen had. Helemaal beneden wachtte de rest op ons en kregen we van mevrouw Maas in de sacristie een welverdiend kopje koffie. Nog een lid van het kerkbestuur was aanwezig en pastoor Reijnen had tijdens de klimpartij ook nog even zijn belangstelling getoond. Mevrouw Maas liet "onze" klok (de kleinste van de vier) nog even luiden, zodat er buiten een geluidsopname van gemaakt kon worden. Na hartelijk afscheid genomen te hebben ging de tocht besmeurd maar voldaan weer huiswaarts. Hopelijk komt de klok, net als die uit 1783, ooit weer eens terug in Well. Tot zolang moeten we het doen met de foto's en geluidsopname!

Toen onderstaande drie klokken aangeschaft werden, is de klok die nu in Heijen hangt weggegeven of verkocht aan de Dionysiusparochie.

Bericht uit 1893 over de klokopschriften in de oude St. Vituskerk aan de Maas. 

De Wellsche torenklokken zijn alle van 1782 / 1783. Vroeger hingen ze in het eenige kleine torentje op het koordak, doch werden na de verbouwing der kerk in 1841 verplaatst, waardoor het zich verklaren laat, dat klokken van zulke geringe afmeting en lichten toon zich nu in den nieuwen grooten toren bevinden.


De middelklok, waarop het uurwerk (uit het jaar 1704) loopt, heeft het volgend opschrift:
In hon. SS. Trinitatis et B. M. V. dna in Well baronissa de Liedel; pastore J. F. A. van Hilst. onder het Moeder Godsbeeld het bekende : ViVos VoCo MorTUos pLango
Düra tonitrUa peLLo. d. i. Ter eere van de allerheiligste Drievuldigheid en der Zalige Maagd Maria toen de barones van Liedel vrouwe in Well en Jan Frans Antoon van Hilst aldaar pastoor was. het Latijnsch chronogram geeft het jaartal 1782 en luidt vertaald :
De levenden roep ik, de dooden beween ik, felle donders verdrijf ik.

De tweede klok aan de Evangeliezijde geeft ons de gieters te kennen. „Alexius Petit en Everardus Petit en Alexius Petit junior me fecit (sic) Ao 1783".
Deze twee vermelde klokken schijnen in die jaren omgegoten te zijn.


Op de kleinste, de derde; eene adellijke gifte, aan den Epistelkant staat te lezen. „T. J. de Liedel. nata. Coget. baronissa de. Well. me. dedit. Alexius Petit en Evardus Petit en Alexius Petit junior me fecit (sic)
A0 1783." = Teresia Josepha van Liedel geboren Coget, vrijvrouw van Well heeft mij geschonken Alexius Petit en Evardus Petit en Alexius Petit de jongere heeft mij gemaakt ten jare 1783.

Deze drie klokken werden in november 1942 geroofd door de Duitse bezetter en omgesmolten voor de wapenindustrie . 

Uit de Maasgouw van september - oktober 1926:

ANNA MARIA GRAVIN VAN DEN BERGH weduwe van Bernard Albert graaf van Limburg Styrum, weldoenster der Wellsche Kerk.


Voormelde Vrouwe en haar broeder Herman Frederik graaf van den Bergh (wiens grafmonument zich nog in de St. Servaaskerk te Maastricht bevindt) waren natuurlijke doch gewettigde kinderen van Hendrik graaf van den Bergh, stadhouder van Gelderland, die in 1632 de Spaansche zijde verliet en te Zutphen in Mei 1638 overleed.
Anna Maria kreeg voor haar aandeel de heerlijkheid Well en was in 1628 gehuwd met „Bernard Albert grave zu Lymborch ende Bronckhorst, heer zu Styromb, Wisch, Borchloo ende erfkamerheer des Vorstendombs Gelder ende graafschap Zutphen, pandheer zu Liedtberch" gelijk hij zelf teekent.
Uit dit huwelijk sproten vier dochters :
Bernard Albert overleed te Keulen in 1637, de weduwe omstreeks 1652 ; beide werden te Well begraven.
Zij schonk ten jare 1650 eene klok aan de kerk harer heerlijkheid, toegewijd aan de H. martelaar Vitus.
Deze klok droeg het volgende opschrift:
IHS S. Patronus : Vitus, anno 1650 
G. C. Anna Maria dna in Well et r. D. Pastor Reinerus Raets.

versierd met een plakketje waarop schijnt te staan „Sancta Anna."
De vertaling van dit opschrift vindt men op bladz. 14 van jaargang 1924 der Publications de la Société historique et archéologique dans le Limbourg :
H. Vitus patroon, in het jaar 1650, de edelgeboren gravin Anna Maria Vrouwe in Well en de eerw. heer pastoor Reinerus Raets.
Een tweede geschenk was de prachtige zilveren Remonstrans, in den voet waarvan aangebracht is het gecombineerde wapenschild van den Bergh—Limburg— Styrom.
van den Bergh : veld zilver beladen met een leeuw van keel gekroond van goud, omzoomd met een zwarten rand waarin elf gouden penningen.
van LimburgStyrum : gevierendeeld : 1—4 op een zilveren veld een keelen leeuw gekroond, geklauwd en getongd van azuur (Limburg); 2—3 een veld van keel waarop een zilveren leeuw gekroond van goud (Bronkhorst); hartschild : gedeeld, rechts een veld van keel waarop drie gouden koeken (Borculo); links: op een gouden veld twee aanziende stappende leeuwen van keel boven elkander (Wisch).
De bovenvermelde klok is later in den toren te Heijen terecht gekomen, en de Sint Vitus klok van Well verkondigt nog immer in de Heijensche St, Dionysius kerk des
Heeren lof. Denkelijk is ze bij gelegenheid dat te Well in de jaren 1782 en 1783 drie nieuwe klokken in den toren werden gehangen aan de Heijensche kerk geschonken of verkocht.
De drie nieuwe klokken waren mede een geschenk van de gebiedende vrouwe der heerlijkheid Teresia Josepha Coget, weduwe van den heer Willem de Liedel, Ridder van het H. Romsche Rijk (1).
Een bekend Limburgsch historicus tevens goed muziekkenner schreef in den „Oprechten Venlooschen Volksalmanak" van het jaar 1908 (bladz. 77) over deze drie klokken het volgende :
„De Wellsche toren bergt in zijn midden een drietal klokken die eigenlijk geen dag uit den smeltkroes verwijderd mochten blijven. Geen menschelijk orgaan is in staat de geluiden weer te geven,,waarop wij door die „bronzen monden" dagelijks worden vergast."
De vier gebrandschilderde vensters in het koor zijn een geschenk van de familie van Schloisnigg te Weenen, eertijds bezitters van het Huis Well.
Gelukkig kunnen wij mededeelen dat die prachtige 17de eeuwsche Remonstrans nog niet verkocht of verkwanseld is.
Meerloo. M. J. Janssen, pastoor.


 

Deze klok draagt het opschrift: IHS S. Patronus : Vitus, anno 1650 G. C. Anna Maria dna in Wel et r. D. Pastor Reinerus Raets.