Kleuter en Lager Onderwijs in Well

Romeinse tijd.

In de Romeinse tijd , die voor ons ca. 50 vóór Christus begint, hadden Trier, Xanten en Keulen al hogere scholen. Het ligt voor de hand, dat de Romeinen ook in de kleinere steden en dorpen de kinderen onderwezen. In de geschiedenisboeken lezen we dat dit gebeurde door geletterde slaven. Het vermoeden, dat in onze regio al vroeg onderwijs plaats vond, wordt nog versterkt door het feit, dat in de streek van Rijn en Maas zeer veel schrijfstiften zijn gevonden.

Frankische tijd.

Toen vanaf de 5e eeuw vanover de Rijn de Franken hier het land bezetten, ging het onderwijs achteruit, maar met de komst van de predikers-missionarissen ging het weer de goede kant op.

Het jaar 1000

Uit gegevens blijkt dat rond het jaar 1000, kinderen in onze streek vanaf 7 jaar de dorpsschool bezochten en wat Well zelf betreft zijn er veel historische gegevens vanaf de 16e eeuw.

 Een rel in Well in het jaar 1535

Zoals beschreven in het boek " Well en Wee", van pastoor Th. Driessen, moet Well op stelten hebben gestaan over een schoolmeester Ingenhoven, die de jeugd in de parochieschool zijn ketterse denkbeelden bijbracht. Deze meester Jan was aangesteld door de kasteelheer Adriaan van Bylandt, die het katholicisme in Well wilde uitbannen. In ons dorp leidde dit echter tot een grote opschudding onder de Wellenaren en de kasteelheer moest meester Jan vervangen door een andere onderwijzer.

Ketterse boeken op de brandstapel.

In de 16e eeuw waren er ook in Limburg,  veel aanhangers van de reformatie, die natuurlijk beteugeld moesten worden.

In 1570, toen de eerste bisschop van Roermond, Lindanus een bezoek bracht aan Well, trof hij hier in een grote boekwinkel ketterse boeken aan. Zelfs een exemplaar van het beruchte ketterse smaadschrift de "Byenkorff"

's Avonds liet de bisschop al deze ketterse boeken bij de Maas verbranden, tot grote woede van de kasteelheer, die schadevergoeding eiste.

In welke taal werd er lesgegeven?

Het onderwijs werd gegeven in de omgangstaal, de streektaal, het dialect. Da's mekkelek zudde zegge! Jao, um te praote wel, ma nie um te schrieve..... Ook in de kerk werd ook het dialect gebruikt, naast de gezangen in de Latijnse taal.

Door de uitvinding van de boekdrukkunst veranderde dit echter, er werd toen geschreven in één taal voor héél Nederland. Die taal kreeg de naam Algemeen Beschaafd Nederlands (ABN) Een enigzins foutieve naam, omdat zo het vermoeden ontstaat, dat de veel oudere streektalen onbeschaafd zouden zijn. Niets is minder waar. Gelukkig zijn de veel oudere streektalen blijven bestaan en ze verheugen zich zelfs in een steeds grotere belangstelling.

Eisen.

In het aartsbisschop Keulen, waartoe Well behoord heeft, moest de onderwijzer eerst een examen afleggen bij de deken : de katholieke geloofsbelijdenis afleggen en zweren, dat hij niets zou onderwijzen uit ketterse boeken, maar uit boeken van de deken of de pastoor. Aan beiden moest hij ook gehoorzaamheid beloven. Op zon- en feestdagen moest hij met de kinderen naar de Mis met preek en naar de Vespers. (Tot in de jaren '50 - '60 zaten de leerkrachten nog bij de kinderen in de kerkbank!)

Pastoor

Er werden nog meer eisen gesteld vroeger: zo moest de onderwijzer er voor zorgen, dat de kinderen vier keer per jaar gingen biechten en hij moest les geven volgens de Romeinse katechismus, in de Nederlandse taal. Hij moest zorgen, dat de leerlingen de kathegismus kenden, die dan op zaterdag door de pastoor werd afgevraagd. En iedere dag moest er les gegeven worden in Gregoriaanse zang, vooral op zaterdag en voor feestdagen. We zien dus dat een pastoor in het dorpsleven veel te zeggen had. Soms trad hij zelf op als onderwijzer. Ook werd dit door de kapelaan of de koster gedaan. 

 Overkwartier van Gelre.

 In 1713 was het noordelijk deel van het Overkwartier van Gelre , waar Well toe behoorde, onder het bestuur van de Koning Frederik Willem I van Pruisen geplaatst. Dit was van grote invloed op het onderwijs hier in Well. In 1716 kwam het bevel, dat kinderen van 5-6 jaar, die al op het land werkten, minstens in de zomermaanden ook regelmatig naar school moesten. De opgroeiende jeugd tot 13 jaar moest ook 's winters naar school en dan onderwezen worden in lezen, catechismus, bijbelse geschiedenis, zingen, schrijven en rekenen. En ook nu weer gold de eis : les geven volgens de Rooms-Katholieke beginselen en in de Nederlandse taal.

Laatste koster / onderwijzer in Well

De laatste koster / onderwijzer in Well was Mathias Remmen. Hij werd in 1717 aangesteld door de deken, omdat zijn voorganger (aangesteld door de kasteelheer en de parochie) niet aan alle eisen voldeed.

 

Wandtekening van St. Vitus in de gelijknamige kapel aan de Maas. Getekend door Jan Fellinger uit Nijmegen.