Philomena en haar arbeiders van het Wellsmeer

Eigendom van de gemeente Bergen.

Op de woeste gronden van het Wellsche Mehr werd door het gemeentebestuur aan de mensen uit de omgeving gelegenheid gegegeven om vee te laten weiden. In de winter stond het gebied grotendeels onder water. In de zomer groeiden er echter zoveel wilde grassen dat veel dieren hun voedsel kon vergaren van mei tot in de herfst. De eigenaren van het ingeschaarde vee moesten per seizoen weidegeld betalen: voor een koe ƒ3,- voor een jong dier ƒ2,- en voor een paard ƒ5,-

De jachtrechten werden verpacht aan de hoogstbiedende. In de krant van 21-09-1878 staat over onze kasteelheer te lezen: Naar wij vernemen is de jacht op de gemeentegronden voor ƒ80,- 's jaars verpacht aan den hoog weledelen geboren heer baron en vrijheer Von Schloissnigg te Weenen. Omgerekend naar de waarde van de huidige euro zou de jachtvergunning nu ongeveer € 800,- kosten.

Uit de krant van 20-07-1901


 

Uit de krant van 22-09-1901


 

Ignaz van Ophoven pachtte in 1901 het 'Wellsmeer' voor 40 jaren, maar heeft zijn pachtrecht al gauw overgedaan aan zijn zus Philomena.

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Philomena * Karken (Dld.) 04-11-1864 was van de tweede generatie landontginners uit de familie. Haar vader was Dominicus Hubertus van Ophoven *Montford 24-01-1838, haar moeder Maria Elizabeth Juliana Vogels *Puffendorf (Dld) 17-06-1862. Ze had twee zussen en twee broers. Bertha *1863 - Alphons *1866 - Ignaz *1873 en Maria *1876.


 

Philomena zou in de rijen van personen die zich met het in cultuur brengen van woeste grond bezig hielden, een voorname plaats verwerven.

Woeste grond betekende voor de fam. van Ophoven steeds weer een uitdaging. Het 'Wellsche Mehr' was voor Philo, zoals ze in familiekring genoemd werd, zulk een uitdaging.


 

Aan de zuidkant van het Wellse meer lagen woeste gronden en in het westen een heuvelrug die toen de ontwatering van het gebied belemmerde. Het had zijn naam niet voor niets gekregen : in de winter stond het voor een groot deel onder water en het was een ideaal oord voor trek- en watervogels. Het hele gebied was onbewoond. Alleen aan de grens met Duitsland stond de bij de bedevaartgangers naar Kevelaer alom bekende " Wellsche Hut ". Een beetje noordelijker stond het grenslogement van Jan den Duvel.

Er werden sloten gegraven voor de afvoer van het overtollige water en daarna begon men met het rooien van het hout. Het rooien duurde enige jaren en pas daarna kon begonnen worden met ploegen.


 

Philomena met links haar oom Arnold van Ophoven en rechts haar vader Dominicus.


 

Maria Elisabeth Juliana van Ophoven - Vogels stierf op 01-07-1905.

 

Uit de krant van 22-08-1905.

Als eerbetoon noemde Philomena de hoofdzetel van de ontginning naar haar moeder: Haus "Elisenwerth".

 

De Elizenhof, zoals het bedrijf in het Nederlands werd genoemd, stond aan de Duitse grens. De woning op Duits grondgebied en de schuur links op Nederlands gebied.


 

Uit de krant van 09-05-1905


 

Uit de krant van 14-10 -1905.


 

Uit de krant van 04-04-1908


 

Een oude kaart van De Kolonie met rechts "d'n Alden bouw" en aan de overkant van de weg de z.g. "Polenhuizen".

Er tegenover stond een grote schuur op het huidige adres Wezerweg 20 waar o.a. de families Jacob Thijssen en Jo Zegers hebben gewoond.


Philomena  betaalde jaarlijks aan de gemeente Bergen een pachtsom van ƒ1400,-. Op zeker moment deed zij een bod op het ' Wellsmeer ' van f 80.000,-. Na enig overleg besloot de gemeente hiermee accoord te gaan en op 1 maart 1912 werd Philomena van Ophoven eigenaresse van het 'Wellsmeer'. Omgerekend per ha. kostte de grond f 230,-.

Zij verpachtte het bedrijf aan haar zuster Bertha Jaeger - van Ophoven. Mevr. Jaeger heeft het bedrijf beheerd tot 1916, toen werd op aandringen van Philomena de pacht beëindigd. 

De door de oorlogsomstandigheden sterk verhoogde prijzen van de landbouwproducten maakten het voor Philomena aantrekkelijk om in 1916 het bedrijf zelf te exploiteren. Tijdens de eerste wereldoorlog onstond er een tekort aan textielvezel waardoor de vlascultuur een grote uitbreiding onderging. Op grote schaal werd er in het Wellsmeer vlas verbouwd.

Uit de krant van 03-07-1909


 

Uit de krant van 08-03-1913


In het gebied lag een stuk van 9 ha. dat eigendom was van de kasteelheer van Well. Op dit terrrein was een eendenkooi ingericht. Door de ontwatering viel deze droog. Ook visstropers die hun palingkorven uitzetten en zij die er bloedzuigers kwamen vangen voor de praktijk van de dokter in Well raakten hun vangstgebied kwijt. De schaatsliefhebbers verloren ook hun uitgestrekte ijsbanen. Dit terrein werd omstreeks 1907 op een openbare verkoop gekocht door Philomena's bedijfsleider Jans. Hij bouwde er de boerderij die nu nog " De Eendenkooi " heet.  

Philomena van Ophoven kocht ook nog 20 ha. woeste grond onder Weeze. Deze grond grensde aan de grond in Well. De totale grote van het bedrijf werd daardoor 370 ha. Op de in Duitsland gelegen grond liet Philomena 'de Elisenhof' bouwen, genoemd naar haar moeder. Hierbij was een woning voor de man die belast was met de zorg voor de paarden en er stonden een aantal grote schuren, waarvan een aan de Nederlandse kant.

Omdat Philomena in Duitsland woonde en de gronden van het bedrijf aan weerszijden van de grens lagen, werd de in het Duits genaamde 'Elisenwerth' erkend als tractaatboerderij en daardoor kreeg men een eigen grensovergang. Hiervan mocht alleen het personeel gebruik maken, met een aantekening in het paspoort. Door deze erkenning van tractaatboerderij was men ook gerechtigd de aankoop van grondstoffen en de verkoop van producten naar believen te doen in Nederland of in Duitsland. 

In 1922 koopt Philomena "Haus Gerber" vlak over de grens te Twisteden.

De gang van zaken in de landbouw direct na de Eerste Wereldoorlog was niet best. Veel ontginningsbedrijven kwamen in moelijkheden. Ook het bedrijf van Fritz Gerber gelegen in Twisteden aan de Wellerlooise grens. Gerber had 100 ha. in eigendom, waarvan 12 ha. op Nederlands gebied en 265 ha. pachtgrond voor veertig jaar onder Wellerlooi. Er schijnt ooit een romance te zijn geweest tussen Gerber en Philomena, ook heeft Gerber enkele aandelen Princepeel (eigendom van Ophoven) in bezit gehad. In 1922 kwam hij zodanig in moeilijkheden dat hij moest verkopen en Philomena kocht het bedrijf Gerber Administratie in Wellerlooi aan. Na enkele jaren afwezigheid was ze weer terug in de grensstreek. De opgave waar ze nu voor stond was misschien nog moeilijker dan de ontginning van het Wellsmeer. De toestand van de aangekochte grond was verre van goed, aan haar de taak om daar verbetering in te brengen.

Dit gebied werd het latere Tuindorp. Lees meer op deze pagina .  In Twisteden is een straat naar Fritz Gerber genoemd: Gerberweg.


 

 Philomena, "De juf van 't Mèèr' werd ze door de werknemers genoemd.


Duitsland was een goede afnemer van Nederlandse land- en tuinbouwproducten. Vooral de tuinders in Limburg profiteerden van de goede prijzen die er werden betaald. Dit bracht enkele Hollandse deskundigen op het idee om een zeer groot tuinbouwbedrijf te stichten in de nabijheid van de grens. Zij richtten de Maatschappij - Holland op en gingen op zoek naar een voor hun doeleinden geschikt terrein. Het ' Wellsmeer ' paste zeer goed in hun opzet , vooral omdat het een tractaatbedrijf was, waardoor men de producten onbelemmerd in Duitsland kon afzetten. Na enig onderhandelen werd de koop gesloten en voor f 1.000.000,- werd de Maatschappij -  Holland eigenaar van het bedrijf. Philomena ontving f 600.000,- contant en f 400.000,- bleven als hypotheek in het bedrijf.

 

Uit de krant van 18-10-1924.

(vervolg van bovenstaande advertentie)

In de navolgende koopen, combinaties en generale massa als: Koop 1. Bouwland aan den kiezelweg Well—Weeze tegenover Jean Roeffen en naast den Gemeenteweg bij Piet Coppes circa 1.88.10 H.A. Koop 2. bouwland naast koop 1 circa 3.70.15 H.A. Koop 3. Bouwland naast koop circa 4.02.90 H.A. Koop 4. Bouwland (thans aardappelveld) naast koop 3 circa 2.64.14 H.A. Koop 5. Bouwland gelegen ten Noordoosten van den weg naar de Eendekooi en ten Noordwesten van de Eendekooi circa 4.91.70 H.A, Koop 6. Bouwland grenzende aan koop 5 en aan den kunstweg langs de kolonie en aan de waterleiding achter de Eendekooi circa 10.47.00 H.A. Koop 7. Bouwland, schuur, heide en heuvels gelegen links en rechts van de schuur tegenover Thijssen tot aan de hoofdwaterleiding circa 24.43.00 H.A. Koop 8. Bouwland, weiland, heide en heuvels naast koop 7 nabij de Wellsche Hut van den kiezelweg Well—Weeze naar de hoofdwaterleiding en de Duitsche Leigraaf circa 22.35.00 H.A. De koopen 1 tot en met 8 liggen alle in de richting Well—Wellsche Hut aan den kiezelweg Well—Weeze. Koop 9. Bouwland en heide grenzende aan den eigendom van Renier Jans, aan de gemeente Kevelaer, aan anderen particulieren eigendom en den openbaren gemeenteweg circa 11.53.40 H.A Koop 10. Bouwland grenzende aan koop 9, aan particulieren eigendom en den weg aan de Groote Waay naar Kevelaer tegenover de ontginning van den Heer Lichters groot circa 22.88.00 H.A. De gemeenteweg langs koop 8 loopt door koop 10. Koop 11. Bouwland en heide aan de Molenbeek en den weg van de Groote Waay naar Kevelaer tegenover de ontginning van den Heer Gerber, circa 9,28,65 H.A. Koop. 12. De perceelen villa, huizen, arbeiderswoningen, schuren, loodsen, bergplaats, bouw en weiland, ontgonnen grond en weg, zijnde de geheele ontginning, met uitzondering van voorschreven 11 koopen groot circa 265.71.56 H.A. Voorts de navolgende combinaties: massa 1 en 2 circa 5.58 25 H.A., massa 2 en 3 circa 7.73.05 H.A., massa 3 en 4 circa 6.67.04 H.A., massa 1, 2 en 3 circa 9.61 15 H.A., massa 2, 3 en 4 circa 10.37.19 H.A., massa 1, 2, 3 en 4 circa 12.25.29 H.A, massa van 5 en 6 circa 15 38.70 H.A., massa 7 en 8 circa 46.78.00 H.A., massa van 5, 6 en 12 circa 281.10.26 H.A., massa van 5, 6, 10 en 12 circa303.98.26 H.A. De generale massa groot circa 383.83.60 H.A. Te aanvaarden: a alle met pannen gedekte schuren, drie-vierde van de asphaltschuur, c de geheele zolder in het gebouw, aan de asphaltschuur gebouwd — behalve echter van het gedeelte boven den paardenstal — en c) de paardenstal op het perceel no. 1868 op 1 Februari 1925 en de rest direct na de toewijzing. Betaaltijd 15 Februari 1925. Lasten vanaf 6 November 1924 voor kooper. De goederen behooren in eigendom aan de N.V. Land bouw-Maatschappij „Holland" te Nijmegen. Een authentiek afschrift der veilconditiën is ter griffie der Arrondissements-Rechtbank te 's-Hertogenbosch nedergelegd. 


Philomena opnieuw eigenaresse van het "Wellsch Meer"

Bij de Maatschappij Holland gingen de zaken zeer slecht. De onderneming was een grote mislukking geworden, vooral doordat men, in het door de oorlog sterk verarmde Duitsland geen behoorlijke prijzen voor de groenten kon maken. Toen de Maatschappij de rente voor de hypotheek niet kon betalen liet Philomena beslag leggen op het bedrijf en de oogst. Hierop volgde een publieke verkoop op 06-11-1924, waar Philomena het bedrijf terugkocht voor ƒ 211.000,-. De totale som die Philomena kwijt was om het bedrijf weer op orde te krijgen was ƒ400.000,-  Daarbij kwam nog eens dat ze een deel van het geld van de verkoop in 1918 in Marken had belegd ook een fiasco werd tengevolge van de Duitse hyperinflatie.

Uit de krant van 18-11-1924


De boeren in de omgeving zeiden spottend: "De heren van Maatschappij - Holland kwamen op gele schoenen en ze vertrokken op klompen."

De landerijen verkeerden in verwaarloosde toestand. In samenwerking met het leidinggevend personeel stelde Philomena een teeltplan op waarin een ruime plaats gereserveerd werd voor de verbouw van tuinbouwproducten. Ze had geconstateerd dat bepaalde groenten, zoals kool en augurken op de grond van het Wellsmeer zeer goed groeiden. Deze teelt slaagde voortreffelijk en men vond in Duitsland enkele groothandelaren die de totale productie afnamen.

Ook de aardappelenteelt was een belangrijk onderdeel en om van de goede zomerprijzen te profiteren, ging men zich ook toeleggen op de teelt van vroege aardappelen. Het pootgoed was nogal prijzig en om die reden ging men ook dit zelf telen. 

Uit de krant van 10-01-1925


 

Uit de krant van 31-01-1925


 

Stefan Zawadka in 1925. Hij oogst graan met tweespan en zelfbinder. Zawadka was getrouwd met Juliana Dura.


 

1927. Philomena en een van de bedrijfsleiders bekijken de augurkenteelt. Op de achtergrond zijn duidelijk de Maasduinen zichtbaar. Destijds waren er in de verre omtrek nog geen bomen aangeplant. 


 

Ze vallen bijna niet op tussen de bloemkolen van het Wellsmeer: Hen Peters (l.) en Koen Thijssen (r.) in 1927.


In het Wellsmeer werden vroeger de werkzaamheden nog met de hand verricht. Ook het aardappelen sorteren was een werk, dat veelal door de vrouwen werd gedaan. In de jaren na de Eerste Wereldoorlog kwamen hier in Well veel Poolse mannen en vrouwen werken op de ontginning langs de grens. In Polen konden ze geen werk vinden. De voor deze mensen gebouwde woningen staan nu nog bekend als de "Polenhuizen". Ook veel inwoners van Well waren (hun leven lang) werkzaam op het Wellsmeer.

1928. Poolse meisjes sorteren aardappelen.


 

1928. Ook in de loods bij de "Elisenwerth" werden aardappelen gesorteerd door voornamelijk Poolse en Duitse meisjes.

Links staat Jan van Soest, rechts naast de meisjes staat dhr. Dol. Hij was tweede bedrijfsleider. Verder nog Frits Koppes (neef van Frans) - Pet Peters - Hen Goossens uit Weeze en Pietje Koppers


 

1928. De sorteerhal bij de "Elisenwerth" waar de aardappels gesorteerd en gereed werden gemaakt voor de handel.


 

Uit de krant van 14-07-1928


 

De 260 meter lange mais schuur van het landgoed in 1928. Stabiel gemaakt van eikenhout en vele jaren later pas afgebroken in de periode dat Henk van Loosbroek bedrijfsleider was.


 

Stempel die op het kantoor gebruikt werd.


 

Personeel bij de hoofdschuur in 1928.


 

1928. Voor de villa waarin de kantoren waren gevestigd staan hier de directieleden  v.l.n.r.   Paulissen - Hoogveld (opzichter emigreerde naar USA) - Dehoff (kantoorhouder) - Planken uit Goch (boekhouder) -  Smits, genaamd de majoor -  Dol (tweede bedrijfsleider en opzichter) 


 

In 1908 was bij een van de schuren een groot woonhuis gebouwd. Dit pand werd de villa genoemd en was bestemd voor de opzichter, die Philomena bij de bedrijfsvoering hielp. 

ArbeiderJup Kopczinski heeft er later een week over gedaan om het pand wit te schilderen. Samen met Frans Koppes, vanaf de grote transportband. Ook hebben in de villa diverse gezinnen van werknemers onderdak gehad.


 

1930.


 

1930. Verschillende van deze jonge mannen en meisjes kregen via het werk verkering en zijn later getrouwd.


 

1930. Meisjes die op de Elisenwerth werkten waren o.a. Mia en Triena Sijmons. (Rechts staande). Mia trouwde later met Jacob Roosen en haar zus Triena met Gradje Thijssen.


 

Aardappelen schoffelen in 1935. De foto werd door Antoon Kopczinski gemaakt.

v.l.n.r.: Sjef Thijssen -  Grad Mercus - Frans Koppes - Hen Peters - Jacob Roosen - Piet Kopczinski en Pet Peters.


 

1937. Philomena geeft een excursie aan mensen uit Berlijn.

Veel groepen geïnteresseerden kwamen van heinde en ver naar het Wellsmeer om de velden te bezichtigen.


 

1939 Philomena van Ophoven met haar personeel.

Bovenste rij : Piet Mercus - Jan Thijssen - Thei Verfürth - Jozef Garncarek (Pole Joep) - Anna Mercus Roosen - Anja Chlod - Drika Peters - Plasja Chlod en Gonny Peters.

2e rij: Mej. Philomena van Ophoven - Thei van Bommel - Gert Beckers - Antony Kopczinski - Bertus (Puul) Lucassen - Piet Koppers - Jacob Thijssen - Jacob Roosen - Maria Sijmons en Christien Peters.

3e rij zittend : Toon Peters - Nol van de Biesen - Pet Peters - Frans Koppes - Dehoff (kantoorhouder) - Nellie Sprenkels (kantoorbediende) - ? - Karl Stenmann (bedrijfsleider) met zoontje - Hilde Stenmann met dochter - Wladijstaw (Wazzik) Chlod (timmerman) met echtgenote Katarijna Chlod-Paluwschow.

Onderste rij: Gradje Thijssen - Dries Baltissen - Piet Kopczinski - Math Erdkamp - Nölleke Driessen en Michel van de Biesen. 


 

Aardappelen sorteren. De persoon met de hoed is een van de mannen die toezicht moesten houden op het werk.

Jup Kopczinski vertelde: Hen Thijssen bracht samen met Jan Kopczinski de meisjes, afkomstig uit Polen en Oekraine, na het werk weer terug naar hun woon- en slaapverblijf. Zo nu en dan werd er gedanst op accordeon muziek van "'t Duvelke' uit Afferden. Bedrijfsleider Stennman, een sociale man was ook streng maar rechtvaardig en waarschuwde de mannen om vooral geen meisje zwanger te maken, anders volgde ontslag op staande voet. Bér Vink en Jan Sijberts waren de huisslachters van varkens en koeien op het Landgoed. Stenmann zag op een dag dat meisjes uit de Oekraine op de mesthoop met een mesje het vet afsneden van de resten van het varken. Vanaf toen zorgde hij er voor dat ze elke week voldoende goed vlees en aardappelen mee kregen.


 

Rondleiding door het Wellsmeer in 1941.


 

 

 

Op 16-09-1941 verongelukte Jozef Garncarek (Polen Joep) samen met de 27 jarige Egbert Zijlstra, afkomstig uit Zuidwolde. Beiden waren werkzaam op het Landgoed Wellsmeer. Jozef, de chauffeur van Philomena, was op 04-10-1928 te Bergen getrouwd met de Poolse Malgorzata Pokorska. 

 


 

Na de Tweede Wereldoorlog kwam de eerste combine in het Wellsmeer en het dorsen van o.a. graan en koolzaad ging vanaf toen een stuk gemakkelijker. Rechts op de combine staat smid Antoni Kopczinski met zijn kleinzoon Toontje Kopczinski. Links naar Toontje staat Gradje Thijssen en Hen Peters zit in wit overhemd op de auto. Arbeiders moesten elkaar aflossen met de zakken aan de cobine hangen want ze stonden constant in de diesellucht wat niet lang uit te houden was.


 

Begin jaren '50: De witte villa van Philomena. Later was het bedrijjfskantoor. De schuur was de koestal en tevens werkplaats om de landbouwmachines te repareren. Het gebouw achteraan was varkensstal en tevens opslagruimte. In de Tweede Wereldoorlog werden er ossen in gezet, er was immers geen enkel paard of  ander vee meer. Op 1 juni 1966 brandden deze twee gebouwen helemaal af.

Jup Kopczinski vertelde: Soms werd er voor de afleiding e.e.a. verzonnen. Zo werd er op een dag een fietsrondje gehouden boven op het schuine dak van de grote schuur. Het was een weddenschap tussen vier collega's en Anthony Kopczinski. Het lukte de vader van Jup om er niet af te vallen en won een "fles schnaps". In WOII werd achter de kleinere schuur in een gebouwtje illegaal schnaps gestookt door o.a. Nölleke Driessen. Menigeen ging er met een borrelglaasje naar binnen....

Helaas moest de villa in 1970 gesloopt worden. Het gebouw was vochtig, had geen spouwmuren en was geheel onderkelderd. De villa maakte plaatst voor een moderne bungalow, die destijds werd bewoond door de nieuwe bedrijfsleider Henk van Loosbroek en zijn gezin.


 

De sorteerclub in latere jaren bij de z.g. torenhal.

Dit is de poterbewaarplaats. Hier werd het pootgoed ( aardappelen ) voor eigen gebruik opgeslagen. Tegen de tijd dat de poters de grond in gingen werden ze hier ook voorgekiemd, vandaar de glazen wanden.


Over de gang van zaken in het prille begin van de ontginning is verder weinig te zeggen, echter op 1 februari 1906 kwam in het "Wellsmeer" in dienst de achttienjarige Jacob Thijssen en volgens hem waren er toen 60 ha. ontgonnen.Thijssen werd tot leerling ploeger aangesteld en naar het schijnt deed hij dit werk tot tevredenheid van Philomena. Hij was gedurende veertien jaar paardenknecht en met zes, ja soms met acht paarden voor de ploeg heeft hij het landgoed mede ontgonnen.

In de eerste decennia van de 20e eeuw werkten een kleine honderd mensen op het Landgoed Wellsmeer. Vooral landarbeiders uit Well of die naar hier waren verhuisd. Ook  Duitse mensen uit het grensgebied en uit Polen. Het "Wellsmeer" was een belangrijk en bekende werkgever in het gebied rondom Well. 

 

 

Jacob Thijssen.

Zie ook de pagina Fam. Thijssen-Peters

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Vooraan op de  aardappel-pootmachine zit Drikus Peters. In het midden Jan Thijssen, die men Kleine Jan noemde. Achteraan Thei Wijers.


 

Dit logo was het handelsmerk van de pootaardappelen.

In dit embleem heeft Philomena haar naam verwerkt.

P(hilomena) in de schopsteel; V(an) in de vorm van het blad van de schop en de naam OPHOVEN in het blad.

v.l.n.r.  Jo Zegers - Ben Wijnen - Johannes Coolen - Jacob Roosen en Hen Thijssen.


 

In de dertiger jaren ging men helemaal over op de teelt van pootaardappelen. Iedere zak pootgoed die werd afgeleverd werd voorzien van een certificaat en een label van de Plantenziektenkundigedienst, maar ook met een label  met het embleem van de bedrijven van Philomena van Ophoven. De kwaliteit van het product werd algemeen geroemd. Uit Duitsland kwamen groepen geïnteresseerden , waaronder een afvaardiging van het Ministerie van Landbouw naar het Wellsmeer om de velden te bezichtigen en de teeltmethoden te bestuderen.

De teelt werd steeds uitgebreid totdat de beteelde oppervlakte jaarlijks meer dan 100 ha. bedroeg.

Daar pootgoedteelt zeer arbeidsintensief is verschafte het Wellsmeer in die tijd werk aan talrijke krachten, waaronder een aantal personen die belast waren met de selectie. Ook Philomena had zich gespecialiseerd in dit vak en zij controleerde zelf het werk van de selecteurs.


 

Uit weekblad Peel en Maas van 15-08-1942


 

Ze ging het wat rustiger aan doen. Maar op een van haar reizen, tijdens een verblijf in Wenen, werd Philomena ernstig ziek en overleed aldaar op 29 november 1942. Zij werd ter aarde besteld op het kerkhof in Mill.


 

 


 

Uit de krant van 24-03-1943

De erfgenamen gaven het bedrijf in beheer bij de Grond Mij te Zwolle. Tot bedrijfsleider werd aangesteld ene Dhr. Elema. Henk Pepping volgde hem op, toen Elema ging emigreren. Pepping richtte in een van de schuren bij de "Villa" een varkensmesterij in die echter in 1966 afbrandde, tegelijk met een andere schuur. In 1968 verrees op dezelfde plek een grote loods voor stalling van tractoren en machines. Hierin werd tevens een smidse, een timmerwerkplaats en een zeer ruim kantoor ingericht.

De familie Pepping kon moeilijk wennen aan de eenzaamheid van het Wellsmeer en verhuisde naar Venlo. Hierdoor kwam de villa leeg te staan en had verkrotting tot gevolg. Henk van Loosbroek volgde Pepping op toen die met pensioen ging. De villa werd afgebroken omdat deze niet meer voldeed aan de moderne wooneisen. De fam. van Loosbroek nam zijn intrek in een nieuwe bungalow, die op dezelfde plek gebouwd  werd.

Een groepsfoto van het personeel t.g.v. de jaarlijkse feestdag op 12 aug. 1964 bij Vink. Jacob Thijssen en Grad Thijssen ontvingen een Koninklijke onderscheiding.  

Grad kreeg zijn lintje voor 40 jarig dienstverband. Zijn oom Jacob (hier 76 jr.) heeft vanaf 1906 tot aan zijn pensionering  op het 'Landgoed Wellsmeer' gewerkt.

v.l.n.r. : Bèr van Rens (de smid van 't Mèèr) - Jo Zegers - Henk de Jong - Jan Thijssen ( Kleine Jan ) - Grad Janssen ( Grad Mercus) - Jacob Roosen - Grad Thijssen - Bedrijfleider Henk Pepping - Jacob Thijssen - Grad Kessels - Frans Koppes - Math Gooren - Hen Thijssen -  boekhouder Gerard Kemper - Johannes Coolen - Ben Wijnen.


 

Jacob Thijssen heeft zojuist door Burgemeester Huyben een Koninklijke onderscheiding ontvangen, voor vele jaren trouwe dienst in het ' Wellsmeer '.

Links Pastoor Driessen, op de achtergrond Riek Thijssen - Coolen met dochtertje Marieka. Drikus Peters en  Nel Thijssen - Peters ( echtgenote van Jacob) .


 

Het personeel met aanhang bij de opening van de nieuwe hoofdschuur op 14-06 1968.


 

Frans Koppes en bedrijfsleider Henk Pepping.


 

Bèr van Rens, beter bekend in Well als "de smid van 't Mèèr". Hij was door zijn bazen een geprezen vakman die als het moest zelfgemaakte onderdelen verving.


 

De nieuwe bedrijfsleider in 1968: Henk van Loosbroek.


 

Theo Laarakker maakte deze foto van: Links het Polenhuis, rechts "Den Alden Bouw", het eerste gebouw op de ontginning van het Wellsmeer.  


 

Hem Hendrix (van de Eendekooi) en Frans Zegers (zoon van Jo) bij het bonen plukken in 1967.


In 1979 besloten de eigenaressen tot verkoop van het bedrijf. Zij vonden een gegadigde in het Sociall Fonds Bouwnijverheid. ( Men zegt dat het bedrijf voor 11 miljoen gulden van de hand ging.) Voor het personeel had dit geen gevolgen.

Bedrijfsleider Pieter Arends volgde Henk van Loosbroek op. 

Voor €19 miljoen  werd het bijna 400 hectare grote gebied  ( 800 voetbalvelden ) tussen Well en de Duitse grens op 17 juli 2009 opgekocht door de Limburgse tak van de Dienst Landelijk Gebied (DLG) en geldt als de grootste grondaankoop ooit in Limburg. Het plan was dat het Wellsmeer dienst ging doen als ruilgebied voor boeren die door overheidsprojecten elders worden uitgekocht.

De naam Philomena van Ophoven zal onverbrekelijk verbonden blijven met het  Wellsmeer. 


Ontginnen was hard werken, vele risico's nemen, figuurlijk goud in de grond stoppen en afgelegen wonen. (aldus Thea Jaeger - Landgoed 'de Princepeel' Wilbertoord)

Bron o.a. :  Het door Sjang Hoeymakers uit Elsendorp in 1984 geschreven boek : Over de van Ophovens en Jaegers als ontginners.