Rosoliemolen Janssen - Gulickshof in Elsteren

In het Elsteren liet Jacobus Janssen, de eigenaar van Gulickshof een rosoliemolen bouwen. In tegenstelling tot de "molens van het dorp" was dit een privé-molen.

De oliemolen stond vòòr de boerderij. In de kelder van de boerderij waren diverse stutten langs de muur aangebracht, waar de olievaten werden opgeslagen.

Jacobus Janssen *Oeffelt 17-01-1799, was getrouwd met Petronella Antonia Peters *Well 13-06-1798 

Jacobus was een zoon van Petrus Janssen en Joanna van Mil.

Petronella was een dochter van Leonardus Peters en Maria Petronella Switten, wonende op de Grote Waaij aan de weg van Well naar Kevelaer. 

Doopakte van 20-01-1799 van Jacobus Janssen in Oeffelt.


Een ros = paard of rund dreef het mechanisme aan waardoor zaden werden geplet en olie eruit werd geslagen. Boeren brachten allerhande soorten zaad naar de oliemolen. Alleen in de winter werd er olie gemaakt. De op deze wijze uit raap- en koolzaad verkregen olie werd gebruikt als bakolie, brandolie voor lampen en smeerolie. Dit werd in de meegbrachte aardewerken oliekruiken gegoten.

Vlaszaad bracht met dorsen lijnolie voort en dat was een belangrijk bestanddeel voor verf. Eerst werd er meel gemaakt van het lijnzaad, vervolgens werd het verwarmd om het meel dunner te maken en daarna werd het in geweven zakken gedaan. De zakken met het warme meel gingen in de pers en de olie werd er zodoende uitgeperst. De vaste stof die dan overbleef  bevatte belangrijke voedingsstoffen en werd verwerkt als raap- of lijnkoek. Dit was voer voor het vee.

Jacobus had voor zijn trouwen het beroep van smid uitgeoefend. Na hun huwelijk op 30-01-1826 gingen Jacobus en Petronella op de Gulickshof in het Elsteren wonen. Daar kregen ze acht kinderen waarvan er drie jong stierven.

De eigenaar van Gulickshof, voordat het echtpaar Janssen-Peters het in eigendom had, was Peter Peters, een oom van Petronella.

Nadat Jacobus en Petronella een rosoliemolen hadden laten bouwen nabij hun boerderij werden in 1866 de kadasternummers veranderd. 

Dit staat allemaal met een afbeelding van de kadasterkaart beschreven in "Van tho Valstegen tot Gulickshof", het boek geschreven door Martin Philipsen, tevens met een uitgebreide beschrijving van de familie Janssen - Peters. "Olieslager" wordt dan ook later als zijn beroep genoemd.

Op 03-03-1870 overleed Jacobus Janssen. Zijn ongehuwde dochter Maria Huberta overleed drie weken later op 27-03-1870. De goederen bleven in het bezit van weduwe Petronella volgens het geldende testament van haar man.

Achtien jaar later, op 09-01-1880 overleed Petronella.


 

Advertentie uit de krant van 21-02-1880

De vier overgebleven zonen erfden de bezittingen van hun overleden ouders. Het grootste gedeelte ging naar Leonardus Hermanus Hubertus Janssen. Toen moeder stierf was hij ongehuwd, 48 jaar, van beroep landbouwer en woonde op Gulickshof. Dit betekent dat hij het boerenbedrijf van zijn vader, inclusief de oliemolen had overgenomen.

Leonardus was op 11-01-1832 geboren, is op 06-12-1895 uit Well vertrokken naar Venray en aldaar overleden op 30-10-1897.


 

 

Advertentie uit de krant van 14-11-1891


Op 20-08-1889 vestigden Peter en Maria Gertruda van Gerven - Peters zich in Well. Zij woonden met hun gezin bij Leonard Janssen op de Gulickshof. Leonard werkte nog steeds met de oliemolen, gezien het feit, dat hij na zijn overlijden nog een tegoed had uitstaan voor geleverde olie.

Ook het verdere verloop van Leonardus Janssen, zijn nalatenschap die uit schulden bestond, hoe het kwam en veel details staan in het hier boven vermelde boek beschreven. 

 

Advertentie uit de krant van 21-05-1892. De nieuwe eigenaar Baron Franz Johann von Schloissnigg laat de rosmolen in het Elsteren afbreken.


Detail uit het boek Van tho Valstegen tot Gulickshof:

Met het vertrek van Leonardus Janssen als eigenaar van Gulickshof is er een einde gekomen aan een periode van bijna 140 jaar dat deze boerderij in handen was van dezelfde familie.Vanaf 1746 kocht Derick Peters successievelijk alle delen van de boerderij op en maakte er een bloeiend bedrijf van. Zijn directe nazaten bouwden het verder uit. (inclusief een rosoliemolen). Met het opgebouwde vermogen konden de diverse erfgenamen het geheel goed tot zeer goed draaiende houden, totdat er na 1880 de klad in kwam. In 1893 brak er voor Gulickshof een nieuwe periode aan. Vanaf die tijd was zij één van de vele boerderijen die de eigenaren van kasteel Well in bezit hadden.

Overlijdensakte van Leonardus Hermanus Janssen


 

In de jaren '30 maakte Tonny van Bracht-van Lin dit schilderij van de Gulickshof. Dicht bij de weg lag de Saksische schuur met op de achtergrond het woonhuis.

De schuur had een grondoppervlak van 15 bij 11,5 meter, had een hoog tentdak en was met stro gedekt. Aan de straatkant was een grote deur, waardoor landbouwwerktuigen naar binnen konden. De schuur lag op een verhoging ten opzichte van het erachterliggende weiland en was een van de plekken waar het gestegen Maaswater niet kon komen. Bij de hoge waterstand in 1926 werd hier het vee ondergebracht.


 

Alle bijgebouwen zijn inmiddels gesloopt of verbouwd. Van de rosmolen is niets meer over.