Ontstaan van Well

Gezicht op Well aen de Maese. Tekening van Jan de Beijer uit 1739. Het oudste dorpsgezicht van Well dat we kennen.

De bebouwing langs rivieren (steden en dorpen) ontstaat het eerste in buitenbochten. En al liep de Romeinse heirbaan 2000 jaar geleden ook aan de andere kant van de Maas, ons dorp kwam aan de oostelijke oever te liggen, aan de buitenbocht.

Eeuwen daarvoor ten tijde van de Germanen immers was hier al een oversteek, de verbinding van de Rijn via de moerassige Peel naar het land aan de huidige Noordzee. Ook de Romeinen, aan het begin van onze jaartelling, staken hier de Maas over en kruisten de hierboven genoemde heirbaan. Well lag dus op een viersprong van belangrijke wegen. Well was de Maashaven voor Trajana (Xanten). De goederen, via de Maas aangevoerd naar Well, werden vandaar over de weg verder getransporteerd naar Trajana, aan de Neder-Rijn.

Hier was de oversteek, de verklaring voor de Middeleeuwse naam Welle. Op een dergelijk belangrijk kruispunt werd ter bescherming altijd een donjon, een versterking gebouwd. Een zodanige verdedigingstoren groeide uit tot een woontoren, het  begin van ons kasteel. Verder bouwde men sinds de kerstening door de Romeinen ook een kerkje aan de Maas, toegewijd aan St. Petrus, de bekende apostel, die visser en schipper was. 

Een oversteekplaats een donjon, enkele huizen, een kerkje, … dat is het begin van "oons dörpke Well".



 

De bocht in de Wellse Maas zorgt er voor dat deze rivier hier niet van zuid naar noord stroomt, maar van oost naar west. Daarbij komt nog de wind, die bijna altijd vanuit Wanssum waait. Zodoende was het altijd al gemakkelijk om met een bootje de Maas over te steken.


 

De Wellse bocht in de Maas.


 

Panorama op Well, vanaf de Staayerhof in Wanssum op 1 oktober 1897.


 

Gezicht op Well van aug. 1900, gezien vanaf de plek waar 50 jaar later het zwembad aangelegd zou worden. 


 

In 1849 beschrijft Abraham Jacob van der AA in zijn" Aardrijkskundig woordenboek" het dorp Well als volgt: 

Het dorp Well in Oppper-Gelder, provincie Limburg, aan de grindweg tussen Nijmegen en Maastricht.

 

Dit is een aanzienlijk en welvarend dorp, telt 235 huizen en ruim 1310 inwoners, die meest in den landbouw hun bestaan vinden; doch men heeft er ook eenige veenderij of turfgrond, waar de inwoners turf maken. Ook hier heeft men eene veelbezochte weekmarkt, des maandags,waarop vooral veel in granen wordt gehandeld.

De inwoners zijn allen R.K. De kerk is een nieuw gebouw met eenen stompen toren en werd den 14. Juni 1844 bij de inwijding aan den H.Vitus toegewijd,De kerk is voorzien van een orgel en drie altaren.

De gemeenteschool wordt door 130 leerlingen bezocht. 

In de nabijheid ligt een kasteel, het kasteel Well geheten, het welk met de onderhoorigheden eene oppervlakte beslaat van bijna 400 bund. , en wordt thans in eigendom bezeten en bewoond door den heer PETER WILLEM baron de LIEDEL de WELL.


 

Well vanaf de Wanssumse "Kooy" in 1897.

Bij raadsbesluit van 29 november 1879 is de Gemeente Bergen verdeeld in vijf wijken. Wijk E was het dorp Well met de gehuchten Wellerlooi, Knikkerdorp, Elsteren, Kamp, Leuken, Heikant en Bosserheide.

Nadat omstreeks de eeuwwisseling Wellerlooi zich ontwikkeld heeft tot een dorp is aan deze indeling voor Wellerlooi wijk F toegevoegd.

Bij de wijkindeling bestond de adressering van elk huis of ander pand uit een letter ( voor Well dus E) met een getal (het huisnummer). Bij de uitbreiding van de dorpen, vooral na 1945, voldeed dit systeem steeds minder. Daarom is dit in 1955 vervangen door de nu nog bestaande straatnaamgeving.


 

Dit is de Maas gezien vanaf de huidige Weideweg, in de bocht bij de Mariakapel. De veldweg, waar later het zwembad in de Maas lag, werd vroeger de "Weg naar de sluis" genoemd.