Van Knickedorp naar Knikkerdorp

Het KNEKERDORP komt op oude kaarten uit ca.1805 al voor, maar wordt in 1867 in een Gemeente-Atlas geschreven als KNIKKERDORP.


Het Knikkerdorp: een oude Maasmeander die aansluit bij de Rode Hoek (net gelegen in Wellerlooi). Gaat aan de oostzijde over in een duinengordel die vroeger door de plaatselijke bewoners als schaapsweide werd benut. In de jaren twintig van de vorige eeuw is om verstuiving vast te leggen de grove den aangeplant. Deze houtsoort werd tevens gebruikt als stuthout in de Limburgse mijnen.

In een uitgave over "Naamkunde" lezen we verder: Het gehucht is ontstaan op zeer onvruchtbare grond, op Maasduinen gelegen tussen De Grote Waay en het Wells Meer. Deze zandduinen waren begin 1800 nog onbebost en met heide begroeid. Er woonden wat keuterboertjes, die de schrale percelen ontgonnen en meestal als dagloner op boerderijen langs de Maas of ontginningen bij de grens werkten. 

De naam Knikkerdorp kwam ook voor bij Venray, Arcen en Kevelaer, maar alleen in Well is de naam behouden. In het Gemeentebesluit van 15-03-1976 kreeg het Knikkerdorp er o.a. deze namen bij: Herdersdreef en Schepersweg. Namen, die herinneren aan de oude heidegrond.

De arme bewoners van deze schrale grond oogstten zeer kleine aardappels, zo klein als knikkers. Vandaar misschien de naam Knikkerdorp?

Of is het woord Knekerdorp een verbastering van Knekeldorp (doodsbeenderen) en houdt het verband met de Galgenberg, waar mensen terechtgesteld werden en begraven?

Meest aannemelijk.

Knikkerdorp kan ook afgeleid zijn van "Knickedorp". In aktes uit de 2e helft van de 18e eeuw, die zich in het RHCL te Maastricht bevinden, komt het woord meermaals voor wanneer de kasteelheer toestemming geeft aan personen om daar ter plaatse te mogen "aengraven" voor een stuk bouwland of het "timmeren van een huijs". Een Knick is een afscheiding van een territorium (perceel) van heggen of struiken. Knicken (knikken!) is het Duitse woord voor het buigen van twijgen en dunne takken. Het woord komt vanaf dezelfde periode als boven vermeld (18e eeuw) ook in Sleeswijk-Holstein en Nedersacksen voor. Elders in Duitsland noemt men het Wallhecken. In Frankrijk noemt men een landschap met dergelijke "Knicken" een Bocage.

 

Well, zoals Jan de Beijer het in 1783 vanaf de Wanssumse kant van de Maas zag en tekende.

Rechts (waarschijnlijk) een voorloper van de latere Michelsmolen en het onbeboste Knikkerdorp op de Maasduinen.


Waar gebeurd is het verhaal dat werd verteld door kapelaan/ historicus M. J. Janssen (kapelaan van 1881-1903 in Well):

Van 1799 tot 1811 had Well een pastoor: Petrus Boleij geboren te Horst op 19 Mei 1771.

Pastoor Boleij raakte in grote moeilijkheden met het Fransch gouvernement, wegens zijn brochure tegen de nieuw ingevoerden catechismus. Een huiszoeking op de pastorie bleef zonder resultaat, daar de pastoor alle zijn boekjes en aantekeningen in de zandbergen achter het Knikkerdorp had laten begraven, ook latere nazoekingen hebben evenmin iets aan het licht gebracht. Door te weigeren het Te Deum te zingen en de vijandelijke gezindheid van de adjoint ( = plaatsvervanger) te Well nam de pastoor in het begin van augustus 1811 de vlucht naar het kasteel de Holzheide bij Straelen, tot de met hem zeer bevriende familie de Cabanes. Na met de H.H. Sacramenten voorzien te zijn overleed hij aldaar aan een borstkwaal op 8 mei 1814 in de leeftijd van 43 jaar.

 

Het pand Deckers-Rutten met de houten brandtoren achter hun huis. De torens die in de Wellse natuur stonden hadden als doel om beginnende brand tijdig te ontdekken. 


 

Tegenwoordig is het gebied Knikkerdorp verdeeld in verschillende straten: Kevelaersedijk - Schepersweg - Herdersdreef - Bergweg - Hoogveldseweg - Knikkerdorpweg en Knikkerdorp.

 

Gegevens, namen en foto's van de bewoners van het Knikkerdorp vindt u HIER