Kuiperstraat

Een kuiper is een beroep wat uitgeoefend werd in een kuiperij. Die naam komt van de kuip, dat ook wel bekend staat als houten ton of vat. Dit beroep is in Well verdwenen, tegenwoordig worden de meeste vaten van ijzer gemaakt . Nu worden houten vaten enkel nog gebruikt voor b.v. wijn, whisky en cognac.

De kuipers worden onderscheiden in natte en droge kuipers. De laatste maakt vaten om droge stoffen in te bewaren. De natte kuipers vervaardigden vaten als haringtonnen, wijn- en biervaten, wringtobbes, pers- en opslagkuipen.
Daarnaast werden emmers, wastobbes en ook wel drijvers voor netten vervaardigd.

De verschillende producten, die in de vaten moesten worden opgeslagen stelden verschillende eisen.
Haringvaten of regentonnen hoefden niet van de allerhoogste kwaliteit te zijn. Als grondstof gebruikte men inlands grenen of eiken. Voor cognac was  bij voorkeur Frans eiken de grondstof, voor andere alcoholische  dranken gebruikt(e) men Slavonisch of Amerikaans eiken. 

Voor de hoepels gebruikte men oorspronkelijk wilgenhout, later werd dit vervangen door ijzer. De smalle planken, duigen genaamd, werden op maat gemaakt met behulp van verschillend gereedschap. 

Wanneer de duigen op maat en in de juiste vorm zijn gebracht, worden ze rechtop gezet en aan een kant bijeengehouden door beslagbanden. Vervolgens wordt het vat met de wijde kant naar beneden boven een vuur rondgedraaid, zodat ze kunnen buigen. Vervolgens wordt het vat in wording omgekeerd, waarna men de duigen met een strop, die aangedraaid kan worden, in het juiste model brengt, waarna ook daar een hoepel kan worden aangebracht. Onder en boven wordt een groef aangebracht waarin de bodem en later het deksel worden vastgezet. Zo nodig wordt een gat aangebracht met een stop, zodat daar t.z.t. een kraan in kan worden bevestigd.

De wringtobbes, pers- en opslagkuipen ten behoeve van de zuivelindustrie worden van teakhout gemaakt.

Wellse kuipers.

Omdat natuurlijk ook hier de mensen houten vaten gebruikten en voor de Wellse bierbrouwerijen, ontstonden hier in Well ook ooit kuiperijen. Eigenaar van een Wellse kuiperij was Johannes Esser *Arcen en Velden 23-06-1850 en gehuwd op 20-01-1876 met de uit Meerlo afkomstige Huberdina Antonetta Kursten *27-07-1848. Deze Jan Esser had waarschijnlijk meerdere mensen in dienst. 

Eerder rond 1800 (In de Franse tijd) waren bekend in Well: kuiper Johannes Wilhelmes (Guillaume) van Elmbt † Well 17-06-1852 (73 jr.) -  gehuwd met Barbara Brouwers †Well 18-10-1844 ( 76 jr.)  Naast de kuiperij hadden ze een winkel. Hun dochter Gertrudis van Elmbt trouwde met kuiper  Peter Dericks uit Weeze. Dochter Petronella was met Wellenaar Gerardus Ambrosius getrouwd.
Ook woonde in Well: kuiper Guillaume Peters * 02-11-1760 en op 25-09-1806 gehuwd met Catherine Claes. De kuiper werd toen tonnelier genoemd.
 
 
 
 

Uit het Venloosch Weekblad van 10-05-1879


 

Bierbrouwer Jean Koppers, (later zoon Herman (op de foto rechts) en nog later kleinzoon Jan) van brouwerij het Hert uit de Grotestraat had vaten in 5 verschillende maten, nl. 250 - 140 - 70 - 35 en 10 liter.  De eikenhouten biervaten moesten aan de binnenkant gepekt worden, zodat het hout geen invloed op de smaak kon uitoefenen.

Achternaam.  Je vindt de naam Kuiper of Kuiperij in allerlei variaties nog terug in de achternamen.

Versjes - gedichten. Een bekend kinderliedje is Jan Huigen in de ton": Jan Huigen in de ton met een hoepeltje erom, Jan Huigen, Jan Huigen en de ton die viel in duigen, 

Een fragment uit "Ode aan de kuiper", Guido Gezelle:

De  duigen  zijn  gedwongen
Te  staan  in  enen  kring
Door  handen  saamgedrongen
Heeft  hun  verzet  geen  zin.

De  koppen  bij  elkaar  gestoken
de  ruggen  krom  onder  den  band
Zo  wordt  hun  verzet  gebroken
Den  kuiper  krijgt  't in  de  hand.

 

De Kuiperstraat dankt haar naam aan dit oude Wellse beroep.