Ferry Holla - oorlogsslachtoffer WO II en vier keer begraven.

Ferdinand Maria Holla *Well 07-03-1923 † Koblenz 25-03-1944. Hij was de oudste zoon van Willy Holla en Gieneke Coppers. Zijn vader was schoenmaker op E 56 nu Grotestraat 13 en leerde zijn zoon Ferry het vak. Ook hadden ze een schoenenzaak.

Ferry had een broer Huub en zusje Carla toen zijn moeder stierf in 1925. Zijn vader hertrouwde met zijn schoonzus Drika Coppers en er werden nog vijf kinderen geboren. Mia, Toon, Giny & tweelingbroertje Pierre en Jan. Pierre stierf aan longontsteking toen hij zes maanden was in 1934.


 

ca. 1927. Ferry met zijn oma Anna Maria Coppers-Verstraelen en zijn tantes Lies, Bertha, Drika en Cato Coppers.


 

1933. De 10 jarige Ferry geknield in 2e rij van onder, 4e van links.


Tweede Wereldoorlog.

Omdat de Duitse jongemannen allemaal in het leger waren, was er  in Duitsland een enorm tekort aan (jonge) werkkrachten. Ferry was gedwongen om in Duitsland te gaan werken in de Arbeitseinzatz. Op de eerste oproep om zich te melden had de 20 jarige Ferry niet gereageerd. De tweede oproep was dreigender: Als Ferry niet verscheen zou zijn vader Willy Holla opgepakt worden. Een vader weg bij zijn gezin? Dat zou moeilijk worden. Onderduiken ging niet, dus meldde Ferry zich op 09 juni 1943 op het station in Venlo. Vader Willy bracht hem weg met het bange vermoeden hem niet meer terug te zien. De trein vertrok die morgen met onbekende bestemming, maar later bleek dat Ferry te werk was gesteld in Arenberg - Koblenz.

In 1936 werd deze foto gemaakt met het 50 jarige jubileum van Harmonie de Vriendenkring. Ferry speelde klarinet, knielend links onderaan.


 

 Links: Ferry Holla,13 jaar oud.


 

Advertentie uit het jubileumboekje van de Harmonie in juni 1936.


 

In 1942 werd een groepfoto gemaakt van voetbalclub Walaria. Ferry was lid en staat op de 2e rij van onderaan, als 6e van links, net te zien achter Ar Reiniers.

 Verdere namen vind je hier


Tweede Wereldoorlog.

Omdat de Duitse jongemannen allemaal in het leger waren, was er  in Duitsland een enorm tekort aan (jonge) werkkrachten. Ferry was gedwongen om in Duitsland te gaan werken in de Arbeitseinzatz. Op de eerste oproep om zich te melden had de 20 jarige Ferry niet gereageerd. De tweede oproep was dreigender: Als Ferry niet verscheen zou zijn vader Willy Holla opgepakt worden.

Een vader weg bij zijn gezin? Dat zou moeilijk worden. Onderduiken ging niet, dus meldde Ferry zich op 09 juni 1943 op het station in Venlo. Vader Willy bracht hem weg met het bange vermoeden hem niet meer terug te zien. De trein vertrok die morgen met onbekende bestemming, maar later bleek dat Ferry te werk was gesteld in Arenberg - Koblenz.

De schoenmakerszoon uit Well moest gaan werken bij een weduwe van de plaatselijke schoenmaker in de Silberstrasse 38. Ferry verdiende er 10 Mark waarvan 6 Mark naar de zoon van de weduwe gingen, waar Ferry moest gaan slapen en 4 Mark mocht hij zelf houden. Gelukkig zaten er in de buurt nog enkele jongens uit Zuid Limburg in een kamp, waar hij contact mee had. Briefcontact met thuis was alleen op een ingewikkelde manier mogelijk.

Op zaterdag 25 maart 1944 arriveerde er op het Postkantoor bij Thissen in de Grotestraat een brief van een Nederlands sprekende verpleegster uit Koblenz.. Ferry was met difteritus opgenomen. Meteen werd Gerard Kemper in de arm genomen. Hij was als boekhouder werzaam op het landgoed Wells Meer en kon vanuit Well nog naar Duitsland bellen. Maar men kreeg de treurige mededeling dat Ferry die morgen was overleden aan de ernstige infectie ziekte. Later deden foto's met een sterk vermagerde Ferry vermoeden dat hij méér van heimwee gestorven was. De Venlose verpleegster die de brief geschreven had bevestigde dit. Ruim negen maanden was Ferry van huis toen hij in Ahrenberg 21 jaar was geworden en in dezelfde maand nog stierf.

Mei 1945. Na terugkeer van de evacuatie in Pieterzijl (gemeente Zuidhorn) trof de familie Holla zo hun woning aan. Rechts de schoenmakerij waar de inmiddels 14 maanden geleden overleden Ferry het vak van zijn vader leerde.


Ferry Holla heeft uiteindelijk vier keer een andere rustplaats gekregen. Zijn vader ging naar Koblenz, waar hij de begrafenis van zijn zoon bijwoonde. Als een gebroken man kwam hij naar huis met één van de twee zelfgemaakte houten koffers die Ferry meegenomen had.

Na de oorlog, echter pas na veel onderzoeken, kwam de zwarte kist met het nikkelen plaatje met alle gegevens naar Well. De vrachtauto met nog meer lijken bracht Ferry eerst naar het mortuarium van het Bejaardenhuis van de Zusters in de Grotestraat.

Vandaaruit werd hij herbegraven op het noodkerkhof aan de Kasteellaan (ongeveer op de plek waar nu MFC de Buun is)

Toen verderop het huidige nieuwe kerkhof klaar was werd hij daar herbegraven.

Bidprentje dat werd uitgegevn toen Ferry na de oorlog in Well werd herbegraven op het noodkerkhof.


 

De broers en zussen van Ferry in 1952. v.l.n.r. Mia - Carla - Giny en Jan - Huub - Toon. Op de achtergrond het huis van buurman Willem Geraedts.


 

Drika en Willy Holla - Coppers in de jaren '50.


 

Zijn vierde en laatste rustplaats kreeg hij in Loenen op het ereveld bij veel andere slachtoffers, die op diverse plaatsen en onder verschillende omstandigheden stierven in de Tweede Wereldoorlog. In 1947 besloot de Nederlandse regering de stoffelijke resten van de Nederlanders die in Duitsland waren omgekomen, over te brengen naar Nederland. Deze slachtoffers rustten op vijandelijke bodem en hadden vaak geen behoorlijke begrafenis gehad.
Om dit besluit uit te kunnen voeren, begon de Oorlogsgravenstichting in 1948 met de aanleg van een ereveld in Loenen (gemeente Apeldoorn).
Op 18 oktober 1949 opende H.K.H. Prinses Wilhelmina het ereveld


 Slachtoffer registratie Ferry Holla bij de Oorlogs Graven Stichting


Folder Ereveld Loenen


Wandelroute Ereveld Loenen. (Ferry ligt in vak A begraven)