'Monument der Gevallenen' op de Hamert

Op 29 april 1943 kregen de ongeveer 300.000 voormalige militairen van het Nederlandse leger het bevel van 'Wehrmachtsbefehlshaber' generaal Christiansen om zich als krijgsgevangenen te melden voor verplichte tewerkstelling in Duitsland. De Duitse oorlogsindustrie had een groot tekort aan arbeidskrachten. Als gevolg van die oproep braken overal in Nederland op die 29e april min of meer spontaan Meistakingen uit. De eerste staking brak in Twente uit. Eén van de grootste verzetshaarden was de mijnstreek in Zuid-Limburg. Er heerste onder de mijnwerkers al een groot ongenoegen door de invoering van verplicht te werken op zaterdag en zondag. Ondanks de langere werktijden werd er minder geproduceerd. Een directeur van de Staatsmijnen werd gearresteerd. Op vrijdag 30 april lagen de acht particuliere- en de vier Staatsmijnen stil. Verder staakten het Stikstofbindingsbedrijf, de bruinkoolgroeven en de de busdiensten in Zuid Limburg. Het Juliana kanaal werd geblokkeerd door sleepbootkapiteins met kolenaken. Ook ambtenaren van het Rijk, Provincie en Gemeenten legden het werk neer. In Midden en Noord Limburg volgde de ijzergieterij in Tegelen en ook Smeets drukkerijen in Weert gingen plat. Verder staakten de melkrijders van de Zuivelfabrieken. De medewerkers van de Centrale Controle Dienst onder leiding van Bob Bouman waren de organisatoren van de stakingen. Zij lieten pamfletten drukken en spoorden de bedrijven aan om het werk neer te leggen.

Seyss-Inquart gaf toestemming om het politiestandrecht toe te passen. De doodstraf werd ingevoerd voor stakingen, samenscholing en het verspreiden van illegale bladen en pamfletten. Om de staking te breken werden onmiddellijk en willekeurig  mensen opgepakt. Men begon met 15 mannen. Vier werden ter door veroordeeld, maar dat vond SS Führer Rauter in Den Haag niet genoeg, dus werden er nog eens drie mijnwerkers ter dood veroordeeld. Volgens de SS moesten er echter veel meer mensen terechtgesteld worden. Overvalwagens reden daarom door de mijnwerkersbuurt en er werden nog eens 140 mijnwerkers opgepakt.

Op 2 mei 1943 werden op de plaats van dit 'Monument der Gevallenen' zeven mannen uit Midden- en Zuid Limburg in het geheim door een Duits vuurpeleton van 15 man doodgeschoten. Ze waren er met een bus naar toe gebracht. Het vergrijp van de Limburgers was deelname aan- of aansporing tot staking of niet verschijnen op het werk.


 

Met onderstaand gedicht van wijlen meester Vic Timmermans uit Wellerlooi wordt verwoord dat we niet mogen vergeten dat we zeer veel dank zijn verschuldigd aan allen, die hun leven voor hun vaderland en voor onze vrijheid gegeven hebben.

4 mei dag van herdenking.

Staat even stil en buigt Uw hoofd, mannen en vrouwen,
Beluisterd wat de berken u hier lisp'lend toevertrouwen.
"Op deze plaats", zo zeggen zij, "nam men het leven
van helden, graag bereid, dit zonder glorie af te geven,,,,
Zij stierven, en wie weet, of zij om vrouw of moeder riepen?
Niemand, die 't hoorde, ach, omdat de mensen sliepen.
Niemand, die het trouwe bloed nog helend wist te stelpen.
Wij waren kleine berken maar, en konden hen niet helpen..."
Nu zijn de berken groot en honderden gekomen,
Naar deze zwarte plek, onder de witte bomen.
Gij draagt uw bloemen aan, de witte, paarse, rode.
Gij huivert en gij bidt om elke dierb're dode.
Gij brengt uw dank, en weet hun moed te eren.
Prent diep in het hart de les, die zij u leren:
Al zijn de mensen hard, de aarde, bar bij tijden,
Ge hebt voor uw geloof en land, desnoods tot 't einde te strijden.
Staat stil en buigt uw hoofd, zij vielen en wij leven...
Hun offerzin en moed, ons allen het voorbeeld geven.
Wij zullen hoe 't zij, in vreugd of in pijn
Steeds goede mensen en... Nederlanders zijn.


 

Op 24 en 25 april 1950 brachten de toenmalige Koninging Juliana en haar man Prins Bernhard een officieel kennismakingsbezoek aan de provincie Limburg.  Ze bezochten diverse plaatsen en ook waren ze even op kasteel Well waar ze door Pastoor Reiné en Burgemeester Sebastiaan Douven met zijn wethouders werden begroet.

Het regende en sneeuwde; het was koud en al donker, toen de vorstin en de prins die dinsdagavond 25 april met een vertraging van bijna drie uur in Well aankwamen. Niettemin legde zij piëteitvol een krans voor het kruis, dat burgemeester Douven bij het kasteel had laten oprichten.

Na de plechtigheid heeft Sebastiaan Douven het verzetsherdenkingskruis naar de fusilladeplaats op de Hamert laten overbrengen bij, wat men noemt, het 'Monument der Gevallenen'.


 

Eerste kranslegging bij het Monument der Gevallenen op de Hamert 04-05-1951 .

Op "de Wellsche Heide", tegenwoordig "de Hamert" genaamd in Nationaal Park de Maasduinen, verrees in 1950 dit houten kruis, dat burgemeester Douven van de gemeente Bergen had laten maken met het oog op het bezoek dat koningin Juliana en prins Bernhard op 25 april 1950 aan kasteel Well brachten.

Op 12-11-1950 stierf burgemeester Douven plotseling. Zijn opvolger, Adriaan van Mackelenbergh, hield er op 4 mei 1951 de dodenherdenking. Het werd een stille tocht, zonder vlaggen of vaandels en zonder toespraken.


 

De namen van de gevallenen stonden er door Wellse timmerman Antoon Coppers, die ook het kruis maakte, ingegrift.

Het kruis is niet alleen een symbool van het christelijke geloof, maar herinnert tevens aan het offer dat de oorlogsslachtoffers brachten voor een leven in vrijheid. 


In 1980 is het herdenkingskruis vervangen en werd een plaquette aangebracht waarop de tekst:

'DEN VADERLANT GHETROUWE BLYF IEK TOT IN DEN DOOT' 
GEFUSILLEERDE VERZETSLIEDEN MEISTAKING 1943 
MASSAGRAF ONTDEKT 1 JULI 1946 
BOOGERD J.L. ROERMOND 
BOUMAN M.A.M. ROERMOND 
BROUWER L.TH. MAASTRICHT 
RUYTERS P.L. HEER 
SAVELSBERG R. HEERLEN 
TOUSSAINT S. AMSTENRADE 
TEMPELAARS M. HEERLEN.


 

 

In 1990 werd het monument gadopteerd door het Wellse St. Antoniusgilde. Het gilde is ieder jaar aanwezig bij de dodenherdenking en houdt dan de erewacht.

De fanfares en harmonie uit de gemeente Bergen gaan op toerbeurt mee voor de muzikale groet aan de gevallenen en het Wilhelmus. 


 

1943: De Veroordeling.

1943. Veroordeeld tot de dood wegens stakingsoproep: Martinus Boumans - Bernhard Ruijters en  Leo Brouwer.


 

De daders van de moorden:

Ondercommandant Richard Nitsch (uiterst links) van de SD in Maastricht.  Verder v.l.n.r. E. Elshols - Unger - commandant Max Strobel - Michels - Schwarzenbacher - Voskamp - Meijer en Witt.


 

SS kapitein Max Strobel

Het hoofd van het Duitse onderdrukkingsapparaat in Limburg, bleef na de oorlog spoorloos.

De speurtocht naar Max Strobel, een van de beruchtste oorlogsmisdadigers die in Nederland hebben rondgelopen, is vooral een papieren jacht geweest tussen de Nederlandse en Duitse instanties. Er is bijvoorbeeld niet onderzocht of de Duitser zich ergens onder een van zijn bekende aliassen heeft geregistreerd, noch is de vrouw van Strobel of zijn oud-collega's ondervraagd om meer te weten te komen over een eventuele verblijfplaats. De voormalig leider van de SD in Limburg was volgens justitiedocumenten verantwoordelijk voor minstens 45 executies in deze provincie. In Friesland maakte Strobel de laatste oorlogsmaanden nog eens zeker 25 slachtoffers. 


 

Richard Nitsch.

Richard Heinrich George Nitsch werd op 01-11-1908 geboren te Todtgüslingen in Nedersaksen - Duitsland, als zoon van een spoorwegambtenaar. Aanvankelijk was Richard Nitsch beambte bij de spoorwegpolitie. In 1932 werd hij lid van de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP) en SA/SS), vanaf mei 1940 was Nitsch in dienst van Sicherheits Polizei en de geheime inlichtingendienst (SiPo/SD)  te Arnhem en tussen oktober 1940 - april 1941 bij de SiPo te Enschede. Vanaf april 1941 bij SD te Maastricht. Nitsch wordt in 1948 door het Bijzonder Gerechtshof te Den Bosch tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld (voor meervoudige moord en -mishandeling op verzetsmensen in Limburg). Op 18-04-1959 wordt zijn levenslange gevangenisstraf omgezet in 22 jaar en 9 maanden. Nitsch wordt in 1960 (na 12 jaar gevangenisstraf) als 'ongewenst vreemdeling' over de grens gezet met West-Duitsland. Hij stief in 1990.

SS -Hauptscharführer (sergeant-majoor) Richard Heinrich Nitsch, (47 jaar) die als Kriminal- Oberassistent (hoofdrechercheur) aan de Aussenstelle van de Sicherheitsdienst (SD) in Maastricht was toegevoegd, kreeg levenslang opgelegd door het militair tribunaal.  Van 24 moorden werden hem er tien ten laste gelegd en bewezen verklaard. Onder zijn leiding groeide de marteling van arrestanten uit tot een wetenschappelijke methode. Collega's noemden hem de "koppensneller" van Maastricht.
* Rijkscommissaris dr. Arthur Seyss-Inquart kreeg de doodstraf en werd op 16 okt.1946 opgehangen.
* Generaal Hanns Rauter werd gefusilleerd. Hij werd op 12 jan.1949 ter dood veroordeeld.

Ruim een jaar lang na de oorlog, had Nitsch zijn identiteit verborgen kunnen houden. Na de bevrijding van Zuid-Limburg waren de SD'ers naar Venlo uitgeweken. Via Sneek kwamen zij in Haarlem terecht en op de dag van de capitulatie bevonden zij zich in IJmuiden. In parachutistenuniform meldden zij zich bij de Canadezen. In het Duitse krijgsgevangenkamp te Esterwegen werd Nitsch, eind juni 1946, ontmaskerd. Op verzoek van de waarnemend commissaris van politie van Venlo, hoofdinspecteur H.A. Wierks, werd hij op transport naar Nederland gesteld. Wierks haalde hem zelf in Ford Honswijk af. Op het politiebureau van Venlo werd Nitsch ingesloten.

Nog vóór het nieuws wereldkundig werd gemaakt, informeerde hoofdinspecteur Wierks collega's van andere korpsen in Limburg over de inbewaringstelling. Inspecteur Merkus van de gemeentepolitie Heerlen vroeg Wierks om aan Nitsch de vraag voor te leggen of de drie mijnwerkers, die op 2 mei 1943 zouden zijn terechtgesteld, inderdaad waren gedood, en zo ja, waar zij waren begraven. Tot dan was dat volstrekt onbekend. 

Nitsch bevestigde dat er doodvonissen waren voltrokken. Hij was er zelf bij toen de zeven mannen werden gefusilleerd. Hij handelde in opdracht van Max Strobel en was zich van geen kwaad bewust....


 

02-07-1946 Limburgsch Dagblad. (de naam Nitsch(e) staat fout geschreven).


 

Oproep in het Limburgs Dablad van 10-07-1946


 

Met Nitsch begaf Wierks zich, op zondag 30 juni 1946 naar Arcen, waar hij de hulp van de postcommandant van de Rijkspolitie inriep. Op de Wellsche Heide (nu de Hamert genaamd) wees Nitsch - geketend aan de marechaussee - de plek waar zeven mannen zouden zijn begraven.


 

Wiel van Enckevort, geb. in Sevenum, die zelf in het verzet had gezeten en bij de Rijkspolitie werkte, staat rechts achter Nitsch. Wiel had destijds verkering met Mia Jenneskens van de Grote Waaij.

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Burgemeester Sebastiaan Douven van de gemeente Bergen (rechts op de foto) leidde de graafwerkzaamheden, de volgende dag.

Op de plek die Nitsch had aangewezen, werd niets gevonden. Pas na drie uur spitten legden de gemeentewerkers, enkele tientallen meters verderop, het graf van zeven geklede en geschoeide mannen bloot. Het graf was helemaal door buntgras overwoekerd.


 

Die dag bestond het werk van o.a. Handrie Deckers uit het Knikkerdorp, die bij de gemeente Bergen werkte, uit het opgraven van de stoffelijke resten.

Behalve de burgemeester waren aanwezig: G. J. Agteres (Opperwachtmeester Marechaussee te Well), dokter Gerard Smals (huisarts te Well), leden van de rijkspolitie, gemeenteopzichter Pierre Hansen en enkele gemeente werklieden.

Nitsch, die weer geketend aan twee marechaussees werd voorgeleid, herinnerde zich nu de berk met de kogelgaten 'ganz genau'. Bouman die te zwak was om te staan zat op een verhoging voor de berkenboom. Naast hem stonden drie andere veroordeelden. De overigen wachtten in een autobus. "Zij hebben vijf minuten mogen bidden", zegt Nitsch.  "Da sagte der Hauptmann: Es ist vorbei und die vier reichten einander die hand ".


 

Eerst waren er vier mannen doodgeschoten, vervolgens de drie anderen. Ter vernedering waren ze met het aangezicht naar beneden begraven. Het was toen gebruikelijk bij 'verraders'.

Waar hij zelf stond toen de schoten vielen? "Och ik heb zoiets nog nooit gezien en ik wilde er ook niet bij zijn. Ik draaide me om en wandelde de zandweg op "......


 

Het massagraf van zeven Limburgse helden

Vier mannen lagen met het hoofd naar het Westen, de overigen naar het Oosten: allen met het aangezicht naar beneden. De stok in het graf was van Bouman.

Hij had een diepe indruk op Nitsch gemaakt. De hoofdcontroleur van de CCD was een krachtige steun voor de anderen geweest. 'Als we sneuvelen, vallen we op het veld van eer,' had hij de anderen voorgehouden. Hij sprak de anderen moed in en had nog een gebed voorgebeden. Bouman weigerde de blinddoek. Er was er nog een die dat had gedaan, maar Nitsch kon zijn naam niet meer herinneren.

Op 2 juli 1946 vonden identificatie en reconstructie plaats. De familieleden waren in kennis gesteld en naar de groeve gekomen. Aan de hoofdharen, de kleren, de schoenen en de houding konden zij hun dierbare overledenen terug kennen, de vader herkende zijn zoon, vrouwen herkenden hun echtgenoten en een zoon herkende zijn vader.

De lichamen werden in een kist gelegd en de zeven slachtoffers zijn op 5 juli 1946 met grote eer in hun woonplaatsen herbegraven.

Meinardus Tempelaars, * 's Gravenhage 06-06-1904, ongehuwd, mijnwerker woonde in Heerlerheide.

Leendert Theodorus Brouwer, * Nijmegen 01-07-1907, gehuwd, districtsleider CCD te Maastricht.

Peter Leonard Ruyters, * Echt 10-10-1892, gehuwd, adjunkt hoofdcontroleur CCD te Heer.

Reinier Savelsberg, * 27-04-1895, gehuwd, electromonteur O.N. Mijn III, te Heerlerheide.

Johannes Leendert Boogerd, * Kerkwerve (Z), 24-08-1906, gehuwd, chemicus te Roermond.

Servatius Toussaint, * Hoensbroek, 24-12-1914, gehuwd, afgestudeerd mijnscholier te Amstenrade. 

Martinus Antonius Marie Bouman, * Gouda 05-05-1899, gehuwd, Hoofdcontroleur CCD te Roermond. Werd door H.M. de Koningin postuum onderscheiden met de Militaire Willemsorde. Boumans schuilnaam was Bob, hij vervoerde per auto ontvluchte krijgsgevangenen en piloten. Hij deed belangrijk werk in de LO-organisatie, ( De Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers). Op 2 mei 1943 werd hij gearresteerd nadat hij zich bij de Duitsers had gemeld om arrestatie van medewerkers te voorkomen.

 


 

" Limburgs Dagblad van 03-07-1946 "

Dr. Hartman uit Roermond, die samen met Bouman en de zijnen was gearresteerd, was de enige die door het grillige Nazi - recht werd vrijgelaten.


 

 

 Links boven staat te lezen: Behoorende bij proces-verbaal nr. 375 van de Groep Bergen (L) dd 5 Juli 1946.

Bekijk HIER het PDF file van het volledige proces-verbaal van de opening van het graf.


 

Ruim 3 jaar rustten zij in het massagraf, waar zij waren neergeknald.

Bob Bouman ligt nu begraven op het Nederlandse ereveld in Loenen, vak E grafnummer 55. 

 

 

 

 

In Roermond is een straat vernoemd naar deze verzetsheld.

 


Zijn weduwe ontving op 10 augustus 1953 postuum het ridderschap in de Militaire Willemsorde 4e klasse uit handen van koningin Juliana.

Uit de krant van 11-08-1953


 

Johannes Leendert Cornelis Boogerd ligt nu begraven op het Nederlandse ereveld in Loenen, vak D grafnummer 322.


 

Peter Leonard (Leo) Ruyters was adjunct hoofdcontroleur bij de C.C.D. (Centrale Controle Dienst) in Roermond.

 

 Leo Brouwer.

 

 

 

 

 

 

Leo Brouwer en Leo Ruyters werden herbegraven op Gemeentelijke begraafplaats aan de Tongerseweg te Maastricht waar deze verzetshelden een eregraf hebben gekregen.​ Vak R 21 B en 22 B.

 


 

De 32 jarige Toussaint werd op 05-07-1946 herbegraven op de R.K. begraafplaats Sint Jan Evangelist in Hoensbroek.

 

 


 

Savelsberg en Tempelaars vonden hun laatste rustplaats op de algemene begraafplaats te Heerlerheide. Aan hen werd het Mijnwerkersmonument bij de ingang van de begraafplaats gewijd. Dit monument toont twee stoere mijnwerkers die hand in hand voor hun zaak staan, ongeacht de gevolgen.

 

 

De tekst op het reliëf luidt: 

                                    IN MEMORIAM 
MEINARDUS TEMPELAARS     REINIER SAVELSBERG 
GEB. TE 's GRAVENHAGE       GEB. TE SCHAESBERG 
6 JUNI 1904                               27 APRIL 1895 

 DOOR DE BEZETTER DOODGESCHOTEN OP DE HAMERTSE HEIDE TE BERGEN L. 
   OP 2 MEI 1943  EN ALHIER TER AARDE BESTELD OP 6 JULI 1946 
               VOOR GOD, KONINGIN EN VADERLAND


 

Opdat wij niet vergeten....

Jaarlijks op 4 mei vindt in Nederland een dodenherdenking plaats, Dan worden alle burgers en militairen herdacht die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in oorlogssituaties en bij vredesoperaties. 

In de gemeente Bergen vindt de dodenherdenking plaats op het landgoed "de Hamert", door een stille tocht naar het Monument der Gevallenen. Elk jaar wandelt men onder begeleiding van het Sint Antonius Gilde uit Well. De muziekgezelschappen uit de gemeente wisselen elkaar jaarlijks af.

De stille tocht vertrekt omstreeks 19.40 uur bij het Pannenkoekenhuis 'Jachthut op den Hamer' aan de Twistedenerweg 2 5856 CK in Wellerlooi. 

Dodenherdenking 2018 bij Monument der Gevallenen

 


 

Dodenherdenking 4 mei 2018. Foto Ingrid Driessen

Dodenherdenking 2012 bij Monument der Gevallenen