Wederopbouw woningen

Voor het herstel en bouwgebeuren was het Ministerie voor Wederopbouw en Huisvesting opgericht.

Direct na de oorlog heeft de gemeente een schadelijst opgesteld, er werden drie categoriën gehandhaaft: 

1 Vernietigd / afbraak

2 Zwaar beschadigd / herstelbaar

3 Weinig beschadigd / dakpannen , ruiten en een enkel granaatgat.

Beschadigde huizen:

In de dorpskern waren dat er 97, (totaal in Well 299) en was ca.1 op de 5 huizen vernietigd (21 huizen in kern - totaal in Well 36), de helft zwaar beschadigd (50 huizen in kern - totaal in Well 99) en de rest had kapotte dakpannen, ramen en andere beschadigingen (26 huizen in kern -  totaal in Well 164).


 

Marie Reiniers - Vrede met de tweejarige tweeling Jantje en Ger en op de grond Huub en Paul. Ze woonden op E57, nu Grotestraat 15


De gemeente kreeg van het Rijk toestemming om verwoeste percelen die men zelf niet opruimde te onteigenen. De eigenaren kregen een herbouwplicht. Sommige mensen namen deze herbouwplicht over en bouwden op het gekochtte perceel een nieuwe woning.

Het puin van de Grotestraat werd met karren afgevoerd en veel gebruikt om wegen te verharden en kuilen in wegen te dichten. Mijnwerkers uit Zuid Limburg offerden hun vrije weekend op om hier te komen puin ruimen. Nog jaren na de oorlog hebben we in Well 'hobbelwegen'gehad door de steenbrokken die er lagen.

De Grotestraat met rechts en links een dijk van opgehoopt puin. De Engelsen hadden zich zo een weg door de straat gebaand. Links staan opgestapelde, afgebikte stenen. Rechts, op de plek van de tuin van de kapotgeschoten marechausseekazerne, zou het latere dorpsplein komen.


 Vaak was het voor de eigenaar moeilijk om te beslissen of het huis al dan niet afgebroken moest worden en van de grond af aan opnieuw opgebouwd moest worden. Zo stond de bakkerswoning van Karel Janssen op de lijst om afgebroken te worden, maar hij wilde dat niet. Later had hij er toch spijt van.

Sjang Simons uit de Grotestraat vervoert afgekapte stenen van het huis van buurman Helm Zegers. Hiermee kan hij zijn woning herstellen.


 Op 1 juni 1945 gingen acht aannemers, metselaars en timmerlieden uit Well en Wellerlooi samenwerken en richten het vennoodschap A.C.W. - Aannemers Combinatie Well op. Deze firma nam ontzettend veel werk aan en de organisatie groeide in topjaren uit tot 150 man personeel. Een werkweek bestond uit 52 uren, op zaterdag werkte men ook en de bouwvakker verdiende vijftig cent per uur. Stenen en cement werden handmatig naar boven gebracht, dakpannen werden trapsgewijs naar boven gegooid. Specie werd met de schop onder elkaar gezet. Van heinde en verre kwamen bouwvakkers naar Well, zoals uit de regio Hemond, Deurne en Oss. Ook mannen uit Amsterdam, Den Haag en de Achterhoek gingen bij de A.C. W. werken. Ze sliepen in de bouwketen of waren bij burgers in de kost.

Er was in het begin een groot tekort aan materiaal voor de wederopbouw. Een van de eerste klussen was het afkappen van nog bruikbare stenen. Waren ze niet helemaal schoon, dan gebruikte men ze voor de binnenmuren.

 

Sjang Simons had een tuinderij achter de woning. Van zijn kassen sneuvelden 2000 ruiten in WO II.


De familie Hannes Laarakker kreeg vanaf 1 januari 1946 onderdak in het kasteel. Hun woongedeelte was z.g. noodhersteld, maar de overige ruimtes op het kasteel waren lek en kapot. Reden waarom er niet meer gezinnen in het kasteel konden worden ondergebracht. Hannes Laarakker had als noodwoning kunnen  kiezen uit een kippenkooi of  het kasteel. Ze hadden een aantal kamers en in een bijgebouw van het kasteel lagen nog enkele varkens.

Het kasteel was geconfisqueerd. en daardoor staatseigendom geworden. Koepels van het dak waren kapot. maar dankzij burgemeester Douven was het niet helemaal door de Engelsen kapot geschoten. Sloopwerkzaamheden en het waterdicht maken is door de A.C.W. gebeurd. Daarna heeft Peeters uit Swolgen een aantal zaken gerepareerd, maar het groot herstel werd door aannemer Linskens uit Blitterswijck uitgevoerd.

Het Veerhuis, (links) met er schuin tegenover de woning van de familie van Sas, Deze huizen konden hersteld worden, het naast gelegen pand (rechts) van Kwanten werd afgebroken.


De panden en landerijen van het Wellsmeer, ca. 350 ha., zijn in de oorlog ook flink beschadigd. Alle schuren, de villa met kantoor en de arbeiderswoningen hadden enorme schade. Ook levende have, ossen-paarden-koeien-varkens enz. waren weg. Verder nog o.a. de tractoren, vrachtwagen, smederij gereedschap, de bestrijdingsmiddelen, brandstof, en alle akkerbouwproducten waren verwoest. Teveel om op te noemen. Het herstelwerk van de gebouwen gebeurde door de A.C.W., schilder Harrie Kwanten en loodgieter Sraar Stevens, allen uit Well.

In dat gebied zijn ontzettend veel granaten gevallen omdat de Engelsen het vermoeden hadden dat er Duitsers in de loodsen werkten en woonden. Op het land moesten de mijnen, de boobytraps, de graanaatscherven en de niet ontplofte granaten worden opgeruimd.

 

Hierbij kwam Grad Eickmans (foto) uit het Elsteren om. Nog tot 1995 werden alle uitgeploegde explosieven vergaard en door de Explosievendienst opgehaald.


 

Gezin Bèr Janssen in 't Leuken. Geen bescherming tegen regen en wind, maar men was weer thuis....


 Noodwoningen.

Er heerste grote woningnood. Wie plaats over had verhuurde de ruimte om dorpsgenoten met hun gezinnen voorlopig onderdak te bieden. Mensen woonden in kippenhokken, schuren of in noodwoningen die de gemeente liet plaatsen. Die waren meestal van hout, maar op de hoek Bosserheid / Rijksweg stond een dubbele noodwoning van betonplaten, waarin het erg vochtig en koud was voor de fam. Richard Degen en Piet Verdellen. Ook in de Bosserheide stond een wat aangepaste nishut met golfplaten en de fam. Bertus Streutjesns-Baltissen had een houten woning.

De geconfisceerde Kapokfabriek werd gedeeltelijk een noodwoning voor de fam. Jacob Krebbers. Het eierhuisje aan de Rijksweg werd aangepast voor politieagent Martens en zijn familie.net als in de buurt van de Lammerskamp waar Harrie Hendriks en echtgenote Tiny Grimbergen in een kleine houten woning huisden. Ook voor de families Sjang Roeffen en Toon Jacobs (Wezerweg), Hannes Luijpers en Man Zegers (Vossenheuvel / Smelen) werden noodwoningen gebouwd. In de Sterrenbos hebben jarenlang dubbele gemetselde noodwoningen gestaan.


 

 

Bij Thomas Vink aan de Kasteellaan kant stonden twee  houten  woningen, waar menigeen in gewoond heeft of zelfs in geboren is. Het waren een z.g. Brynzeel -  en een Zweeds Domsjö model.


 

De kerk en de kapelanie werden ook afgebroken. Als herinnering aan de Kerk liet pastoor Reiné na de oorlog op de plek van de kapelanie een Sint Vituskapel bouwen.


 

Links de woning van brouwerfamilie Koppers, die enkele meters naar achter is herbouwd, rechts de woning van dokter Gerard van Bracht in de Grotestraat, waar enkele jaren later de familie Theo en Magda Simons-Vis ging wonen. Zij hebben een gedeelte van de woning weer onderverhuurd aan Huub (kapper) en Fien Smits.

Naast de beschadigde pastorie in de Hoenderstraat werd een nieuwe kapelanie gebouwd in de huidige Pastoorstraat. 

Een stukje verderop werden in de Hoenderstraat drie nieuwe woningen gebouwd, waar de familie Nol Reiniers, Grad Kessels en de Rayoncommandant van de Rijkspolitie gingen wonen. ( o.a. fam. Keijers - Kurvers en Peeters) Deze woningen kwamen pas eind 1947 - '48 klaar en werden toegewezen, het was de burgemeester zelf die zich daar uitdrukkelijk mee bemoeide.


 

In het voorjaar van 1949 was de woning van Jan en Marie Reiniers-Poels klaar. Zij hadden de herbouwplicht overgenomen van Grad en Mina Clabbers.

Links ernaast gingen Louis en Tonny Koppes in 1953 bouwen. 

 

 


 

De woning van meester Arts werd opgelapt en heeft gedeeltelijk ook onderdak geboden aan andere families, o.a. Bertus Sprunken-Lemmen. Hier bouwden later de gebroeders Herman en Gert Groenen een 'twee onder een kap' woning.

De woning van Sjang Krebbers - Miet Drissen hoorde bij categorie twee: zwaar beschadigd maar herstelbaar. Later woonde hier fam. Tinus Stevens-Simons.

Grotestraat in 1952.

Links spelen de kinderen van de fam. Wolbertus - Drissen die op het huidige nummer 62 woonden en er een café hadden naast zaal - café Walaria.

Rechts is de woning van Hannes Derks-Jans afgebroken en in 1953 bouwde dochter Dien, de kapster een nieuwe huis, waarin ook het gezin van haar broer Harrie en Dina Derks-Hebben ging wonen.


 

Boerderij  'de Ennenberg' in 1945 van de familie Zegers op de Kamp.

Ook moesten er drie bruggen hersteld worden van de Wellse Molenbeek. Aan de Weezerweg, de Ossenkamp en in de Grotestraat nabij het zustersklooster. Het was een dure aangelegenheid. De herstelkosten in de Grotestraat alleen al bedroeg  ƒ19.000, -  voor die tijd dus veel geld.

Kerkaangelegenheden: De Noodkerk was even in zaal Walaria, daarna in de school en in de Tiendschuur. Al het kerkmeubilair moest hersteld worden, ook de pastorie, een nieuwe kapelanie en de jongensschool (eigendom van de kerk). In februari 1948 krijgt de kerk een rijksbijdrage van ƒ26.000,- voor oorlogsschade van de inventaris, terwijl er ƒ110.000,- beraamd was.

Pastoor Reiné heeft in 1945 met zijn (nieuwe) pony en kar de brokstukken van het altaar naar zijn huis gehaald en tot 1957 bewaard. Toen gingen ze naar het Bonnefanten Museum in Maastricht voor restauratie.Hiermee kreeg de nieuwe kerk in 1958 een pronkstuk terug.

Volkstelling: Eind mei 1947 is er een volkstelling gehouden. Deze was al een aantal jaren uitgesteld vanwege de oorlog. In Well wonen dan 842 mannen en 801 vrouwen. Daar komen nog eens 23 mannen en 62 vrouwen van het Klooster en bejaardenhuis bij.


 

In 1951-52 liet Toon Derks - Vos een twee onder een kap bouwen. Er naast bouwde Thei-Derks van de Ven een winkel / woonhuis. De ruïne van de oude kerk heeft er nog tot 1958 gestaan.

De gevel van het oude koopmanshuis was blijven staan en dat was dan ook het enigste wat er van het prachtige pand over was.

 

Ondanks dat Well zo erg gebombardeerd is, kun je na het herstel toch nog altijd zien dat het van vroeger uit een belangrijke betekenis heeft