Zoek

Historie van Kasteel Well

 Kasteel Well, met op de voorgrond het tuinhuis (Orangerie) op 1 oktober 1897


De trots van Well.

Het oude monumentale kasteel is de trots van het dorp Well. Zonder dit historische kasteel zou Well niet zijn geworden wat het nu is. Door het kasteel en zijn adellijke bewoners is Well steeds een belangrijk middelpunt geweest van vele bestuurlijke en economische activiteiten. De betekenis en het aanzien van ons dorp werden in het verleden voor een groot deel bepaald door de aanwezigheid van de adellijke bewoners van het kasteel.

De bezitter van het kasteel kreeg de controle op het scheepvaartverkeer op de Maas. Het slot Well was daarom van grote betekenis voor de handel en het vervoer van goederen. Een begerenswaardig bezit voor iedere partij, die de strijd moest leveren tegen de vijand. Om de burcht Well werd in het verleden dan ook vaak heftig gevochten en de gevolgen van deze krijgshandelingen waren voor de bewoners van Well vaak rampzalig. Tegen het ruwe krijgsvolk waren de vredelievende bewoners niet opgewassen. Plunderingen, berovingen en vernielingen waren vaak het lot van de toenmalige Wellenaren.

Kasteel Well in 1906.


Vooral tijdens de 80-jarige oorlog was het hier in Well raak. De voortdurende gevechten en schermutselingen tussen de Staatse en Spaanse troepen maakten het dagelijkse leven hier praktisch onmogelijk. Het werd zelfs zo erg dat de meeste bewoners van Well in de periode van 1579 tot 1588 evacueerden naar vrnl. het Kleefse land.

Minstens twaalf adellijke families hebben in de loop van de eeuwen het Huis Well bewoond, voordat in 1906 de Düsseldorfse jurist en industrieel dr. Richard Wolters het kasteel kocht en er zich als allerlaatste (niet-adellijke) kasteelheer vestigde.

Kasteel Well in 1906, het jaar Dr. Richard Wolters het kocht.


 

In 1962 werden de fundamenten van een verdwenen toren opgegraven in de noordhoek van de binnenplaats van het hoofdgebouw.

Het zijn de resten van de traptoren van waaruit men in de vertrekken op de verdieping kon komen. Links de westvleugel en boven de noordvleugel. Linksachter is de deur naar de gewelfde kelder.

De toren is waarschijnlijk begin 19e eeuw afgebroken omdat toen aan twee binnenplaatszijden nieuwe gevels opgetrokken werden op 2.20 m en 2.50 m van de vroegere gevels verwijderd. Hierdoor ontstonden er gangen en konden er trappen naar de verdiepingen aangebracht worden. De binnenplaats werd hierdoor verkleind en de fundamenten van de toren verdwenen half in het kasteel, zoals op de foto te zien is.

Deze verdwenen toren is nog te zien is op twee tekeningen van Jan de Beijer uit 1737.


 

Op deze tekening ziet u de toren, waarvan men eerst dacht dat het een donjon (woontoren) was, op de binnenplaats van de hoofdburcht. Via deze traptoren kwam men in de hoger gelegen verdiepingen. Begin 19e eeuw werd de toren afgebroken en werden twee gevels van de hoofdburcht vanuit de binnenplaats naar voren gebracht om ruimte te creëren voor gangen met trappen áchter die nieuwe gevels. Zo werd de binnenplaats kleiner en kwamen de fundamenten van de woontoren gedeeltelijk ónder de nieuwe gevels te liggen.


Verdedigingswal.

In de tweede helft van de 15e eeuw werd er rondom de oorspronkelijke vesting een aarden wal opgeworpen ter verdediging van de burcht. De geul die zo ontstond werd gevuld met water en zo ontstonden de (buiten)grachten. Op elke hoek van de wal stond waarschijnlijk een verdedigingstoren, waarvan die op de westelijke hoek, de torenmolen, nog steeds als ruïne aanwezig is. Deze staat op een gedeelte van de oorspronkelijke wal, die verder rond het kasteel verdwenen is.

Links is de ophaalbrug in de jaren '30.


Uitbreiding.

Over de gracht kwam een ophaalbrug die elke avond en als er vijanden in aantocht waren, omhoog gehaald werd. En steeds verder ging die uitbreiding, soms met een ringmuur, met hoektorens, méér woonruimte en schuren, o.a. ook stallingsruimte voor paarden en koetsen, enz. en niet te vergeten de ruimten, waar de knechten en meiden hun onderkomen hadden. Zo ontstond de voorburcht.

De Tiendschuur in 1933 met rechts de voordeur van het 'Jachthuis' waar de fam. Vrde destijds woonde. 


Tiendschuur.

In 1609, aan het begin van het Twaalfjarig Bestand,  werd een Tiendschuur gebouwd, waar de horigen het tiende deel van hun graan, vee enz.  naartoe moesten brengen. Dat was de belasting, die ze jaarlijks in nature aan hun Heer betaalden voor de pacht van boerderijen en landerijen. 

Waterburcht.

Kasteel Well is evenals het verwoeste Kasteel Geijsteren een echte waterburcht. Van aanvankelijk verdedigingsbouwwerk werd het geheel, ook in Well, in de loop der eeuwen een fraaie woonstede voor de deftige bewoners. Voor vele generaties en geslachten uit verschillende Europese landen.

....en de vloek die er op rustte.

Maar…… op Kasteel Well rustte een vloek : Nimmer zouden méér dan 3 geslachten van dezelfde naam de Heerlijkheid Well bewonen. En dit is inderdaad het geval geweest tot 1771, toen de derde generatie van het Franse geslacht De Pas de Feuquières uitstierf en achterneef Willem Liedel het kasteel erfde. Daarna was zijn zoon Pieter Willem de bezitter van Huis Well. Zijn kinderen stierven vóór hem en zijn schoonfamilie Von Schloissnigg (in feite de kinderen uit het huwelijk van zijn zus met Franz Peter von Schloissnigg, zijn zwager) uit Wenen leverde nog drie "Wellse" baronnen af, hoewel deze familie ten tijde van het vruchtgebruik van het kasteel door Marianne von Evers van Aldendriel (van 1852 tot 1878) daar niet woonde, maar wel eigenaar bleef en er uiteindelijk ook nog drie generaties von Schloissnigg eigenaar van ons kasteel waren!

Bewoners.

De eerste bekende heer van kasteel Well is Arnold van Straelen, die zich "heer van Wel en Bergen" noemt. Hij wordt in 1320 opgevolgd door zijn schoonzoon Seger van Baerle (inderdaad, uit Baarlo). Daarna, vanaf 1368, is Jan van Mierlaer (voorouderlijk verwant aan de Van Straelens) uit Meerlo 4 jaar bezitter van Well. Dan is het van 1372 tot 1478 de beurt aan de familie Van Aerendael (uit het dal van de Ahr). Deze familie wordt opgevolgd door de Van Bylandts en die familie, rond 1570, weer door die van Vlodrop.
Het kasteel is ook in die tijd vaak het middelpunt geweest van krijgshandelingen tijdens de 80-jarige oorlog. Ook Prins Frederik Hendrik de stedendwinger, is bij zijn tocht langs de Maas nog in Well geweest, hoewel dat hier geen oorlogshandelingen meer opleverde.
Het kasteel heeft in de periode 1579-1586 veel van de Staatse en Spaanse bezetters te lijden gehad. Het heeft wel enige tijd geduurd voor alle schade hersteld was.

Balthasar Adriaan van Vlodrop verkocht het slot in 1628 aan Hendrik graaf van den Bergh, gouverneur van Spaans Gelre. Deze schonk het als bruidschat aan zijn dochter Anna Maria, gehuwd met Albert van Limburg-Stirum. Deze werd in 1631 met Well beleend. In 1686 ging het door vererving over aan een zwager van het Franse geslacht De Pas de Feuquières, welke familie tot 1771 heer bleef van Well. Door vererving gaat het dan weer over aan Willem Liedel uit Rotterdam, een steenrijke koopman. Zijn zoon Pieter Willem (sinds 1822 met de titel baron) is de laatste "heer" van Well, omdat met de komst van de Fransen (in Well al in 1794) een einde komt aan het feodale tijdperk en hij alle "heerlijke" rechten verliest. Vanaf die tijd zijn de kasteelheren gewoon grootgrondbezitters geworden. Als Pieter Willem in 1852 sterft erft de familie van zijn vrouw, von Schloissnigg uit Wenen, het kasteel. De derde en laatste baron von Schloissnigg verkoopt Well in 1905. Dan is het sprookje van kasteel Well voorgoed uit.