Land der vervallen romantiek

Een taak voor ons geslacht.


Ge komt bij Well, een intiem dorpje, verscholen tusschen hooge boomen, gelegen aan een fiksen bocht van de rivier. Als ge er goed komt, komt ge er met een veerpontje, dat u mitsgaders uw fiets, voor de somma van drie centen overvaart over de kabbelende golfjes van den ouden stroom. Dan ziet ge dit dorpje op zijn mooist, vanaf het water, dan ziet ge ook welk een belang een veldheer had bij het bezit van zelfs zoo’n klein, maar uit strategisch opzicht zo belangrijk gelegen vlekje. En natuurlijk staat er bij Well een mooi kasteel. Een der schoonste zelfs van ons land, een enorme vestingburcht met breede, diepe grachten, met twee rijen zware muren, smalle poorten met ijzerbeslag, donjons en hoektorens met muren van om ende bij een meter dik, poortgebouwen, stallen en schuren en een hoofdgebouw, dat met honderd doode raamoogen uitziet over de leege binnenplaats, over de vervallen stallen, waar de feodale kleuren nog de enorme houten deuren bedekken. Want kasteel Well is sinds jaren leeg. Dit is het slot, waar eenmaal de geduchte van Bylant troonde, die den ouden graaf van Gelre op een bitterkoude winternacht van zijn bed deed lichten en over het ijs te voet van Grave naar Well deed gaan; hier hebben  soldaten van wellicht tien volkeren den dood gevonden; hier spreekt de historie van ons land duidelijke taal. Maar den mensch van 1942 laat dit imposante, schoone en belangrijke cultuurmonument over aan de heillooze invloeden van weer en  wind. De grachten groeien dicht met waterplanten, gras en onkruid woekeren tusschen de steenen van de binnenplaats, staldeuren hangen uit hun scharnieren en het is alleen aan de ongelooflijke hechtheid en duurzaamheid van dit slot te danken, dat het nog niet veel eerder vervallen is. Schooner en sterker, trotscher en belangrijker nog is slot Well dan het onlangs gerestaureerde Doornenburg in de Betuwe. Toen Doornenburg in den ouden staat  was teruggebracht , is van vele zijden gebleken, welk een verheugende belangstelling er heden ten dage bestaat voor onze oude cultuurschatten. Moge spoedig ook kasteel Well daarvan de vruchten plukken, vóór het te laat is. Waarlijk, hier is een goed werk te doen!

A.C.W. van der Vet

30-10-1942  Krant : De Waag.
 

.....dat met honderd doode raamoogen uitziet over de leege binnenplaats......