Dr.Juris Richard Wolters,de laatste kasteelheer

Dr. Juris Richard Joseph Wolters, de bewoner / eigenaar van het Kasteel  tot 1942.

Als 36 jarige jurist had hij op 17 mei 1906 het Kasteel Well gekocht, met inbegrip van 8 ha.grond , het Aschwaterse bos met huis, stal en schuur (ruim 32 ha.), het Mehrsche bos en de Mehrschenhof (ruim 166 ha.) en het visrecht op de Maas. Dit alles voor ƒ 70.980,-  Bij de koop waren niet inbegrepen de opstaande bomen op verschillende terreinen, die aan andere kopers verkocht waren en nog niet gekapt.  De verkoop geschiedde voor notaris Oscar Haffmans te Helden. Op dezelfde dag kocht hij ook nog een boomgaard, groot 1 ha. -20 aren in Wellerlooi. De koopprijs was ƒ 3.549,- Kort daarna kocht Dr. Wolters ook nog een boomgaard in Wellerlooi en een uitgestrekte lap woeste grond bij De Hamert, die hij in 1911 aan Arthur Mauritz verkocht.

De nieuwe Wellse Heer maakte zijn lagere studies in zijn geboortestad en had in Bonn op de universiteit rechten gestudeerd, waar hij de titel "Juris Doctor " verkreeg. Het schijnt, dat hij nooit een bepaald beroep heeft uitgeoefend.

In Düsseldorf bezat hij een groot aantal huizen en zou later van zijn moeder, een bankiersdochter, ook nog het slot Benrath bij Düsseldorf erven.

"Hier wohnen wir", liet een zekere Emmy op 5 juni 1906 op deze ansichtkaart aan haar familie in Willich (bij Krefeld) weten, toen Dr. Richard Wolters zich op het kasteel gevestigd had. "Wir sind hier versammelt in ein Paar reizend eingerichteten Zimmern".

Wie was deze man?

In een levensbeschrijving, die helaas niet ondertekend was lezen we, dat deze man, op 8 januari 1870 geboren in Düsseldorf, een aristocraat was in hart en nieren. Het was de tijd, dat Duitsland hard op weg was het grootste industrieland van Europa te worden en de stap van die grote stad naar het kleine dorpje Well was dan ook groot.
In het dorp en op school werd er destijds over deze nieuwe bewoner gepraat . Het was dan ook een forse man, breedgeschouderd, met een opvallend groot litteken op zijn linkerwang. Hij was meestal gekleed in een grijze knickerbocker en kort colbert. Als regel droeg hij een groene jagershoed en nam steeds zijn zwarte poedel mee op zijn wandelingen.


Zijn ouders waren Julius en Luise Wolters-Trinkhans. Zijn moeder, die meegekomen was naar Well wandelde vaak in de Kasteelaan en het dorp en zij was erg vriendelijk voor kinderen.
Zij had een bruine poedel, die haar steeds volgde. Zij leek veel op de koningin regentes Emma, volgens de Wellenaren. Van het plechtige Duitse taaltje dat zij sprak begreep de Wellse jeugd niets, maar ze bleef maar vragen stellen over de school en thuis.
Ze heeft enige jaren op het kasteel gewoond en is daar gestorven op 8 oktober 1919. Ze werd 78 jaar, deze Luise Trinkhans, de dochter van Christian-Gottfried Trinkhans en Sophia Pheiffer. Haar zoon liet haar begraven op de  Kasteel Gaarde, temidden van haar honden.
 

Dr.Richard Wolters leefde eigenlijk vrij sober en hield zich niet zo veel met de Wellenaren op. Hij leefde zich vaak uit in zijn hobby: het verven van poorten, deuren en kozijnen, maar als zijn geduld óp was kon hij alles ook half klaar laten liggen. Het dorp fantaseerde van alles over zijn doen en laten. Wij zouden tegenwoordig zeggen: “Ze kletsten over hem”. Hij zag er, zeker met zijn litteken dan ook anders uit dan de meeste dorpelingen.
Toen hij in Well kwam wonen had hij zijn eigen rentmeester meegebracht: de heer Neubauer met zijn gezin. 
 
 

De auto van Herr Doktor, een Chevrolet Sedan Superior, met chauffeur Joep Vrede. Zijn broer Jean (Sjang)  was net als Joep, ook tuinman. Ook was er één dienstbode. Als Dr. Wolters kleine autotochten maakte , reed hij soms naar Doorn, om daar de oude keizer Wilhelm te gaan opzoeken. Dan moest Joep Vrede zich in uniform met chauffeurspet hijsen, want bij de ex-keizer wilde Herr Doktor voor de dag komen met de grandeur van een landjonker en "Rittergutsbesitzer".

Eerder had Dr. Wolters de timmerlieden Martens en Koppes in dienst. Verder de tuinman Jan van Aarcen, de koetsier / chauffeur Josef van Bommel, boswachter Derks en twee dienstmeisjes.

De vorige Kasteelbewoner had een grote staat gevoerd met een menigte personeel : een rentmeester, een keukenmeid,een koemeid, een naaister, twee kamermeisjes, een jager, een boswachter, een smid, twee timmerlieden, een schilder, een stucadoor, een koetsier, twee paardeknechts, vier tuinlieden en nog een oude knecht, die het hout en turf voor de verwarming gereed maakte.

 De hoofdburcht van Kasteel Well in 1910

Advertentie uit de Nieuwe Venlosche Courant van 24-05-1924

Het tuinhuis werd in die tijd "Tuscolano"genoemd en zag er piekfijn en gezellig ingericht uit.

Dr. Richard Wolters en zijn ex vrouw Bertha Coester genieten van het zonnetje op de kasteelgaarde. Het schuurtje aan de kleine gracht is begroeit met blauwe regen.

Hoewel Dr. Wolters in Bergen ingeschreven was als ongehuwd, was hij wél getrouwd, maar gescheiden.
Toch logeerde zijn ex-vrouw in de jaren '20 / '30 vaak met haar aangenomen dochter Hilde op het kasteel als gezelschapdames. Bertha Hünten was hertrouwd met Hauptmann Coester. Het was een vlotte, welbespraakte dame, die wandelend en winkelend veel contacten had. Ze was een zeer begaafde vrouw, volledig op de hoogte van de huishouding, virtuoos in haar pianospelen en zeer kundig in naaien en borduren. Later hielden haar logeerpartijen weer op en keerden de dames terug naar Duitsland. Kort voor de dood van haar ex man, stierf Bertha op 16 januari 1953.
 

 

Dr. Wolters was zonder meer een aristrocaat en behoorde bij het soort Duitsers, bij wie duelleren en sabelgevechten hoog in aanzien stonden. Het was een soort graadmeter van de culturele hoogte waarop de beoefenaar stond. Het was ook de tijd van de romantiek en rijkdom. Vandaar droeg Dr. Wolters in zijn uiterlijk de sporen van die tijd, het litteken, opgelopen bij het mensuren (dueleren).

 

En zo onopvallend als Dr. Wolters in de oorlog ’14 -’18 het dorp vaak verliet, zo gewoon keerde hij daar na de oorlog ook weer terug. In de oorlogsjaren van WO I was het personeel gewoon doorgegaan met werken en ook de Wellse boer, hij ploegde voort.
De bakker bakte, de smid smeedde en de timmerman hamerde er weer lustig op los.
De kasteelheer wandelde weer door het dorp en de gaarde en hij verfde net als vroeger weer poorten en deuren.
Toch veranderde er het één en ander: de vertrekkende Gerard Peters werd als burgemeester opgevolgd door O.Otten uit Heijen en we kregen een nieuwe pastoor : Amaury Esser.
 

Wolters liet zijn moeder op de kasteelgaarde begraven.


 

Het kasteel in de tijd van Dr. Wolters met de oude Kasteellaan.

Schatzoeker.

Dr. Wolters was ook een echte schatzoeker. Hij brak gaten in de kasteelmuren en zocht de slottuinen af. Dit wordt niet alleen bevestigd door de oude inwoners van Well, maar ook bevestigd door een bericht in het Boxmeers weekblad van 21 september 1912. Daar leest men als volgt:

Vrijdag is op het kasteel te Well een kistje gevonden met gouden munten. Uit de gevonden papieren vermoedde de eigenaar van het slot, dat op zekere plaats een schat begraven lag. Onder zijn persoonlijke leiding was reeds meermalen een binnengracht afgevist, maar zonder resultaat. Nu wilde hij deze gracht vullen met de hoge wal, die er om heen ligt. Reeds was men een paar dagen aan het werk en het vinden van een paar munten deed de hoop herleven.Vrijdagmiddag toen de arbeiders reeds vertrokken waren, groef een bediende verder en sloeg plotseling op een ijzeren kist. Behoedzaam werd ze uitgegraven en in het slot gedragen en hier door middel van beitels en vijlen geopend. De kist is ongeveer 40-50 cm. lang en 20-30 cm diep. Bij opening lag bovenop een keten, bestaande uit zwarte koralen en verder was ze gevuld met gouden munten ter grootte van een mark. Bovenop lag een papier, vermoedelijk bevattende door wie en wanneer de schat daar begraven is. De waarde en de tijd der munten is onbekend daar de slotheer geen enkele inlichtingen geeft.

De Barbarakapel in 1928

Luthers.

Ofschoon hij luthers was, had Dr. Wolters eerbied voor de katholieke gebruiken. Voor de jaarlijkse sacramentsprocessie, liet hij de Kasteellaan, eigendom van het kasteel, voor zover er de processie overheen trok, opknappen en keurig in orde brengen.

De St. Barbarakapel, gelegen achter het kasteel, waar vele jaren water en wind vrij spel hadden gehad met meubels en beelden, liet hij, na uitleg van de katholieke betekenis, grondig opknappen. Toen de restauratie gereed was , zei hij tot de omstanders "Jetzt wird die Barbara im Himmel aber Freude haben!"  

17-02-1934 plaatste de Venloosche Courant deze pagina over het kasteelinterieur van Dr. Wolters.


 

Zittend rechts: De beschermheer van de Harmonie, Dr. Richard Wolters.

Verenigingsman Wolters.

Hoe was het met de ontspanningsmogelijkheden in Well?
De Harmonie en het Gilde waren eigenlijk de enige verenigingen. Maar vanaf 1918 kwam daar, hoewel schoorvoetend de voetballerij bij. Een paar in Well gestationeerde ambtenaren Introduceerden dat vreemde spel. Op een grasveld met twee bonenstaken als goals zag men de jeugd zwoegen. Langzaam werd het een echt spel en werd er een voetbalclub opgericht.
Toch stond men nog onwennig tegenover al de spelregels, het was toch een beetje vreemd!
Dr. Wolters zag er wél wat in en toen hij op een goeie dag door een bestuurslid benaderd werd, bleef hij met het reilen en zeilen meeleven. Hij nam zelfs het beschermheerschap op zich en schonk een prachtige zilveren wisselbeker, die ieder jaar op de voetbaldagen werd ingezet.
Ook stelde hij de Gaarde * ter beschikking voor muziek- en schutterijfeesten. Het grandioze schuttersfeest van 1926 werd in de Gaarde gevierd. ( * niet de huidige Gaarde, maar de wei richting Rijksweg, die later gesplitst werd om de Kasteellaan te verleggen).

Bij het gouden jubileum van de Harmonie in 1936 schreef Dr. Wolters in de jubileumuitgave:

Der Weller Harmonie sende ich zu Ihrem bevorstehenden Jubiläum meine beste Glückwünsche und Grüße. In diesen Tagen bin ich 30 Jahre "beschermheer" der Harmonie und denke mit Genugtunung und Freude an die vielen frohen Stunden und schönen Feste, welche wir mit einander verlebt haben. Daß die Weler Haronie noch viele, viele Jahre bestehen und ihre schöne Kunst ausüben möge, ist mein aufrichtiger Wunsch.

Nu nog strijdt de plaatselijke hengelsportvereniging 'de Snutters' ieder jaar om de Dr. Wolters wisseltrofee.

1933: Mutti en dochtertje Hilde Vrede, bij hun woning in de Tiendschuur, het z.g. Jagershuis met Grad Linders uit de Nicolaasstraat.

"De groene zaal" zoals deze ruimte destijds in 1928 werd genoemd. Later bekend als "de Ridderzaal" . Vanaf de achterzijde geeft de houten brug toegang tot deze zaal.

Vanaf het begin, dat Dr. Wolters het kasteel in eigendom bezat, legde hij er zich op toe het weer prachtig te bemeubelen. Voor de eerste inrichting liet hij vele antieke meubels uit Düsseldorf komen en voor en na breidde hij zijn collectie uit. 

Hitlers machtovername in Duitsland had voor Dr. Wolters onaangename gevolgen. Het grootste gedeelte van zijn inkomsten kreeg hij van zijn bezittingen in Duitsland, maar de nazi's verboden practisch alle uitvoer van geld. Hij vestigde zich in 1936 officieel weer in Düsseldorf, waar hij ging wonen in de Rochusstrasse nr. 44. Voor zijn vertrek verkocht hij een groot deel van de kasteelinventaris, maar het bleef nog steeds rijkelijk de moeite waard, het interieur te gaan bezichtigen. Dr.Wolters heeft steeds zijn uiterste best gedaan om de gebouwen voor verval te behoeden en bleef na 1936 nog regelmatig in Well verschijnen. Maar de dagelijkse zorg liet hij over aan zijn trouwe medehelper Jozef (Joep) Vrede en zijn vrouw.

Vanaf 1941 kreeg het kasteel een bezetting van Duitse militairen, maar de fam. Vrede kon een oogje in het zeil houden vanaf hun Jagershuis. In 1944 echter, moest de familie Vrede voor het granaatvuureen heenkomen zoeken in het grote huis van de fam. Derks aan de Maas in de Grotestraat. Ze namen de dierbaarste schilderstukken en andere kostbaarheden mee naar het huis Derks. Ze borgen de schatten uit hetkasteel op in een donkere gangachtige ruimte midden in het huis en metselden deze "schatkamer" dicht. Op 12 januari moesten de inwoners van Well op Duits bevel evacueren. Na vier-en-een-halve maand keerden de families Vrede en Derks terug, maar troffen hun dorp aan als een onvoorstelbare ruïne. Het kasteel Well had nieuwe kasteelheren gekregen die Engels spraken. De dichtgemetselde gang in het huis Derks was opengebroken. Alle kostbaarheden waren weg....

Het huis van Derks na de oorlog. De dichtgemetselde gang in het huis  was opengebroken. Alle kostbaarheden waren weg....

De laatste kasteelheer, Herr doktor Wolters zou niet meer terugkeren. Het gehavende kasteel, als Duits en dus vijandelijk vermogen, werd onmiddelijk na de oorlog door de Nederlandse staat geconfisqueerd en onder beheer van het Nederlands Beheers Instituut gesteld. Beheervoerder van het NBI was de Bergense burgemeester S. Douven.

24 april 1950 schreef Wolters in zijn ontvijandingsformulier aan het NBI dat hij een tegenstander van Hitler en de nazi’s was geweest. Ook dat hij altijd goede contacten had met onze Wellse bevolking. Het NBI schreef o.a.terug aan Dr. Wolters " … kan alleen in aanmerking komen voor teruggave van vermogen indien u zich tijdens de bezetting van Nederland dermate verdienstelijk hebt gemaakt voor de geallieerde zaak, dat het onaanvaardbaar zou zijn de teruggave van het vermogen te weigeren ".

 

Foto uit 1955 op haar 43e verjaardag, van Hilde Coester * Berlijn 23-10-1912 †Jugenheim 19-11-1979. Zij trouwde op 13-03-1961 met weduwnaar Gerhart (Ferdinand Emanuel Konstantin Otto) Graf von Büdingen.

De erfgename van Dr. Wolters, Hilde Coester zette zich met behulp van anderen in om kasteel Well alsnog te verwerven. Zie o.a. onderstaande brief. De pogingen werden niet gehonoreerd en op 7 juli 1954 leverde het Berlin Document Center van de US-Army het overtuigende bewijs dat Dr. Richard Joseph Wolters, voormalig heer van Well, sinds 1933 Parteigenosse was van de NSDAP (Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij) en dat onder nummer 3.281.850.

Hoe vriendelijk en dorpsgezind hij ook was; op de vraag wat het echte nazigehalte van Wolters was, zullen we nooit meer een antwoord krijgen.  

In 1949 werd kasteel Well door het Nederlands Beheers Instituut verkocht aan de Stichting Santa Maria.

 

Het verzoek van Dr. Wolters om ontvijanding werd ondanks alle goede referenties op 5 januari 1953 afgewezen.

 

Richard Joseph Wolters overleed op 83 jarige leeftijd op 13 april 1953, 01.10 uur te Remscheid, waar hij de laatste tijd van zijn leven in een verpleeghuis verbleef.