Kasteel Geijsteren

Lees HIER de Wellse sage "De gang onder de Maas".

 

Een onderaardse gang van kasteel Well naar kasteel Geijsteren.

 

Familiewapen De Weichs de Wenne

In 1944 werd het kasteel door een Engels bombardement verwoest en resteerde een bouwval die tot voor kort steeds verder verviel. Het was overigens niet de eerste keer dat dit kasteel werd verwoest. In 1585 werd het verwoest en in 1918 brandde het af, waarbij ook het hele huisarchief verloren ging. Er zijn enkele tekeningen en foto's uit de 20e eeuw bewaard gebleven waardoor bekend is hoe het kasteel eruitzag.

De Heerlijkheid Geijsteren wordt voor het eerst vermeld in 1236, wanneer een ridder Arnoldus van Gesserne wordt vermeld; niet bekend is uit de archieven of het kasteel er al was. Archeologisch onderzoek wijst echter uit dat er omstreeks die tijd er wel een ronde woontoren van (gedeeltelijk) mergel was met een ringmuur. Dit is in de loop der tijd steeds vergroot.

De Weichs de Wenne is een adellijke familie die haar hoofdzetel heeft in Geijsteren en eigenaar is van het in de Tweede Wereldoorlog verwoeste kasteel. De familie die voor het eerst vermeld wordt in 1407, is oorspronkelijk afkomstig uit Beieren (Wenne) en is begin 1800 naar Nederland gekomen en in de Nederlandse adel opgenomen.

De kasteel ruïne is gerestaureerd. Voor meer informatie klik  HIER.


 

Advertentie 06-12-1863 in de Rotterdamsche Courant


 

Het Algemeen Dagblad meldt op 31-12-1893:

Baron De Weichs de Wenne †

De 27n dec. is op zijn kasteel te Geisteren, gem. Wansum, overleden de heer mr. Clemens baron De Weichs de Wenne, een man die zoowel op politiek als administratief  gebied een hoogst eervolle en merkwaardige loopbaan heeft afgelegd.

Te Geisteren geboren den 12n Mei 1807, promoveerde hij den 14n Juli 1848 als doctor in de rechten aan de universiteit te Luik. Den 7n Dec. 1830 werd hij bij besluit van het voorloopig gouvernement van België benoemd tot lid der permanente deputatie van de Provincie Limburg.
In 1836 werd hij door de kiezers van het kanton Horst als lid van den Provincialen raad van Limburg gekozen.
Na de afscheiding van een gedeelte van de voormalige Provincie Limburg van België, die in 1839 plaats had, werd hij in 1841 door den koning der Nederlanden tot lid der Provinciale Staten van het Hertogdom Limburg benoemd.
In 1846 werd hij gekozen tot lid van de Tweede Kamer, welke betrekking hij tot 1849 heeft bekleed.
Zijn mandaat als lid der Provinciale Staten van Limburg heeft hij vervuld tot 1893; hij heeft zich alzoo, na een hoogst eervolle loopbaan van 63 jaren, op 87 jarigen leeftijd, uit het openbaar leven teruggetrokken.
ook in kleiner kring wilde hij werkzaam zijn.
Zo mocht hij, eenige jaren geleden, zijn 25-jarig jubelfeest als burgemeester van Wansum vieren.
Onder de Belgische regeering werd hem herhaaldelijk de waardigheid van gouverneur der provincie aangeboden; het commandeurskruis der orde van de Eikekroon en het Ridderkruis van den Ned. Leeuw versierden zijn borst.
ook was hij ridder der orde van Malta.



 

Begin 1900 werd het kasteelpersoneel op de foto gezet.

De man met de zaag is de Geijsterse meester timmerman Arnold Renier Bergmans *Geijsteren 28-03-1861 gehuwd met Maria Helena Franssen *Well 01-06-1859. Tweede meisje rechts is zijn dochter Elisabeth Hendrika *Geijsteren 23-09-1889.

Het echtpaar Bergmans-Franssen runde ook een café in Geijsteren.


 

Deze foto werd op 16 juli 1908 gemaakt. Op die dag trouwde Maria Johanna Klementina Hubertina barones de Weichs de Wenne *Wenne (BRD) 17-10-1877, met Franz Seraphikus Karl Nicolaus Reichsbaron von Schloissnigg, heer van Ebergassing (Neder-Oostenrijk) en Kasteel Well tot de verkoop in 1905. Geboren te Wenen 06-12-1870 †Ebergassing 09-12-1918. Zoon van Reichsbaron Franz Seraphikus Johann Baptist August Wilhelm von Schloissnig en Sophie Reichsgrafïn Cavriani.

Het bruidspaar is omgeven door familie, het gilde, bevolking en kasteelpersoneel.

Boven de versierde ingang hangen de familiewapens van de bruid en bruidegom.


Bericht in dagblad "De Tijd" van 06-11-1915


 

In 1917 maakte Jonkheer Dr. E. Van Nispen tot Sevenaer deze foto van de zuilenhof


 

Advertentie uit dagblad "De Tijd" 02-06-1921

Joseph Maria Hubertus Franciscus de Weichs de Wenne, heer van Geijsteren en Spraland. *Eslohe (Dld)19-11-1888 †06-11-1965 Hij was van 1923 -1953 burgemeester van Wanssum, in 1937 werd dit gemeente Meerlo-Wanssum en was lid van de Provinciale Staten Limburg. Hij huwde met Jacoba Francisca Maria van Rijckevorsel  *Den Bosch 03-01-1898 †Arnhem 02-02-1981 

Het echtpaar kreeg vier kinderen waaronder Caspar Wilbert Joseph baron de Weichs de Wenne, de latere baron van Geijsteren


 

Op 16-08-1927 verscheen in dagblad de Limburger Koerier het volgende artikel :

OP HET KASTEEL GEIJSTEREN.

Een mooi middeleeuwsch kasteel

Daar ligt, verscholen tusschen hooge, oude boomen met hun dicht bladerendak het mooie kasteel Geijsteren, een juweeltje in zijn soort op den linker Maasoever op de grens van het Brabantsche. Als ieder kasteel, iedere oude veste, heeft ook dit z'n bijzondere bekoorlijkheid, z'n eigen geschiedenis om er aan te denken in dezen rustigen tijd, nu de stormen, die honderden jaren er omheen gewoed hebben, langs de oude, geheimzinnige muren zijn heengegaan en die nog de sporen hebben achtergelaten van hun primitieve kracht. Bij het bezichtigen van een dergelijk stuk oudheid wordt de bezoeker, die hier bij elken steen diep in het verleden schouwt telkens door een bijzondere bekoring gegrepen 'Want het verleden, dat overal elders z'n sporen mist, komt hier plotseling naar hem toe en komt hem vertellen van het leven uit lang voorbije jaren, van strijd en vrede, van schokkende beroering en tijden van intense rust. Langs de trapgevels, hoekige en ronde torentjes van het kasteei Geijsteren is véél heen gegleden. Nu eens schouwden de bewoners met angstig kloppend hart de gracht over de velden in waar woeste krijgers in harnas op hun snuivende paarden kwamen aangerend, strijd lustig de speer voor zich uithoudend, of wanneer men het angstig schouwspel zag van het aanvoeren van donderbussen om het kasteel te beschieten, dan weer lag de zoete, landelijke vrede jarenlang om het trotsche kasteel, om welks grachten de stoere landarbeiders de gaven van een rijken oogst bijeenbonden.

Trots alles echter bleef de heerlijkheid Geijsteren, want het is een heerlijkheid dat kasteel nu nog, onbewogen en gloriëde de burcht na iederen strijd hoog op den breeden Maasoever. De kerels met de lansen, de woeste mannen, die het kasteel stuk wilden schieten met dreunende kanonnen, ze hebben hier bijna steeds hun mannetjes gevonden. Steeds is het kasteel gebleven wat het was: een sterke heerlijkheid als een oase in het Noord- Limburgsche land van woeste heidevelden, onuitgerafelde dennenbosschen en zandverstuivingen. Vanuit zoon kasteel blikt men honderden jaren terug het verleden in. 'n Stukje folklore, 'n karaktertrek, de mentaliteit van onze voorouders komt hier bloot te liggen. En ge ziet: onderdrukking, 'n uitleven der oerinstincten en de lust tot vechten. Ja, vechten dat was hun lust en leven. Als er niet 'n partijtje oorlog gevoerd kon worden, dan deugde 't niet en ik zou haast zeggen: in twist en tweedracht sleten ze hun leven. Gelukkig heeft een wijze beschikking het zoo geordend, dat in die dagen de strijdmiddelen erg primitief waren en kostte het heel wat oorlogswoede en kracht, voordat er een hunner tot sneuvelen was gebracht.

Volgens sommige aanwijzingen was ter plaatse waar thans het kasteel staat vroeger een Romeinsche nederzetting. In het jaar 1890 zijn hier aan de Maas verschillende Romeinsche muntstukken gevonden. Officieele gegevens daaromtrent zijn er niet. Het is echter wel komen vast te staan, dat in 1200 de heerlijkheid Geijsteren reeds bestond; vanaf 1400 zijn er bescheiden voorhanden. Op de binnenplaats staat een groote steenen bak, welke uit een steen die in afmeting de Amersfoortsche kei niet veel toegeeft, gehouwen is. Deze is gevonden in de kelders van het kasteel en het vermoeden ligt voor de hand, dat de Romeinen, die in alles de bewoners der streek ver voor waren, zich aan dezen steen onledig hebben gehouden en hem uitgehold hebben tot wat ie nu is.De vroegere kasteelheeren bewaarden er hun herten- en reeënvleesch in.

In een der frissche vertrekken prijkt nog een verzameling van hoorns, tanden, geweien etc. van wilde en minder wilde dieren, hetwelk den Nimrod welzeker doet watertanden, doch het moet erbij gevoegd worden, dat niet alles inheems is. Dat de oude kasteelheeren veel van Jagen hielden, mag men ook afleiden uit een drukke zolderschildering in een der vertrekken. Daar heeft een schilder jachttafereel naast jachttafereel geschilderd; zelfs komen er scènes in voor waar de valk het musket ter hulp komt. Verder zijn daar een tafereel van de duif van Cana, Jonas in de walvisch en dergelijke voorstellingen.

Vluchtig nemen we verde- nog verschillende bezienswaardigheden op. Ei hangen schilderijen van oude kasteelheeren, van talrijke familieleden ervan, evenals van bekend vorsten uit de geschiedenis.

Zooals gezegd, 't spookte er vroeger nogal eens om de diepe grachten van de heerlijkheid. In 1581 waren de aanvallen zoo hevig, dat er van het rijzige kasteel niet veel meer overbleef. Wat met het geweld van allerlei oorlogsmateriaal niet kapot te krijgen was, werd verbrand. Vier Jaar later evenwel stond het kasteel weer in zn volle heerlijkheid aan de boorden van de Maas en heeft geen enkele woeste horde het behaagd het weer te vernielen. Nu echter, voor enkele jaren geleden, is een groot deel van het kasteel door brand verwoest. Gedeeltelijk is het weer opgebouwd, een vleugel echter blijft ervan verloren. 'De tegenwoordige bewoner van het kasteel is de bekende baron De Weichs de Wenne voorzitter van den Statenkieskring Horst, een ook bij de eenvoudige landlieden uit den omtrek geziene persoonlijkheid. Z'n moeder Maria baronesse De Weichs de Wenne, overleed 26 Maart j.l. bij wier verscheiden er diepe rouw heerschte in het stille dorpje Geijsteren. Deze adellijke dame was in heel den omtrek bemind en toonde zich de moeder der armen te zijn. Haar stoffelijk overschot werd bijgezet In den familiegrafkelder onder het oude kerkje.


 

Advertentie 12-08-1930 in dagblad "De  Limburger Koerier".


 

Kasteel Geijsteren in 1930

 


 

Advertentie 15-04-1933 in dagblad "De Limburger Koerier".


 

VOLKSDANSFEEST TE GEIJSTEREN

Op Zondag 29 Mei a.s. om 4 uur heeft in het park van het kasteel te Geijsteren het jaarlijksche Mei-feest van den Limburgschen muziek- en Volksdanskring plaats. Rekening houdende met de wenschen van de vele volksdans-beoefenaars, die de feesten van '36 en '37 bezochten, zal er vooral naar gestreefd worden, de dansen door een zoo groot mogelijk aantal deelnemers te laten uitvoeren. Immers volkskunst eischt een actieve deelname. Was bij vorige gelegenheden de „dansvloer" te klein, om aan alle danslustigen een plaatsje te verschaffen, dit jaar zal niemand teleurgesteld worden. Bij de inrichting van het terrein is daarmee rekening gehouden. Het programma brengt een groote af wisseling van gemakkelijke groepsdansen, maar daarnaast ook zeer interessante demonstraties van Engelsche country, zwaard en morrisdansen, Duitsche en Russische behendigheids-dansen, vendelzwaaien, volksliederen, canons en instrumentale muziek. Verschillende groepen uit Limburg, Brabant en de Betuwe hebben reeds hun medewerking toegezegd (o.a. de Muziek- en dansgroep van de J. W. uit Hom, volksdansteams uit Roermond en Bemmel en een verkenners groep uit Helmond). Voor bezoekers bestaat tevens gelegenheid tot bezichtiging van het fraaie kasteel van Baron de Weichs de Wenne. Als het zonnetje mede van de partij zal zijn, zal de pret en jool op dit echt Limburgche feest niet ontbreken. (uit de Limburger Koerier van 23-05-1938)


 

Kasteel Geijsteren in 1939. (foto: C. Steenbergh.)


 

 


 

 


 

 


 

Bovenstaande foto's werden begin 1900 door C. Steenbergh gemaakt, voor het weekblad "Buiten".

Weekblad Buiten verscheen wekelijks (op zaterdag) van 18 mei 1907 tot en met 24 december 1936. Het was een weekblad voor de welgestelden van die tijd.


Onderstaand artikel is uit "Mededelingen van de Patriot " van 28-11-1944

STRIJD IN NEDERLAND.

De Engelse artillerie heeft een kanonnade geopend op het laatste Duitse bastion op de westelijke Maasoever bij Venlo. Het is omgeven door een zeer brede en diepe tankgracht, prikkeldraadversperringen en een mijnenveld van een km breedte. Alle bruggen bij Venlo zijn opgeblazen, Verder is de gehele westelijke Maas-oever gezuiverd van de vijand. Ook bij Geijsteren aan de Maas, 6 km ten NO van Venray, bevindt zich nog een Duits bolwerk in een oud kasteel, dat door het buiten de oevers treden van de Maas, door water is omgeven. Thunderbolts en Typhoons bestookten het met raketbommen en gingen zo de eerste aanval vooraf, die echter door de Duitse bezetting van 50 man werd afgeslagen. De baron, kamerheer van de Koningin, zijn vrouw en vijf kinderen plus nog 25 andere personen, die een schuilplaats in de kelders van het kasteel hadden gezocht, werden door de Duitse commandant aangezegd naar de Duitse of Engelse kant van de frontlijn te evacueren. Zij verkozen naar de Engelse te vertrekken. De commandant, een jong officier, verklaarde aan de baron, dat zeer weinigen levend uit het kasteel zouden komen.

Het ruim zeven eeuwen oude kasteel Geijsteren viel daarop in 1944 ten prooi aan bommenwerpers. Voor wederopbouw van het kasteel was geen geld; de restauratie na een brand in 1918 moest zelfs nog afbetaald worden. Stenen van het slot werden gebruikt in beschadigd Doesburg. Het gezin De Weichs de Wenne woonde na de bevrijding tien jaar lang niet in Geijsteren, maar even verderop in Meerlo. Pas na de voltooiing van het landhuis aan de Maas, vlakbij het vernietigde kasteel keerde de familie terug naar het vertrouwde dorp.


 

Wilbert Baron de Weichs de Wenne (1934-2017) begon deze eeuw nog aan consolidatie van de verwoeste burcht. De overwoekerde ruïne werd omgevormd tot een kasteelplaats waarop een deel van de contouren van het verlorene gegane huis zichtbaar werden gemaakt. De herinnering aan kasteel Geijsteren zal blijvend worden, bezoekers kunnen het verhaal van toen opnieuw beleven bij een luistersteen.


 

Wilbert Baron de Weichs de Wenne is zondag 14-05-2017 op 83-jarige leeftijd in zijn woonplaats overleden. Baron de Weichs de Wenne woonde vanaf zijn geboorte op het familielandgoed in Geijsteren.

Caspar Wilbert Jozeph Baron de Weichs de Wenne werd geboren op kasteel Geijsteren als oudste zoon en derde kind van Joseph Maria Hubertus Franz Johannes baron de Weichs de Wenne (1888-1965), heer van Geijsteren en Spraland, en jonkvrouwe Jacoba Francisca Maria van Rijckevorsel (1898-1981). In 1968 werd hij benoemd tot directeur van de Maatschappij Helenaveen.

Van beroep was hij rentmeester en taxateur. De baron was onder meer raadslid  en wethouder van de gemeente Wanssum en later Meerlo-Wanssum, maar bovenal bekend als eigenaar van vele honderden hectares landgoed (Landgoed Geijsteren) en een van de voortrekkers van de gildes van het Land van Cuijk. In december 2011 ontving hij een hoge pauselijke onderscheiding. Hij werd bij die gelegenheid benoemd tot ridder in de orde van Sint Sylvester vanwege zijn verdiensten voor kerk en maatschappij. Hij vervulde daarnaast meerdere nevenfuncties.

Zijn grote missie was echter het behoud van het  landgoed van de familie en de consolidatie van de vlak voor de bevrijding in november 1944 gebombardeerde kasteelruïne, die in juni 2012 na een grondige renovatie tot zijn grote trots werd heropend. De familie is ook bevriend met het koninklijk huis. De Weichs de Wenne was gehuwd en vader van drie kinderen. De eucharistieviering vond plaats op zaterdag 20 mei op de binnenplaats van het voormalige kasteel Geijsteren. Daarna vond de bijzetting plaats in het familiegraf op de begraafplaats van Geijsteren.