Zoek

Franschen in de Heerlijkheid Well - Gérard Peters.

14 januari 1939


 

Lang heb ik gezocht naar den juisten datum, waarop de Heerlijkheid Well door de troepen der Fransche republiek werd bezet. Ten slotte vond ik de afdoende gegevens in het archief der gemeente Bergen, waar zich enkele portefeuilles bevinden met stukken uit den Franschen tijd. In een dezer mappen bevindt zich een staat, Waarop vermeld de leverantiën door de inwoners der Heerlijkheid gedaan aan de daar gelegerde Engelsche en Hannoveraansche troepen in het tijdvak 20 September tot en met 2 October 1794. Deze staat geeft aan, dat werden geleverd: 7700 pond brood, 9602 pond hooi, 33495 p. stroo, 16330 p. haver en 4753 schansen, tesamen voor een bedrag van 2262 Pruisische Reichstaler, 13 groschen en 4 pfenn. De thaler had een waarde van 3 Cleefsche guldens of ongeveer ƒ 1.38 Nederlandsche  goudwaarde. De prijzen dezer goederen waren: brood 30 pond 1 thaler; hooi 1000 pond 13 thaler 15 groschen; stroo 1000 pond 9 thaler 20 groschen; haver 100 pond 3 thaler 4 groschen; schansen 100 stuks 5 thaler 6 groschen.
 Deze staat werd vastgesteld door het Fransche bestuur van de ,,Affonding" Gelder (Arrondissement) op 4 Nov. 1797 en was onderteekend : Muller. 
Uit het feit, dat deze kostenstaat drie jaren later door het Fransche bewind werd goedgekeurd en vermoedelijk met mooie Assignaten betaald, moet men afleiden, dat de betreffende troepen zonder hunne schulden te betalen overhaastig zijn afgetrokken. Vermoedelijk zijn deze dingen in het vredesverdrag tusschen de Fransche republiek en de Koning van Pruisen geregeld. Een afzonderlijke staat van de leverantiën aan de Engelsche troepen werd door den commandant Abercrumby opgemaakt en deze geeft aan voor het tijdvak 30 September tot en met 2 Oct. 1794: 6920 pond hooi, 14220 p. stroo 560 p. brood en 1470 schansen. Een zeer interessante bijzonderheid is nog daarbij vermeld n.1. de troepenafdeelingen, waaraan de leveranties 'zijn geschied; dat waren: 5e regt. Dragon Guards, het Royal Regt. of Horses Guards, het 3de, 19de, 27ste, 28ste, 53ste, 57ste en 89ste Regt. of foot.
 Verder vond ik een nota van P. Diebeis te Well betreffende levering aan de Fransche troepen over het tijdvak 3 tot 7 Oct. 1794; deze vermeldt, dat waren' geleverd 20 kannen bier, 2 kannen foesel, 1 kan olie en een kar turf. 
Uit deze staten blijkt dus, dat op 2 Oct. 1794 de Engelsche en Hannoveraansche troepen in Well nog fourageerden, terwijl dit op 3 October door de Fransche soldaten werd voortgezet.  Deze datum van 3 October 1794 mag dus veilig worden beschouwd als het begin der Fransche bezetting van de Heerlijkheid Well en het begin van een tijdperk van gruwelijke militaire dictatuur onder de mooie leuze van „Liberté Egalité Fraternité". 
We zullen hiervan eenige merkwaardige staaltjes mededeelen. 
In snorkenden stijl en een tot berstens gezwollen pathos werden plakkaten over het „pays conquis entre Meuse et Rhin" verspreid, waarin de „Verbeelders des Volckx" (Représentants du Peuple) de heerlijkheid der revolutionaire beginselen en ook de buitengewone waarde der „Assignaten" aan de bewoners van het veroverde gebied tusschen Maas en Rijn aanprezen. 
De eerste bekendmaking van de Verbeelders des Volckx bij de legers van de Noorden, Sam bre ende Maeze was intusschen niet van bijzonder vriendelijken aard. Het was een plakkaat reeds op 8 Vendémiair, an 3 (29 Sept. 1794) in België verspreid, waarbij werd bevolen het spoedig uitdorschen van granen en het leveren daarvan in de militaire magazijnen. 
Om den „jever ende vlijtigheijd" te beloonen zou 5 pct. toeslag worden betaald aan degenen, die vóór 30 der Wijnmaand (7 Oct.) granen inleverden. Op 15 Nov. 1794 (25 Brumaire, an 3) verscheen een besluit van de Représentants du Peuple N. Hausmann, Frécine en Jouber, 
waarbij het burgerlijke bestuur werd geregeld. De drie hoofdstukken van dit „Avrèté" betroffen: 1. Algemeene bepalingen; 2. Administratie en 3. Rechtbanken. Hiermede was het feodale stelsel opgeheven en de Heerlijkheid Well, Bergen en Aijen hield op te bestaan. 
Door den garde des magasins te Gelder A. Leunoyne werd op 1 Frimaire, an 3, (21 Nov. 1794) aan den „bourgmaïtre de Well" een Fransch briefje geschreven met bevel spoedig 25 karren turf te zenden. Eenzelfde briefje voor den burgemeester van Venray was bijgevoegd met verzoek dit aan hun te doen bezorgen. De volksvertegenwoordiger bij de legers van het Noorden en Sambre en Maas Frécine, verordent op 18 Frimaire, an 3, (8 Dec. '94), dat de pachters in den vervolge pachten in natura aan de eigenaars kunnen voldoen in assignaten. Door het „Middelpuntig Bestuur" (Administration Centrale) worden op 27 Frimaire, an 3 (17 Dec. '94) de volgende graanprijzen vastgesteld : tarwe 1e qualiteit 20 livres, 2e qual. 18 1.; gepelde spelt 1e qual. 19 livres, 2e qual. 17 1.; ongepelde spelt 1e qual. 15 livres, 2e qual. 13 1. 10 sols; rogge 1e qual. 14 livres, 2e qual. 12 1. 10 sols: alles per 50 kilogram; 1 livre was ongeveer 45 cents. 
De Landes Commission te Gelder (Keverberg) Herckenrath, Coninx) beveelt op 29 Dec. 1794 aan Regeerders van Well, Bergen en Aijen onverwijld een opgave in te zenden van het vee, dat sedert 27 November voor de in kwartier zijnde troepen is geslacht of door deze is opgevorderd. 
In November en December 1794 werden meerdere arbeiders uit Well en Wellerlooi opgevorderd om in Broekhuizen voor de Fransche Republiek arbeid te verrichten. Een zekere Jan Fleuren had gewerkt 14—16 Nov. en 1—12 Dec. en verdiende 42 gulden Cleefsch; nog 5 anderen werkten te zamen 224 dagen en ontvingen 224 Cleefsche daalders. Adjudant Lequeux schrijft einde Dec. 1794 een Fransch briefje aan regeerders te Well met bevel dagelijks te leveren aan het detachement gelegerd te Well 7 rantsoenen hooi, stroo en an 3 (19 Januari 1795) aan Burgemeester en haver.
 Malraison, Nationaal agent, deelt op 30 Nivre an 3 (19 Januari 1795) aan burgemeester en schepenen van Well, Bergen en Aijen mede, dat deze gemeente tot nader order dagelijks moet leveren: 16 quintals (1600 pond) koren (wijt of rog); 2 quintals (200 pond) haver; 400 bondels hooi van 15 pond; 264 bondels stroo van 10 pond te leveren in de magazijnen te Gelder.
 Op 4 Pluviose, an 3, (23 Jan. '95) kregen regeerder bericht, dat ieder inwoner binnen 24 uren moest leveren: een paar schoenen of laarzen en een pak of „capot" voor de soldaten. 
Door het Arrondissements-bestuur te Gelder werd op 27—28 Januari 1795 het aandeel der gemeente Well, Bergen en Aijen in de contributie van 4 millioen livres, die de Afronding Gelder moest betalen, gesteld op 33278 livres (pl. m. 16500 gulden). De gemeente moest de contributie verdeelen over de individuen der vier klassen: adelijken, kloosters, geestelijken en rijke inwoners. De vroegere heer der Heerlijkheid Baron de Liedel moest vóór 3 Febr. alvast 1/3 dezer contributie betalen en het klooster te Oostrum, dat nog bezittingen had te Well, 300 Cleefsche gulden.
De Bezirksverwalter Arntz te Gelder beveelt op 10 Pluiose, an 3 (29 Jan. '95) aan regeerders van Well, Bergen en Aijen onverwijld te leveren 46 stuks hoornvee in het Park te Gelder op poene van militaire executie, het minimum gewicht was bepaald op 250 pond per stuk. 
Op 11 Pluviose, an 3, (30 Jan. '95) beveelt de Administrateur Herckenrath (een broeder van den Scholtis Herckenrath te Well) aan regeerders van Well, Bergen en Aijen onmiddellijk 100 karren turf te leveren bij den garde-magasins Eysink te Gelder. Als Préposé des chauffages fungeerde destijds te Gelder citoyen David.
 Denzelfden dag kwam het bevel van de Middenpuntige (centrale) Bestiering tusschen Maas en Rhijn, waarbij aan de Afrondings Bestiering te Gelder werd opgedragen 25000 paar schoenen te leveren. Het aandeel van het kanton Gelder bedroeg 5000 paar en Well kreeg voor zijn deel 250 paar Den 13 Pluviose, an 3 (1 Febr. 1795) nam het Arrondissements Bestuur te Gelder het bestuit, waarbij aan de geneesheeren ten platte lande werd toegestaan één rijpaard of twee koetspaarden te houden, die niet door de plaatselijke overheid mochten worden gerequireerd. 
Een niet malsch dreigement kregen regeerders van Well, B. en A. op 6 Febr. 1795 te hooren van den administrateur Herckenrath te Gelder: als ze niet zorgden voor prompte dagelijksche leveranties van fourage en graan, zouden ze door de militairen worden gearresteerd.
 — Het schijnt, dat scholtis Herckenrath te Well de bevelen en dreigementen van zijn republikeinschen broeder en meester in de rechten niet bijzonder eerbiedig tegemoet trad, want wij vonden betreffende de requisitiën meerdere aanmaningen tot betere uitvoering der bevelen. 
Twee dagen later op 8 Febr. kwam het bevel om onverwijld op te geven hoeveel paarden zouden kunnen worden gestald in de stallen en in de „overbodige" werken. Op 3 Ventose, an 3 (21 Febr. *95) kregen regeerders van Well, Bergen en Aijen bevel van de Administratie te Gelder om de boeren aan te zeggen, dat zij binnen 10 dagen alle granen moesten dorschen en binnen 15 dagen leveren in de magazijnen te Gelder.
 Enkele dagen later, 27 Febr. '95, kwam het bevel onverwijld te inventariseeren hooi, stroo, haver, granen en beesten. 
Daags daarna volgde een nieuwe oekase van de Afrondings Bestiering te Gelder aan regeerders te Well om op 11 Ventose te leveren op het Huis Arcen 14 pionniers, voorzien van aksen, beitels, houten hamers en houtzegen om aldaar hout te kappen. Deze moesten daar 8 dagen werken en dan door anderen worden afgelost. Den volgenden dag werden 7 karren gerequireerd om het hout naar Venlo te vervoeren. Op 26 Ventose (16 Maart) van 't zelfde jaar kwam bevel uit Gelder, dat ieder huis een pond lompen moest leveren. Regeerders moesten deze in ontvangst nemen en opzenden aan de Cantonsbestierders en deze moesten zorgen voor verdere expeditie aan de Afrondingsbestierders. 3 Germinal, an 3 (23 Maart 1795) werd door regeerdes van Well een gedeelte der contributie 2184 livres betaald aan den heer Receveur Heinsius te Gelder voor de kas der administratie van het arrondissement Gelder. Enkele dagen later, op 31 Maart '95, komt het bevel uit Gelder aan regeerders te Well, Bergen en Aijen om onmiddellijk in Crefeld te leveren 15 koeien en 48 schapen op straffe van militaire executie. Het hoornvee moest een minimum gewicht hebben van 150 pond op pene eener boete van 500 livres.
 Op 26 Floréal, an 3 (15 Mei '95) bevelt administrateur Herckenrath aan regeerders te Well, B. en A. om op Maandag 29 Floréal op Huis Arcen te stellen 20 karren om gedurende twee dagen palissaden te vervoeren naar Venlo. 
Daarna volgde op 5 Juli een bevel van denzelfden om op 12 Juni te Venlo te stellen 40 karren voor transport van hooi, even en haver naar Gelder. 
Op 15 Thermidor, an 3 (2 Aug. '95) kwam de order van gen. Herckenrath aan de regeerders te Well om te leveren te Luik 7 artilleriepaarden met haam en reepen. De commandant Descroix te Dusseldorf beveelt op 3 Brumaire, an 5 (24 Oct. 1796) aan burgemeester te Well om onmiddellijk 32 pionniers te zenden naar Kaiserswerth, wijl de 16 opgecommandeerden niet zijn verschenen. Deze mannen moesten arbeid verrichten aan de vestingwerken. Dat aan de eerste opvordering geen gevolg was gegeven, lag in de omstandigheid, dat te Well een besmettelijke ziekte heerschte. Regeerders hadden op dien grond vrijstelling verzocht en op 10 Nov. 1796 kwam bericht van administrateur Stuers te Gelder, dat hij „met plaisier" kon mededeelen, dat geen pionniers voor Kaiserswerth zouden opgevorderd worden, zoolang „die grasseerende krankheijt" te Well zou heerschen. Welke deze epidemie was, wordt niet vermeld. Intusschen werden nog op 24 Oct. '96 door den administrateur Stuers aan regeerders te Well bevolen 100 karren te stellen voor de armee te Keulen. Ende zoo ging het voort met de toepassing van de nobele beginselen der „Fraternité".
 G. PETERS.