Zoek

Hulp aan piloten en krijgsgevangenen

Veel geallieerde vliegeniers stortten tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland neer. Een groot deel van hen kreeg hulp van het verzet bij het ontsnappen aan arrestatie om vervolgens via clandestiene wegen uit Nederland weggesmokkeld te worden. Dit werd de pilotenhulp genoemd – een verzetsdaad waar de doodstraf op stond. 

De hulp in Well aan piloten gebeurde grotendeels door burgemeester Thei Douven die de actie coördineerde en o.a. door Elly Schreurs. Zij haalde piloten op in Bergen (vaak in de bossen), die door de Duitsers waren afgeschoten, en bracht ze naar Well. Ze was daarbij vaak ontzettend bang. Elly schreef: Als de Duitsers je betrapten bij luchthulp werd je doodgeschoten. Langs heel veel omwegen kwamen deze piloten weer in vrijheid. Als je in zo'n vluchtketen een plaats had dan wist je niet wie voor je stond of wie na je kwam. Zodoende kon je geen namen noemen voor het geval je gepakt zou worden. Ook de piloten kenden onze namen en adressen niet. Meerdere Wellenaren hebben de vliegeniers op de een of andere manier geholpen.

Uiteindelijk kwamen ze bij smid Jacob Krebbers uit. Het kwam voor dat ook bij Thomas Vink in alle stilte eten naar boven werd gebracht, er werd tijdens de oorlog uiteraard met niemand over het schuiladres gesproken. De Britten kregen enkele korte Nederlandse zinnen aangeleerd door Sophie Douven, de vrouw van de burgemeester. Dit voor het geval als er met het wegbregen van hun iets mis zou gaan. De begeleiders konden dan snel het gesprek overnemen.
De vader en zoon van Jacob Krebbers, oud postbode Hendrik *1873 en Jan *1925 brachten de vliegeniers dan via de pont over de Maas. De Brit kreeg 10 cent mee voor de veerpont. Veerman Martin Drissen zat ook in het verzet. Het veer was voor hem een ideale plek tijdens het overzetten veel informatie op te vangen. Hij wist altijd wanneer het wel en niet verantwoord was als er iemand naar de overkant gebracht moest worden. Het was ca. 25 km. fietsen naar Griendtsveen in de Peel. Daar woonden de dochter van Hendrik, Tonie Krebbers en haar man Richard van den Pol. Het drietal fietste dan een eind achter elkaar. Voorop Hendrik Krebbers, een stuk erachter de “gehandicapte zieke” piloot en daarachter Jan of soms smid Jacob zelf. Van Griendtsveen uit gingen de vliegeniers via - via verder hun vrijheid tegemoet naar Engeland.


 

Deze Britse vliegeniers werden door de familie Krebbers naar de Peel in Griendtsveen gebracht. De foto is uit het album van de familie Jacob Krebbers-Pingen. 


 

Omdat de onderwijzeres Elly Schreurs Engels sprak moest zij de piloten ook ondervragen, want er konden ook nep piloten (zelf nooit meegemaakt) bijzitten die probeeerden de vluchtroute uit te zoeken. Dat vraaggesprek ging gewoon over koetjes en kalfjes. Aan de toon en als het gesprek haperde kon je dan constateren of de piloot "echt" was.

Elly vertelde: In Bergen hadden we een keer een foto gemaakt met enkele piloten. Die piloten werden gesnapt. Samen met de burgemeester hebben we toen bij de fotograaf moeten inbreken om het filmpje te achterhalen omdat we bang waren dat de piloten gingen praten. De burgemeester zei nog: "Hoe kun je nou zo stom zijn om daar mee op de foto te gaan? "  Maar ja, zei Elly van zich zelf: "Ik was ook nog maar een jong ding en besefte lang niet alles van wat ik deed". 


 

Voor haar deelname en enorme inspanningen in het ondergronds verzet kreeg Elly Schreurs in 1945 vele dankbetuigingen waaronder deze van de Engelse Staat. In 1950 ontving zij van de Nederlandse Staat een hoge onderscheiding, het Mobilisatie Oorlogskruis.


Het document van Elly Schreurs dat hoort bij het Mobilisatie Oorlogskruis.


 

Uit de verzameling van Elly Schreurs.


 

Nelly Schraven-Swemers.


Onderduikers terug naar Frankrijk.

Nelly Swemers uit het Knikkerdorp trouwde op 10-08-1943 met de Blitterswijckse Jan Schraven. Het motto was "roeien met de riemen die je hebt" en zo werden van het alluminium van een vlieger de ringen gemaakt. Het paar ging in de Grotestraat 29 wonen, naast de winkel van Han Sürgers - Franssen en slagerij Koppers. Thuis, bij Swemers in het Knikkerdorp kwamen ze tijdens de oorlog in aanraking met diverse nationaliteiten. Het was een onderduikadres voor o.a. Nederlanders - Duitsers die oorlogsmoe waren en Fransen. De Fransen zaten eigenlijk in de munitiekelders iets verderop de grens over in het Duitse Twisteden, maar toen die gebombardeerd werden, vluchtten de Fransen richting Knikkerdorp. Vaak werden ze bij Martens (Tieskes Sjang), die vlak bij de Maas woonde, aan voorbijkomende schepen richting België en Frankrijk overgedragen. Jan Schraven had een boot en roeide ze van de wal naar een schip, dat daar in de buurt 's avonds voor anker lag. Albert Martens kwam dan zeggen: "Er zitten d'r weer in de hooiberg". Dan wisten ze bij Swemers weer hoe laat het was. Voor voedsel, b.v. bonen, maar liefst voor bonnen namen de schippers deze onderduikers graag mee.

Pierre Cardin in het Knikkerdorp.

Op Kerstdag 1943 kwam zodoende ook een Franse vluchteling aan bij de familie Swemers. Hij was destijds 21 jaar en heette Pierre Cardin. Deze Fransman kreeg gastvrij onderdak, maar moest snel verder. Op tweede Kerstdag wandelde er stevig gearmd een "verliefd paartje" richting de Maas. De jonge vrouw was Nelly Schraven-Swemers. Zo kon de Fransman ontsnappen. Cardin had hun naam onderweg in een notitieboekje geschreven en daags na Driekoningen arriveerde er al een kaart bij de familie Swemers met: "Bonne Année". Hij was dus heelhuids thuis in Frankrijk aangekomen! Na de oorlog kwam er nog een brief uit Frankrijk of ze zich op wilden geven voor een medaille. Dat hebben ze niet gedaan. Dat hoefde voor hen niet. Nelly: "Je wist wat je deed en het ging niet om een ereplaatje". Pierre Cardin werd later een wereldberoemd modeontwerper. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte hij bij het Rode Kruis, waar hij humanitaire belangen ophaalde die tot op de dag van vandaag voortduren. Pierre Cardin werd 98 jaar, hij stierf op 29-12-2020.


 

Bij het gezin Huub Vink-van Bommel in het Wolfsven waren enkele Franse krijgsgevangenen ondergedoken. Buurman Bèr Peters ( bijnaam d'n Fransen Boer)  had vroeger in Frankrijk gewoond en sprak zodoende vloeiend de taal. Hij regelde dat de aangelopen krijgsgevangenen over de Maas gezet werden. Op een keer werd boven het huis van Peters een Engels vliegtuig neergeschoten waaruit twee Franse piloten aan een parachute naar beneden kwamen. Zonder taalproblemen werd ook voor hen een tochtje naar de Maas geregeld. De schooljongen Toon Vink (uiterst rechts op de foto) moest als richtingaanwijzer een stuk voorop lopen.

Op de Halve Maan kwamen zo af en toe ook Engelse en Franse piloten aanlopen. Ze bleven maar 1 á 2 nachten. Altijd hadden ze een briefje bij zich waar ze naar toe moesten. Dat was naar de pastoor in Geijsteren,die helaas later door de Duitsers gefusileerd is. Dat briefje hadden ze altijd in hun mond en als de nood aan de man kwam slikten ze het door. Een van de piloten heeft verteld dat hij vanuit Keulen tot in Weeze onder de trein had gehangen.

Bij burgemeester Douven, die in Well aan de Kasteellaan woonde, reed een keer een Duitse vrachtwagen weg. Een stel koppen met Duitse helmen kwam in de bocht boven de "bridjes" uit en ze maakten een V-teken. Het waren Britse piloten die samen met Bert Poels, via, via, naar de Zwarte Plak gingen. 


 

Twee Franse krijgsgevangenen - Jozef Laarakker met Lies en kinderen Laarakker en nog twee onderduikers. Jan Daemen (van de Kamp) maakte de foto. Meerdere vluchtelingen en evacués vonden hier onderdak op de Meerschenhof. 


 

Op de Meerschenhof. Links Jan Daemen met een van de onderduikers en de twee Franse dwangarbeiders, verder Marietje, Martien en Hay Laarakker.

De Fransmannen waren door de Duitsers op transport gesteld en kwamen in de buurt van Kevelaer waar ze wisten te ontsnappen. Van hen wordt gezegd dat ze de lont hebben doorgeknipt waarmee de Duitsers van plan waren om de Basiliek van Kevelaer op te blazen. Van daar uit zijn ze over de grens gevlucht en kwamen op de Meerschen Hof terecht. Hun namen zijn René Paragaget uit Normandië en René Aquin uit Lourdes. Jan Daemen was op de Meerschen Hof te werk gesteld als boekhouder in plaats van in Duitsland te moeten gaan werken. Laarakker bezat grensoverschrijdende landbouwgrond, zowel op Nederlands als Duits grondgebied, zodat dit een z.g. tractaatboerderij was.


Weet jij meer of heb je foto's? Laat het weten!