Zoek

Familie von Schloissnigg

Het familiewapen van de von Schloissnigg's uit Oostenrijk


 

 


Nadat baron Pieter Willem de Liedel op 2 december 1852 stierf op hetzelfde kasteel waar hij geboren was, viel de erfenis ten deel aan de familie van zijn vrouw te Wenen. Maar deze familie von Schloissnigg kon pas over kasteel Well beschikken, nadat freule Marianne von Evers, de buitenechtelijke dochter van de overleden baron en van de zuster van zijn vrouw, gestorven was. De von Schloissnigg's waren dus wel eigenaar van het kasteel, maar konden er niet wonen. De Liedel had nl. bij testament bepaald dat Marianne het vruchtgebruik kreeg van het kasteel zolang zij leefde. Zij werd 74 jr. Haar lichaam werd als allerlaatste bijgezet in de grafkelder onder het priesterkoor van de oude St. Vituskerk. Daar, op het oude kerkhof, zijn veel adellijke bewoners van Kasteel Well begraven. 

Advertentie van 15-03-1860 uit dagblad "De Noord-Brabander".


 

Advertentie uit het Venloosch Weekblad 19-10-1878


De Oostenrijkse familie zou, na freule Marianne's dood, nog ruim 25 jaar eigenaar van het kasteel zijn. Tot de verkoop in 1905 waren er nog twee baronnen von Schloissnigg in Well: Franz Johann en na zijn dood in 1899 diens zoon Franz Carl.

In de jaren '50 van de vorige eeuw gaat de herinnering van de oudste inwoners van Well terug tot de tijd, toen de goede oude baron Franz Johann von Schloissnigg geregeld in de zomermaanden een paar weken op kasteel Well kwam doorbrengen. Hij had dan met vrouw en kinderen en enkele leden van zijn Oostenrijks personeel de lange treinreis van Wenen naar Weeze ondernomen. Voor het station van Weeze stond een koetsier van het Wellse kasteel met een rijtuig, bespannen met twee paarden, het gezelschap al op te wachten. In Well aangekomen, werden de heer van Well en zijn gezelschap dan verwelkomd door de rentmeester en alle bedienden. De Oostenrijkse vlag ging in top, en die zou blijven wapperen totdat de familie weer vertrok. In de zomer kon je de Von Schloissnigg's overal tegenkomen, als ze uitstapjes maakten per rijtuig. Ze kwamen ook wel in de herfst, voor de jacht. En wanneer ze in de wintermaanden in Well waren, hadden ze er het grootste plezier in, onder de berijpte oude bomen per arrenslee, getrokken door een paard, over de grachten van het kasteel te glijden.

Jachtverslag.

Venloosch Weekblad - Febr 1883: Heden had er in de bosschen der gemeente Bergen en in die van den hoog wel geb. heer baron Von Schloissnigg een partijtje plaats, dat menig jachtliefhebber heeft doen watertanden. Door onzen burgemeester, den wel ed. heer Th. W. Otten, bijgestaan door den heer Van Eyll, rentmeester ten kasteele Well, wien hiertoe door den Commissaris des Konings vergunning was verleend, waren eenige vrienden en kennissen, onder welke zich verscheidene voorname personen bevonden, uitgenoodigd om een troepje wilde zwijnen, die ten koste van menig landbouwer in deze streek den baas speelden, eens geducht de les te lezen. Om 9 ure waren de jagers, ten getale van 24, vergaderd bij den herbergier Hoevenaars en nadat ieder zijn post had ingenomen begon de dans. Nauwelijks had men een kwartier uurs in lange verwachting doorgebracht, of de drijvers gaven het bekende teeken en een driejarige zeug, die de voorhoede had, kwam het bosch uitzetten en rende de vlakte op; doch stortte weldra, door twee kogels getroffen, dood neder. Kort daarna kwam er een tweede vierjarige en onderging hetzelfde lot. Beide dieren wegen 270 halve kg. en hadden te zamen 10 biggen in. Nu was de beurt aan den baas. Een éénjarige ever, wiens slagtanden reeds alle respect inboezemden, en die geen katje meer scheen om zonder handschoenen aan te pakken, snelde met onstuimige vaart uit het woud, maar viel, toen hij nauwelijks de schietlijn was gepasseerd, door verschillende kogels getroffen, dood ter aarde. Na gehouden jachtrecht werden de beestjes op een wagen geladen, en in triumf naar het bijgelegen Well gevoerd. Dit anders zoo rustig dorp, was als door een tooverslag geheel gemetamorphoseerd en heerschte er eene levendigheid zooals wellicht nooit daar heeft plaats gehad. Geen oudje bleef aan het spinnewiel zitten en van heinde en verre stroomde men toe om de „duvels ins te kieken". Het vleesch tot een gezamenlijk gewicht van 358 halve kg. werd door de jagers onderling aangekocht en bracht de niet onaardige som van f. 100 op. Dat ook deze bijeenkomst met een hartelijk glaasje bezegeld en de wensch geuit werd, spoedig weder zulk een genotrijken dag te mogen hebben, behoeft niet gezegd.


De vier glas-in-lood ramen, geschonken door de baron von Schloissnigg.


De von Schloissniggs waren zeer godsdienstig. Vrijwel dagelijks zag men hen de Mis bijwonen. Ze namen dan plaats in de "gravenbank": een paar banken op het priesterkoor die voor de adellijke familie van Well bestemd waren. Ze hadden - zoals hun voorgangers - zelfs een aparte ingang naast de sacristie. Niemand anders haalde het in zijn hoofd, in de "gravenbank" te gaan zitten. Ook de rentmeester en de gouvernante niet. Voor hen en de overige kasteelbedienden waren stoelen gereserveerd bij de communiebank, in het schip van de St. Vituskerk. Als de familie niet in Well was, zag je toch altijd nog de keukenmeid samen met andere personeelsleden dagelijks naar de Mis gaan. De godsdienstzin van de von Schloissnigg's uitte zich ook in geschenken aan de kerk, zoals vier ramen in het priesterkoor, die bij de verwoesting van de kerk in 1944 verloren zijn gegaan. De kerk van Well bezit echter nog steeds een Oostenrijks "drieherenstel". Dit zijn drie kazuifels van een snit die duidelijk afwijkt van de hier gangbare modellen.

Gravin Sophie von Schloissnigg - von Cavriani *Wels (Opper-Oostenrijk) 04-10-1847 †Wels 08-12-1936.

Gehuwd met Freiherr Franz Seraph Johann Baptist August Wilhelm von Schloissnigg. Zij zijn de ouders van de laatste adelijke kasteelheer baron Franz Carl.


 

Venloosch Weekblad 26-06-1886


Franz Johann *Ebergassing 19-11-1842 † Ebergassing 06-07-1899 heeft het eerbiedwaardige kasteel van Well in zijn volle glorie laten herstellen. Ook alle boerderijen en huizen, die in zijn bezit waren en door de zuinige freule Marianne nogal afgetakeld waren achtergelaten, werden opgeknapt of desnoods vervangen door nieuwe. Well moet er piekfijn bij hebben gelegen, toen Freiherr Franz Johann op 6 juli 1899 in zijn 57e levensjaar stierf. Franz Johann was een kleinzoon van Maria Anna Theresia Louisa de Liedel, die in 1802 getrouwd was met Franz Peter von Schloissnigg. Pieter Willem was al in 1798 in Wenen getrouwd met Annette von Schloissnigg, de zus van Franz Peter, en vestigde zich een jaar later met zijn jonge vrouw op Kasteel Well. Eerdergenoemde kleinzoon Franz Johann Freiherr von Schloissnigg was kamerheer van de Oostenrijkse keizer.

Plaquette aan Schloss Ebergassing met het jaartal 1825, het jaar waarin Franz Peter von Schloissnigg dit slot, niet ver van Wenen, kocht. Links het wapen van de familie von Schloissnigg met de kop van een everzwijn en rechts dat van de familie De Liedel, met de Wellse pijl. Maria Anna de Liedel was overigens al in 1822 overleden.

Links staat: Franz Freiherr v. Schloissnigg, n:ö: (=Niederösterreich), Herr u. Landstand des Königreiches Ungarn Judigena. Herr der Herrschaft Ebergassing.

Rechts: Maria Anna Theresia Freiin von Liedel zu Well, dessen Gemahlinn

Wapen van het Oostenrijkse Ebergassing.


 

Venloosch weekblad 08-05-1895


 

Het personeel van kasteel Well rond 1900.

Vooraan links staat rentmeester Gérard Peters met zijn echtgenote Rosalie Derckx uit Arcen. Ook koetsier Jozef van Bommel en jachtopziener Jan van Aerssen staan links. Het keuken- en huishoudpersoneel zijn kenbaar aan de witte schorten. De mannen van het tuinpersoneel, de stalknechten en de houthakkers staan op klompen. Geheel rechts aan het wasbord staat Gertruda Creemers uit het Knikkerdorp. Verdere namen zijn niet bekend.

Kaatje Helmes uit de Bossereide kon erg goed koken en werkte als meisje bij de familie Von Schloissnigg op het kasteel. Haar dochter Koos Janssen vertelt:" Mijn moeder vond het jammer dat in een tijd waarin iedereen armoede had, er veel etensresten in de gracht werden gegooid." Maar niets mocht weggegeven worden. "Wass wir nicht mehr essen, brauchen die armen Leute auch nicht zu essen", werd er gezegd.


 

In Wenen trouwden op 15-09-1902 Friedrich Graaf Bossi-Fedrigotti van Ochsenfeld en Maria Leopoldine Gravin von Schloissnigg. Zij was een zus van de Wellse kasteelheer Franz Karl. Hun oudste dochtertje Sophie Marie Leopoldine Josephine Theresia Gaspard Bossi Fedrigotti von Ochsenfeld​ werd hier op 05-07-1903 in Well op het kasteel geboren.

 

De zusjes Sophie en Maria Bossi Fedrigotti von Ochsenfeld. Maria werd op 06-12-1904 in Ebergassing geboren.


Verkoop kasteel Well

Onder Freiherr Franz Carl von Schloissnigg, die zijn vader Frans Johann was opgevolgd als heer van Well, begon de glorie van het eeuwenoude kasteel te tanen, hoezeer de rentmeesters Antoon Truyen en Gérard Peters zich ook uitsloofden om het in al zijn grootheid in stand te houden. De jonge Freiherr had echter handenvol geld nodig want hij had zich in Oostenrijk diep in de schulden gestoken. Het Wellse kasteel met zijn omvangrijke staf personeel bracht naar verhouding maar zeer weinig op. Hij besloot tenslotte het Wellse kasteel, met zijn hele hebben en houden, te verkopen. In de zomer van 1904 liet hij zijn hele Wellse bezit schatten, maar hij kon geen koper vinden. Ten einde raad legde hij zijn moeilijkheden voor aan de heer van Geijsteren, Caspar Baron de Weichs de Wenne, met wiens dochter Marie hij in 1908 zou trouwen.

De jonge Freiherr vertelde zijn aanstaande schoonvader, dat hij geen andere uitweg zag dan zijn Wellse bezit te verkopen. Maar aan wie? Baron Caspar de Weichs de Wenne had weldra een koper gevonden. Franz Carl kon toen al zijn dagen als heer van Well gaan aftellen. Met inboedel en al werd het kasteel op 22 februari 1905 voor slechts 266.380,- Nederlandse guldens verkocht aan de Maatschappij Well, een consortium van rijke heren, dat de verschillende onderdelen met winst van de hand deed. Dat gebeurde met de inboedel al begin mei van datzelfde jaar 1905. Nu zou die inboedel vele honderden miljoenen opgebracht hebben, toen ruim 35.000 guldens. Een jaar later kocht de jurist dr. Richard Wolters uit Düsseldorf het kasteel zelf voor 70.980 guldens.

Voor Well was het eeuwenlange sprookje dat begonnen was in een wazig grijs verleden, al in 1905 uit.

Venloosch weekblad 11-03-1905.


 

Huwelijksakte 15-07-1908 gemeente Wanssum van Franz Carl von Schloissnigg, kasteel Well en Maria de Weichs de Wenne, kasteel Geijsteren.

Barones Maria was een dochter van Caspar Maximiliaan Anthonius Maria Hubertus Philomena Simeon baron de Weichs de Wenne *Schinnen 05-01-1845 †Vught 03-11-1915 Gehuwd in Kückling  op 19-09-1876 met Maria Xaverina Louisa Rijksgravin von Korff genaamd Schmissing Kerssenbrock, *Düsseldorf 28-07-1854 †Kevelaer (Dld) 26-03-1927.

Barones Maria was een zus van o.a. Baron Joseph de Weichs de Wenne, Heer van Geijsteren en Spraland.

Franz Serafin Karl Nikolaus Freiherr von Schloissnigg *Wenen 06-12-1870 en zijn echtgenote barones Maria Johanna Clementine Huberta de Weichs de Wenne *Eslohe (Arnsberg Dld) 17-10-1877 †Wenen 20-03-1964. Het paar trouwde kerkelijk in Geijsteren op 16-07-1908. Ze kregen twee dochters in Ebergassing; Sophie *09-05-1909 en Franzisca *11-02-1919.

Barones Maria met dochtertje Sophie.

Sophie Maria Franziska Huberta von Schloissnigg. Na haar huwelijk heette ze Gravin Marenzi von Tagliuno und Talgate-von Schloissnigg. 

Franz Serafin Karl Nikolaus Freiherr von Schloissnigg, de laatste edelman van Kasteel Well, maakte 09-12-1918 in Ebergassing een eind aan zijn leven. Met de naderende afschaffing van de Oostenrijkse adel (1919) wilde hij niet meer verder leven. Hij liet zijn dochtertje Sohie en zijn 7 maanden zwangere echtgenote achter.


 

Het bruidspaar Graaf Gabriel Marenzi von Tagliuno und Talgate en Franziska von Schloissnigg in juli 1948.

Hun kinderen: Gravin Sophia Marenzi *Ebergassing 18-08-1949  en  Gravin Olga *Ebergassing 27-02-1951

Gabriel Marenzi was al gehuwd geweest met de 10 jaar oudere zus van Franziska: Sophie. Die was een jaar eerder op 38-jarige leeftijd overleden. Ook Franziska stierf al op jonge leeftijd ze was toen 39 jaar.


 

Ingang van de graftombe van de familie von Schloissnigg op het kerkhof in Ebergassing.


 

Het oude kerkhof aan de Maas, de plek waar zich het priesterkoor bevond.

Onder het priesterkoor van de St. Vituskerk werden de edellieden van het kasteel begraven. Zo ook veschillende leden van de fam. von Schloissnigg. Vroeger gebeurde dat vanuit de kerk zelf, totdat dit in de 19e eeuw verboden werd. Een deur aan de buitenzijde van de kerk gaf later toegang tot deze grafkelders.

Na de oorlog werd de grafkelder van de door granaten getroffen en vernielde kerk met het puin der kerk volgestort. Onbekend is hoe de staat van de grafkelder op dat moment precies was, maar vast staat dat de graven geschonden waren. Veel mensen hebben door een gat in het priesterkoor met eigen ogen kunnen zien dat de kisten uit de nissen in de muren gehaald waren en geopend waren. Ook lagen ze op en door elkaar. Wie de grafschenners waren is onbekend. De Duitsers, Engelsen of misschien toch de eigen bevolking, die verspreid terugkwam van de evacuatie in Groningen tijdens de eerste maanden van 1945?


Nazaten van adellijke kasteelbewoners bezoeken Kasteel Well.

27-07-2011

Vanuit Ebergassing in Oostenrijk waren von Schloissnigg nazaten te gast bij hun familieleden baron Wilbert en barones Judith de Weichs de Wenne uit Geijsteren. Als onderdeel van hun bezoek aan Nederland was een bezichtiging aan het kasteel Well gepland. Voor dit adellijke gezelschap maakte de directie van het Emerson College graag een uitzondering, want het kasteel is normaal gesproken niet te bezichtigen. De bezoekers werden hartelijk welkom geheten. Voor de rondleiding en verhalen over het leven in en om het kasteel van Well zorgden de medewerkers van Archief Well. De nazaten van de familie von Schloissnigg waren erg enthousiast over hun bezoek met de uitgebreide informatie. Jonkheer Franz beloofde om samen met zijn moeder Gravin Olga Marenzi en zijn Nederlandse vader Jonkheer Emile Wesselman van Helmond, zeker nog eens terug te komen naar Well.


 

Gravin Olga Marenzi en haar zoon jonkheer Franz Seraphin Wesselman van Helmond *26-09-1991 uit Ebergassing (Oostenrijk), nazaten van de familie von Schloissnigg. 

De moeder van Olga was de al eerder genoemde Franziska von Schloissnigg, gehuwd met Gabriël Graf Marenzi van Tagliuno und Talgate. Franziska was weer een dochter van de laatste baron en kasteelheer van Well, Franz Carl von Schloissnigg en diens echtgenote Maria de Weichs de Wenne. Olga Marenzi is dus een achternicht van onze overbuur baron Caspar Wilbert Jozeph de Weichs de Wenne uit Geijsteren.

Bekijk HIER het PDF met alle voorouders van Sophie en Olga Marenzi.

Zie ook pagina Kasteel Geijsteren