Zoek

Lijst van pastoors en kapelaans in Well

Logo van het vooroorlogse parochieblaadje.


 

Well a/d Maas. 

Meedegedeeld door pastoor M. J. Janssen, pastoor te Meerloo

Deze plaats wordt reeds in de 14e eeuw als parochie vermeld en derzelver kerkgift met de tienden behoorden aan de Benedictijner abdij Sint Vitus te München Gladbach; weshalve het zich gereedelijk laat verklaren, waarom deze Heilige Martelaar als patroon van Well vereerd wordt (15 juni). De abten des kloosters hadden de collatie met de tienden te leen gegeven aan de heeren van Well, die bij sterfgeval telkenmale het leen moesten verheffen. Bij vervreemding, verpanding, bezwaring met lasten en andere beschikkingen over de heerlijke rechten, werd de toestemming der heeren Gladbach vereischt. Op St. Jacobsdag (25 juli) 1321 beleent Willem van Helpenstein, abt van Gladbach, Seger van Baerle met de kerkgift en tienden te Well. Ten jare 1774 werd nog het consent gevraagd van den heer prelaat van Gladbach voor de testamentaire dispositie van den grondheer, ridder Willem de Liedel. Patronaat (bij leen) aan de heeren van Well.

LIJST VAN PASTOORS, (voor zover bekend). 

Herman Vriendt pastoor te Well, wordt in 1436 genoemd als rentmeester van goederen van het Sint Vitusstift te Elten, die in de omgeving van Gogh gelegen waren.
Otto de Well was pastoor in de jaren 1480-1497. Hij was een natuurlijke zoon van Hendrik van Bylandt, heer van Well.
Balthasar Portmans 1497 tot zijn dood in 1527.
Baltus van Triest wordt genoemd in 1523 en 1526
Antonius Harden (ook Thoenis Helden genoemd) in 1528, bedankt in 1534
Henricus Gobbels pastoor in 1534 tot hij ontslag kreeg in 1551 
Cornelius (heer Korstgen) Ophel, 1551 hij was in 1558 nog in Well. 
Fredericus Keller of Kellner 1598-1599.
Gedurende de Nederlandsche beroerten was het dorp en de kerk van Well verwoest en eerst ten jare 1607 werd de kerk gebouwd, waarvan het tegenwoordige koor nog bestaat; zij werd Dinsdag 21 Juli 1615 door bisschop Jacobus a Castro gewijd, die den gedenkdag der wijding of Kermis vaststelde op Zondag na St. Bartholomeus-dag, dit is den laatsten Zondag in Augustus. Dit was de kerkwijding der oude kerk vóór de Reformatie en wordt nog heden gevierd. 
Joannes van Werl (Werlius) 1611-1612, waarschijnlijk afkomstig uit het Westphaalsche plaats Werl tusschen Dortmund en Soest.
Joannes Verheijden uit Horst, 1613 †14 Juni 1633. 
Reinerus Raetz pastoor in Well 1634, werd in 1651 pastoor te Helden, waar hij den 10 Nov. 1664 overleed. 
Simon Damerier, geb. te Roermond 28 Oct. 1627. Den 19 Sept. 1652 geeft de Magistraat van Roermond de St. Michaëls vicarie in de Kathedraal aan Simon Damarier. In 1669 komt hij voor als rector van het St. Hieronymus altaar in die stad. In 1659 vinden wij hem vermeld als pastoor van Well. Damerier vervaardigde Latijnsche gedichten en was een oom van den bekenden kunstschilder Jan-Frans van Douven (zie „Maasgouw" 11. jg. 1889 pag. 142). Damerier stierf in Well 10 April 1704. 
Wernerus Maes geboren te Venray in 1672, was van 1702-1704 kapelaan te Gemert, pastoor van Well vanaf 1704 †Well 22 Juli 1726. Wernerus' zuster Helena Maes was gehuwd met Bernard Jeurgens, secretaris der heerlijkheid Well-Bergen (1693-1716) en denkelijk is de bemoeiing van dezen ambtenaar niet vreemd gebleven aan de bevordering van zijn zwager tot pastoor van Well. 
De kapelaan Godfried Beckers nam de deserviture waar.
Petrus Franciscus van Heulen, geboren te Straelen in 1659, uit het huwelijk van Peter van Heulen en Sophia Snoek, was sedert 1719  leraar aan het gymnasium zijner geboortestad en doceerde de retorica. In 1720 benoemd als rector van het Anna-altaar te Straelen. In 1725 geïnstalleerd als pastoor te Well, aanvaardt aldaar de kerkelijke bediening in 1727, †24 -01-1736. Hij werd in de kerk nabij de theotheca of het Sacramentshuisje begraven. Deservitor was de Venraijse Franciscaan pater Franciscus Ververs. 
Godefridus Beckers geboren te Well, zoon van Jan Beckers en Arnolda Hoeck, sedert 1713 kapelaan zijner geboorteplaats, pastoor 1736, f 14 April 1763, werd naby bet hoogaltaar aan den Evangeliekant begraven. Pastoor Beckers was in het laatste zevental jaren zijner bediening veelal ziekelijk en moest zich dikwijls door assistenten in zijne functiën laten vervangen:
1) de Venrayer Minderbroeder terminarius Jan Baptist van den Broeck Oct. 1756 — April 1757.
2) Arnoldus Aerts, kapelaan te Swolgen, April-Sept. 1757.
3) de eerwaarde heer J. Verstraeten Nov. 1757-Juni 1758.
4) Theodorus Kessels (de latere pastoor) in den zomer van 1759. 
5) Michaël van Dousborgh (uit Venlo) van Nov. 1759 tot in de lente van 1762.
6) wederom de pater Jan Baptist van den Broeck van Sept.- Nov. 1762. 
7) de priester Edmond Egbertus Roeffs van Dec. 1762—Juni 1763, deze was ook na het afsterven van pastoor Beckers deservitor. 
Theodorus Kessels, geboren te Wanssum 5 Augustus 1724, zoon van Jan en Antonia Daemen. In Juli 1753 verdedigde hij theologische theses te Leuven. In 1758 werd hij vicaris van het O. L. Vrouwe altaar te Venray, in den zomer van 1759 assistent te Well, pastoor aldaar met St. Jan 1763, †19 Aug. 1778, oud 54 jaren en werd naast zijn voorganger in de kerk begraven. Hij was eenigen tijd rentmeester
van 't kasteel. Zijn oudere half-broeder Arnoldus Kessels, was pastoor te Oirlo. 
Deservitor der pastorij werd de kapelaan Jacobus Kaeters. 
Joannes Franciscus Antonius van Hilst geboren te Hasselt (België) in 1748, pastoor te Well met St. Jan 1770, stierf aldaar aan eene beroerte op Kermiszondag, 25 Augustus 1799 juist vóór de hoogmis in den gang der pastorale woning. Onder zijn bestuur werden in de jaren 1782 en 1783 de drie nog in den toren hangende klokken gegoten. In 1791-1792 werd de huidige pastorie in de Hoenderstraat gebouwd.
Petrus Boleij geboren te Horst den 19 Mei 1771, zoon van Andries en Joanna van de Ven, priester gewijd ten jare 1794, was kapelaan te Meerlo, toen hij na den dood van van Hilst pastoor te Well benoemd werd in 1799, waar hij vóór St. Jan 1800 als deservitor optrad. Pastoor Boleij geraakte in groote moeilijkheden met het Fransche gouvernement wegens zijne brochure tegen den nieuw ingevoerden catechismus. Eene huiszoeking op de pastorie bleef zonder resultaat, daar de pastoor alle zijne boekjes en aanteekeningen in de zandbergen achter bet Knikkerdorp had laten begraven ; ook latere nazoekingen hebben evenmin iets aan het licht gebracht. Door te weigeren het Te Deum te zingen en de vijandelijke gezindheid van den ad joint te Well nam de pastoor in het begin van Augustus 1811 de vlucht naar het kasteel de Holzheide bij Straelen, tot de met hem zeer bevriende familie de Cabanes. Na met de H.H. Sacramenten voorzien te zijn overleed hij aldaar aan eene borstkwaal den 8. Mei 1814 in den leeftijd van 43 jaren
Tegen de benoeming van zijn opvolger bleef Boleij tevergeefs protesteeren, ook zijn bidprentje erkent hem als pastoor tot zijn overlijden en sluit met den kenteekenenden tekst van kardinaal Bellarminua: „Zoo iemand zijne zaligheid in zekerheid wil stellen, dezen moet geheelijk de zekere waarheid navorschen en niet acht geven wat in dezen tijd veele doen of zeggen". 
Deservitor der parochie van Aug. 1811 -Dec. 1812 was de kapelaan van Bergen, de oud Franciscaan Petrus Mengels. 
Renier Rudolf Korff, geboren te Maastricht 21 Oct. 1774, zoon van Franciscus en Anna Maria Majeur, geprofest te Lichtenberg 10 Sept. 1794, priester gewijd in 1797, professor aan de Latijnsche scholen of collegium Paduanum te Megen 1804-1809, guardiaan aldaar 1810 -1812, na de suppressie deservitor provisorius te Well December 1812, later pastoor, item te Meerlo Dec. 1820, †aldaar 23 Oct. 1825. 
Michaël van Wis, geboren te Helden 6 Dec. 1792, priester gewijd 28 Sept. 1818. kapelaan te Blerick, pastoor te Well 6 Dec 1820, pastoor en deken te Horst 19 Dec. 1833, † aldaar 7 Dec. 1840 in den ouderdom van 48 jaren. 
Joannes Joseph van Wis (neef, broeders zoon van zijn voorganger), geboren te Helden 31 Mei 1803, zoon van Mathijs en Elisabeth Crommentuijn,  priester gewijd te Mechelen 5 April 1826, kapelaan te Meerlo. Kapelaan te Well 16 Dec. 1828, pastoor aldaar December 1833, overgeplaatst naar Nederweert 7 Sept. 1846, alwaar hij 7 September 1852 overleden is.
 In Sept. 1846 was deservitor de kapelaan Leonardus Hubertus van den Eertwegh. 
Onder het bestuur en door toedoen van pastoor van Wis werd de toenmalige veel te kleine kerk gesloopt (behalve het priesterkoor, dat uit 1607 dagteekenend bleef bestaan, doch gemoderniseerd werd) en in 1841 een nieuwe in puiken waterstaatsstijl opgetrokken. 
Onder deze bouwsoort kan Well nog tot de beste gerekend worden, iets waarvan men toen ook genoegzaam overtuigd scheen, daar volgens het bouwplan ook het koor hetzelfde lot zou ondergaan, wat gelukkig niet geschied is. 
De koorvloer van Namenschen  steen werd het volgend jaar 1842 geschonken door de toen te Well wonende adellijke oud-kanunnikes van Gerresheim, de baronesse Maria Anna von Wymar (*17 Februari 1788 kasteel Arcen). 
De plechtige consecratie van dit gebouw geschiedde door Mgr. Paredis den 10. Juni 1844, zijnde Maandag onder 't octaaf van 't Allerheiligen Sacrament. 
Henricus Hasenackers, geboren te Venray 14 Maart 1807, zoon van Gerardus en Anna Aerts, priester gewijd te Luik 17 Dec. 1831, kapelaan te Oostham (België), item te Meerlo 7 April 1834, te Venray 29 Dec. 1838. pastoor te Well geïnstalleerd 17 Sept. 1846, neemt ontslag uit de herderlijke bediening 1 Oct. 1877 en sterft in zijne geboorteplaats 9 Maart 1880. Onder zijn bestuur werd ten jare 1869 de toren aan de kerk gebouwd. 
Andreas van Soest, geboren te Lottum 5 Mei 1829, zoon van Jan en Judith Lichteveld, priester gewijd te Roermond door mgr. Vrancken 24 Maart 1855, kapelaan op den Reuver in Juli van hetzelfde jaar, te Venlo in Januari 1856, professor te Rolduc in Sept. 1856, kapelaan aan O. L. Vrouw te Maastricht in Sept. 1858, waar hij bekend was als gewijde redenaar en schrijver in de St. Servatiusklok; ook in Limburgs historie was hij niet onbedreven. Pastoor te Well geïnstalleerd 30 October 1877, na een ruim tienjarigen werkkring aldaar, werd de waardige man den 1. Maart 18S8 tot pastoor deken van Gennep benoemd en den 21. daaraanvolgende door den vicaris generaal ingeleid, †Gennep 16 Januari 1891 en begraven 20 Jan. d.a.v.
 Antonius Grubben, geboren te Blerick 25 Juli 1837, zoon van Johannes en Anna Maria Verrienen. priester gewijd te Roermond den 21. Maart 1863, professor aan 't Klein Seminarie te Rolduc, kapelaan te Swolgen 30 Sept. 1868, rector te Leunen Sept. 1873, pastoor te Broekhuizen, geïnstalleerd 16 Dec. 1884, pastoor te Well, Palmzondag 25 Maart 1888. 

Als eene bijzonderheid kan worden aangestipt, dat in een tijdruimte van meer dan honderd jaren geen pastoor van Well aldaar gestorven en begraven is. Een stierf elders als balling voor zijn overtuiging, een bedankte en trok naar zijn geboorteplaats en de vier overigen werden tot een andere standplaats beroepen. Pastoor van Hilst was de laatste die in 1799 aldaar begraven werd. 

In 1907 gepubliseerd door historie schrijver Martinus Joseph Janssen *Venray 11-01-1852 †Overloon 14-09-1934. Hij was destijds pastoor in Meerlo en eerder van 1882-1901 kapelaan te Well.


 

Gouden priesterfeest 06-04-1928 in Meerlo.

Links staat kapelaan Jan Eggelen, in 1940 werd hij pastoor in Well. In het midden zit jubilaris pastoor Martinus Joseph Janssen, hij werd die dag ook benoemd tot Ridder in de orde van Oranje Nassau. Janssen was kapelaan in Well van 1882-1901. Ons dorp heeft veel aan deze Noord-Limburgse historicus te danken, want ook van Well verzamelde en publiceerde hij veel oudheidkundige en genealogische gegevens.


VERVOLG vanaf 1911.

Per 01-01-1911 ging  pastoor Grubben met emeritaat. Hij overleed in Well op 28-09-1916. Op dezelfde dag stierf ook de Wellse koster Jozef Deckers in het bejaardenhuis. Pastoor Grubben werd op maandag 2 oktober, onder grote belangstelling, plechtig begraven op het Wellse kerkhof. Van de begrafenis werd uitvoerig verslag gedaan in de Nieuwe Venlosche courant.

Petrus Martinus Henricus Hermans *Venlo 22-12-1863 †Weert 26-01-1911.
Hij was kapelaan in Bergen van 1887-1890. 
Benoemd te Well 01-01-1911, maar overleed op 47 jarige leeftijd voordat hij geïnstaleerd kon worden op het Bisschoppelijk College, waar hij professor was.

Hubertus Joseph Francis Gudde *Venlo 18-10-1860 †Venlo 17-09-1921.
In februari 1911 werd hij benoemd tot pastoor te Well, en bedankte voor deze functie begin 1921.
In 1916 haalde hij de Zusters Dienaressen van de H. Geest naar ons dorp. Zij vestigden zich in het Kindje Jezus bedaardenhuis.

Amaury Coenraad Karel Esser *Venray 18-04-1868. †Venray 22-11-1945.
Zoon van Philip Hubert Wilhelmus Esser (burgemeester van Venray) en Anna Dorothea Sibilla Engels.
Doordat de deken van Gennep ziek was kwam zijn plaatsvervanger, de deken van Horst, voor de installatie van de nieuwe Wellse pastoor.
Wegens de vastentijd werd dit een eenvoudige, sobere plechtigheid op zondag 27-03-1921.

Petrus Joannes Antonius Eggelen *Stamproy 30-09-1896 †Meterik 16-11-1955.
Zoon van Jan Mathijs Eggelen en Maria Gertrudis Stals.
Op 01-04-1922 priester gewijd in Roermond en september 1922 benoemd tot kapelaan in Meerlo, daarna in Horst en rector van het St. Jozefziekenhuis in Venlo.
Vervolgens pastoor te Melderslo van 1938-1940. Installatie als pastoor te Well op 29-09-1940. 
Wegens zijn zwakke gezondheid overgeplaatst naar Swolgen in 1943. De kerk in Swolgen werd door de Duitsers met dynamiet geladen in het bijzijn van pastoor Eggelen. Op donderdag 23-11-1944 om 9.10 uur werd de monumentale kerk verwoest. Al vroegtijdig moest hij als pastoor van Swolgen zijn werk neerleggen wegens een hartkwaal.
Als rustend pastoor kwam hij in het St. Theresiaklooster te Meterik bij de Zusters van St. Jozef. Tenslotte werd hij overgebracht naar het ziekenhuis in Horst, waar hij voorzien van de laatste sacramenten stief. Eggelen werd 19-11-1955 in Meterik begraven.

Mathieu Jean Antoine Reiné *Venlo 22-09-1900 †Well 05-08-1961
Zoon van Frits Reiné en ElsTeunissen.
Benoemd in Well op 23-02-1943. Geïnstalleerd als pastoor in de St. Vitusparochie op 18-04-1943. Vanwege de oorlog kon de installatie niet gevierd worden.
De plechtigheden en receptie waren door de Duitsers verboden. Na de oorlog richtte hij de Tiendschuur van het kasteel in als noodkerk.
Hij was de bouwpastoor van de nieuwe St. Vituskerk in de Hoenderstraat. Op 08-08-1961 werd hij in Venlo begraven.

Theodorus Wilhelmus Joannes Driessen *Steyl 27-11-1911 †Venlo 16-01-1976
Zoon van Handrie Driessen en Maria Catharina Peeters.
Op 02-04-1938 door Mgr. Lemmens in Roermond tot priester gewijd. Hij was kapelaan in Leunen van 1938-1940 en tot 1945 in Ottersum. Hij werd daarna in juli 1945 bouwpastoor van het totaal verwoeste Middelaar. 
Op 04-09-1961 kreeg hij zijn benoeming als pastoor in Well en werd Rozenkranszondag 01-10-1961 plechtig geïstalleerd.
Al jong was Theo Driessen in historie geïnteresseerd. Hij was vanaf 1948 bestuurslid van het Limburgs Geschied en Oudheidkundig Genootschap en werd in 1970 erelid. Tal van historische publikaties en boeken heeft hij op zijn naam staan.
In 1972 ging pastoor Driessen met emiraat. Hij leed toen aan suikerziekte en was blind.

Petrus Gerardus Hubertus Schreurs *Stramproy 10-07-1924. Pierre Schreurs was een pater van de congregatie Missionarissen van het Heilig Hart. (M.S.C.)  Op 21-09-1945 legde hij zijn eerste professie af en op 21-09-1948 de eeuwige professie. Op 10-09-1950 werd hij priester gewijd in Stein.
Vanaf 1952 werkte hij 19 jaar op de Filipijnen. Vanwege de politieke situatie aldaar vertrok hij naar Nederland. Schreurs zocht hier werk en kwam zodoende als pastoor naar Well. De installatie was op 16-01-1972. Hij werd voor 6 jaar benoemd, maar zag zijn werk altijd als 'voorlopig'. Het pastorale werk in Well viel hem nogal tegen omdat zijn capaciteit niet opgewassen bleek te zijn tegen de eisen die aan pastoors gesteld werden. In de jaren van zijn afwezigheid was er teveel veranderd in het bisdom. Het liep ondanks zijn beste bedoelingen verkeerd en hij kwam tot het het besef dat hij een verkeerde beslissing had genomen. In 1975 ging de 50 jarige pater daarom weer terug naar zijn Missiegebied. In 1985 keerde hij voorgoed terug naar Nederland. Op 09-07-2009 stierf hij in Tilburg en werd op het kloosterkerkhof aldaar begraven. Toen Schreurs terug naar de missie wilde werd zijn pastorale helper, de 60 jarige pastor J. Ruiter door Mgr. Gijsen benoemd tot pastoor in Well, maar de installatie op 28-12-1974 ging niet door. De pastor wenste die dag een presentatie aan de parochianen voor onbepaalde tijd want hij wilde niet voor 6 jaar geïnstaleerd worden. 

Samuel Petrus Martinus Wijsman *Zierikzee 08-10-1912 †Rijswijk 12-11-1998. Zoon van Dominicus Franciscus Wijsman en Maria Johanna Wisse.
Pater Peter Wijsman volgde zijn opleiding aan het kleinseminarie van de Salesianen van Don Bosco in het Limburgse mijnplaatsje Lauradorp - daarna in Bagnolo, Castelnuovo en Essen. Zijn vervolgstudie was aan het Grootseminarie Rebaudengo in Turijn (Italië). Professie 15-07-1939 bij de Salesianen van Don Bosco. Priester gewijd in Turijn 05-07-1942. Vanwege de Tweede Wereldoorlog studeerde hij daarna nog 4 jaar kerkelijk recht aan de universiteit in Bagnolo. Vanaf 1950 was hij leraar / directeur op de internaten te Ugchelen en Leusden. Vanuit Lauradorp waar hij pastoor was kwam Wijsman naar Well en werd op 15-07-1975 geïnstaleerd. 
Pastoor Peter Wijsman kende men in Well als een gemoedelijke, blije man, die geliefd was bij jong en oud.
In 1982 werd zijn 40 jarig priesterschap groots gevierd.
In mei 1989 kreeg pater Wijsman eervol ontslag als pastoor en werd rector van de H. Antonius van Padua parochie in Veulen (gem.Venray). 

Gerardus Leonardus Johannes Maesen *Venray 28-09-1932 †Roermond 27-09-2021
Zoon van Piet Maesen en Han Rutten. De fam. Maesen woonde nabij de Zandkoel in de Smakt.
In 1949 trad Gerrit Maesen in bij de Witte Paters in Steyl en werkte twaalf jaar als broeder in Tanzania en voltooide daarna zijn priesterstudie.
Zijn priesterwijding vond plaats op 09-10-1976. Direct daarna werd hij benoemd tot kapelaan van de parochie H. Nicolaas in Venlo.
Drie jaar later werd hij benoemd tot pastoor van de parochie H. Andreas in Melick, daarna werd hij pastoor in Waubach.
Pastoor van de parochie H. Vitus in Well met ingang van 1 juli 1989, de installatieplechtigheid volgde op 19 augustus. Deze functie bleef hij uitoefenen tot 1 juli 1997, toen hij met emeritaat ging.
Met ingang van 11-12-1997 werd hij evenwel weer tot pastoor benoemd en wel van de parochie H. Johannes Evangelist in Meterik. Per 1 juli 2002 ging hij op 70-jarige leeftijd definitief met emeritaat.

Bernhard Josef Clemens pastoor in Well van 1997 - heden.

Hij werd in 1962 geboren in Gerolstein (Dld.) en volgde zijn priesteropleiding aan het Grootseminarie Rolduc in het bisdom Roermond. Daar werd hij op 20 mei 1989 door Mgr. Gijsen tot priester gewijd. Clemens werd tot kapelaan benoemd van de parochie Christus Koning (Vredeskerk) in Venray waar hij bleef tot 01-12-1991. Vicaris-generaal Maessen heeft kapelaan B.Clemens daarna benoemd tot kapelaan van de parochie Onbevlekt Hart van Maria in Offenbeek. Daar vertrok hij in 1994 om als kapelaan naar Heerlen te gaan. Er was inmiddels een groot priestertekort ontstaan in het Bisdom Roermond en deken Huisman maakte bekend dat Well en Wellerlooi samen één priester gingen delen. Bisschop Frans Wiertz benoemde Clemens vervolgens tot pastoor voor de parochies Well en Wellerlooi. Op 23-08-1997 werd Clemens in Well geïnstalleerd. Een week later, op 30-08-1997 volgde zijn installatie als pastoor van de H. Catharina parochie te Wellerlooi. Sinds 2018 werd hij ook pastoor van de parochies Onze Lieve Vrouw Geboorte te Oostrum en St. Willibrordus te Geijsteren. Tesamen vormen deze kerken in het dekenaat Venray de Parochiefederatie Geijsteren - Oostrum - Well - Wellerlooi o.l.v. voorzitter B. Clemens.


ALBUM WELLSE PASTOORS EN KAPELAANS.


 

Nieuwe Venlosche courant 15-09-1934

Gistermiddag ontvingen wij uit Overloon het overlijdensbericht van den Zeereerwaarde Heer Martin Joseph Janssen, oud -Pastoor van Meerlo. Pastoor Janssen, die de gezegende ouderdom van 82 jaren bereikte, stond tot nog voor enkele jaren aan het hoofd van zijn Limburgse parochie. De hoge ouderdom noodzaakte hem tenslotte, de rust te gaan nemen, die zijn achteruitgaande krachten vroegen. Nadat hij op zijn verzoek het Pastoorsambt neergelegd had, vestigde hij zich als rustend geestelijke in het klooster te Overloon. 
Ondanks de grote bescheidenheid, de gemoedelijke dorpspastoor eigen, was zijn naam tot ver buiten Meerlo, tot ver buiten Limburg zelfs, waarvoor hij waardevol historisch-documentair werk verrichtte, bekend. Dank zij zijn uitgebreide kennis van het gewestelijk verleden van Limburg, was hij tientallen jaren de vraagbaak op geschiedkundig gebied in Noord-Limburg; talrijke historici en snuffelaars werden indertijd bij hun onderzoekingen verwezen naar de kapelanie te Well of later naar de pastorie te Meerlo, waar ze te weten kwamen, wat elders, ondanks veel moeite, niet te vinden was. Wijlen rijksarchivaris Flament bezocht hem telkenjare en ook wijlen Victor de Stuers en Van Riemsdijk kon men bij hem ontmoeten op de kapelanie te Well. Zonder veel ophef, stil werkend in zijn studeervertrek, geen luidruchtige exploratietochten ondernemend, verzamelde hij schatten van oudheidkundige en genealogische gegevens. De diverse jaargangen van de Maasgouw, Limburgs Jaarboek en de Publications zullen het blijven getuigen. Zijn publicaties munten niet alleen uit door hare betrouwbaarheid en accuratesse, maar ook door haar omvang.
Zijn grote genealogische en heraldieke kennis moge vooral blijken uit de talrijke brieven op dat gebied, waarvan de Heer Jan Verzijl er minstens 200 in zijn bezit heeft. Wanneer het gold familiebetrekkingen te achterhalen in verband met het toekennen van studiebeurzen, was pastoor Janssen de aangewezen persoon. 
Al zijn geschriften en publicaties opnoemen zou te ver voeren. Wanneer wij ons tot de voornaamste bepalen dan komen in aanmerking op de eerste plaats zijn standaardwerk: Historie der aloude heerlijkheid Spaerland Oostrum (Venray), van de Onze Lieve Vrouwe Kapel met het miraculeus beeld en het gilde aldaar; een werk waarmee hij de bewoners van dat dorp ten zeerste heeft verplicht. Verder verschenen van zijn hand nog in de Publications: Getuigenverklaring uit 1528 over de familie Verlinden te Helden; Een drietal grafzerken te Afferden, betrekking hebbende op de families Schenk van Nydiggen en Hoensbroeck; Het Geldersche bijenboek langs de Maas, Peel en Niers van Petrus Hendrix, kapelaan te Lottum; Grafzerken in de kloosterkerk te St. Agatha bij Cuyk, met genealogische aantekeningen; Petrus van Loon, pastoor van Wanssum en zijne stichting voor den arme; De verering van de H. Abt Antonius en de St. Antonius-gilden in het voormalig land van Kessel, met aanhangsel over de gilden te Afferden, Bergen en Well. 
In Limburgs Jaarboek o.a. Bijdrage tot de geschiedenis van het huis de Gun te Swolgen en zijn bewoners; De familie Versleijen te Venray en haar stichtingen; De oude Kerkenrechten van wijn, was en raapzaad en hare leveringen in taura in betrekking tot de behoeften van den eredienst. 
Ook de historie van het dorp Meerlo, waarover hij meer dan 25 jaren de herdersstaf voerde, had zijn belangstelling, zoals blijkt uit de volgende geschriften: Costumen en bankrechten der heerlijkheid Meerlo; De heeren van Winckelhuysen en Hatzfeldt en hunne schouten: De H. Goar, zijn eeredienst, kapel en relieken te Meerlo; Geschiedkundige aantekeningen over de heeren van Meerlo; en dan niet te vergeten zijn inventaris van het kerkarchief aldaar.
Ontelbaar zijn verder zijn publicaties in de Maasgouw, waarvan wij enkel willen vermelden zijn lijsten van verschillende Limburgse pastoors, kapelaans enz. met biografische bijzonderheden, waarmede hij de kerkelijke geschiedenis van ons gewest ten zeerste van dienst is geweest. Toen pastoor Janssen in 1928 zijn gouden priesterfeest vierde werd hij door de regering benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Het lijdt geen twijfel, dat deze hoge onderscheiding, die wel verdiend is, hem niet alleen te beurt viel van wege zijn lange zegenrijke priesterlijke bediening, maar ook als erkenning voor zijn buitengewone werkzaamheden op 't gebied der oudheidkunde en archeologie. De parochianen van Meerlo, voor wie hij zo lange jaren een geestelijke vader was, zullen het bericht van zijn dood met weemoed vernemen en hem gaarne in hun gebeden herdenken. De naam van Pastoor Janssen, zal voor altijd verbonden blijven aan zijn oude Parochie in zijn dierbaar gewest.


 

Kapelanie met lindebomen in de Grotestraat in 1933.

Lijst van Kapelaans

Godefridus van Venrode 1500
Dirrick Donderbier 1547
Heer Jan 1550
Reinier Raedts voor 1663 †Helden 1644 
Johannes van Haeff 1644-1647 *Meerlo †Swalmen 1675
Arnoldus (Aert) Allards 1662 †Well 12-05-1863
Petrus Hoen 1663-1705 *Well †Well 08-04-1705
Henricus van Raey 1705-1713 †Well 20-04-1713
Godefridus Beckers 1713-1736 *Well *Well 14-04-1763
Jan Baptist Roeffs 1736-1738 *Blitterswijck †Blitterswijck 17-07-1749
Johannes Raemaeckers 1738-1767 *Well †Venray 03-10-1767
Jacobus Beckers 1767-1774 *Udem (Dld) †Udem (Dld) 18-03-1813
Jacobus Kaeters 1774-1779 *Well 14-12-1751  †Wanssum -8-06-1808
Jacobus Cleophas 1779-1799 *Venray 15-01-1761 †Wanssum 04-04-1822
Petrus Boleij 1799-1800 *Horst 17-05-1771 †Holzheide (Straelen) 08-05-1814
Frans Hunnikens 1801-1802
Antonius Roelofs 1802-1810 *Venray 14-11-1775 †Bergen 25-04-1824
Geen kapelaan i.v.m. priester tekort 1810-1817, assistentie uit de buurtparochies
Martinus Janssen 1817-1828 *Oeffelt 13-01-1793 †Vlodrop 20-07-1852
Jan Joseph van Wis 1828-1833 *Helden 1803 †Nederweert 07-09-1852
Johannes Henricus Mathias Hermans 1833-1836 *Ooijen (Broekhuizenvorst) 15-12-1794 †Ooijen 11-04-1849 
Johannes van den Brandt 1836-1842 *Uden 03-03-1807 †Broekhuizen 30-08-1849
Leonardus Hubertus van den Eertwegh 1842-1848 *Heythuysen 26-09-1818 †Swalmen 02-04-1883
Leonard Hubert Veltmans 1846-1850 *Stramproy 08-05-1820 †Horn 22-01-1908
Simon Wismans 1850-1865 *Venray 18-04-1822 †Wanssum 05-05-1871
Frans Martinus Cornelis Omes 1865-1870 *Middelaar 03-09-1835 †Oostrum 06-04-1878 
Bernard Janssen 1870-1882 *Horst 06-08-1843 †Melick 28-10-1895
Martinus Joseph Janssen 1882-1901 *Venray 08-04-1852 †Overloon 14-09-1934
Jozef Schram 1901-1906 *Venlo 24-09-1870 †Lierop 05-07-1922 
Jan Antoon Karel Hoomans 1906-1911 *Horst 03-12-1875 †Nunhem04-11-1939
Gisbert Godfried Houben 1911-1913 *Sevenum 15-07-1876 †Nijmegen 04-06-1959
Petrus Henricus Hubertus Baeten 1913-1924 *Sevenum 26-03-1877 †Wanssum 10-07-1926 
Sigebertus Anthonius Hendrikus Laemers 1924-1934
Alexander Lambert Gerard Hubertus Mestrum 1934-1940 *Venlo 08-05-1909 †1988
Henricus Hubertus Maria Wismans 1940-1941 *Cuijk 15-07-1912 †Venlo 20-12-1976 
Johannes Hendrikus Antonius Geurts 1941-1943 *Blerick 21-12-1914 †Venray 03-09-1963
Albertus Hubertus Maria Lebens 1943-1946 *Delft 15-08-1918 †Tegelen 31-07-1994
Franciscus Petrus Johannes Rutten 1946-1950 *Reuver 12-04-1920 †Roermond 02-07-1987 
Peter Christiaan Baeten 1950-1952 *Heerlen 16-08-1915 †Sittard 31-12-1995
Peter Arnold Jozef Verstegen 1952-1953 *Sevenum 15-04-12 †Onbekend
Albertus Hubertus Maria Lebens 1953-1959 *Delft 15-08-1918 †Tegelen 31-07-1994
Marie Guillaume Gerard Joseph Schreurs 1959-1963 *Nuth 18-11-1934 †Geleen 10-04-2022
Petrus Barendregt 1963-1964 *Rotterdam 29-09-1901 †Well 08-10-1964
Cornelis Sombroek 1964-1966 *Volendam 15-07-1917 †Venlo 01-09-1990 
Henricus Wilhelmus Petrus Hubertus Kornips 1966-1971 *Roermond 10-02-1915 †Gennep 02-10-1999

De pastorie na de bevrijding in 1945.


 

Dagblad voor Noord-Limburg 06-10-1948


 

Interieur van het parochiehuis in de kapelanie in 1954.

Een van de taken van de kapelaan was de jeugdzorg in ons dorp. In het parochiehuis waren activiteiten voor o.a. de Kajotters en voor de meisjes de clubavonden van de 'Jongerengemeenschap'. Ook de Parochieële Jeugdraad hield hier hun vergaderingen.


 

De pastorie en kapelanie. Hoek Pastoorstraat / Hoenderstraat. De pastorie werd in 1791-1792 gebouwd in de periode dat Joannes Franciscus Antonius van Hilst hier pastoor was.