Sint Rochuskapel

De Heilige Rochus werd rond 1295 geboren in Montpellier (Fr). Rochus trok, na het overlijden van zijn ouders, op zijn achttiende naar Rome. Onderweg verzorgde hij slachtoffers van de pest, maar op de terugweg raakte hij zelf besmet. Hij genas echter, mede dankzij een engel die hem verzorgde en een hond die dagelijks zijn wonden likte en hem voedsel bracht, zo luidt de legende. Terug in Montpellier werd hij van spionage beschuldigd en in de kerker opgesloten. Daar stierf hij vijf jaar later.


 

Rochus wordt vaak afgebeeld (zoals hier in de Wellse kapel) met een pelgrimsstaf met kruikje, een hond met een stuk brood in zijn bek en een pestzweer op zijn ontblote dij. Hij is de patroonheilige van de gevangenen, apothekers, artsen en ziekenhuizen. Zijn hulp wordt ingeroepen tegen pest, schurft en zweren. Feestdag: 16 augustus.

Begin 1900 werd deze ansichtkaart van de Sint Rochuskapel uitgegeven.

 

                                             

 In de 19e eeuw, stond met grote letters op de deur van de kapel:

                                                             l. H. S.
                                                  Geeft God de eer
                                      Door Derck Daemen jonggesel
                                     is geordonneert dese capel
                                     Voor de goede liede van de Kamp 
                                             en de harten van Well

                                                          Aº 1715
  

De oudste foto van het Sint Rochusfeest op de Kamp in 1920.

Ook nu nog wordt hier ieder jaar op 16 augustus het traditionele St. Rochusfeest gevierd. Familieleden van de stichter Derck Daemen komen dan bijeen in de kapel, waar een gezongen H. Mis ter ere van de schutspatroon wordt opgedragen.

Na deze dienst in de kapel werd in 1920 deze groepsfoto gemaakt van alle familieleden die op die dag aanwezig waren. In het midden staat de celebrant, een pater Franciscaan uit Venray, en rechts naast hem de beheervoerder van de Sint-Rochusstichting, Gerardus Daemen.

Deze opname werd in 1928 door de Rijksdienst Monumentenzorg gemaakt in het kader van de registratie van historische monumenten in Limburg.

De kapel staat onder toezicht van de Rijksdienst Monumentenzorg. Deze dienst verleende ook na de bevrijding medewerking om het tot een ruÏne stuk geschoten gebouw weer in zijn geheel te restaureren.

 

Maria Daemen-Kamps in 1928.

Sint Rochuskapel op de Kamp in Well
Al in de zestiende eeuw woonde de familie Daemen op de Kamperhof. Uit deze familie is de stichter van de Sint Rochuskapel voortgekomen. Nadat Derck Daemen in 1705 in een weiland bij de Maas een kapelletje ter ere van de Moeder van Smarten had laten bouwen heeft, deze bemiddelde jonggezel van de Kamperhof, in 1715 de Sint Rochuskapel gesticht. Net voor de voltooing stierf Derck en zijn broer werd de eerste beheerder. Sindsdien is het beheer in handen van een familiestichting die nog steeds zorgt voor de instandhouding van dit monument.
 

Volgens de overlevering is de kapel gebouwd naar aanleiding van een epidemie van dysentrie die rond 1702 in de omgeving heerste.

Zeker is dat de heilige Rochus in de 18e eeuw werd ingeroepen als patroon tegen de pest en andere besmettelijke ziekten.

Van deze praktijk getuigen nog drie, bij het beeld opgehangen zilveren ex-voto's: in de vorm van een hand, een been en een hart. Het hart heeft verder nog als opschrift: 'Sent Rochus Wellem Jansen 1745'.

Over de vereringspraktijk en bedevaarten uit de 18e en 19e eeuw is verder niets bekend.

Het gebouw
De kapel is een rechthoekig gebouw met een klokkentorentje. De muur aan de westzijde, waar zich de toegang bevindt, wordt afgesloten met een sierlijke topgevel. In de laatste maanden van de oorlog 1940-1945 is de kapel herhaaldelijk getroffen door granaatvuur en uiteindelijk door de bezetter opgeblazen. Na de oorlog is de kapel eerst provisorisch en in 1959 definitief in oude luister hersteld. Sinds die tijd hangt het klokje uit 1722 in het torentje, dat gesierd wordt door het eveneens bewaard gebleven handgesmede ijzeren kruis uit 1715. Tegen de buitenzijde van het koorgedeelte van de kapel staat het mergelstenen front van een sacramentshuisje, afkomstig uit de parochiekerk van Well, dat daar in vroegere tijden gebruikt werd voor het bewaren van het Eucharistisch Brood. Het geheel staat op een halve molensteen, rustend op een zuil, die een oude grenssteen geweest moet zijn.
 
Het interieur
Bij het binnengaan van de kapel trekt het barokke altaar met het beeld van St. Rochus de aandacht. Dit altaar (daterend van omstreeks 1700) is afkomstig uit Schin op Geul. Het is in 1962 gekocht. Het oude beeld van St. Rochus heeft zijn ereplaats in de kapel behouden. Het laat de heilige zien met een pelgrimsstaf, wijzend op een pestbuil op zijn bovenbeen. St. Rochus wordt meestal met een hond afgebeeld, zo ook in deze kapel.

Tegen de achterzijde van de kapel staat het mergelstenen front van een laat-gotisch sacramentshuisje, afkomstig uit een oude Sint Vituskerk aan de Maas van Well. Het front staat op een halve molensteen, waarop de priester op St. Rochusdag ging staan om het volk toe te spreken. Deze rust op een oude oude grenssteen. Het Sacramentshuis is ongeveer twee meter hoog en een meter breed.

In de toren hangt nog het oude klokje uit 1722. Het werd op bestelling geleverd door M. Peter Fuchs uit Keulen en is 29 centimeter hoog en heeft  aan de onderzijde een doorsnede  van 38 centimeter. Het is versierd met een plaket, waarin het beeld van St. Rochus is afgedrukt. Op de rand staat: S ROCHUS ORA PRO NOBIS // MR PETER FUCHS IN COLLEN HAT MICH GEGOSSEN 1722 

Het is bijzonder dat het ondanks revolutie, strijd en oorlog bewaard is gebleven. In de Tweede Wereldoorlog hadden de Duitsers dit klokje geregistreerd  staan om mee te nemen. De klokken uit de St. Vituskerk en het klokje van het zustersklooster namen ze in 1943 mee en vergaten waarschijnlijk de Rochus klok. De familie Daemen heeft  snel het klokje van deze kapel in de grond gestopt. De klokkenrovers kwamen echter terug en zagen dat het klokje " al was opgehaald ". Ze hebben toen toch de klokkenstoel afgebroken en meegenomen. In 1943 werd het klokje naar de Sint Vituskerk gebracht , waar het in de toren werd gebruikt voor de klokslag van het uurwerk. Tot oktober 1944, kort voordat de toren door granaten werd vernield hing het daar. Met gevaar voor eigen leven heeft koster Frans Coppers het gered. Voor de evacuatie naar Groningen stopte Coppers het achter zijn woning in de grond, waar het na de bevrijding weer ongeschonden uit kwam. Daarna deed het nog enkele jaren dienst in een noodtorentje die in de tuin van de koster in de Hoenderstraat stond. 

Nadat de kapel weer was opgebouwd, omdat ze grote oorlogsschade had opgelopen, werd het in de nieuwe toren gehangen.

Het kruis op de toren is hand gesmeed en gemaakt in 1715.

De woning van koster Frans Coppers in 1945 met rechts de hoge klokkenstoel met het Sint Rochus klokje.

Het interieur moest na de oorlogsverwoesting vrijwel helemaal vervangen worden. Er staan nu nog enkele bidstoelen en banken uit de beginperiode van de kapel. Het huidige barokke altaar is afkomstig uit Schin op Geul. Het oude marmeren wijwatervat staat nu op een kolom, maar was vroeger in de muur ingebouwd.