Werkgroep Wellse Molens

De werkgroep Molens is in 2015 op initiatief van Joost Schoenmakers ontstaan na de expositie "Molens in Well door de eeuwen heen".
Door o.a. speurwerk van Michel Stevens in het Rijksarchief te Maastricht bleek dat Well niet alleen de molen van Vink heeft gehad, maar in de loop der eeuwen maar liefst zes molens heeft gehad.
De eerste en zeer waarschijnlijk de oudste was de watermolen, behorende bij het kasteel. De oudste molens waren ban- of dwangmolens: boeren moesten hun vruchten op die molen laten malen en een tiende afstaan aan de kasteelheer. De exacte locatie is nog steeds onderwerp van onderzoek. Zeker is dat deze watermolen zijn waterkracht kreeg van de Molenbeek.
Dan de torenmolen op de westhoek van het kasteel. waarschijnlijk de oudste windmolen van Well. Waarschijnlijk is dit de windmolen die al in een oorkonde uit 1401 genoemd wordt.
De ontdekking van 2015 was de rosoliemolen, een met het paard ( ros ) aangedreven oliemolen, die lijnzaad perstte tot olie, in het rechter gebouwtje bij Ger Rutten en Jo Vink. Sparingen in balken wijzen op assen van een kollergang, twee kantstenen die het lijnzaad pletten.
Verder de Michelsmolen uit 1863. Er rest slechts een deel van de belt en het zilveren plaatje in ons Gildezilver. Wij zoeken nog steeds een foto van deze molen!
En tot slot, alom bekend, de molen van Vink, waarvan we in 2015 een Duitse blauwe molensteen konden traceren in Duitsland.

Leden van de Molengroep zijn: Joost Schoenmakers, Fiet Broere, Piet Laarakker, Henk van Loosbroek, Albert Thijssen, André Simons, Vincent Peeters, Hans Deckers, Edwin Roosen, Reno Peeters, Henk Valckx en Roel Koppers.

Aanmelden bij werkgroep Molens.
Heb je ook hart voor onze zes Wellse molens, wil je over de molengeschiedenis informatie krijgen, zoeken en verzamelen? Dan ben je welkom en kun je aansluiten bij deze groep.. Neem hiervoor contact op met Joost Schoenmakers.


Op Facebook is een site " Molenvrienden " die over de zes Wellse molens gaat, deze wordt door Joost Schoenmakers beheerd, iedereen met een Facebookregistratie is vrij om zich bij deze besloten groep aan te melden.

 

9 juni 2018

Excursie van Werkgroep Molens naar de 'Steprather Mühle' in Walbeck. Dit is een bakstenen torenwindmolen. 

Bij ons kasteel staat een toren, waarin rond de veertiende eeuw een molen graan heeft gemalen.
Het is misschien zelfs de eerste Wellse windmolen geweest.
Er zijn meer torenmolens, Zeddam is de bekendste en werkt nog. Werth (1458) - Kalkar - Xanten (14e eeuw) - Achel (België). De Limburgse torenmolens in Gronsveld (1623) en Stevensweert (1721). Verder nog in Huissen - Lienden - Zevenaar. Het zijn allemaal broertjes van de torenmolen van Well. Er zijn overeenkomsten maar ook verschillen.
Dichterbij huis, net over de Duitse grens, in Walbeck, stond in 1452 een torenmolen. Heinrich Schenck van Nydeggen wordt in dat jaar vernoemd. Een vijfhonderd-jaar oude steenbalk is daar nog het bewijs van. Net als de locatie op een berg op het Zuid-westen, hetzelfde als de torenmolen in Well. Dikke muren, een dwangmolen, de kasteelheer verplichtte de boeren om op zijn molen hun graan te laten malen.

Verschillen met de Wellse torenmolen: er werd geen bier gebrouwen, er was geen haard, geen stookplaats, geen schoorsteen. ook de vijftien natuurstenen onder het krulwerk vind je in Walbeck niet. Het is vanaf het begin een molen geweest, geen verdedigingstoren. De smaller toelopende vorm ( conisch ) vind je in Gronsveld ook.

De Steprather molen werd in 1999 voor het laatst gerestaureerd en wordt genoemd als de oudste functionerende windmolen van Duitsland. Firma Beijk uit Afferden (Lb.) restaureerde met maar liefst twaalf houtsoorten, elke houtsoort heeft andere eigenschappen. Hard en donker pokhout voor lagers bijvoorbeeld, zacht populieren voor vangstukken, essen voor de kammen, palmhout voor staven enzovoort.

Bekijk >HIER< een korte filmimpressie van deze Steprather molen.


 

14 april 2018.

Excursie naar de Collse watermolen aan de Kleine Dommel. Adres: Collseweg 3 / 5 5641 JN  Eindhoven (Tongelre)                

Well heeft in het verleden meerdere oliemolens gehad, zeker die aan het Sterrenbos (ca. 1700) en die op de Gülickshof aan het Elsteren (1866) De rosoliemolen van ca. 1700 kwam er na lang aandringen van de boeren, omdat in 1674 de watermolen was weggespoeld en de kasteelheer verplicht was minstens twee molens voor de boeren te laten draaien. Er is dus door Wellse olieslagers olie geslagen.

Om dit proces, dat toch wel heel anders is als meel malen in een graanmolen goed te bekijken, gingen we eerder naar Deurne en Kilsdonk. Toen ging het gangwerk amper rond.

Het bezoek aan de Collse molen heeft dit ruimschoots goedgemaakt!.

Eerst wordt onder twee grote kantstenen het lijnzaad geplet.

Dan wordt het in de vuister warm gestookt, in speciale katoenen zakken zo lang gestampt dat de lijnolie eruit komt. Voor demonstraties is dat zo’n tien liter in een uur tijd.

Als de watermolen in volle produktie is, er is water genoeg,  draaien de twee waterraderen. Een voor het olieslaan en een voor het malen van graan. 

De Collse watermolen is vooral bekend door het schilderij van Vincent van Gogh, het is sinds14-12-2017 te bewonderen in het Noordbrabants Museum te Den Bosch.

Deze vrijwilliger in de rode overall is nog in opleiding en moest tegen het lawaai oorbeschermers dragen.


 

Op de Collse watermolen hebben we kunnen zien hoe in een uur tijd zo'n tien liter lijnolie werd geslagen, geperst.


 

29 september 2017

Bezoek van de molengroep aan de werkplaats van Beijk.

Op deze dag bekeken de Wellse molenvrienden onderdelen van de vorig jaar afgebrande wipmolen van Oud-Zuilen ( Utrecht ).

Persbericht van 15 maart 2016:

De kleinste molen van de provincie Utrecht, de Buitenwegse Molen in Oud-Zuilen, is afgelopen nacht volledig uitgebrand. Volgens de politie moet de molen als verloren worden beschouwd. Utrecht verliest daarmee een bijzonder stukje erfgoed. De Buitenwegse Molen dateerde uit 1830. Het was een zogenaamde wipmolen, het oudste type poldermolen in Nederland. Dit soort molens ontwikkelden zich begin vijftiende eeuw uit de standerdmolen. Bij wipmolens is het gehele bovenhuis draaibaar om een koker. De Utrechtse molen werd gebruikt als watergemaal en werd niet bewoond.Na het overlijden van de laatste beroepsmolenaar werd de molen overgedragen aan Stichting De Utrechtse Molens. Hij werd in bedrijf gehouden door een aantal vrijwilligers. De brand werd rond 4.00 uur vannacht ontdekt. Rond 9.00 uur kon het sein brandmeester gegeven worden. Er is niemand bij de brand gewond geraakt. De politie vermoedt dat de brand is aangestoken.

Inmiddels is aan molenmakerij Beijk uit Afferden (Lb.) opdracht gegeven tot algeheel herstel. Beijk gebruikt de nog goede, weliswaar zwart geblakerde, onderdelen en zet hier nieuwe delen tussen.( zie foto's)
De Dekkerwieken zijn nieuw, net als een tandwiel met kammen. Hiermee was Wellenaar Reinald Janssen bezig. Voor Piet Laarakker was dit tevens een familiebezoek aan Harrie Beijk, die een oud vervallen schuurtje heeft opgeknapt met originele oude stenen en balken tot riant woonhuis.

Lees >>HIER meer info over de wipmolen.

 

                                                    Dekker wieken

Kammen

                                                            Oud en nieuw

Penlager

 

 

 

 

 


 

29 november 2016:

 

Molen 'de Volksvriend' in Gemert

Op deze dag werd de door molenmaker Beijk uit Afferden gerestaureerde kap weer op de molenromp geplaatst. Eerst werden nog de molenstenen met de kraan naar de steenzolder getild. Voor ons als molenvrienden was het bijzonder om te zien dat ook de twee molenwieken, de binnen – en de buitenroede, mooi in de nationale kleuren geschilderd, een voor een in de askop werden gestoken. Zij zijn vervaardigd door Koppergroep Nieuw Bergen, waar wij op 18 juni diezelfde Gemertse wieken in de werkplaats uitvoerig hebben bekeken met uitleg van Jan Hoppenbrouwers en Edwin Roosen. Dit is dan de link met Well en zijn molenhistorisch erfgoed. Op eenvoudigere manier, er waren toen nog geen enorme kranen, zijn ooit de kap en de wieken op de molen van Vink gezet. 
Het was koud en zonnig, prachtig weer om dit hele gebeuren scherp  op beeld vast te leggen.
Dit was voor 2016 de laatste activiteit van de Werkgroep Molens van archief Well.
Wij sluiten een mooi jaar af en zien al weer uit naar het nieuwe.
Op de rol staan excursies en zoektochten.
Allereerst zoektochten naar de herkomst van molenstenen op de binnenplaats van De Grote Waay en in een nis bij  de kapel op de Kamp.
Nog steeds zoeken we naar een foto van de Michelsmolen.
Excursies naar oliewerken in de Collse molen in Eindhoven, de Ursulamolen in het Leudal en een oliemolenmuseum in Duitsland.
De torenmolen in Walbeck, wel of geen broertje van onze torenmolen?
Tot slot bereiden we een molenroute voor, deels met QR, deels live met een gids, rondleider, waarbij onze torenmolen bij het kasteel  bijzondere aandacht krijgt.

Wij wensen voor 2017 water en wind voor de molenaars,

Joost Schoenmakers


 

Bezoek aan de Kilsdonkse molen in Heeswijk Dinther (NB)

 

15 oktober 2016

André Simons nam het voortouw om eens een bezoek te brengen aan de enige watervluchtmolen van Nederland. “Watervlucht” wil zeggen waterkracht gebruiken, een watermolen dus en “vlucht” komt van het “gevlucht”, zo noemen de molenaars de wieken, het gebruik maken van de kracht van de wind, een windmolen dus.
Beide combinaties kwamen in Well rond 1400 ook voor, maar niet zo dicht bij elkaar. Oploo heeft nog steeds een water- en een windmolen op een paar honderd meter afstand van elkaar.
Na de koffie en de Kilsdonske Molenkoek kregen wij uitleg over de geschiedenis van de molen die teruggaat tot 1200. Hiervan lag op de leestafel ook een met oude documenten geïllustreerd boek. Daarna bekeken we het enorme olieslagwerk, de kollergang, de wentelas en maar liefst zes stampers. Aangedreven door het waterrad en in zeer uitzonderlijke gevallen door de wieken. De wind is nooit zo constant als de watertoevoer en dit kan schokken teweegbrengen in het olieslagwerk . We zagen de koppeling en ontkoppeling van de wateras. Toen gingen we naar de windmolen, sinds Deurne en eerdere molenbezoeken, bekend terrein voor de Wellse molenvrienden. Nieuw was het “pennekeswerk”, dat in de lopersteen zit en een Brabants-Limburgse uitvinding is.
We voelden aan beide zijden van de molen boven op de stelling waar de wind het krachtigst was en kruiden ( het op de wind zetten van kap en wiekenkruis ) met het unieke ketting kruiwerk de Kilsdonkse molen op de wind.


Een bijzondere ervaring voor: André, Theo, Piet, Henk en Joost.

Op naar een nieuwe uitdaging!


 

Excursie Bovenste Plasmolen, 1725
Op 10 juli 2016

Sinds kort behoort ook Henk Valckx tot de Wellse molenvrienden. Omdat hij vooral bij de laatste wateroverlast actief was bij bovengenoemde molen, is hij gevraagd om ter plekke een rondleiding te geven. De link met de Wellse watermolen is wel te leggen. In Well hoorde voor 1400 een watermolen bij het kasteel, die zijn water kreeg van de Molenbeek, ontspringend in het Wells Meer. Boeren waren verplicht om hun vruchten op deze molen of de houten standermolen te laten malen, de zogenaamde dwang of ban.
In 1674 spoelde deze watermolen door een overstroming weg. De kasteelheer werd verplicht voor vervanging te zorgen. Dat werd de rosloliemolen aan het Sterrenbos. In het kader van de molenexpositie “ Molens in Well door de eeuwen heen “ bezochten wij Zeddam, Deurne en Koppes Groep. Op 10 juli bezochten wij  een unieke watermolen in de buurt, een boven- en onderslagmolen. Gelegen tegen de Sint Jansberg ontspringen kwellen en bronnen. Het Groene water is het eerste punt waar gestuwd wordt. Vandaar loopt een door mensenhand gegraven Opgeleide beek naar een volgende stuwvijver. Vandaar stroomt het water door een kanjel en valt boven op het 7 meter grote geklonken waterrad.
In Zuid-Limburg en de Veluwe vind je nu nog steeds bovenslag watermolens. De Wellse watermolen zal zeker een onderslag watermolen zijn geweest, het terrein is vlak en glooiend, het water zal van onderen het rad in beweging hebben gebracht. Naar de exacte locatie van deze oudste Wellse watermolen zijn we nog steeds op zoek!
Al in 1404 wordt melding gemaakt van de Bovenste Plasmolen.
De huidige Plasmolen was rond 1725 een papiermolen. De kwaliteit van het bronwater was zo goed dat daar papier van geschept kon worden. De zolder werd gebruikt om het papier te drogen. In 1848 werd het een olie- en pelmolen, in 1855 een graanmolen. Voor de opvulling van gaten in de muur werden dakpannen gebruikt van een nabijgelegen Romeinse villa.
Net als in Well bij de molen van Vink, werd ook de Plasmolen in 1944 beschadigd. Molenaar Fons  Verouden werd door een granaatscherf getroffen en overleed. Bijzonder is de oorspronkelijk Engelse Crossly-verbrandingsmotor, in Duitsland in Cöln- Ehrenfeld verbouwd door Ernst Kook in 1910. Bij onvoldoende watertoevoer werd en wordt deze hulpkracht voor het malen gebruikt.
De Bovenste Plasmolen is maar beperkt opengesteld, enwel de tweede zondagen van de maanden mei t/m september van 11.00u tot 17.00u.

Sommige molenvrienden vroegen: “ Hoe word je molenaar?”

Er is een opleiding, die ongeveer twee jaar duurt, uitgaande van praktijkervaring op een dag in de week.


Voor degenen die interesse hebben om in de toekomst molenaar te worden op een eigen molen:
-    Ga zoveel mogelijk mee met de activiteiten van de Molenvrienden
-    Kies een molen bij jou in de buurt waar je zou willen oefenen
-    Bezoek de site: www.limburgsemolens.nl
-    Bel de coördinator Opleidingen Frank Oosterhuis 06-46714298

Voor verdere vragen:

Met muldersgroeten,
Joost Schoenmakers

 

De molen is anno 2016 al enkele jaren “maalvaardig”. Iedere tweede zondag van mei tot en met oktober, van 11:00 tot 16:00 uur, is de molen, kosteloos, te bezoeken.
Hij is dan volop in bedrijf en wordt er uitleg gegeven door drie vakbekwame molenaars.
Het adres is: St. Maartensweg 1 in Plasmolen.
Mooi te combineren met een prachtige wandeling over de St. Jansberg en of de Mookerheide.


 

Bezoek op 18-06-2016 aan Koppes Groep te Nieuw Bergen.

Na de molenexpositie “ Wellse molens door de eeuwen heen “ bleek dat niet alleen molenmaker Beijk en steenmaker Hans Titulaer onderdelen voor molens maken, maar dat ook een bedrijf uit Nieuw Bergen een grote rol speelt.


De  windmolen van Vink kreeg in 1909 een 26 meter lange Fransen buitenroede en in 1911 een Fransen binnenroede.
Pas in 1925 werd de houten bovenas vervangen door een van gietijzer. Ook kwam er een Deutz diesel- of ruwoliemotor vanuit Keulen in onderdelen met de trein naar Weeze. De monteur die hem in Well in elkaar zette reisde mee. In 1937 of 1940 kwamen er van Bussel-stroomlijnen op de wieken, een Limburgse uitvinding om meer rendement uit de wind te halen.
Op 18 juni 2016 bezochten elf molenvrienden dit bedrijf dat molenwieken, beter nog binnen- en buitenroeden van molens restaureert en nieuwe maakt. Zij maken ook waterraderen voor watermolens en kruiwerken. Meestal in opdracht van molenmaker Max Beijk in Afferden.
Wieken voor de Jan van Cuyk, Rijkevoort, Gemert.
Waterraderen voor Vaals en Haelen.
Edwin Roosen en Jan Hoppenbrouwers gaven uitleg over Fransen roeden, klinknagels, van Bussel-profielen, onder- en bovenslagraderen, sparingen voor heklatten, Potroeden uit Kinderdijk en nog veel meer. Jan heeft zelf een klinkmachine gemaakt en ontwerpt momenteel het plaatje voor de nieuwste Koppeswieken.

Namens Werkgroep Molens, Joost Schoenmakers


 

 

30-05-2016  * Verslag bezoek aan torenmolen en rosmolen te Zeddam

 

Excursie Holtens molen Deurne op 04-04-2016

Na het uitstapje naar Zeddam, waar we een werkende torenmolen en een werkende rosmolen zagen, bezochten negen molenvrienden het olieslagwerk van Holtens molen.
Ik belde Driek, de gids, rond 18.00u: “ Kunnen we het olieslaan op de wind zien?” “ Het waait hard genoeg hier in Deurne, dat moet wel lukken!” Aangekomen in Deurne, zo tussen half 8 en 8 draaide de molen onbelast, “ voor de prins “ zeggen molenaars. De halve zeilen werden uitgerold tot hele. Vier volle zeilen is het maximale, meer kan een windmolen niet doen! De “ vliegtuigvleugel “ profielen op de wieken ( een uitvinding van de Limburger van Bussel ) moeten nog meer rendement uit de wind halen. Toch nam de wind af en konden de Wellenaren slechts een paar wentelingen van de Duitse kantstenen zien. Er lag lijnzaad onder van de vlasplant. Het geplette zaad wordt warm gestookt in het vuister. Dan komt het in paardenharen doeken en wordt geperst door stampers. Ook de stampers sloegen maar een paar keer. 
Alles was te zien, maar slechts eventjes in beweging.
Daarna klommen we via uitgesleten trappen naar het maalgedeelte, voor de meesten wel bekend, en hoger naar de nok van de molen, de kap, waar bezoekers meestal geen toegang hebben. Duidelijk zagen we de ijzeren rollen van het Engelse kruiwerk. “ Hoe zet je de wieken stil? ” “ Waarmee smeer je de as?” “ Waarom ligt de as schuin en niet horizontaal?” Allemaal vragen die beantwoord werden. 
Daarna kwam het hout zagen, een extraatje en de derde functie die Holtens molen heeft. (zie ook deze website)
Alles bij elkaar een interessante molen, uniek in Nederland.
Wij zien uit naar het volgende uitstapje, waarschijnlijk de torenmolen van Well.

Namens Werkgroep Molens, Joost Schoenmakers

 

09-08-2015  * Verslag bezoek aan torenruïne kasteel Well

 

17-05-2015  * Verslag Expo: Molens in Well door de eeuwen heen

 

Pagina Molens op deze website

 

De Drakentoren (Torenmolen) van kasteel Well