Historie van Kasteel Well

 Kasteel Well, met op de voorgrond het tuinhuis (Orangerie), op 1 oktober 1897

De trots van Well....

Het oude monumentale kasteel is de trots van het dorp Well. Zonder dit historische kasteel zou Well niet zijn geworden wat het nu is. Door het kasteel en zijn adellijke bewoners is Well steeds een belangrijk middelpunt geweest van vele bestuurlijke activiteiten. De betekenis en het aanzien van ons dorp werden in het verleden voor een groot deel bepaald door de aanwezigheid van de adellijke bewoners van het kasteel.

De bezitter van het kasteel kreeg de controle op het scheepvaartverkeer op de maas. Het slot Well was daarom van grote betekenis voor de handel en het vervoer van goederen. Een begerenswaardig bezit voor iedere partij, die de strijd moest leveren tegen de vijand. Om de burcht Well werd in het verleden dan ook vaak heftig gevochten en de gevolgen van deze krijgshandelingen waren voor de bewoners van Well vaak rampzalig. Tegen het ruwe krijgsvolk waren de vredelievende bewoners niet opgewassen. Plunderingen, berovingen en vernielingen waren vaak het lot van de toenmalige Wellenaren.

Vooral de 80 jarige oorlog was het hier in Well raak. De voortdurende gevechten en schermutselingen tussen de Staatse en Spaanse troepen maakten het dagelijkse leven hier onmogelijk. Het werd zelfs zo erg dat de bewoners van Well in de periode van 1578 tot 1585 moesten evacueren naar elders.

Minstens twaalf adellijke families hebben in de loop van de eeuwen het Huis van Well bewoond, voordat in 1906 de Düsseldorfse jurist en industrieel dr. Richard Wolters het kasteel kocht en er zich als allerlaatse kasteelheer vestigde.

 

Donjon....

De geschiedenis van Kasteel Well begint met de bouw van een donjon, een ronde versterkingstoren,waarvan de fundamenten van natuursteen en mergel nog onder de binnenplaats van het hoofdgebouw liggen. De naam donjon is afgeleid van het  woord “dominio”, wat heerlijkheid betekent: de residentie van een heer, want de verdedigingstoren werd al gauw omgebouwd tot een woontoren. Deze toren (met een doorsnede van 8 meter ) werd in 1814 afgebroken, maar blijft toch het begin van onze trots, het Wellse kasteel, dat door de eeuwen heen innig verbonden is met de geschiedenis van ons dorp, de geschiedenis van de bewoners, van de Wellenaren.

In 1962 werden er resten van de donjon opgegraven.

Op deze tekening ziet u de donjon op de binnenplaats van de hoofdburcht.

Verhoging....
 

De donjon moest uiteraard gebouwd worden op een verhoging in het winterbed van de Maas, dit om bij verhoogde waterstand van de rivier gevrijwaard te zijn van wateroverlast. Deze verhoging kan natúúrlijk zijn of zoals in Well ontstaan door de grond rondom de te bouwen donjon  uit te graven (later een gracht) en deze grond op te werpen. Natuurlijk moest zo’n versterking hoger liggen omdat een eventuele vijand van boven af gemakkelijk te zien en te bestrijden was.

Uitbreiding....
 

Over de aldus ontstane gracht kwam een ophaalbrug, die, als er vijanden kwamen, omhoog gehaald werd. Later kwam er meestal uitbreiding bij de verdedigingstoren, later dus woontoren, die ook steeds fraaier werd. En steeds verder ging die uitbreiding, soms met een ringmuur, met hoektorens, méér woonruimte en schuren, o.a. ook stallingsruimte voor paarden en koetsen, enz. en niet te vergeten de ruimten, waar de knechten en meiden hun onderkomen hadden: zo ontstond de voorburcht.

Tiendschuur ....
 

In 1609, aan het begin van het Twaalfjarig Bestand,  werd een Tiendschuur gebouwd, waar de horigen het tiende deel van hun graan, vee enz.  naartoe moesten brengen. Dat was de belasting, die ze jaarlijks in nature aan hun Heer betaalden voor de pacht van boerderijen en landerijen. 

Waterburcht....


Om dat gehele complex werd toen een tweede gracht gegraven met wéér een ophaalbrug.
Kasteel Well is evenals het verwoeste Kasteel Geijsteren een echte waterburcht. Van aanvankelijk verdedigingsbouwwerk werd het geheel, ook in Well in de loop der eeuwen een fraaie woonstede voor de deftige bewoners. Voor vele generaties en geslachten uit verschillende  Europese landen.

 

....en de vloek die er op rustte.

Maar…… op Kasteel Well rustte zoals we weten een vloek : Nimmer zouden méér dan 3 geslachten van dezelfde naam de Heerlijkheid Well bewonen. En dit is inderdaad het geval geweest tot 1770, toen de derde generatie van het Franse geslacht De Pas de Feuquières uitstierf en achterneef Willem Liedel het kasteel erfde. Daarna was zijn zoon Pieter Willem de bezitter van Huis Well. Zijn kinderen stierven vóór hem en zijn schoonfamilie Von Schloissnigg uit Wenen leverde nog twee Wellse baronnen af, hoewel deze familie ten tijde van het vruchtgebruik van het kasteel door Marianne von Evers van Aldendriel óók gewoon eigenaar bleef en er zodoende uiteindelijk ook nog drie generaties von Schloissnigg eigenaar waren!

 

 

 

 

Bewoners.

De eerste bekende heer van kasteel Well is Arnold van Straelen, die zich "heer van Wel en Bergen" noemt.  Hij wordt in 1320 opgevolgd door zijn schoonzoon Seger van Baerle (inderdaad, uit Baarlo). Daarna, vanaf 1368, is Jan van Mierlaer (voorouderlijk verwant aan de Van Straelens) uit Meerlo 4 jaar bezitter van Well. Dan is het van 1372 tot 1478 de beurt aan de familie Van Aerendael (uit het dal van de Ahr). Deze familie wordt opgevolgd door de Van Bylandts en die familie, rond 1570, weer door die van Vlodrop.
Het kasteel is ook in die tijd vaak het middelpunt geweest van krijgshandelingen tijdens de 80-jarige oorlog. Ook Prins Frederik Hendrik de stedendwinger, is bij zijn tocht langs de Maas nog in Well geweest.
Het kasteel heeft veel van die oorlogshandelingen te lijden gehad. Het heeft wel enige tijd geduurd voor alle schade hersteld was.

Balthasar Adriaan van Vlodrop verkocht het slot in 1628 aan Hendrik, graaf Van den Bergh, gouverneur van Spaans Gelre. Deze schonk het als bruidschat aan zijn dochter Maria, gehuwd met Albert van Limburg-Stirum. Deze werd in 1631 met Well beleend. In 1686 ging het door vererving over aan een zwager van het Franse geslacht De Pas de Feuquières, welke familie tot 1770 heer bleef van Well. Door vererving gaat het dan weer over aan Willem Liedel uit Rotterdam, een steenrijke koopman. Zijn zoon Pieter Willem (sinds 1822 met de titel baron) is de laatste "heer" van Well, omdat met de komst van de Fransen (in Well al in 1794) een einde komt aan het feodale tijdperk en hij alle "heerlijke" rechten verliest. Vanaf die tijd zijn de kasteelheren gewoon grootgrondbezitters geworden. Als Pieter Willem in 1852 sterft erft de familie van zijn vrouw, von Schloissnigg uit Wenen, het kasteel. De laatste baron von Schloissnigg verkoopt Well in 1905. Dan is het sprookje van kasteel Well voorgoed uit.