Herbergen
en Cafés
Rond 1900 had de oude kern van Well de volgende cafés met mooie uithangborden en schilden die de gevel sierden.
In de Schoolstraat / Grotestraat:
Café ~ Muziekzaal Gerhard Klabbers-van Hees
"De Leeuw" : Wed. Aleida Otten-Nass
"Het Hof van Spanje" : Thei Koppers-Peters (Schacks Thei)
"De Keizer" : Handrie Derks-Jans
" De Drie Kroonen" : Peter Johannes Derks-Jacobs
"De kasteelsche Barakken" : Elbertus Smits-van Aerssen
" De vergulde Kraan": Martinus Simons-Visser
"Het Roode Hert" : Familie Kessels; Hotel & Brouwerij Koppers
"Het Anker" : Arnold Drissen-Janssen
Café "Braem" : Theodor Braem-Peters
"De Roskam" : Willem Vrede-Stevens
"Het Zwaantje" : Frans Achten
"De Blindeman" : G. Simons, G. Hulsman
Verderhadden veel eigenaren in die tijd een café of herberg als bijverdiensten, naast b.v. een boerderij, slagerij, bakkerij, timmerwerkplaats of winkel zoals:
" Posthoorn" (1848-ca.1865): Simmes, Gossens (Bosserheide 4)
"Het Witte Paard" : P. Hendrix
"De Grote Waaij" : Peters, bierbrouwerij (Knikkerdorp)
"De Wellsche Hut" : Antoon Jacobs, vervolgens Willem Weijs. (Aan de Duitse grens)
Logement "Jan den Duvel": Jan en Teun Janssen (Aan de Duitse grens)
Café / winkel : Jan Raijmakers (Aan de Duitse grens)
"Het Molenhuis" : Sjef Vink (Sterrenbos / Moleneind)
"Halve Maan" : Grad Hendrikze
"Klein Amsterdam" : Andries Cornelissen (Bosserheide)
" 't Kruufke" : Willem Eickmans (Elsteren)
Het Posthoorn te Well (L) Medegedeeld door M. J. Janssen.
Voor ruim eene halve eeuw waren onze landlieden en burgerlui er erger aan toe, dan vandaag, met betrekking tot de wegen en vervoermiddelen.
Geen stoombooten, geen spoorwagens, geen kunst- of grindwegen waren er hier te zien; rijtuigen op veeren of kernen waren eene ongekende weelde, welk alleen de adel of hoogst deftige lieden zich veroorloofden. Het vervoer over land geschiedde op karren langs ongelijke zand- en heidewegen en buiten den angst welke men had voor kwade en boosaardige menschen, sleepte het vervoer ook veel tijds na zich. Gelukkig dat er in dien tijd, naar den toestand van zaken niet zooveel geschreven en gewreven werd, niet zooveel pakketten en bestellingen te verordenen waren, anders ware het nog al erger gesteld geweest en voor ons onbegrijpelijk. Met welke vreugde de aankondiging ontvangen werd dat er in deze of geene plaats een kiezel of ‘nieuwe weg’ zooals men hem toen heette, zou komen kunnen wij ons goed voorstellen en begrijpen. Men meende dat men er boven op was, alles gewonnen had en gelukkig achtte zich het dorp of de wijk waar die heilaanbrengende weg passeeren moest.
In de jaren veertig, zou de groote, ruime en zoo men meende watervrije rijksweg van Maastricht naar Nijmegen voltooid worden, en werkelijk het perceel van Venlo tot Nijmegen (rechter Maasoever) werd in de tijdruimte van 1845-1848 aanbesteed en voltooid, in welk laatste jaar er de tollen op geplaatst werden.
Eerst werd de oude richting aangewezen, dan weer eene opmeting door de heide gedaan om den aanleg zoo recht en voordeelig mogelijk te verkrijgen. Iedere buurt, ja elke belanghebbende handeldrijvende, herbergier of logementhouder beijverde zich hem zoo dicht mogelijk langs zijne deur te krijgen en de veie drink- en smulpartijen voor eigen belang, zijn uit die dagen nog goed bekend. Ook de aannemers van dat traject, wisten, terwijl zij hand- en spandiensten moesten bekostigen, den aanleg te benuttigen. Op berekende afstanden werden door hen, voor wegwerkers en ploegbazen, tegen vergoeding van rente op overschietende stukjes grond woningen gebouwd, opdat deze ietwat neringdoende, door die gunstige ligging, bij aankoop goed in hun onderhoud zouden kunnen voorzien. Van gemeentewege werden de bewoners later in de gelegenheid gesteld, en zoo schenen de uitvinders van dit plan, met hunne schier waardelooze lappen onvruchtbare grond goede zaken gemaakt te hebben.
Zoo werd in die jaren voor een uitlandsch wegwerker uit Warbeijen a/d Rijn, Willem Simmes, het gebouw de Posthoorn opgetrokken, wijl er de gouden posthoorn uithing, en waarin veel vertier was.
Op ongeveer een half uur afstand van ‘t dorp gelegen was het niet alleen eene druk bezochte herberg maar ook de gewone pleisterplaats van de voor brieven, pakken en personenvervoer bestemde postwagen en diligences, welke de veel gebruikte weg bereden. Deftig voorbij marcheerende troepen zag men menigwerf en als de vermoeide werkers eene verkwikking noodig achtten hoorde men niet zelden het refreintje weêrgalmen:
“In het hoorntje moeten we weze, in het hoorntje moeten we zijn."
Ten jare 1855 kocht Martin Gossens geboren te Hommerson (gemeente Asperden bij Goch) gehuwd met Theodora Korting van Well het Posthoorn, huis, stal, erf ter gezamenlijke grootte van 32 aren en 75 centiaren (sectie F. nr. 3103 en 3104), trok van het „Sand" naar den Hoorn en hield er nog enkele jaren de herberg in op.
Op Allerzielendag (2 Nov.) 1875 werd er in den voormiddag terwijl de bewoners zich ter kerke begeven hadden, een diefstal gepleegd in geld en kleedingstukken, zonder dat men echter na ijverig onderzoek der koninklijke Marechaussee, de daders op het spoor kon komen. Dit was de hoofdoorzaak waarom de weduwe meer afkeerig van de woonstede geworden, na de noodige machtiging, besloot tot den verkoop over te gaan. Bij acte verleden voor den Wellschen notaris Peter Hendrik Ribbergh (Roermondenaar van geboorte) werd ten jare 1876 de voormalige Posthoorn met den aankleve van dien overgedragen aan Johan Beek, houtsnijder en zijne echtgenoote Gertrudis Basten, die na eenige herstellingen hetzelve omstreeks Sint Vitus van dat jaar betrokken.
De weduwe Gossens verhuisde naar het dorp, en sleet aldaar in de kasteelsche barakken vreedzaam hare laatste levensjaren.
Maasgouw 24-12-1886 8e jaargang

Links is deels Brouwerij Koppers zichtbaar met het wapenschild uit 1815, het huidige adres Grotestraat 52. Er naast ligt A.N.W.B. Bondshotel Koppers.

Café annex winkel Jan en Trautje Raymakers-Bitter. Duidelijk te zien is links de etalage van de levensmiddelenwinkel en rechts was het café gedeelte.
Jan Raijmakers *Meerlo 31-01-1893 †Venlo 06-12-1953. Hij was een zoon van Franciscus Hubertus Raijmakers (schoenmaker) *Well 11-09-1847 en Geertruida van Dijck (dienstmeid) *Gennep 02-02-1851.
Jan Raijmakers was gehuwd met Gertrude Elisabeth Mira Trautje Bitter.
In februari 1911 was "Well in Feest", zoals op deze ansichtkaart staat.
Dat was ter gelegenheid van de inhuldiging van de nieuwe pastoor Hubertus M.F. Gudden. De eigenaar van het pand was destijds Theodorus van den Boogaart en het was verhuurd aan familie Ex. In 1915 werd het grote koopmanshuis gekocht door het echtpaar Vos-Janze . Dit pand werd in WOII gebombardeerd. Nu Grotestraat 40 en 42.
De foto is ca.1920 gemaakt. Het pand (links) was destijds nog postkantoor van o.a. de familie Simons en in 1923 van de fam. Janssen. Later 'het Veerhuis'van Drissen.
Wellenaar Gerard Peters (geboren op de Grote Waaij, later rentmeester van het kasteel en burgemeester van gemeente Bergen) schreef een artikel in tijdschrift de Maasgouw.
(nu Grotestraat 36). De familie Braem-Peters, met ingekwartierde militairen in de mobilisatie jaren. Hanneke Braem-Peters was tevens telefoniste rond 1900, zij bediende de schakelkast, die in de hal van hun woning stond, ook berzorgde zij telegrammen. Maar geen post, dat werd gedaan door de postbode.
De Schoolstraat in 1909 met Café "De vergulde Kraan" van Martinus (Tinus) Simons (nu Grotestraat 12).
" 't Kruufke" : Willem Eickmans, nu Elsteren 3
Rechts: "De Leeuw" : Wed. Otten, nu Grotestraat 37. Later werd er in de volksmond nog steeds gesproken over het 'huus van Otten'.
Achteraan links op de foto waar de kinderen op straat spelen lag "de Brakken", nu Grotestraat 64.

De eigenaren waren Jacobus Drissen en Franciska Anna Maria Ariaens. Huidig adres Grotestraat 62
Zie pagina: Sjang en Miet Krebbers-Drissen

Tweede huis rechts, met wit bord boven de deur, 'De Keizer' van Handrie Derks en echtgenote Gerarda Jans, nu Grotestraat 19. Behalve het café en de timmerwerkplaats van Handrie hadden ze in huize Derks een kapsalon (Dien) en een hoedenmakerij (Truus).

Hier recht tegenover Derks ligt zaal-café Simons. Het pand dat vanaf de zaalverbouwing in 1935 voortaan "Walaria" heette. Adres: E98, nu Grotestraat 60. Het was een dans-, toneel- en vergaderzaal, er was een beugelbaan en later ook een bioscoop.

Rechts, met Sien Vrede-Stevens in deuropening: "De Roskam" Willem Vrede-Stevens, later op deze plek het terras van "Ensuite" Grotestraat 34.
Café - Brouwerij "De Grote Waaij" van Frans Peters, gehuwd met Johanna Christina Peeters
daarna Sef Jenneskens - Pennings, Knikkerdorp
De levensmiddelenzaak en Café van Jan en Trautje Raijmakers. ( bijnaam: Jan Rat ) aan de grensovergang, later tankstation Piet Laarakker.
Actueel
Archief Well presenteert film, geluidsopnames en foto's met live commentaar op donderdag 22 oktober 2026
Iedereen is welkom. Gratis toegang voor de fotopresentatie. Zaal is open om 10.00 uur
Voorvertoning 'Het Verhaal van Well'
Te bekijken op het Archief Well YouTube kanaal via onderstaande link.















