Zoek

Koninklijke Marechaussee - brigade Well

Begin 19e eeuw had Nederland politie in de steden en veldwachters voor buiten de steden. Er kwam behoefte aan een centraal aangestuurd bereden politiekorps. Een met militaire structuur. In 1814 kwam daarom het Corps de Maréchaussée. Deze nieuwe politieorganisatie moest de orde handhaven, zorgen voor de naleving van wetten en de veiligheid van grenzen en grote wegen bewaken.
Als soevereine vorst ondertekende de latere koning Willem I het besluit tot oprichting. Het Corps de Marechaussée was daarmee op 26 oktober 1814 een feit.

Het paard is een van de pijlers waarop de Koninklijke Marchaussee in 1814 werd gebouwd. Tweederde van het personeel moest ruiter zijn. Na 1945 is het paard als vervoermiddel vrijwel verdwenen.

De Wellse brigade van 'Het Wapen der Koninklijke Marechaussee' is uitgezet op 29 april 1815 en opgeheven in 1830. Weer uitgezet op 6 augustus 1839 en opgeheven op 1 maart 1943. Opnieuw uitgezet op 8 november 1946 en gesloten op 1 maart 1968. Tussen 1830-1839 was hier de Belgische gendarmerie gevestigd. Ons Limburg had immers de kant van België gekozen in die tijd. 


 

Uit de krant van 12-10-1864.


 

Venloosch weekblad 08-08-1868.


 

Venloosch weekblad 08-01-1876


 

Venloosch weekblad 08-02-1879


 

Uit de krant van 10-01-1880


Alle Nederlandse dagbladen schreven jarenlang over Gerardus Janssen *Beers 13-11-1850. Hij werd overal gezocht vanwege zijn brutale inbraken. De bewapende Janssen maakte de hele streek onveilig. In augustus 1881 verrichtte marechaussee Gerrit Jan Sluijers een heldendaad.

Uit het Venloosch weekblad 27-08-1881 over de moedige groepscommandant uit Well.

vervolg tekst: 

Eere aan Sluijers, den moedigen en ijverigen brigade-commandant der marechaussee te Well! Hij toch is de man die deze belangrijke arrestatie verricht heeft, daardoor de maatschappij van een hoogst gevaarlijk individu verlost en de verontruste gemoederen, vooral in den streek waar de deugniet ronddoolde, tot kalmte teruggebracht, heeft. Het is in de woning van den tolgaarder op den grindweg van Well naar de Pruisische gemeente Weeze, waar het den brigadier Sluijers, die door iemand der huisgenooten dezer woning was gewaarschuwd, gelukt is Janssen aan te houden, en zulks niet zonder levensgevaar. Want nauwelijks was de brigadier de woning binnen getreden, of de brutale deugniet trok zijn revolver en vuurde, evenals onlangs het geval was met een postbode in het land van Cuyk, die hem ook wilde aanhouden. Sluijers bekwam echter geen letsel. Moedig en onverschrokken, onder den uitroep „mijn leven of het uwe!" zijne levensgevaarlijke plichtsvervulling voortzettende, maakte Sluijers wederkeerig van zijne wapens gebruik en joeg den onverlaat een kogel in het lijf. Na eenige worsteling heeft Jaussen ten langen laatste geboeid en gekluisterd den wakkeren politie-beambte naar het cachot moeten volgen. Zelfs na zijne arrestatie verheelde de booswicht niet dat het zijn voornemen was al degenen die hem te lijf wilden, dood te schieten; verschillende hem ten laste gelegde feiten heeft hij erkend. Ook verklaarde hij dat het zijn voornemen was, na nog eenige diefstallen in deze buurt verricht te hebben, naar Luik zich te begeven ten einde zich daar de noodige middelen te gaan verschaffen om het huis van den burgemeester van Beers in de lucht te doen springen. De voorwerpen die een paar nachten te voren bij een ingezeten te Well ontvreemd zijn, werden bij hem teruggevonden. Nog eens Eere den brigade commandant Sluijers! Die wakkere man is door deze zeer belangrijke aanhouding in de achting en genegenheid van het publiek eenige sporten hooger de ladder opgeklommen. Moge die daad van moed en plichtsbetrachting, door hem verricht, zelfs op gevaar af zijn leven er bij te laten, van hooger hand niet onbeloond blijven! Ziedaar aller wensch. Ik wil dit schrijven niet eindigen zonder nog een woord van hulde en dank te brengen aan al de overige manschappen der brigade-marechaussee te Well, die geen moeite gespaard hebben, maar dag en nacht met onverdroten ijver in de weer geweest zijn om het gevaarlijke sujet op te sporen en te bemachtigen.

 Uit Well schrijft men ons nog het volgende: Van Vrijdag op Zaterdag werd diefstal gepleegd van geld en goudsieraden bij P. Nelissen, op eene pachthoeve van het kasteel Well, genaamd Meerhof, op een uur afstand van het dorp. Den volgenden nacht werden bij Ger. Martens, in de nabijheid van Well, de gouden sieraden der dochter en geld ontvreemd. Reeds van Zaterdag morgen 3 uur heeft Janssen in de schuur van Martens op het hooi zich schuil gehouden. Hij verhaalde zelf dat de zoon en ook de dochter des huizes in den loop van den dag in zijne nabijheid zijn geweest, dat hij duidelijk alles gehoord had hoe 's avonds door de huisgenooten over hem gesproken werd enz. Na dezen diefstal heeft hij zich zelf met de veerpont over de Maas gezet. Des Zondags morgens heeft men hem te Wanssum in de richting van Venray gezien, alwaar hij in den opvolgenden nacht bij de wed. Guskens te Leunen een zilveren horloge met gouden ketting, een bankbiljet van f. 40, een portemonnee met eenig kleingeld enz. ontvreemde. In den nacht van Maandag op Dinsdag heeft hij ook nog diefstal gepleegd te Merseloo en moet daarna te Maashees de Maas zijn gepasseerd, zich begevende in de richting van het gehucht Kamp onder Well, alwaar hij bij W. Henckens een glas water gebruikte, en vervolgens naar de Pruisische grenzen. Dinsdag morgen begaven zich de marechaussees van Well, zooals trouwens ieder dag geschiedde, in alle richtingen en omstreeks 9 uur snapte de dappere en onverschrokken brigadier Sluijters, die alleen was, hem ten huize van Jacobs aan de Wellsche hut, bijna een uur gaans van ons dorp. (Hier wordt de ontmoeting van den brigadier met Janssen medegedeeld, welke overeenstemt met hetgeen bovenstaande eerste correspondentie bevat, alleen deze bijzonderheid, dat J. de revolver had gericht op het hart van den brigadier en dat het schot van den brigadecommandant  J. aan de linker zijde onder de ribben trof; de verwonding is echter gering en niet gevaarlijk.) Janssen is klein van gestalte en op zijn geheel uiterlijk zou men niet zeggen dat hij een zoo gevaarlijk sujet is; hij vertelt alles openhartig tot in de kleinste details, hij schijnt roem te dragen op zijn dieven-exploten. De inwoners van Well alsmede aan den overkant der Maas zijn uitbundig van vreugde, nu zij van dezen gevaarlijken persoon verlost, zijn. Zij kunnen nu gerust slapen, want de schrik onder het publiek was hier in de laatste dagen zoo groot, dat men op het gelaat van een ieder deze als 't ware kon lezen. Uit een derde correspondentie vernemen wij nog dat de brigadier alleen thuis was toen hij gewaarschuwd werd, al de andere marechaussees waren in dienst, en dat de booswicht te Well door een geneesheer uit Venray is onderzocht, die verklaarde dat de wonde, door het schot van de karabijn veroorzaakt, niet doodelijk was. De brutale dief is naar Boxmeer en vervolgens naar 's-Bosch overgebracht.

Gerrit Jan Sluijers *Dalfsen 16-12-1841 †Mheer  07-02-1935 Gehuwd in Bergen op 22-01-1874 met Anna Catharina Claessen *Weeze 22-06-1852. Het echtpaar woonde in de Marechaussee kazerne waar op 18-8-1875 hun dochtertje Anna werd geboren.

Hoe liep het af met Janssen? Lees het verhaal uit de historie van Langenboom over de inbreker Janssen

Uit de krant van 20-09-1881.


 

Uit de krant van 03-12-1881


 

Uit de krant van 26-04-1884


 

1900. Het veer vervoerde marechaussees te paard, die in Well gelegerd waren.


 

Detail van een kadasterkaart uit 1886. Vanaf ca.1905 werden de percelen gehuurd door het Rijk en ingericht als kazerneterrein.


 

Deze foto werd ca.1910 gemaakt door Wellenaar Jos Drissen.  'Het Wapen der Koninklijke Marechaussee' zoals deze politieorganisatie met militaire status destijds heette had de kazerne met paardenstallen aan het huidige kermisplein, nu Grotestaat 39a en 41. Eerder was de kazerne op het huidige adres Grotestraat 62. 


 

21-02-1846. Aanbesteding woning voor het echtpaar van Es-Custers. 

Doctor Pieter Francis van Es *Weert 13-09-1798 †Weert 19-02-1862. 


Historie van dit pand.

 "Den Bouwwaard", groot 21 are en 30 centiare, grenzend aan het gebied kloosterveld en slechts gescheiden door een karreweg werd gekocht door doctor Pieter Francis van Es. Deze in Well gevestigde medicijnendokter was wijd en zijd bekend omdat hij een middel had ontdekt om bij mensen de ziekte scrofulose (koningszeer) te genezen. Hij liet hier in 1847 een groot herenhuis bouwen en een lusttuin aanleggen. Bij de uitgravingen voor de fundering stootte men herhaaldelijk op vroeger metselwerk, bestaande uit brikken en mergel, resten van het oude Augustinessenklooster. Men liet deze fundering zitten, evenals de twee putten. Om kosten en veel werk te besparen werd deze oude fundering zoveel mogelijk gebruikt.
Ook werden op betrekkelijk geringe diepte veel geraamten opgegraven, toen men de bijgebouwen optrok. Men kan met zekerheid aannemen, dat zich hier het kerkhof bevond van de begijntjes, die daar al in 1450 woonden. En dat destijds het klooster ook al een mooie tuin had blijkt uit de slingerpaden, bedekt met kiezel, die men daar aantrof. Overblijfsel van een ver verleden.
Dokter van Es bouwde hier op zeer oude en religieuze grond. Vooral de fundamenten van kapel en toren vielen op door de  breedte en dikte. Voor wat de voet betreft was dat 90 cm en alles was van mergelbrokken , gemetseld met zand en  rogge pap. Verder werden er twee putten aangetroffen: een zeer brede en diepe hoofdput, die volgens gegevens niet gedempt werd, maar enkel afgesloten door een ijzeren plaat. Een kleinere put lag wat dichter bij de huidige Grotestraat en heeft nog jaren dienst gedaan als dorpsput.
Dokter van Es uit Well was in de verre omtrek bekend als genezer van koningszeer, een huidziekte. Na zijn vertrek uit ons dorp werd zijn herenhuis verkocht aan Freule Marianne Evers van Aldendriel, die 
er een Liefdesgesticht met school wilde vestigen, waarvoor in Well al financiële steun was toegezegd. Deze plannen zijn nooit verwezenlijkt. In haar testament vermaakte Marianne van Evers van Aldendriel alles aan de familie von Schloissnigg. Zij waren de laatste adellijke bewoners van het kasteel.
Op 6 juli 1904 werd het kasteel met alle roerende en onroerende goederen onderhands verkocht; Inboedel - paarden - vee - rijtuigen enz.

Het "Herenhuis op het Klooster", werd door de nieuwe eigenaren "Maatschappij Well" verhuurd aan het Rijk, die het inrichtte als kazerne voor de Koninklijke Marechaussee. 
Tijdens de Tweede Wereldoorlog verbleven er weer zusters in het huis. Deze Zusters van Bethanië uit Venlo werden door de Duitsers gesommeerd hun klooster/verpleeghuis Maria Auxiliatrix te verlaten, omdat Duitse officieren en manschappen bezit namen van hun klooster. In de kamer rechts naast de zijingang maakten zij een kapel waarin op gezette tijden een H. Mis gelezen werd  De buurjongens, waaronder Mich Simons,  waren dan misdienaar. Na afloop van de Mis kregen ze dan ook nog een ontbijt.  Naast de kazerne lag de paardenstal, die in de oorlog aan de voorkant verbouwd werd tot woning voor de fam. P.J. Kellenaers - van den Bisen. (dochter van Tontje v.d. Bisen) Het zoontje Bert Kellenaers is daar geboren. Door oorlogsgeweld werd de kazerne en aangebouwde paardenstallen verwoest. 
In 1949, werd op deze plek door de gemeente Bergen een huis gebouwd voor burgemeester Douven, die op 12-11-1950 plotseling ten gevolge van een hartaandoening overleed.  

1911.  In 'de Band' had men vanaf de tuinderij van de firma 'Gebroeders Simons' een mooi uitzicht richting Grotestraat met de kazerne en bijgebouwen. Op de achtergrond de toren van de oude St. Vituskerk aan de Maas.


 

1914 op de veerstoep, links was destijds het postkantoor en woonhuis van de fam. Michael Janssen - v.d. Zanden. Huidig adres Grotestraat 11.

Tijdens de mobilisatieperiode van 1914-1918 bestond de taak van de marechaussee tijdelijk uit politietoezicht over het gemobiliseerde Nederlandse leger. De Koninklijke Marechaussee vervulde rijkspolitiediensten, een situatie die tot in 1940 zou voortduren.


 

 1914. Een groep soldaten van de grenswacht bij zaal Klabbers. Rechts de marechausseekazerne, die in de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog door granaatvuur geveld werd.


 

Nieuwe Venlosche courant 16-03-1918. De paarden die voor de dienst ongeschikt waren verklaard, werden verkocht.


 

De Zuid Limburger 06-03-1920. Bruiloft bij de Wellse brigade. Charles Louis Joseph Pierre Mulder *Zwolle 23-03-1895 trouwde 26-04-1920 in Bergen met de 18 jarige Franziska  Maria Schmies *Kray-Essen (Dld.) Later woonde dit echtpaar in Kerkrade.


 

Limburger koerier 22-04-1920. Een aanvraag voor een 'pas grensverkeer' aan de Duitse grens kon men o.a. in Well aanvragen bij de brigade commandant van de Marechaussee.


 

De marechausseekazerne had telefoonnummer 10 in 1922.


 

Limburger Koerier 03-12-1926


 

Uit de krant van 25-02-1927.


 

Men kon de marechaussee in de regio niet missen, brigade Well bleef bestaan en bestond uit 5 personen waarvan een opperwachtmeester en een wachtmeester. 

In de Limburger koerier van 15-03-1927 stond: Naar we vernemen is de kwestie marechaussee-kazerne te Well van de baan. De tegenwoordige kazerne is weer voor 12 jaar verhuurd, zoodat de bouw eener nieuwe niets geeft.


 

De Grotestraat rond 1930.  De bomen staan in de voortuin van de marechausseekazerne.


 

Willem Aartsen en Geurtje Cornelia Ridderhof trouwden in Heerlen op 07-03-1923.


 

Zomer 1933. Het echtpaar Aartsen-Ridderhof op bezoek bij de familie Piet Kessels-van Dijck in de Hoenderstraat.  (rechts mevr. Aartsen) 


02-06-1936 werd Willem Aartsen bevorderd tot opperwachtmeester en als zodanig benoemd tot Brigade-Commandant hier in Well. In de volksmond noemde men hem d'n opper. Niet alleen op het terrein van de marechaussee heeft Aartsen zich voor de Wellse gemeenschap verdienstelijk gemaakt, hij was zeer koningsgezind en richtte hier in 1937 de plaatselijke Oranjevereniging 'Voor Oranje en Nederland' op. Later werd hij hoofdinspecteur van de gemeentepolitie in Hoensbroek.

Op 7 januari 1937 trouwden Juliana en Bernhard. De gevel van de kazerne werd versierd.


 

18-02-1939. Bericht in Peel en Maas. In verband met de grensversterking kwam er dus toch een nieuw kazernegebouw.


 

 Huldiging van "den Opper" Willem Aartsen. Vooraan staat de 17 jarige Mia Janssen, dochter van bakker Karel.

WELL 21-02-1939

Jubilé van Opperwachtmeester Aartsen. — Op 16 Februari herdacht Opperwachtmeester Aartsen, brigade-commandant te Well. den dag waarop hij voor 24 jaar bij het wapen der Koninklijke Marechaussee in dienst trad. 15 Februari voormidddags om half elf had de plechtige uitreiking plaats van de zilveren medaille voor 24-jarigen trouwen dienst door den kapitein districtscommandant te Nijmegen jhr. G. A. Bowier aan opperwachtmeester Aartsen te Well en aan wachtmeester 1e klas Janse van de brigade Oss. Dit geschiedde voor het front van het aanwezige personeel uit het district Nijmegen, bijeengekomen in de Nijmeegsche manege aan den Sterrenschanschweg bij gelegenheid van het afscheid van den districtscommandant Bowier Na voorlezing van de betreffende besluiten cri het opspelden der medailles, richtte kapitein Jhr. Bowier zich tot opperwachtmeester Aarts. Bij terugkomst in Will was de zijingang van de kazerne feestelijk versierd. Tallooze bloemenmanden en bloemstukken werden aangebracht; een stroom van telegrammen en andere schriftelijke gelukwenschen werden in den loop van dezen en den daarop volgenden dag aan de kazerne bezorgd. Een der eerste telegrammen was van den Burgemeester van Hoensbroek, de plaats, waar de jubilaris ongeveer dertien jaar als wachtmeester is werkzaam geweest en blijkbaar in veler harten een plaats heeft veroverd. Verder waren er telegrammen van de burgemeesters en gemeentebesturen van Meerlo, Wanssum, van het secretariepersoneel uit deze gemeenten, van de Poliitetroepen groep Wanssum en van de detachementen te Bergen en Wellerlooi, schriftelijke felicitaties van den ZeerEerw. Heer Pastoor te Well en tenslotte van bijna alle vereenigingen, industrieën en inwoners van Well. Een schat van bloemen tooverde de kamer van den jubilaris uit haar sombere Februaristemming om tot een lusthof. Op 16 Februari ‘s avonds zou de jubilaris in intiemen kring gehuldigd worden voor het goede, wat hij geschonken had, aan allen, die het voorrecht hadden in zijn onmiddellijke nabijheid te vertoeven en met hem te mogen samenwerken. Van intiemen kring was echter slechts in zooverre sprake dat het geheele dorp aap deze huldiging van „hun Opper" deelnam. Omstreeks zeven uur kwamen de Edel Achtbare heeren Burgemeesters uit Bergen en Gennep hun opwachting maken en de Opper persoonlijk geluk wenschen. Zeer tot hun spijt konden deze heeren slechts korten tijd blijven, daar een vergadering hen opeischte. Behalve de vele gasten, bestaande uit rijks- en gemeentepolitie uit wijden kring, ambtenaren der invoerrechten en accijnzen van de posten Bergen, Well en Wellerlooi, alsmede hun sectie-chef, den heer De Vries uit Gennep, de commandanten der politietroepen, groep Wanssum en de detachementen te Wellerlooi en Bergen, benevens een wachtopziener, waren als buitenlandsche gasten aanwezig de commandant der Deutsche Gendarmerie te Geldern, zoomede diens wachtmeesters uit Kevelaer, Twisteden en Weeze. Door den gemeenteveldwachter Verdijk werden onder een korte toespraak eenige fraaie en nuttige cadeaux aangeboden, uit naam van de rijks- en gemeentepolitie. In zijn toespraak roemde de heer Verdijk de voortreffelijke samenwerking, die steeds tusschen marechaussee en de politie heeft bestaan. Geroerd dankte de jubilaris voor deze woorden en de cadeaux, daarbij den wensch uitsprekende, dat ook in de toekomst dezelfde samenwerking mocht blijven bestaan. Namens het personeel der brigade Well complimenteerde wachtmeester tit. Benschop den jubilaris, waarbij ook deze een fraai cadeau aanbood. Staande werd daarop door alle aanwezigen het Nederlandsche en Duitsche volkslied gezongen. Om acht uur arriveerde de Harmonie de Vriendenkring, vergezeld van het bestuur der Oranjevereeniging aan de kazerne, voor het brengen van een serenade. Bij monde van den heer Koppers werd den jubilaris namens de Harmonie en Oranjevereeniging, van welke laatste hij de bezielende voorzitter is, gehuldigd, waarbij nog een fraaie bloemenmand werd aangeboden. Ook namens de Wellsche jeugd werd een mooi bloemstuk, alsmede een leeslamp aangeboden, als dank voor de organisatie der kinderspelen bij gelegenheid van heuglijke gebeurtenissen voor de kinderen door Opper Aartsen. Zichtbaar geroerd dankte de jubilaris de beide vereenigingen en de geheele Wellsche bevolking voor de grootsche hulde hem gebracht. In den loop van den avond werd nog het woord gevoerd door Haupt-Oberwachtmeister en door Wachtmeister Milanowski uit Weeze, die er op wees, dat er vpor de politie in haar strijd tegen de misdaad eigenlijk geen grenzen bestaan. Verder gaf hij de verzekering, dat, wanneer in den strijd tegen de misdaad eën der Hollandsche politiemannen zou worden bedreigd, hij op den volledigen steun van de Duitsche collega's zou kunnen rekenen, hetgeen hij ook omgekeerd hoopte.


 

Uit de krant van 08-05-1939.


Engelandvaarders, 2 Marechaussees vanuit Well vertrokken bij de inval van de Duitsers op 10 mei 1940.

Limburger koerier 19-10-1937.

Limburger koerier 08-02-1938

Limburger koerier 19-03-1938

Limburger koerier 16-11-1939

Limburger koerier 24-08-1940.

MENGELERS  Christiaan Joseph *Bingelrade 19-03-1915 †Sittard 16-03-1985. Gehuwd met Petronella Wilhelmina Josephina van de Konijnenburg .

LENTZ JOHAN Johannes Harmen Hendrik *Den Helder 19-03-1916 † 07-07-1972. Hoe het de latere RAF piloot Johan Lentz verder verging is HIER te lezen.


 

Uit de krant van 24-07-1940


 

Foto van 09-02-1941. Gerard Loermans op het balkon van de nieuwe kazerne aan de Kasteellaan. Achter op de foto staat geschreven: "De jongste met de meeste praatjes".  Later was hij ingedeeld bij de 'brigade Thorn'.

 

Gerard Loermans *27-07-1920 †07-05-1991. Op latere leeftijd had hij zijn 'Architectenbureau Loermans' in de Hoenderstraat en kwam in Well wonen.


 

Uit de krant van 24-02-1941


 

Uit de krant van 14-05-1941.


 

Rond 1940 was men met de bouw van de nieuwe kazerne gestart. Aannemer was Wellenaar Antoon Coppers. De kazerne werd in 1942 officieel geopend.


 

Marechaussees verwijderen onkruid met behulp van een aardappelmesje.


 

Een mooi uitzicht vanaf het balkon.


 

Limburger Koerier 17-06-1943

Op 10 juni waren 123 radio's ingeleverd door de Wellse bevolking. De lijst met namen en adressen is er nog.


 

Huwelijk van de Amsterdammer Wim Leereveld en Mien Simons uit de Grotestraat op 21-06-1943 met bruidsmeisje Ria Simons. Meer Wellse meisjes trouwden met een marechaussee.

Links staat de Wellenaar Leo Derks uit de Papenbeek. 


 

Wellenaar Leo Derks. Hij was een zoon van Jacob en Johanna Derks-Derks. Adres: Papenbeek 1.


 

1945. Alles wat er na de Tweede Wereldoorlog van de oude kazerne overbleef was een grote puinhoop.

De jeugd heeft nog enkele jaren op de fundamenten van de kazerne kunnen spelen. Op een gedeelte van het kazerneperceel werd een burgemeesterterswoning gebouwd en de voortuin van de voormalige kazerne werd verhard en ingericht als dorpsplein. In de jaren '60 werd door Piet Laarakker het huis gebouwd op het huidige adres Grotestraat 39a.


 

Uit de krant van 12-04-1948.


 

Dagblad voor Noord-Limburg 10-09-1948


 

Dina Daniels, pleegkind van Eugene Hermans, maakt een praatje met de overbuurvrouwen.


 

Begin jaren '50. Ook de molen was onherstelbaar beschadigd en op de Molenberg was een huis gebouwd voor het doktersgezin Gerard Smals.

Rechts naast de kazerne woonde slagersgezin Gerrit & Riek Krebbers - Verhamme en links schoolhoofd Frans & Dina Vullings-Vink en hun kinderen.


 

Augustus 1952. In het Wellse straatbeeld was de aanwezigheid van marechaussees heel gewoon en vertrouwd.

Op de achtergrond surveilleren de marechausees met Wellse kermis.


 

Een ansichtkaart uit de jaren '50, de periode dat o.a. de families Moerkerken, Spillekom en van Drumpt hier woonden. In het gedeelte met de erker was het kantoor gevestigd en ook een celblok.


 

 Venraynaar Bert Schmeitz was in de jaren '60 in de kazerne Well gestationeerd. Hij trouwde alhier met Annie Krebbers, dochter van Krebbers-Verhamme.

Lambertus Schmeitz *Venray 15-12-1940 † 's Hertogenbosch 09-11-1977.


 

Meer dan 150 jaar lang was de Koninklijke Marechaussee in Well gestationeerd. Veel kinderen bezochten onze scholen en moesten weer weg als hun vader werd overgeplaatst. Nadat de Koninklijke Marechaussee definitief vertrokken was uit Well heeft het kazernegebouw gediend als politiebureau en onderkomen voor politie-gezinnen. Daarna werden de woningen particulier verkocht.

Enkele namen van marechaussees die in de oude kazerne gestationeerd waren. Dit zijn o.a. Verhamme - van de Berg - Bakker - Falter - Kloos - Kurvers - Curvers - Claessen - Larik - Ophelders - Geraedts - Leereveld - Benschop - Mengelers - Lentz - van den Acker - Ouwerkerk - Klaassen - Houterman - van Hoof - Aartsen - van Kalkar - Woltjer - van Benthem - Mintjes - Janssen van Galen - Vercoulen - Spillekom.


 

Nadat het gezin van wachtmeester 1e klas Peeters heel wat jaren in de Hoenderstraat woonde, verhuisde men naar de woning links in de voormalige kazerne.

Het politiebureau was in het gedeelte met de erker gevestigd.


 

Wachtmeester Sjra Peeters bezig in zijn groententuin. Rechts op de achtergrond zaadhandel Toon Vink.


 

20-07-1975 vertrok het echtpaar Peeters-Tonnaer met de kinderen Gerry - Ton en Liesbeth naar Thorn.


Brochure, waarin de Wellse afdeling van de Marechaussee is opgenomen.

Voor de samenstelling van ‘Leven en werken op de Limburgse brigades, 1884-1894’, putte auteur Michael van der Zee uit een rijke bron die aanwezig is binnen de collectie van de Stichting Museum der Koninklijke Marechaussee: de brievenboeken. Van der Zee beschrijft het leven en werken op de brigades Well, Vlodorp en Valkenburg aan het eind van de negentiende eeuw.

De lezer wordt meegenomen naar tal van gebeurtenissen uit de rijke geschiedenis van de Koninklijke Marechaussee, waarbij werk en privéleven van marechaussees en brigadecommandanten in elkaar overliepen. Een uniek kijkje in de huiskamer van een aantal marechausseegezinnen wordt gegeven. De brochure vertelt over de ‘kalkoenen’ voor de hoefijzers van de paarden, het aanhouden en arresteren van deserteurs, over hoe het weer en ‘blessures’ bij mens en dier soms een grote sta-in-de-weg waren en – hoe kan het anders bij een grensprovincie als Limburg – de samenwerking over de grenzen in de strijd tegen criminelen vorm kreeg.

Brievenboeken die bewaard gebleven zijn bevatten een groot aantal handgeschreven aantekeningen over de dagelijkse dienst op de brigades. Elke brigade hield voor de Tweede Wereldoorlog zo’n brievenboek bij, waarbij de brigadecommandant de gebeurtenissen op de brigade in de vorm van een brief op papier stelde. Daarna ging het naar zijn districtscommandant die het gehele brievenboek aftekende en oplegde. Al lang bestond de wens om deze boeken te ontsluiten. Op kleinere schaal en ter ondersteuning van andere bronnen gebeurde dit voor het eerst bij de door Jos Smeets geschreven brochure: ‘België, Limburg en de Koninklijke Marechaussee 1814-1848’.

Michael van der Zee is erin geslaagd een zeer lezenswaardige brochure te schrijven. De brochure schept een uniek beeld van het dagelijks leven en werken op de drie afzonderlijke Limburgse brigades in de laat 19e-eeuw. Van der Zee’s inspanningen tonen aan dat de brievenboeken inderdaad een rijke bron vormen voor de bestudering van de geschiedenis van de Koninklijke Marechaussee tot aan de Tweede Wereldoorlog.

De brochure kunt u inzien in het Archief Well tijdens openingstijd op donderdagmorgen.


Weet jij meer of heb je foto's? Geef het door!