Zoek

Open dag Maasgeul Well-Aijen

Zaterdag 29 juni 2013 was iedereen in de gelegenheid om de grootschalige archeologische opgraving op de plek van de toekomstige Hoogwatergeul Well - Aijen te bezoeken. Het was een prachtige zonnige dag, heel ander weer dan de speciale genodigden een dag van te voren hadden. Zij ondervonden de wind en regen waarin de archeologen van Vestigia de laatste tijd hun werk moesten doen. Want weer, of geen weer, het werk op de Kamp moet doorgaan. Tot ca. eind augustus 2013 hebben ze de tijd. Dan komen de machines voor de winning van zand en grind van de firma met de toepasselijke naam: Kampergeul BV, gevestigd op het Hoogveld in Heijen.

De archeologen hebben het terrein verdeeld in 5 werkvakken, samen ca.165 hectare groot. Het landschap op de Kamp blijkt veel unieke historische resten te bevatten. Er zijn aanwijzingen gevonden voor bewoning van dit gebied in verschillende perioden: de nieuwe steentijd, de brons-, ijzer- en de Romijnse tijd. Die aanwijzingen zijn gevonden in werkvak 4, wat dichter bij de Maas ligt. Hier stuitte men op drie crematiegraven met menselijke as resten.

Verschillend materiaal dat opgegraven is uit vak 1 ( nabij het kapelletje van Maria van zeven smarten) was tentoongesteld in een vitrine. Een archeologe vertelt: "Wetenschappers namen tot nu toe aan dat er in Nederland zo'n 8000 jaar voor Christus geen hazelnoten groeiden. Hier in Well zijn diverse verkoolde doppen van deze vrucht gevonden, die hazelnoten werden door de bevolking geroosterd, waarmee bewezen is dat er in ons land dus ook bomen en struiken van de hazelnoot waren in die tijd". Sporen van boerderijen zijn in werkvak 1 niet gevonden, maar wel stenen werktuigen en scherven van aardewerk van ca. 4200-2900 v. Chr. Een deel van deze vondsten is aangetroffen in een lang opengebleven oude Maasgeul, die dienst deed als plaatselijke afvalstort.

Uit de Bronstijd (2000-800 v. Chr.) zijn enkele bewerkte en gebruikte natuurstenen gevonden, een nederzetting moet in de nabije omgeveing gestaan hebben. Die is in vak 1 niet aangetroffen, verder onderzoek in de andere vakken moet dit nog uitwijzen.

Uit de IJzertijd (800-12 v Chr.) is bewijs voor bewoning gevonden in de vorm van sporen van een huis. Een enkele woning met erf en kleinere bijgebouwen heeft op de rand van een hoger gelegen duin, met zicht op de Maas, gestaan. Het woonhuis is op vrijwel dezelfde lokatie vier keer verbouwd, dus mogelijk hebben hier vier generaties van dezelfde familie gewoond. Opvallend is dat de woning een kleine afmeting had met lengte van ca. acht - negen meter. Het lijkt onwaarschijnlijk dat ook het vee in dit huis was ondergebracht, zoals het in die tijd in de rest van Nederland in de z.g. woonstalhuizen wel werd gedaan. Hier in Well lijkt dus sprake te zijn van een nieuw type huis, waar het vee misschien wel in de bijgebouwen (aparte stallen) heeft gestaan.

In de Romeinse tijd (12 v. Chr - 450 na Chr.) lijkt de omgeving van de Kamp intensiever te zijn bewoond, want uit die tijd zijn twee nederzettingen gevonden. Een is bijna helemaal opgegraven en bestond uit een boerderij met drie bijgebouwen. Het hele erf kon onderzocht worden en lag direct bij de bovengenoemde oude Maasgeul. Ook deze bewoners dumpten er hun afval, dit is opgegegraven en onderzocht. Het bestond uit scherven van Romeins aardewerk (zie foto), afkomstig van o.a. voorraadpotten en ook van versierd aardewerk. Ook zijn er veel fragmenten van Romeinse dakpannen opgegraven, wellicht van een villa van een Romeinse grootgrondbezitter uit de omgeving.

De andere nederzetting is aangetroffen langs het havenkanaal. Tijdens de aanleg van de Leukermeer ingang is echter helaas een groot deel van de vindplaats vernietigd.

Met de Romeinse tijd kwam een einde aan bewoning binnen het huidige archeologische werkvak. Om hier te wonen werd onaantrekkelijk vanwege de ontbossing in het achterland en de daarmee gepaard gaande erosie en verhoogde wateraanvoer in het stroomgebied van de Maas. Overstromingen bleven zodoende niet uit, een situatie die nu nog actueel is.

In W.O.II is vanaf de Wellse kant van de Maas het kasteel in Geijsteren bestookt met granaatvuur. Bij het explosieven onderzoek is in dit gebied zowel Duitse- als geallieerden munitie gevonden. Ook is er munitie van luchtaanvallen opgegraven.