Willem en Mina Geraedts-Musers

Hun huis stond in de Grotestraat, waar nu nr.15 is. Eerder woonden ze rechts in het winkelpand dat nu twee huisnummers heeft, n.l.17 en 17a.
Willem en Mina kregen acht dochters, waarvan de derde baby, Catharina, levenloos werd geboren. De jongste dochter Gera had het syndroom van Down. Zij stierf in 1945 op 18-jarige leeftijd.
Bij zijn huwelijk in 1913 met Wilhelmina Musers uit Roermond stond er schoenmaker als zijn beroep genoteerd. Willem bezat een van de eerste auto's in Well. Ook was hij koordirigent in de St. Vituskerk. Willem was erg actief in de Wellse verenigingen en bij het organiseren van evenementen. Hij was medeoprichter van de Wellse Middenstandsvereniging in juli 1916 en in 1935 van het comité voor jeugdwerkelozen. Onder zijn voorzitterschap werd in februari 1934 een grote Wellse Middenstandtentoonstelling gehouden. Jarenlang had de familie Geraedts een goed lopende manufacturen- en textielwinkel die door vele klanten uit de verre omgeving werd bezocht.
Deze zaak werd na hun huwelijk in 1945 overgenomen door dochter Zus en haar man Frans van Doren uit Helden. Zij hadden elkaar leren kennen op een cursus in Venlo en waren sindsdien onafscheidelijk. Frans was een groot dichter en bekend om zijn prachtige advertenties in dichtvorm. Tot over de grens en ook van de Engelse vliegtuigbasis Laarbruch kwamen de klanten. Verschillende grote modeshows hield de Fa. Geraedts in zaal 'Walaria' met Wellse meisjes en jongens als mannequin. Helaas moesten Zus en Frans met hun zaak stoppen vanwege een beroerte die Frans kreeg. Ze verhuisden naar Helden en daar hebben ze nog jaren gewoond en heeft Frans nog vele dichtbundels gemaakt.

Het gezin Geraedts-Alers in Swalmen. Staand: Trui - Willem - Lena - Frans. Zittend: Henri - moeder Wilhelmina - vader Theodorus en Mina.
KInderen Geraedts, allen geboren in Swalmen
01 Wilhelmina Hubertina Mina *10-04-1871 †Swalmen 06-12-1950. ongehuwd.
02 Gertrudis Trui *29-04-1872 †Swalmen 25-11-1946. ongehuwd
03 Alberdina Helena Geraedts *15-07-1873 †Swalmen 07-10-1880.
04 Hendrikus Hubertus Henri *22-01-1875 †Steyl 29-01-1954. ongehuwd.
05 Levenloos geboren dochter 20-06-1876
06 Levenloos geboren dochter 21-03-1877
07 Wilhelmus Gerardus Willem *11-02-1878 †Well 13-12-1962 X Mina Musers
08 Frans Hubertus Frans *07-12-1879 †Roermond 28-06-1953 X Marie Musers (zus van Mina)
09 Helena Alberdina Lena *02-09-1881 †Steyl 14-07-1961 ongehuwd.
10 Levenloos geboren dochter 12-03-1885
11 Peter Joseph Geraedts *19-06-1886 †Swalmen 10-06-1887
Catharina Alers.
Het jonge gezin van notaris Ribbergh dat vanuit Roermond in de Grotestraat te Well was komen wonen, had op zekere dag een dienstbode nodig en vanwege de vriendschap met een zekere familie Alers uit Asselt bij Swalmen werd daar naar toe gereisd en deze noodzaak besproken. De familie Alers had verschillende dochters en een ervan Catharina voelde er wel voor om mee te gaan. Zo verliet Catharina Alers de ouderlijke woning en kwam in Well terecht. Hier leerde ze schoenmaker Gerardus Hubertus Ariaens kennen met wie ze trouwde. Het wettelijk huwelijk was in Bergen op 01-05-1876.
Wellenaar Grad Ariaens en zijn vrouw Catharina Alers bezochten geregeld de (schoon) ouders Alers in Asselt bij Swalmen. Ook bezochten ze het gezin van haar zus Wilhelmina die getrouwd was met Hendrik Geraedts. In 1882 is aldaar iets in huize Geraedts gebeurd dat aanleiding gaf om Willem aan zijn oom en tante mee naar Well te geven. Hij is er vanaf zijn vierde levensjaar nooit meer weggegaan. Het echtpaar Ariaens-Alers had zelf geen kinderen en bracht zodoende Willem Geraedts groot als was het hun eigen kind. In het bevolkingsregister van de gemeente Bergen stond hij destijds bij het echtpaar Ariaens ingeschreven als Gerats Willem - verwant.

Het echtpaar Ariaens-Alers. Gerardus Ariaens schoenmaker *Well 11-12-1844 †Well 21-12-1933 en Catharina Alers *Swalmen 01-11-1846 †Well 17-07-1926.
Wilhelmus Gerardus Willem Geraedts *Swalmen 11-02-1878 †Well 13-12-1962.
Zoon van: Theodorus Geraedts hoefsmid *Swalmen 06-03-1831 †Swalmen 13-04-1907 Gehuwd in Swalmen op 30-05-1870 met Wilhelmina Hubertina Alers *Swalmen 22-05-1843 †Swalmen 11-01-1918
Kleinzoon van: Hendrik Geraedts hoefsmid *Swalmen 27-10-1779 †Swalmen 20-04-1842 Gehuwd in Swalmen 25-10-1825 met Berdina (Alberdina) Janssen dienstmeid *Swalmen 09-04-1792 †Swalmen 23-02-1856
Kleinzoon van: Wilhelmus Hubertus Willem Alers slachter *Asselt-Swalmen 16-02-1815 †Asselt-Swalmen 07-09-1901 Gehuwd in Melick en Herkenbosch 11-04-1842 met (Anna) Gertrudis Leijendeckers *Maasniel 18-12-1809 † Asselt-Swalmen 06-11-1892.
Aanvankelijk was Willem Geraedts schoenmaker, net als zijn oom Grad. Vanaf 1900 ontstond langzamerhand de Nederlandse fietscultuur. Door Well liep een ANWB fietsroute. Grad Ariaens en Willem Geraedts verkochten vanaf die tijd ook rijwielen en zelfs motorrijwielen. Ook onderdelen zoals carbid- en kaars lantaarns en buitenbanden.

De Willibrorduskapel van Geijsteren in 1891 en enkele personen o.m. knielend de 13 jarige Willem Geraedts uit Well.
In 1896 werd de onderkomen kapel gerestaureerd. De pelgrims riepen Willibrord met name aan tegen jicht en koorts, Spaanse griep (derdendaagse of koude koorts) en oogziekten (trachoom). Belangrijk daarbij was het gebruik van water uit 'de heilige bronne'. Ook vanuit Well ging men smeken om genezing. Willem Geraedts was in die tijd misdienaar bij Pastoor Antonius Grubben in de St. Vitusparochie.

De mondelinge informatie dat Willem Geraedts op de foto’s staat is gegeven in 1999 door pastoor Wim van Kempen en koster Pierre Reijnders te Geijsteren aan een medewerker van het Meertens Instituut.
Dit is een onderzoeksinstituut dat zich bezighoudt met de bestudering en documentatie van Nederlandse taal en cultuur. Centraal staan de verschijnselen die het alledaagse leven in onze samenleving vormgeven.

Dit zijn de ouders van Mina: het winkeliers echtpaar Gerardus Musers-Janssen uit Roermond.
Kinderen Musers, allen geboren in Roermond:
1 Matthias Joannes Hubertus *07-11-1884 †Roermond 21-06-1906.
2 Wilhelmina Maria Hubertina Mina *06-05-1886 †Well 08-10-1973 X Willem Geraedts
3 Hubertus Joannes Mathias *25-01-1888 †Roermond 18-08-1888
4 Petronella Gertrudis Maria Marie *12-07-1889 †Swalmen 14-03-1967 X Frans Geraedts (broer van Willem)
5 Johannes Hubertus Joseph Sjang *08-05-1896 †Blerick 17-08-1981 X Hennie Wevers

Mina Musers t.g.v. haar Eerste Communie in ca.1900. In die periode was het gebruikelijk dat de kinderen voor deze gelegenheid ca. 12 - 15 jaar waren.

Wilhelmina Maria Hubertina Mina Musers *Roermond 06-05-1886 †Well 08-10-1973
Dochter van Gerardus Hubertus Musers (molenaar-winkelier) *Roermond 06-06-1844 †Roermond 21-01-1915 Gehuwd te Maasniel op 26-11-1883 met Maria Margaretha Janssen *Paarlo-St.Odiliënberg 15-12-1854 †Roermond 21-11-1931
Kleindochter van Mathias Hubertus Mu(ü)sers brouwersknecht *Haelen 14-11-1809 *Roermond 08-10-1886 Gehuwd te Roermond op 23-04-1841 met Cornelia Geeraets *Herten 08-08-1807 †Roermond 14-01-1884
Kleindochter van Jan Hubert Janssen *Maasniel 16-01-1812 †Roermond 08-10-1885 Gehuwd te Maasniel 28-06-1845 met Maria Gertrudis Geenen *Beegden 28-11-1815 †Roermond 19-03-1909.

Nieuwe Venlosche courant 18-03-1911
In het begin van de twintigste eeuw verschenen in het dorp Well de eerste auto's, die in die tijd nog een bijzondere bezienswaardigheid waren. Deze vehikels trokken de nodige belangstelling als ze in de straten van het dorp verschenen. Richard Wolters, eigenaar van kasteel Well bezat een Chevrolet. Bierbrouwer Herman Koppers had een bedrijfswagen en dokter Willemse beschikte, voor zijn huisarts-praktijk, over een van de eerste Fords uit die tijd.

Maar ook Willem Geraedts bezat een van de eerste auto's, zoals hij in augustus 1911 op de foto trots laat zien. Kenteken: P 600. Willem gebruikte zijn auto werd niet alleen voor personen maar ook veel voor goederen.
De verkeersmiddelen waren destijds nog heel beperkt. De auto was geleidelijk in opkomst maar voor vervoer van personen en goederen was men nog in hoofdzaak aangewezen op kar en paard. Vanaf 1912 mocht men in de gemeente Bergen met een maximum snelheid van 15 km per uur in de bebouwde kom rijden. In 1925 heeft de raad de maximum snelheid opgevoerd tot 20 km.

Willem was 33 jaar toen hij op 10-08-1911 het rijbewijs voor 'motorrijtuigen in het algemeen' kreeg en het nummerbewijs, te Maastricht afgegeven aan Geraedts, Wilhelmus Gerardus, wonende E 122 in Well. Dat er in Limburg (letter P voor onze provincie) nog niet veel auto's reden blijkt wel uit volgnummer 600.

Willem, 34 jaar.
Op 22-04-1913 trouwden Willem en Mina in Roermond. Al snel veranderde de Wellse schoenmakers en fietsenzaak tevens in een manufacturen winkel waar ook glas- rookwaren, modeartikelen en andere snuisterijen werden verkocht. Mina was erg handig in het maken van kleding en allerlei stoffen artikelen die in de winkel verkocht werden. Ook kon ze prachtig handwerken.

Nieuwe Venlosche courant 26-04-1913. Publicatie Burgerlijke Stand gemeente Roermond.
Willem en Mina kregen in Well acht dochters:
1 Wilhelmina Gerarda Catharina Mien *17-02-1914 †Sittard 23-04-2010 X 12-05-1954 Willy Jeurissen.
2 Maria Margaretha Gerarda Maria (Zus) *23-08-1915 †Helden 21-02-1999 X 27-09-1945 Frans van Doren.
3 Catharina Maria *Well 07-03-1917 levenloos geboren.
4 Catharina Maria Johanna Theodora Toos *15-05-1918 †Oosterhout 28-03-2005 X 04-12-1970 Ad Huijsmans.
5 Helena Maria Cecilia Lenie *22-11-1920 †Tegelen 15-10-2003 X 31-03-1947 Jan Huijbers.
6 Theodora Wilhelmina Thea *25-10-1922 †Dieteren 11-11-1991 X 17-05-1962 Harie Penders.
7 Henrica Francisca Gerarda Hennie *13-06-1925 †Auckland (NZ) 20-10-2004 X 19-02-1955 Jan Koenen.
8 Gertrudis Gerarda Stephanie Gera *26-12-1926 †Heel 14-03-1945
Mina met oudste dochtertje Mien in 1914.

Uit de krant van 06-01-1917
In 1919 maakte pater Canutus (Jan Peters van de Grote Waaij) onderstaande drie foto's bij Ariaens-Alers.

Oud Wellenaar Jan Drissen die schuin tegenover Ariaens woonde schreef eens een verhaal over zijn jeugdherinneringen uit de tijd van bovenstaande foto: Op het gebied van schoenen had Well naam in de persoon van Grad Ariaens, die zulke perfecte waterdichte schoenen maakte, dat menig schipper een paar dagen in Well overbleef om zich een paar waterdichte te laten maken. De proef op de som moesten deze trappers echter kunnen doorstaan. Want het gebeurde dat een schipper, die ’s morgens zijn vetleren afhaalde, ’s avonds laat pas kwam betalen omdat hij dan de hele dag met beide voeten in het water overboord had gezeten.

In zijn tuin maakte Piet Kessels uit de Hoenderstraat deze foto van het gezin Geraedts in 1923.
Links vooraan Mien en Zus - Lenie met vader en moeder met baby Thea en Toos.

Willem Geraedts op de stoep naast zijn huis in de Grotestraat.
Rechts op de foto de zijgevel van de woning van de fam. Handrie Derks-Jans. Tussen deze twee huizen in ligt een breed pad tot aan de Maas, dat men destijds 't Jansströtje noemde. Eerder heette dit het Kesselsstraatje en ver daarvoor staat het in een akte van de Schepenbank genoemd als Kerstraet (ker = kar).

1925. Tante en oom Ariaens - Mina en Willem met de kinderen v.l.n.r. Thea - Toos - Lenie - Zus. Zittend: Mien met baby Hennie.
Mina Geraedts-Musers: Brief aan haar zus Marie tijdens watersnoodramp Well 1926.
1 Januari
Goddank, hier zitten wij hoog en droog uit te rusten van alle vermoeidheid. Na te 7 uur een bord soep en een kom zuurkool met spek gegeten te hebben zitten wij samen op het bed een kop koffie te slurpen. Het regent z’n best en het water klotst tegen de deuren en muren of dat het allemaal in huis vrije doortocht moet hebben, wat moet het toch worden en wij kunnen er nog tegen doch die ouwe luitjes oom en tante, die zitten boven geheel alleen. Als het water nu maar niet zoo hoog wordt dat we hun niet meer kunnen bereiken. Dan zouden we genoodzaakt zijn op zolder een gat in de muur te slaan. Ik heb al een paar maal gezegd dat moest Moeder en Marie zien. ‘t Is niets als een watermassa. We kunnen bij geen trein of tram komen. Wel met de boot hier in de straat roeien en dan juist vandaag, de 1ste dag van het jaar, moet men al beginnen met niet naar de kerk te gaan. Bidden jullie maar goed voor ons dat ons geen ongeluk kan gebeuren. ‘t Is zo erg genoeg. Nu denk eens aan hoe wij hier zitten. We huizen op onze slaapkamer. Daar staat op 3 bedden de wieg. De waschtafel, de commode, een tafeltje, de kachel, naaimachine, 2 nachtkastjes, staande klok, linnenkast, 2 stoelen en een voetenbankje. Jullie zullen zeggen, hoe kun je je helpen. Henny in de wieg, Thea en Lenie zitten in het bed en worden de soep gevoerd. Toos, Zus en Maria eten op hun beurt de soep aan ‘t tafeltje, dan gaan ze op de grond zitten en ieder krijgt zijn rantsoen. Zo krijgen ze de buikjes gevuld.
Om half tien, storm komt weer opzetten, de wind houdt ons wakker. Buiten vallen de kuipen om in de zinken bak, die kunnen vannacht aardig spektakelen. Nu gaan wij probeeren te slapen, met zorg natuurlijk, wachtende wat den dag van morgen ons brengen zal.
2 Januari
God zij dank mag men wel zeggen dat men ‘t daglicht weer mag aanschouwen. Men zou denken na zoveel tobben en sjouwen slaapt men goed, maar neen, dat gebeurt niet als men in zoo ‘n gevaar zit. Den heelen nacht maar regen en storm en het water wordt steeds hooger. Met angst gaat men ieder uur zien. Een groot rek hadden we in den winkel geplaatst met daarop planken en een la met gereedschap. Tegen 2 uur vannacht lichtte zich dat en alles het water in. Een helsch lawaai natuurlijk. Daarbij een 20 stuks tuiten benzine zwabberen door het huis. 2 tonnen met boonen de slede met een groote bloembak op enz. De deur maakt een spektakel of ze uit hare hengsels wil en mee wil zwemmen. Gelukkig den dag breekt aan en zullen we kunnen zien wat we doen kunnen. 9 uur goed koffie gedronken met een pan worst. Dan gaan Willem en ik naar beneden. Een treurige aanblik. Tegen half 12 hadden we met behulp van ladder en planken en tafel en stoelen een noodbrug gemaakt naar den stoffenwinkel. Alweer moet alles meer de hoogte in willen we niet voor honderden guldens door het water laten vernielen. Etalagekast staat blank onder water. Tegen half 3 zijn we daar mee klaar. In het kantoor en goede kamer kunnen we niet komen. Wij hebben geen planken of gereedschappen meer. Telefoon hangt in het water net zoo goed als ook de kast met kleeren van de kinderen. Die zware leren stoel komt ons wel tegendrijven doch met zoo’n zwaar bakbeest kunnen we ook niet veel doen. We gaan eten, een bord soep van Donderdag. Een pot aardappelen met een stukje vleesch en wij hebben de inwendige mensch weer versterkt. Willem gaat van 2 waschkuipen op de plank een bootje maken doch dat wil nog zoo goed niet. Piet Kessels komt met zijn boot de tuin inroeien, haalt bij oom een ladder uit huis en legt die bij ons in het raam. Daar klautert Willem over tot bij oom, doch kan helaas daar zonder laarzen niets doen. Tot overmaat van ramp zijn vannacht zijn laarzen nog verbrand, komt dus onverrichterzake terug. ‘t Wordt weer avond dus zullen maar wachten of wij den dag van morgen mogen beleven. Kessels is onderhand verder. Ze zijn van dat den dag doorbrak al uit. Overal hoort men hulp roepen. Op vele plaatsen moesten ze de menschen van de daken halen. De koeien brullen en de varkens schreeuwen. Die zijn nu nog het beste af. De kerk staat vol vee: varkens, geiten, koeien en vanmiddag zijn de paarden allemaal erheen gebracht. Ze staan tot aan de communiebank. Vanaf het dak heb ik al 3 uur geroepen voor drinkwater. Daar krijg ik 2 emmers. Wat is dat heerlijke drank als men er zoo’n gebrek aan heeft. Tevens bericht dat er 9 cm. val is. Waar ze dat nieuws van hebben weet ik niet. Misschien Gennep. Telefoon- en postkantoor staat hier onder water. Nu gaan we probeeren te slapen tot morgen als God ‘t blieft, want de mensch wikt, doch God beschikt.
3 Januari
‘t Is dag. Eerste werk is even zien wat de Maas gemaakt heeft. Wel iets gewaschen doch niet zoo schrikkelijk, zoowat 11 cm. ‘t Loopt overal door de ramen naar binnen. Een treurig schouwspel. Onwillekeurig springen de tranen in de oogen en alle gejammer en weeklagen kan niet baten. Al weer wat anders. Prakizeeren dat we het raam kunnen bereiken. Het eerste nieuws is waar ze vannacht overal hadden moeten redden. Hier zijn de koeien, daar de varkens verdronken. Die er niet zit zal zeggen kan dat vee niet gered worden. Neen, is niets aan te doen. Zijn niet genoeg booten, alles kan niet in een boot en dan een uur ver. Op een plaats zelfs een huis ingevallen. Waar de menschen nu zijn weet ik niet. Er wonen wel menschen kort bij. Onderhand gekookt en wij krijgen een fijn diner. Eerst niets dan aardappelen met boonen en gebakken bloedworst en dan niets meer. Wij zijn gelukkig tevreden. Er zijn zeer veel menschen die het niet eens zoo goed krijgen op ‘t oogenblik. Kinderen zijn om de beurt ziek of ze zeeziek zijn, doch spelen overigens weer. Willem heeft vanmiddag een reisje gemaakt per boot naar de kerk. Vreeselijk vreeselijk. een koning zou zijn paleis er niet voor afstaan. Alle banken op kant en daar staan koeien allemaal aan elkaar aan pilaars gebonden, op een kant paarden, achteraan tot in de doopvont de varkens en geiten, er is geen plaats meer en de paarden van de gendarmen moeten nog er in, die krijgen hun plaats aan de communiebank. O ‘t is droevig dat Gods huis zoo gebruikt moet worden. Wat zal er veel gedaan moeten worden om alles weer in eere te herstellen. ‘t Is zeven uur avond. Kinderen zijn al ter ruste en beseffen den toestand nog niet. Dan ziet men hoe gelukkig het is kind te zijn. We worden bang van het klotsen beneden. Willem is al 3 maal naar beneden geweest. Heeft een ladder en wat planken en een groote bus olie naar boven gevischt, doch telkens hoort men het weer. Het stormt dan ook weer harder. We krijgen hier den wind uit de eerste hand en dan daarbij de sterke stroom van de Maas. De golven slaan hoog tegen de glazen op. De regen valt in stroomen neer. Op vele plaatsen regent het. Wat moeten wij doen? Er wordt gewickt en gewogen en tot besluit zal Willem in de onderbroek maar pardoes het water in gaan en zien wat er binnen te doen is. Keukenkast is omgevallen met porselein natuurlijk, doch met afwasschen komt dat weer in orde. Doch op het kantoor ziet het er anders uit. Schrijftafel is met hebben en houden gekanteld, dat is van meer gewicht. Met mandjes en kistjes heeft hij de spullen bij elkaar gehaald. In de goede kamer de blindjes gesloten, want eenen ruit was al kapot en komt nu maar gauw naar boven. Hij is juist tot aan de borst in het water geweest. Aan de pomp en werkplaats is het nu zeker manshoogte. Nu hebben jullie een beetje idee hoe hoog het eigenlijk is.
Ik heb onderhand een warme cognacgrog gemaakt en nu ligt hij in de wolle dekens. ‘t Is elf uur avond. Ben even gaan zien hoe het gaat beneden. Is zegge een centimeter gevallen, dat geeft moed. Als het morgenvroeg nu maar zoo is dat ik bij licht eens over de tafel naar de winkel kan gaan zien. Ik ben vastbesloten. Als oom en tante er niet meer zijn, denk maar niet dat ik hier bij die grillige Maas blijf. Als ons nog ooit een hoogen waterstand te wachten staat hoop ik voor die armen een goed tehuis te vinden. Onze Henny dat stumpertje is niet goed. ‘t Kan ook niet anders. Heeft al 2 dagen geschreid en dat doet ze anders nooit. Als ze maar op tijd haar eten krijgt zal het wel beter gaan. Ze slaapt nu zoo lekker. Frans, bij onze papieren waren nog 2 brieven van Thum uit Kevelaer, welke zij nog niet hadden afgehaald. Ik heb er nog niet naar gekeken. Dan weet jij het alvast. Dat geld hebben ze afgehaald, anders zou men daar ook nog zorg van moeten hebben. Nu welterusten, tot morgen.
4 Januari
Goed geslapen. Een paar maal geweest kijken naar de Maas. ‘t Is val. Godzijdank, er komt moed in. We gaan eens rond, we kunnen weer over de tafel loopen. De kuip met het ingezoute varken komt ons al tegen, die bestaat dus nog. Aan de keukendeur ligt het kastje op zijn rug met porselein, doch moet nog maar een paar dagen blijven liggen. De bovenste laatjes van schrijftafel met papieren hebben we liever. Tegen de middag is Willem het machtig. ‘t Ligt al op zolder uit te rusten van de zeereis, alsmede een winkelboek en een map met kwitanties, nog wat labels en vrachtbrieven. Achter de kachel ligt alles uitgespreid om te droogen. Heb den heelen morgen vreeselijke krampen in het lijf gehad. Willem weer best in orde. Wat wacht ons achter? Van boven zien we een deur weggedreven, 2 ramen kapot, 4 latten van het dak van waschkeuken komen we te zien, doch de pannen zijn verdwenen.
Hedenmiddag tuit petroleum gekregen. Ook gezorgd dat oom en tante petroleum gekookte melk en drinkwater hebben gekregen. We kunnen er nog niet komen. Hopenlijk toch morgen. Verder geen bijzonderheden voor vandaag, alleen dat vanavond 10 uur de wind weer komt opzetten. Nogmaals een vast voornemen gemaakt mijn leven niet aan de Maas te slijten. Wij gaan naar bed, weer in afwachting wat den dag van morgen ons brengen zal.
5 Januari
Goedenmorgen Maas. Goddank weer gevallen. Ten eerste zien we 10 rijen pannen verdwenen, glas in achterkamer kapot en glasraam in kantoor totaal eruit. ‘t Schijnt dat de stopverf is afgeweekt. Hebben de koffie op en gaan op onderzoeking. Alles bij elkaar gezocht en over een ladder met halsbrekende toeren over het water zijn we bij oom en tante in huis. Nu over 2 stoelen en wij bereiken de trap. Oom en tante schreien van plezier dat we weer bij elkaar kunnen komen en ik niet veel minder. ‘s Middags gaan we nog eens inspecteeren. De ingezouten ham is verdwenen en halen we na veel dreggen tevoorschijn. Heel met modder bedekt. Willem heeft ze afgewasschen doch ze is zoo week. Waarschijnlijk bedorven. Aardappelen door huis gedreven. Inmaak onder water geloopen, het linnengoed heel met modder bedekt. O je schreit als je het ziet. Overal kunnen we nog niet komen. Het ergste zullen we nog krijgen na nog een paar dagen. Voor morgen heeft tante geen eten of drinken meer. Wij hebben nog van alles genoeg. Nu wij maar bij elkaar kunnen komen zijn we gered. Daarbij kunnen we drinkwater krijgen, mijn liefje wat wil je al meer. Vandaag is de Burgemeester met nog 3 zoo’n heeren per motorboot een kijkje komen nemen. Ik zat juist op het dak en zag dat ze met het hoofd schudden. ’t Is ook een droevig schouwspel. Als ik morgen gelegenheid heb en het water is stil wil ik toch eens een kijkje in de kerk gaan nemen, 86 stuks vee staat erin. Denkelijk komt morgen de etalage weer vrij. Zal er bij moeten zijn om het slijk eraf te krijgen. Nogal gemakkelijk dat de winkel vol water staat. Hoeven er nog geen pas voor te doen. Het werk zal hoofdzakelijk op mij neer komen. Alle menschen hebben het druk. Had men nu maar een flinke meid die wat onder de voeten uit kon werken. Maar in Godsnaam, het gaat hoe het kan. Nu gaan we maar weer slapen, wat kan men al beter doen
6 Januari
Goddank ‘t is weer dag. Slecht geslapen, goed elf uur, zoo precies kan ik het niet zeggen. We lagen al lang te bed en hadden al zoowat geslapen, begon ineens het bed te schudden, de kastdeuren rammelden en de waschcommode, alsof er een lichte aardschudding plaats had. ‘t Duurde maar even, doch toen het over was zuchtten we beiden. Toen zijn we opgestaan, doch niets kunnen vinden wat de oorzaak kon zijn. Het was helder weer en de Maas stil. Aanhoudend schrok ik wakker en toen het rondom licht was maar gauw het bed uit. ‘t Is nu nog zoowat zoo hoog als in 1920. Ziezoo, de etalage heb ik schoon, nu verder. Willem was naar Tante. Kon mijne nieuwsgierigheid niet bedwingen en ben met stoelen en tafel naar kantoor en kamer gaan zien. In kantoor komt me een lade tegen met kousen. Toos haar zondagsmuts met daagsche mantel heeft tot aan de zakken in ‘t water gehangen. Mientje haar mantel en dat wit zijden jurkje met dat zwart geboord, je kent het wel. Doch nu de kamer. O wat heb ik geschreid, die oude eiken kast is onder water geweest, doch zullen hem hoop ik met boenen weer goed krijgen. Heeft niets geleden. Buffetje ligt op de grond heel onder, stoelen waar het op lag drijven door de kamer. Glazen die op tafel stonden omgekanteld, doch geen een kapot. Koffiekan ligt ondersteboven. Alles zit vol modder, stroo en doorntakjes. Twee ruiten kapot, we kunnen nog niets doen, er staat nog teveel water. Met ons drieën hebben we het buffetje overeind geholpen. Van binnen alles losgeweekt. Een stuk van de goede tafel geweekt. Niets als ellende in kantoor. Ook een ruit kapot, een stuk boom is half naar binnen gedreven. Hier kunnen we ook nog niets doen en de keuken kunnen we evenmin wat doen. 16 Bussen benzine opgevangen en naar den winkel gesleept en dan moeten we onze oudjes eten brengen. Daar is ook alles even treurig als bij ons. Daar is het wat hooger en hoop ik morgen veel weg te poetsen voordat Tante wat gezien heeft. Het maakt haar beslist ziek. Haar linnengoed heeft onder water gezeten. Kon ik het maar gewasschen krijgen maar den tijd, er is zooveel. Ons waschmachine hebben we buiten zien liggen. Het stak met een poot omhoog. Nu zal het niet meer verder drijven.
Ben vandaag ook in de kerk geweest, je schreit als je ziet hoe Gods huis gebruikt wordt. Ik kon er niet tegen. Tot aan je kuiten trap je in het mest. Een stank niet vol te houden. ‘t Is bar zooals het eruit ziet. Ik had het gauw gezien en ging maar gauw per bootje naar huis. Dan wonen wij nog beter als O.L. Heer. Als de Maas blijft vallen denken ze dat Vrijdag de kerk leeg komt. Zondag zal er nog wel geen H. Mis zijn. Muren en banken en alles moet afgewasschen worden en wat hadden we een mooie kerk. Nu gaan we maar weer de klok rond slapen. Morgen krijgen we klompen en zal er hoop ik gewerkt kunnen worden. Zoo gauw als ik hoor dat de post werkt, stuur ik deze brief. Dan weten jullie dat we allen nog leven. Laat ons dan ook maar gauw wat weten.
Nieuwjaar 1926 zullen we ons leven niet vergeten. Wat geluk geschiedt ons, we zitten weer beneden. Stoffenwinkel en woonkamer hebben we uitgeschrobt. Toen ik zag dat we de winkel en kamer begaanbaar konden maken zijn we aan het vegen gegaan. O, o wat hebben we wat gevonden. ‘t Is nog nat doch we zitten hier met klompen aan. Een beetje gegeten, nu het slijk uit den anderen winkel zoover mogelijk weggeveegd. Heel kan niet want het stroomt nog van achteren bij. Nu hebben we na den middag bij Tante ook al 3 vertrekken zoover schoon, dat wil zeggen het ergste weg. Morgen komt een dochter van Ciska Drissen ons helpen. Tante haar tafel uit de voorkamer is gelijk uit elkaar gevallen en onze ronde ook. De pooten liggen er los bij. ‘t Is droevig, denkelijk krijgen we het morgen ook uit de keuken, kamer en kantoor.
We kunnen nog niet bij Tante komen als met behulp van planken en kisten, dan door het raam naar binnen. Als wij nu maar bevrijd mogen blijven. Het regent maar steeds. Dan aanhoudend die storm. ‘t Wordt nu weer bedtijd. Regen en wind is gelukkig bedaard. Morgen zullen we er vroeg bij moeten zijn om zooveel afgewerkt te krijgen. Als ik morgen kans zie den brief weg te krijgen stuur ik hem alvast, want als het water wil vallen krijg ik zooveel ineens dat ik geen tijd meer heb om te schrijven. Vandaag is de post een keer geweest per vrachtwagen van hier naar Siebengewald. Dan naar Goch (Duitschland), vandaar naar Gennep en zoo met de trein verder. Verbeeld je wat een reis, tram zou in 3 weken nog niet kunnen rijden. Overal gaten uitgedreven en verzakt.
Ik groet jullie allemaal en zoolang we ons niet kunnen zien zullen we nog maar met schrijven doen.
Marie wil je zoo goed zijn, als je den brief gelezen hebt, hem door te sturen naar Asten. Ik heb geen tijd om ieder afzonderlijk te schrijven en in Asten willen ze wel zoo goed zijn om deze brieven te bewaren. Ik wil er later het een en ander uit overschrijven als de kinderen eens grooter zijn, want hopenlijk overkomt ons zoo’n ramp nooit meer. Dus de eerste 3 weken, zoolang als de tram niet gaat hoeven jullie niet op bezoek te rekenen. Het water staat gelijk met de winkel op straat tot aan het huis van Ribbergh.
8 Januari
‘t Is vrijdagavond. Ik had gedacht dat vanmorgen onze brief mee was gegaan, maar ‘t was mis. Laat jullie dan weten dat we in zooverre beneden gehuisvest zijn. Ten eerste hebben we geen tafel om op te eten. Die is gelijk in elkaar gevallen. De groote keukentafel ligt de piano nog op. Morgen kunnen we weer op straat komen en krijgen we hulp om hem op zijn pootjes te helpen. Morgen komt het aan de pomp ook vrij. Ben zoo moe gewerkt dat ik niet meer kan. Ik voel mijn rug niet meer. Ben blij dat het bijna zondag is, dan kunnen we eens rusten. ‘t Is diep treurig als men rondgaat. Men ziet nu, wat men eerst niet gezien had. De kelder staat op 1 trap na nog vol. Geen kast is meer in zijn geheel. Overal de planken uitgedreven of losgeweekt. Geen een deur sluit. Overal koud, klam en stank. Onze heele aardappelen hebben er in gezeten, ook de poters. Hoop dat ze goed blijven, anders hebben we niets meer. Jij zegt 1 dag geen licht niets in de winkel te doen, doch denk eens wij Kerstdag ‘s morgens 9 uur liep de Maas aan het kasteel over. Sindsdien zitten we nog steeds op een eiland. Spek en ham hebben we, doch ander vleesch moeten we nog maar eens een week erbij denken. Enfin, dat is ook zoo erg niet. Vanmiddag hebben we een klant, dat is de 1ste sinds Kerstdag, gehad en 1 knutje katoen om te stoppen verkocht. Vanavond een kaartje wol van 5 ct. Nu houd er den moed maar in. Het eerste moeten we de keukenkast en tafel laten opmaken, de rest moet in Godsnaam maar blijven zitten.
Wanneer ik kom kan ik op geen 14 dagen zeggen. Hoe zou ik reizen. Ook zeker over Duitschland om is ‘t nog veel te gevaarlijk, overal stukken uit den weg geslagen.
Zoojuist brengt Willy de post een brief van jou en de courant. We waren blij eens wat te hooren. ‘t Is overal treurig geweest. Nu eindig ik, ben vreselijk moe en verlang naar bed.
Groeten aan allen van allen.
P.S. Onze pennen zijn verdronken en de inkt erbij. Hebben niets als een stukje inktpotlood
De gouden bruiloft in mei 1926 van Gerardus en Catharina Ariaens-Alers.
Het bruidspaar zit in het midden achter Zus en To. Geheel rechts zit het echtpaar Jos en Theodora Ariaens-Millen, schoenmaker uit Venray.
Zittend onderaan v.l.n.r: Lenie Geraedts, en de bruidjes Dien Drissen, Zus Geraedts, To Drissen, Mien en Toos Geraedts.
Staand links is Willem Geraedts, zijn vrouw zit met dochtertje Hennie op schoot en Thea staat naast haar moeder.
Verder staand in deze rij zijn bekend: Naast Willem Geraeds de overbuurman (nu Grotestraat 62) Jacobus Drissen, schilder van beroep, destijds noemde men dat verver. No. 4 is Cisca Drissen-Ariaens, 5 Pater Antoon Ariaens S.V.D. (Venray). 3e van rechts is Anna Coppers-Verstraelen, de moeder van o.a. koster Frans Coppers geheel rechts Frans en Henri Geraedts
Achteraan: Links 1-2-3 Trui - Mina en Lena Geraedts uit Swalmen. 6 & 7 Adèle Ribbergh en haar broer Emile Ribbergh, vrienden van Willem Geraedts en bruidspaar Ariaens. 11 & 12 Miet Drissen, later getrouwd met Sjang Krebbers en haar zus An Drissen.
Ook aanwezig zal zijn geweest de zus en zwager van Ciska Drissen. Dat was het Venrayse bakkersechtpaar Gerardus Wintels en Maria Catharina Ariaens. Twee maanden na de gouden bruiloft stierf Catharina Ariaens-Alers.
In januari 1926 hadden Mina en Willem zich nog grote zorgen gemaakt over oom en tante. De overstroming van de Maas had het gezin Geraedts gedwongen om boven te bivakkeren. Ook het oude echtpaar Ariaens zat wekenlang boven opgesloten in hun eigen woning. Ze wisten van elkaar niet eens of ze wel eten genoeg hadden en nog leefden. Willem kon nog af en toe naar beneden door het water iets halen. Op een dag kwam er iemand met een roeibootje door de straat voorbij en via deze persoon kwam er een teken van leven van oom en tante in het huis verderop naast de winkel.
.

Uitsnede foto van Schooljaar 1928 -'29 met vier zusjes Geraedts. Boven links (wit schortje) Lenie en Toos. Daaronder links (licht truitje) Hennie en Thea.

Op 11 februari 1934 werd een grote Wellse Middenstand-tentoonstelling gehouden onder voorzitterschap van Willem Geraedts.
De jongste zusjes Lenie - Hennie en Thea lopen over de Kasteellaan naast de zaal 'Onder de Linden' van Klabbers.

04-04-1938. De bijna 20 jarige Toos wordt leerkracht aan de meisjesschool in de Grotestraat. Daarna gaf ze les in Wellerlooi en stond nog jarenlang aan de voormalige B.L.O. school te Gennep. (Buitengewoon Lager Onderwijs)

In de zomervakantie kwam Gera vanuit het tehuis in Heel naar Well. In de Band helpt ze haar zus Mien met aardappelen rapen. Links op de achtergrond de woning van familie Verzijl in de Nicolaasstraat.

Ansichtkaart Grotestraat rond 1940 met rechts zaal café Walaria.
Links het winkelpand van de firma W. Geraedts. Rechts ernaast was hun woning. Links van de winkel (buiten beeld) woonden oom en tante. Na hun dood werd het huis van oom en tante Ariaens verhuurd, o.a. aan de familie Reiniers-Vrede. Eind jaren '40 gingen Mina en Willem er zelf in wonen.
In januari 1945 moest iedereen in Well evacueren, de familie Geraedts werd ondergebracht in Grootegast - Sebaldeburen en Groningen.

De adressen van familie Geraedts - Leny en Mien zijn uit het notitieboekje van buurmeisje Marie Derks.

Hennie in maart 1961 met vijf van haar zeven kinderen die ze in Henderson - Auckland samen met Jan Koenen uit Leunen kreeg.

02-10-1945 trouwde pastoor Reiné het bruidspaar Frans van Doren en Zus Geraedts in een lokaal van de jongensschool dat als noodkerk was ingericht. Frans schreef zijn achternaam zelf altijd als van Dooren.
Frans Wilhelm Gerard Frans van Doren *Griendtsveen 26-07-1909 †Venlo 19-08-1986.
Zoon van: Jozef (bijnaam Frenske) van Doren winkelier *Helden 28-09-1873 †Helden14-03-1918 Gehuwd in Helden op 10-09-1906 met Albertina Caecilia van Roij *Horn 22-11-1881 †Helden 30-08-1950. Tweede huwelijk te Helden op 02-06 1919 met haar zwager Julianus van Doren winkelier *Helden op 27-07-1879 †Tegelen 26-05-1967
Kleinzoon van: Franciscus (Frenske) van Doren blauwverver *Helden-Panningen 28-09-1828 †Helden 09-12-1897 Gehuwd (2) in Helden op 23-06-1869 met Anna Gertrudis Pouwels dienstmeid *Venray 19-02-1842 †Helden 26-01-1910. Eerder gehuwd in Helden 07-01-1862 met Johanna Catherina Smolders *Helden 18-04-1839 †Helden 12-01-1869.

18-03-1953 De bonte avond revue t.b.v. harmonie de Vriendenkring. v.l.n.r. Fien Coppers - Joke Janssen - Marian Kwanten - Zus Hagens en Frans van Dooren, de schrijver van de revue aan de microfoon. Na de Tweede Wereldoorlog in 1952 schreef Frans van Dooren de eerste revue voor Well met als titel: Well aan de Maaskant.

Mien trouwde wettelijk in Bergen op 12-05-1954 met weduwnaar Willy Marie Hubert Jeurissen *Sittard 11-03-1910 †Sittard 16-01-1991. Het kerkelijk huwelijk werd ingezegend door pastoor Reiné in de noodkerk te Well op 17-05-1954. Willy had vier kinderen en samen met Mien kreeg hij nog een zoon.

Lenie met haar kroost. Jan en Lenie Huijbers hadden een electro / platenzaak aan de Keulseweg te Reuver.

1950. Vader Willem geniet zichtbaar en is trots op zijn vrouwen. v.l.n.r. Toos - Mien - Thea - Maria (Zus) - Lenie en Hennie.

Met zijn Volkswagen toog Frans van Doren op zondag richting Putjesberg. Vaak mochten neefjes, nichtjes en buurkinderen mee voor een stevige wandeling zoals hier eind jaren 1950.

Vanaf het garagedak van Frans en Zus genomen in de jaren '50. Rechts de tuin van Harrie en Dina Derks-Hebben.

Het gezin Harie en Thea Penders-Geraedts in Dieteren. Thea trouwde in 1962 met weduwnaar Harie en werd stiefmoeder van acht kinderen. Zelf kreeg ze nog twee kinderen.

04-12-1970. v.l.n.r. met hun mannen: Thea - Leny - Toos en Mien. Het is de huwelijksdag van Toos met weduwnaar (Adrianus) Ad Huijsmans *Rotterdam 04-03-1912.
Kranten- en overlijdensberichten - bidprentjes Fam. Geraedts-Musers

In 1962 werd Mina weduwe en de laatste jaren van haar leven woonde ze in het Wellse bejaardencentrum 'Eldershome'.

1967. Dochter Toos uit Oosterhout en vanuit Nieuw Zeeland dochter Hennie met haar jongste zoontjes Frank en Paul, op bezoek in Eldershome.
Actueel
Archief Well presenteert foto's met live commentaar op donderdag 23 april 2026
Iedereen is welkom. Gratis toegang voor de fotopresentatie. Zaal is open om 10.00 uur
Archief Well presenteert foto's met live commentaar op donderdag 26 maart 2026
Iedereen is welkom. Gratis toegang voor de fotopresentatie. Zaal is open om 10.00 uur


















































































