Zoek

Na lange, hevige gevechten komt eindelijk de bevrijding.

Op de ochtend van 3 maart is Well bevrijd.

Om 08:00 uur trekken Britse elitetroepen (Commando’s) Well binnen vanuit het noorden.
Als eerste trekt het 45e Mariniers-Commando Well binnen gevolgd door No.6 Commando Greyforce. Ze worden hierbij ondersteund door tanks van de 52e Lowlands divisie.
Later op de dag steekt het 46e Mariniers-Commando vanaf de Kooy in Wanssum de Maas over. Ook No.3 Commando zal nog in Well arriveren. Ze houden na de middag halt in het Knikkerdorp en enkele uren later volgt een verkenning van de oostelijke bossen in omgeving Wellsmeer, bij de Meerschenbos richting Duitse grens. Er volgde een nachtelijke verkenning op het Duitse Walbeck. 

Pas de volgende ochtend op 4 maart werden vanuit de verdediging die rondom het Knikkerdorp was opgezet, eenheden van No.6 Commando Greyforce naar Wellerlooi gestuurd voor een verkenning. Wellerlooi werd ingenomen en de bevrijding was een feit. Er was geen enkele Duitser meer te bekennen. 

Operatie Grenade was een militaire operatie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het was de zuidelijke helft van een tangbeweging om het gebied tussen de Roer en de Rijn te bevrijden. De operatie vond plaats tussen 8 februari en 11 maart 1945.

Op 9 februari 1945 zou het 9e Amerikaanse Leger, dat op dat moment deel uitmaakte van de 21e Legergroep onder bevel van de Brit Bernard Montgomery, de Roer oversteken en zich voegen bij het Canadese leger dat noordelijk vanuit Nijmegen Operatie Veritable uitvoerde. De Duitsers saboteerden op 10 februari stroomopwaarts de afsluiters van de Roerdaldam en de stuwdam in de Urft, het water kon zo ongehinderd uitstromen, waardoor de operatie niet volgens plan kon worden uitgevoerd. Gedurende twee weken was er hoogwater in de Roer, pas op 23 februari was het water voldoende gedaald dat het 9e Leger de rivier kon oversteken. In een snelle opmars werden op 1 maart Roermond en Venlo bevrijd. Het Duitse leger onder leiding van veldmaarschalk Gerd von Rundstedt werd van de linker Rijnoever verdreven en er werden 290.000 Duitse soldaten krijgsgevangen genomen.

Operatie Veritable, ook bekend als de Slag om het Reichswald, was een militaire operatie van de Britse 21e Legergroep onder leiding van veldmaarschalk Bernard Montgomery tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het was de noordelijke helft van een tangbeweging om het gebied tussen de Roer en de Rijn te bevrijden. De operatie vond plaats tussen 8 februari en 11 maart 1945. De geallieerden verloren hierbij 23.000 manschappen.[1] De Duitsers hadden 38.000 doden en gewonden te betreuren en er werden nog eens 52.000 Duitsers krijgsgevangen gemaakt.


 

In de aanloop naar operatie "Plunder" oefende de 1e Commando Brigade in Well het offensief oversteken van rivieren alsook het beoefenen van het man-tegen-man gevecht en straatgevechten. Dit bleek later van onschatbare waarde. Voor hun amfibische operaties maakten de commando's gebruik van stormboten, DUKW's en Buffalo amfibische (aanvals)voertuigen.

Op 24 maart 1945 werd operatie Plunder gestart en bestormde de 1e commando brigade de Rijn en veroverde vervolgens de stad Wesel. Het luchtaandeel van Plunder werd Varsity genoemd en het samenvoeg-punt van deze gigantische luchtarmada genaamd "YALTA" lag boven Well. Op deze 24e maart vlogen meer dan 3000 Britse en Amerikaanse zweef- en transportvliegtuigen met aan boord 16000+ parachutisten over ons dorp, nog eens ondersteund door 1000+ gevechtsvliegtuigen. De grootste luchtlandingsoperatie van de oorlog op één dag. Op de terugweg kwamen de piloten van de zweefvliegtuigen met vrachtwagens richting Helmond. Vanwaar zij vanaf het geïmproviseerde vliegveld met code B.86 "Helmond" terug werden gevlogen naar Engeland. Tegenwoordig ligt op deze plek de recreatieplas "Berkendonck".

Originele tekst:

The village of Well was liberated by British 1st Commando brigade (supported by tanks of the 52nd "lowland" division) on the eve of 3 march 1945. As the last village in the Provence of Limburg.

In advance of Operation Varsity the 1st Commando brigade practiced river crossing operations, street fighting and hand-to-hand combat for a period of two weeks in Well, at the exact spot these photographs are made. They made use of stormboats, DUKW's and Buffalo amphibious assault vehicles.

On 24 march 1945 the brigade crossed the Rhine and attacked and occupied the city of Wesel(GER). The final entry point for the whole US/British air armada was nicknamed "YALTA" in Operation Varsity and lay above the town of Well. (As shown in the picture below, a screenshot of a US Army info film about Varsity.) On their way back over the bailey bridge to Helmond, it clearly shows the village Well in the back, meaning that the arrows on the map should point opposite. I assume that the airfield they disembarked on to the UK must be the B.86 Advanced landing ground east of Helmond. (Nowadays a recreation beach/lake "Berkendonk")

(bron: Jesse Sijberts)


 

 


Well was op 3 maart een van de laatste plaatsen van heel Limburg dat bevrijd werd. Op donderdagmiddag 1 maart 1945 begon de bevrijding van bezet Noord-Limburg op de oostelijke Maasoever. Venlo (1 maart) Velden (2 maart) Arcen (3 maart) en Wellerlooi (4 maart) 

Toen heel Well geëvacueerd werd, was het gezin Jozef Laarakker-Rutten op de Meerschenhof, vlak aan de Duitse grens de enige familie die thuis bleef. Hier verbleven ook meerdere gezinnen uit Afferden. Hoewel de Duitsers herhaaldelijk dreigden met evacuatie, kon men hier toch blijven wonen. Het gezin Hannes Laarakker woonde in deze periode in de schuur van het ontginningsbedrijf. Op 2 maart 1945 waren de laatste Duitse soldaten op het erf van de Meerschenhof. Zij waren de laatste bezetters geweest van kasteel Bleijenbeek in Afferden. De geallieerde troepen hebben het kasteel in puin moeten schieten om hen te verjagen. Door de bossen waren ze uitgeweken naar Well, waar zij na de dagenlange gevechten vermoeid en verwilderd aankwamen op de Meerschenhof.Toen ze hier nog bewoners aantroffen wilden ze iedereen uit het huis jagen. Na veel praten werd eten voor hen klaargemaakt, waardoor de troep wat kalmeerde. Tegen de avond werd de overgebleven uitrusting weer bijeengepakt en de laatste Duitse soldaten waren vertrokken.

De volgende dag op 3 maart kwamen na de middag twee Engelse tanks vanuit richting het Knikkerdorp behoedzaam het erf oprijden. Het waren de eerste Tommies die de in de kelder verscholen bewoners van de Meerschenhof kregen te zien. Vanuit het kelderraam zagen de jongens van Laarakker een carrier. Een tank boorde een gat in de grond, draaide om en was weer weg. De kinderen vonden het uiteraard allemaal heel spannend. Nadat de soldaten duidelijk was gemaakt, dat ze toch echt op Nederlands grondgebied waren en dat er hier geen Duitsers meer waren, werd toch de bosrijke omgeving door de geallieerden voorzichtig verkend. De bewoners werden verder met rust gelaten. Well was dus bevrijd! Moeder Lies heeft toen de Nederlandse vlag uitgehangen, ondersteboven weliswaar! 

Op zondag 4 maart 1945 is Jozef Laarakker met enkele mensen naar het dorp gegaan. Ser zat bij vader achterop de fiets. Ze zagen dat er daags tevoren een pontonbrug geslagen was over de Maas voor aanvoer van geallieerde troepen en materiaal dat nodig was voor de slag van Wesel. De Duitsers waren eerder al gevlucht en het dorp was een compleet spookdorp. Hoewel veel huizen door granaten waren getroffen en vrijwel alle daken grote pannenschade hadden opgelopen, was het opvallend, dat hier en daar nog gordijnen voor de ramen hingen. Ook de Grotestraat was ondanks de brokstukken nog goed begaanbaar. 

Toen Jozef Laarakker enkele dagen later weer in de dorpskern kwam, lag de hele straat vol huisraad, puin en brokstukken, die uit de ramen naar buiten waren gegooid. Men kon bijna niet meer over straat lopen vanwege de enorme rommel en puinhopen. De eerste Engelse troepen waren in het dorp ingekwartierd en hadden de woningen op hun manier ingenomen. De Commando’s van de 1e Special Service Brigade zijn twee weken lang hier aan het oefenen geslagen. Ook in oorlogstijd werd geoefend op nieuwe tactieken en methodes als daar tijd voor was. Well werd dus gebruikt als oefendorp, in en om de huizen werden man tot man gevechten geoefend. Op de Maas werden “amfibische” acties geoefend (aanvallen vanuit het water richting land). Vanuit Wanssum werden de commando’s ingescheept en naar Well gevaren. Dit werd vele malen opnieuw beoefend, eerst met stormboten met roeispanen en later met gemotoriseerde boten. Uiteindelijk werd ook met zogenoemde “Buffalo’s” in de Maas geoefend; gepantserde rupsvoertuigen met mitrailleurs waarin de commando’s konden plaatsnemen. Aan de Wellse kant sprong men uit de boten of vaartuigen en vielen het dorp aan. Veelal werd geoefend op “straatgevechten”.

De trainingen die bij Well plaatsvonden bleken van onschatbare waarde in de laatste oorlogsmaanden.  De zwarte kant van de bevrijding was dat er nog veel werd vernield en geplunderd. 

Maart 1945. De Britse Bailey pontonbrug over de Maas van Wanssum naar Well is gereed. Onmiddellijk blijkt deze klasse-40 ponton/baileybrug ontzettend belangrijk op de aanvoerroute van Helmond richting de gevechten bij Xanten in Duitsland.

De oude kern van Well werd twee weken lang een oefenterrein. Er werd door de geallieerden niet alleen op de Maas geoefend, ook in en om de huizen, met alle gevolgen van dien.


De oorlog was over, maar de ontberingen, de ellende en het verdriet nog lang niet.

Thuiskomst in Well.

Spoedig na 3 maart 1945 kwamen de eerste bewoners weer terug. Dit waren burgemeester Douven, de families Drissen en Koppers, Chris Wijers en Janssen, de boswachter van de Hamert. Bij het militair gezag had burgemeester Douven een toewijzing voor een vrachtwagen gekregen en op 19 maart 1945 ging hij deze persoonlijk met Chris Wijers in Maastricht halen. Deze wagen was lang het enige vervoermiddel in Well, dat in de eerste maanden na de bevrijding van onschatbaar nut is geweest, o.a. om de mensen uit Groningen op te halen.

In de zwaar gehavende zaal van Klabbers werd op 5 mei 1945 door vele Britse militairen en de al teruggekeerde Wellse bewoners het einde van de oorlog gevierd. Er was muziek en dans en ondanks de puinhopen in het dorp heerste er een uitbundige feeststemming onder het internationale gezelschap.

Voor velen was het thuiskomen in 1945 na de evacuatie geen thuis zijn. De bewoners wisten niet wat ze zagen. De dorpskern bood een troosteloze aanblik. In de Grotestraat lag een dijk van puin, waardoor de Engelsen zich een weg gebaand hadden. Kerk, molen en huizen waren geheel of gedeeltelijk kapotgeschoten en leeg geroofd. Overal in Well puin en troep. . Menigeen kon zijn tranen niet bedwingen: geen stroom, soms geen water, geen bed, een kapot dak, een lege koeiestal en niets in de varkens- en kippenhokken. De hele veestapel was afgeslacht. Karren, wagens paardentuig, alles was weg. Met lege handen was men teruggekeerd naar het dorp waar alles was verdwenen.Dit was de grootste teleurstelling van de terugkeer en de bevrijding.  Het leven in dit leeggeplunderd en verwoest dorp was bijzonder zwaar en ontmoedigend. Verdriet en nog eens verdriet.

Het was een abnormale toestand. Veel mensen woonden noodgedwongen in onooglijke krotten en hokken, zonder voldoende bescherming, eten, kleding en schoeisel. Er was een ontstellende nood en bovendien loerde overal het mijnengevaar. Hulp kwam maar langzaam op gang. In de krant verschenen publicaties van "krepeergevallen" en "noodtoestanden". Er moesten noodwoningen gebouwd worden voor degenen die geen huis meer hadden, de velden moesten bebouwd worden en het vervoer moest geregeld worden. Men moest met bijna alles wachten op hulp van buitenaf.

Na de oorlog vonden de jongens van Laarakker rondom de Meerschenhof allehand gevaarlijke munitie, waaronder een handgranaat die nog intact was en speelden er mee. Vier Wellse jongetjes, de broertjes Deckers en Thijssen vonden met spelen de dood in het Knikkerdorp. Vader en moeder Laarakker besloten dan ook per direct om de tweeling Piet en Ser en hun broertjes Sef en Hay op kostschool te doen. De jongens zijn daar ca. twee jaar geweest totdat alles opgeruimd was in het Wellsmeer en omgeving.

Van veel kanten zijn hulpacties voor Well ingezet. De eerste hulp kwam uit Molenberg, een plaatsje bij Heerlen, waar pastoor Reiné 11 jaar kapelaan was geweest. De HARK (Hulp Actie Rode Kruis) is op 24-01-1945 opgericht. Burgemeester Douven schrijft op 26 mei 1945 een boze brief aan het bestuur van de HARK. Hij laat hun weten dat Noord-Limburg tot dan toe compleet vergeten is, terwijl er aan alles dringend behoefte is omdat de mensen alles kwijt zijn. Hij zegt er ook nog bij: de goederen moeten ons gebracht worden, want vervoer hebben we niet. Het hielp en er kwamen spullen. Ook zocht de burgemeester hulp bij een schoolrelatie in Glencoe-Chicago USA.


 

De tweede zending winterjassen voor Well van de HARK is in aantocht.


 

Uit de krant van 04-02-1947.


 

Behalve het onbekende groepje Gidsen, die hielpen met de verdeling van goederen, staan hier Anneke Daemen - Sophie en Thei Douven - pastoor Reiné en zijn nichtje Elsje Reiné. Deze foto werd naar Glencoe gestuurd als dank voor de geleverde spullen.


 

Augustus 1945. Het gezin Bèr en Marie Janssen-Fleuren in hun zwaar getroffen huis in het Leuken, enkele maanden nadat ze terug zijn gekeerd van de evacuatie. Onbeschermd tegen wind en regen.


 

Een troosteloze aanblik van de verwoeste kerk vanaf het veer op de Maas.


 

De kapot geschoten woning van Derks-Vos diende oorspronkelijk als statig woonhuis van de Pruisische tolontvanger. Links op de woning hangt een bord met pijl.  Eronder staat: "All Traffic". Bedoeld als richtingaanwijzer voor het militair verkeer van de geallieerden dat over de pontonbrug van de Maas afkwam. Via de Kasteellaan en Wezerweg trokken de Britten richting Xanten voor de slag van Wesel. Op 24 maart 1945 zijn ze de Rijn overgestoken.


 

In de Hoenderstraat waren enkele lindenbomen in 1945 hoog afgezaagd. Rechts is iemand bezig bij het huis van An Kessels.

De pastorie op de achtergrond was ook flink beschadigd en volkomen leeg geplunderd. De Britten hebben de safe zelfs nog opengebroken. Het plunderen door de geallieerden was een zwarte kant van de bevrijding.


 

De Schoolstraat ter hoogte van huis Heuren, nu Grotestraat 30. Op de achtergrond het klokje van de Sint Rochuskapel in een noodtorentje in de tuin van koster Frans Coppers. Voor de evacuatie was het daar in de grond gestopt en kwam warempel weer onbeschadigd te voorschijn in mei 1945.


 

De Grotestraat met links Wiel Holla, Willem Geraedts en politieman Jan Wilbers. Geheel rechts de woning van fam. Koppers, Grotestraat  52.

De meisjes zijn Miny Linders en Nellie Reiniers met in de kinderwagen Jantje en Gerrie Rieniers. Jantje stierf niet lang hierna aan difterie, in november 1945.


 

Bijna iedereen zat met vreemde spullen in huis die door de Duitsers en Engelsen allemaal versjouwd waren. Daarom werd er een "kijkdag" gehouden in de dorpskern.


 


Samenzijn in 1945 van de "Maasgroep", (en enkele gasten)  die de zeer gewaagde overtochten maakten op de avond van 11-01-1945, daags voordat alle inwoners werden geëvacueerd.

Ieder jaar, op deze datum kwamen degenen, die achter de burgemeester aan de rivier overstaken en (zonder het te weten) dwars door een mijnenveld naar de geallieerde linies liepen, tezamen teneinde hun redding te herdenken.

v.l.n.r. Nellie Drissen - vriend van Thérèse Schreurs - Martien Drissen - Miep Koppers - Adriana Schreurs - Finy Drissen - Elly Schreurs - Sophie Douven en haar man burgemeester Thei Douven. 


Nationale Bevrijdingsdag vrijdag 31-08-1945 werd gevierd op Koninginnedag, de 65e verjaardag van koningin Wilhelmina.

Alles op deze dag stond in het kader van de oorlog. Door de deelnemers werd goed toneel gespeeld in de optocht. Jacob Roosen, de vader van Lieske, zat op een wagen en moest loopgraven maken, maar hij ging er telkens vandoor. Dan ging een Duitse soldaat er weer achteraan en bracht hem terug. Grad Meijer met zijn kinderen liepen ook mee en ze hadden de kleine Kobus (Cuuëb) in een bolderkar zitten met allemaal dennentakken er om heen. Hun thema was: "Onze Kobus is ondergedoken". Toon Lenssen zwaaide de hele route met een pispot en riep: Kende um nog?  Het was dezelfde pot zoals die voor het omschudden gebruikt was in de veewagen tijdens de evacuatie naar het Noorden. De aanwezige Engelse militairen genoten ook van het hele schouwspel en zorgden voor de nodige sigaretten en chocolade.

Uit de krant van 15-10-1945.


 

Uit de krant van 25-11-1946. Koningin Wilhelmina bezocht ons dorp op 10-10-1946.


 

Eerste prijs Bevrijdingsoptocht: Een groep bewoners van de Kamp en het Leuken beeldden "Terugtrekkende Duitsers"uit. o.a. Thei Zegers - Sjaak Lenssen - Jeu Groenen - Frans van Vegchel - Frans Daemen en Frans Kessels.


 

Smid Jacob Krebbers had met zoon Jan een tractor omgebouwd als tank.

Tweede prijs: "Den Engelsen tank" met Magda Schreurs - Jan Krebbers - Bets Wijers - Jo Simons - Miep Koppers - Elly Schreurs - Harry Thissen - Nelly Drissen - Thérèse Schreurs - links onderaan Elema (Wellsmeer) - Engelse militair - Adriana Schreurs - Engelse militair - meester Jos Schreurs.


Dansen op het kasteel.

Op het kasteel was vanaf september 1945 geregeld dansen met de Britse officieren. Het werd geregeld door de Engelse majoor Jacobs. Nelly Arts kreeg dan een uitnodiging en ronselde wat meiden bij elkaar. Er zat een orkestje uit Nijmegen. De openingsmuziek was altijd het Wilhemus en God save the Queen. Er was dan thee met cake, leuk, netjes en alles heel beschaafd. Er waren moeders uit Venlo dien hun dochters naar het kasteel brachten. Venlonaar Frans Boermans was met zijn meisje ook geregeld van de partij. De Wellse jongens waren jaloers en zeiden: "Die meiden gaan we met de kermis niet meer halen om te dansen".

De zussen Nelly - Mia - Jo en Mien Arts met "de Majoor".


 

v.l.n.r. Elly - moeder - Magda - vader en gehurkt, Harry Schreurs.


 

Voor haar deelname en enorme inspanningen in het ondergronds verzet kreeg Elly Schreurs in 1945  vele dankbetuigingen waaronder deze van de Engelse Staat. In 1950 ontving zij van de Nederlandse Staat een hoge onderscheiding, het Mobilisatie Oorlogskruis.

De hulp in Well aan piloten gebeurde grotendeels door burgemeester Thei Douven die de actie coördineerde en o.a. door Elly Schreurs. Zij haalde piloten op in Bergen (vaak in de bossen), die door de Duitsers waren afgeschoten, en bracht ze naar Well. Ze was daarbij vaak ontzettend bang. Elly schreef: Als de Duitsers je betrapten bij luchthulp werd je doodgeschoten. Langs heel veel omwegen kwamen deze piloten weer in vrijheid. Als je in zo'n vluchtketen een plaats had dan wist je niet wie voor je stond of wie na je kwam. Zodoende kon je geen namen noemen voor het geval je gepakt zou worden. Ook de piloten kenden onze namen en adressen niet. Meerdere Wellenaren hebben piloten op de een of andere manier geholpen.